Wie de recente communicatie van de provincie Gelderland volgt, krijgt de indruk dat het PFAS-probleem grotendeels onder controle is. Op een selectie van risicolocaties is onderzoek gedaan en de conclusie luidt dat het merendeel “veilig is bij het huidige gebruik”, zoals de provincie zelf stelt op de pagina over het PFAS-onderzoek in Gelderland. Die formulering klinkt geruststellend, maar zegt vooral iets over hoe risico’s bestuurlijk worden ingekaderd en minder over de vraag hoe compleet het beeld daadwerkelijk is.
Onder de oppervlakte van die conclusie schuilt namelijk een complexer verhaal, waarin onzekerheid en onvolledigheid een minstens zo grote rol spelen als de gemeten waarden zelf. Het onderzoek biedt inzicht, maar tegelijkertijd ook nieuwe vragen, juist omdat het zich beperkt tot een selectie van locaties waar risico’s werden vermoed.
PFAS is aanwezig, maar zelden doorslaggevend
Op het grootste deel van de onderzochte locaties wordt PFAS aangetroffen, vaak in relatief lage concentraties die binnen de huidige normen blijven. Dat betekent dat de stoffen wel aanwezig zijn, maar volgens de geldende kaders niet direct aanleiding geven voor ingrijpen, waardoor het probleem in de praktijk vooral wordt gemonitord in plaats van opgelost.
Tegelijkertijd zijn er tientallen plekken waar verhoogde concentraties in het grondwater zijn gemeten en waar bewoners wordt afgeraden om dit water te gebruiken voor drinken of tuinieren, zoals ook wordt toegelicht in het overzicht van het veldonderzoek naar PFAS in bodem. Die combinatie maakt de boodschap dubbelzinnig: de situatie wordt als beheersbaar gepresenteerd, terwijl tegelijkertijd beperkingen gelden die wijzen op reële risico’s.
De grootste vraag: waar is niet gekeken
De kern van het PFAS-dossier ligt niet alleen in wat er is gemeten, maar vooral in wat buiten beeld blijft. In Gelderland zijn duizenden locaties aan te wijzen waar PFAS mogelijk is gebruikt of verspreid, terwijl slechts een relatief klein deel daarvan daadwerkelijk is onderzocht,
De informatie over PFAS in Gelderland is niet terug te vinden in één overzichtelijk rapport, maar verspreid over statenbrieven, onderzoeksupdates en antwoorden op vragen, zoals de Statenbrief met resultaten van het PFAS-onderzoek 2022–2025 en de bijbehorende bijlage met onderzoeksresultaten, aangevuld met antwoorden op politieke vragen zoals de Statenvragen over PFAS in Renkum en samenvattingen op de provinciale website, waaronder het veldonderzoek naar PFAS in bodem. Wie het volledige beeld wil krijgen, moet die informatie bij elkaar zoeken en puzzelen.
Daar komt bij dat op een aantal locaties helemaal geen metingen konden plaatsvinden, bijvoorbeeld omdat eigenaren geen toestemming gaven of omdat toegang ontbrak. Hierdoor ontstaat geen volledige kaart, maar een verzameling meetpunten met daartussen grote gebieden waar simpelweg geen gegevens beschikbaar zijn, waardoor het zicht op de werkelijke verspreiding beperkt blijft.
Veiligheid als bestuurlijke afweging
De terugkerende formulering “veilig bij huidig gebruik” laat zien dat veiligheid in dit dossier geen absolute waarde is, maar het resultaat van een afweging tussen risico en acceptatie. Dat betekent dat een locatie als veilig kan worden bestempeld, terwijl er tegelijkertijd stoffen aanwezig zijn die zich ophopen en nauwelijks afbreken, wat op langere termijn tot andere inzichten kan leiden.
Voor bewoners leidt dat tot spanning, omdat de praktische boodschap niet altijd overeenkomt met het gevoel van zekerheid dat diezelfde boodschap moet oproepen. Wanneer het gebruik van grondwater wordt afgeraden, maar een gebied tegelijk als veilig wordt bestempeld, ontstaat een grijs gebied waarin interpretatie en vertrouwen een grotere rol gaan spelen dan harde grenzen.
Vier locaties boven de norm en een open einde
Op een klein aantal locaties zijn de PFAS-waarden daadwerkelijk boven de norm gemeten, waarna vervolgonderzoek of maatregelen worden voorbereid, zoals ook wordt beschreven in een overzicht van vervolgacties bij PFAS-locaties. Dat lijkt overzichtelijk, maar roept tegelijkertijd de vraag op hoe representatief deze uitkomsten zijn voor het geheel, juist omdat het onderzochte deel relatief klein is.
Het huidige onderzoek vormt daarmee geen eindpunt, maar een tussenstand in een proces dat zich de komende jaren verder zal ontwikkelen. Nieuwe onderzoeksrondes zijn al aangekondigd, wat impliciet bevestigt dat het huidige beeld nog niet volledig is.
Onzekerheid is geen uitzondering, maar de norm
PFAS onderscheidt zich van veel andere milieuproblemen doordat het niet gaat om één bron of één incident, maar om een brede verspreiding van stoffen die zich over tientallen jaren hebben opgebouwd. Daardoor is het vrijwel onmogelijk om een volledig en definitief beeld te krijgen, omdat nieuwe inzichten en meetresultaten het bestaande beeld telkens kunnen bijstellen.
Dat maakt onzekerheid geen tijdelijke fase, maar een structureel onderdeel van het dossier. Het betekent ook dat beleid voortdurend moet worden aangepast op basis van nieuwe informatie, terwijl die informatie per definitie onvolledig blijft.
Een kaart die nog niet af is
Zolang grote delen van Gelderland niet zijn onderzocht, blijft de PFAS-kaart onvolledig en daarmee ook de basis waarop beleid en communicatie rusten. Voor inwoners betekent dat dat zekerheid vaak ontbreekt, zeker voor wie afhankelijk is van eigen grondwater of woont in de buurt van mogelijke risicolocaties.
Voor de overheid betekent het dat er voortdurend een balans moet worden gevonden tussen transparantie en geruststelling, terwijl volledige duidelijkheid simpelweg nog niet beschikbaar is. Juist in die spanning tussen weten en niet-weten ligt de kern van het PFAS-dossier.
Onderzoek als antwoord … en als eindpunt
Onderzoek geldt in bestuurlijke dossiers vaak als het belangrijkste instrument om onzekerheid weg te nemen. Metingen, analyses en rapportages moeten duidelijk maken wat er speelt en welke maatregelen nodig zijn. In de praktijk blijkt dat onderzoek niet alleen antwoorden oplevert, maar ook een eindpunt kan vormen, juist wanneer die antwoorden uitblijven.
Dat spanningsveld wordt zichtbaar in Gelderland, waar meerdere onderzoeken eindigen zonder duidelijke oorzaak. Daarmee verdwijnt het probleem niet, maar verandert het van aard: van een concreet incident naar een open vraag zonder vervolg.
Een dossier zonder conclusie
Een sprekend voorbeeld is het onderzoek naar de mysterieuze koeiensterfte in Noordeinde. Nadat in korte tijd meerdere dieren overleden, werd uitgebreid onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken, variërend van bodemverontreiniging tot waterkwaliteit en toxische stoffen. Zowel het eerste onderzoek als een vervolgonderzoek leverden geen sluitende verklaring op, waarna de provincie besloot het dossier af te sluiten, zoals beschreven in het bericht ‘Geen oorzaak koeiensterfte Noordeinde gevonden’.
Voor de betrokkenen betekent dat dat de onzekerheid blijft bestaan. Er is gezocht, maar niets gevonden dat het probleem verklaart, en daarmee verdwijnt ook de basis voor verdere actie. Het onderzoek is afgerond, maar de vraag blijft liggen.
De logica van normen en grenzen
Ook binnen het PFAS-dossier zelf is dit mechanisme zichtbaar. Onderzoek richt zich op het vaststellen van concentraties en het toetsen aan normen, waarbij de uitkomst vaak is dat waarden onder de grens blijven en daarmee geen directe aanleiding geven tot ingrijpen. In de praktijk betekent dit dat de aanwezigheid van PFAS op zichzelf niet automatisch leidt tot sanering of andere maatregelen. Zolang de aangetroffen concentraties onder de geldende norm blijven, beschouwt de provincie deze locaties niet als aanleiding voor verdere actie.
De resultaten van het provinciale onderzoek naar PFAS-aandachtslocaties laten zien dat op vrijwel alle 170 onderzochte locaties verhoogde PFAS-gehalten zijn aangetroffen, maar meestal in concentraties onder de norm. Op vier locaties werden wel overschrijdingen vastgesteld; daar volgt aanvullend onderzoek en worden waar nodig saneringsmaatregelen voorbereid. Daarnaast zijn op 75 locaties verhoogde PFAS-concentraties in het grondwater gevonden. Hoewel de provincie deze niet als directe risico’s beoordeelt, gelden daar wel beperkingen en wordt het gebruik van grondwater uit particuliere putten als drink-, zwembad- of irrigatiewater afgeraden. De volledige Statenbrief over de resultaten van het PFAS-onderzoek in Gelderland 2022-2025 geeft de volledige onderbouwing.
Daarmee verschuift de betekenis van onderzoek. Het wordt niet alleen gebruikt om risico’s te ontdekken, maar ook om te bepalen wanneer iets géén probleem is, zelfs als het wel aanwezig is.
Wanneer stopt een onderzoek?
De vraag wanneer een onderzoek als afgerond wordt beschouwd, is daarmee niet alleen technisch, maar ook bestuurlijk. In theorie stopt onderzoek wanneer een oorzaak is gevonden of wanneer risico’s voldoende in kaart zijn gebracht. In de praktijk speelt ook mee of verdere analyse nog haalbaar, betaalbaar of juridisch afdwingbaar is.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit antwoorden op politieke vragen over PFAS, waarin wordt aangegeven dat onderzoek gefaseerd plaatsvindt en dat nieuwe resultaten pas later beschikbaar komen, zoals terug te lezen in de beantwoording van Statenvragen over PFAS in water en leefomgeving. Daarmee ontstaat een situatie waarin onderzoek nooit volledig is afgerond, maar wel op bepaalde momenten wordt afgesloten.
Binnenkort deel 2
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 78






