De provincie Gelderland trekt de komende twee jaar 8,5 miljoen euro extra uit om de biodiversiteit en het landschap te versterken. Met het geld wil de provincie gemeenten, natuurorganisaties, landgoedeigenaren en andere initiatiefnemers helpen bij projecten die leefgebieden voor planten en dieren verbeteren. De belangstelling voor dergelijke subsidies is groot: eerdere regelingen waren al op de eerste dag volledig overvraagd. Dat onderstreept de groeiende behoefte aan investeringen in natuurherstel.
Toch blijft één vraag nadrukkelijk boven de markt hangen. Als er zoveel geld wordt geïnvesteerd, waarom staat de biodiversiteit op veel plekken in Gelderland nog altijd onder druk? Dat blijkt uit de nieuwe subsidieregeling die de provincie onlangs presenteerde. Meer informatie is te vinden op de website van de Provincie Gelderland.
Miljoenen voor een groener Gelderland
Vanaf november kunnen gemeenten aanvragen indienen voor projecten die bijdragen aan een gevarieerder landschap. Daarbij gaat het onder meer om de aanleg van houtsingels, heggen, poelen, hoogstamboomgaarden, voedselbossen, natuurlijke oevers en groene schoolpleinen. Ook het vergroenen van woonwijken en bedrijventerreinen valt binnen de regeling. De provincie wil daarmee niet alleen bestaande natuur versterken, maar ook het landschap tussen natuurgebieden aantrekkelijker maken voor planten en dieren.
Volgens de provincie is juist dat netwerk van kleinere landschapselementen essentieel. Veel insecten, vogels en kleine zoogdieren kunnen zich alleen duurzaam verspreiden wanneer natuurgebieden met elkaar verbonden zijn. De subsidieregeling moet daarom bijdragen aan een samenhangend groen netwerk door heel Gelderland.
Geld alleen lost het probleem niet op
Hoewel de provincie fors investeert, erkent zij tegelijkertijd dat biodiversiteit zich niet eenvoudig laat herstellen. Uit de eigen informatie over biodiversiteit blijkt dat veel planten- en diersoorten nog altijd onder druk staan. Op sommige plaatsen is sprake van voorzichtig herstel, maar het algemene beeld laat zien dat de natuur kwetsbaar blijft.
De oorzaken zijn divers. Intensieve landbouw, woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur hebben het landschap de afgelopen decennia steeds verder versnipperd. Daarnaast spelen stikstofdepositie, verdroging en klimaatverandering een belangrijke rol. Hierdoor verdwijnen geschikte leefgebieden of worden bestaande natuurgebieden steeds kwetsbaarder.
Waar vroeger grote aaneengesloten natuurgebieden voorkwamen, moeten veel dieren zich tegenwoordig verplaatsen door een landschap waarin wegen, bebouwing en landbouwpercelen barrières vormen. Dat maakt het voor veel soorten moeilijker om zich voort te planten of nieuwe leefgebieden te bereiken.
Niet alleen bossen, ook steden zijn belangrijk
Opvallend is dat biodiversiteit steeds minder uitsluitend een onderwerp is van natuurreservaten. Ook steden en dorpen krijgen een belangrijke rol bij natuurherstel.
Gemeenten investeren de laatste jaren vaker in bloemrijke bermen, groene gevels, minder verharding en meer bomen. Zulke maatregelen zorgen niet alleen voor een prettigere leefomgeving, maar bieden ook voedsel en schuilplaatsen aan insecten, vlinders, bijen en vogels. De provincie wil deze ontwikkeling versnellen door juist ook stedelijke projecten financieel te ondersteunen.
Daarmee verandert de kijk op natuur. Waar stedelijke gebieden vroeger vooral als een bedreiging voor biodiversiteit werden gezien, worden ze steeds vaker onderdeel van de oplossing. Groene schoolpleinen, natuurlijke speelplaatsen en klimaatbestendige plantsoenen kunnen samen een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van soorten.
Heide en droge zandgronden blijven kwetsbaar
Ondanks de investeringen blijven sommige ecosystemen bijzonder kwetsbaar. Dat geldt onder meer voor de uitgestrekte heidegebieden en droge zandgronden op de Veluwe. Hogere temperaturen, langere droge perioden en veranderingen in de waterhuishouding zorgen ervoor dat deze natuurgebieden steeds moeilijker herstellen.
Ook bossen hebben te maken met de gevolgen van klimaatverandering. Jonge bomen groeien minder goed tijdens langdurige droogte en bestaande bomen worden gevoeliger voor ziekten en plagen. Dat werkt door in het complete ecosysteem, omdat vogels, insecten en zoogdieren afhankelijk zijn van gezonde bossen.
Natuurbeheerders nemen daarom steeds vaker maatregelen om regenwater langer vast te houden en natuurgebieden beter bestand te maken tegen extreme weersomstandigheden. Toch benadrukken deskundigen dat dergelijke aanpassingen pas op langere termijn zichtbaar resultaat opleveren.
Herstel is mogelijk, maar vraagt geduld
Dat natuurherstel wel degelijk kan slagen, laten verschillende voorbeelden in Gelderland zien. Door gericht beheer keren bepaalde plantensoorten terug en verbeteren leefgebieden voor vogels, insecten en zoogdieren. Ook soorten als de bever hebben zich de afgelopen jaren succesvol uitgebreid.
Deze voorbeelden maken duidelijk dat investeringen kunnen werken, maar ook dat herstel vaak vele jaren duurt. Nieuwe houtwallen, poelen of bloemrijke graslanden leveren niet onmiddellijk meer biodiversiteit op. Vaak duurt het geruime tijd voordat planten zich vestigen en dieren nieuwe leefgebieden ontdekken.
Juist daarom kiest de provincie voor een langjarige aanpak. Biodiversiteit laat zich niet herstellen binnen één subsidieperiode of één bestuurscollege, maar vraagt om jarenlang consequent beheer en samenwerking.
Ook inwoners kunnen verschil maken
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe subsidieregeling is dat niet alleen overheden en natuurorganisaties worden betrokken. Gemeenten worden aangemoedigd om inwoners actief mee te laten doen aan natuurprojecten. Vrijwilligers kunnen helpen bij het onderhouden van landschapselementen, scholen kunnen hun pleinen vergroenen en bewoners kunnen gezamenlijk werken aan meer biodiversiteit in hun eigen wijk.
Die aanpak sluit aan bij het inzicht dat natuurherstel niet uitsluitend plaatsvindt in grote natuurgebieden. Ook particuliere tuinen, buurtgroen en kleine landschapselementen vormen samen leefgebieden voor talloze planten en dieren. Wanneer duizenden kleine initiatieven elkaar versterken, kan dat op provinciale schaal een groot effect hebben.
Een investering in de toekomst
Met de extra investering van 8,5 miljoen euro laat Gelderland zien dat biodiversiteit een belangrijke plaats inneemt binnen het provinciale beleid. Tegelijkertijd maakt de provincie duidelijk dat natuurherstel geen snelle oplossing kent. De achteruitgang van soorten is het gevolg van tientallen jaren veranderingen in landgebruik, verstedelijking en klimaatverandering. Het omkeren van die ontwikkeling vraagt minstens zoveel tijd.
De komende jaren zal daarom blijken of de nieuwe projecten niet alleen leiden tot meer groen, maar ook tot een landschap waarin planten en dieren zich duurzaam kunnen herstellen. Uiteindelijk zal het succes niet alleen worden bepaald door de hoogte van het subsidiebedrag, maar vooral door de vraag of al die afzonderlijke initiatieven samen een sterk en verbonden natuurnetwerk vormen waarin biodiversiteit weer de ruimte krijgt.
Bronnen:
- Rapport ‘Hoe gaat het met de biodiversiteit in Gelderland? Rapportage 2024′
(beschikbaar via de bibliotheek van Wageningen University & Research) - Wageningen University & Research – Biodiversiteit in de stad
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 202






