Tussen de bloeiende bomen en struiken staat een schuurtje met een paar bijenkasten. Voor veel voorbijgangers die al weten dat er bijen in het schuurtje zitten, zijn het eenvoudige houten kisten, maar voor imker G.H. Schieving vormen ze het hart van een fascinerende wereld. Een wereld waarin duizenden insecten samenwerken, waarin een koningin weinig te zeggen heeft en waarin het voortbestaan van complete ecosystemen afhankelijk is van kleine werksters die dagelijks op zoek gaan naar nectar en stuifmeel.
De oorsprong van de imker zijn belangstelling voor bijen komt van het platteland van Kielwindeweer in de provincie Groningen, waar zijn grootvader bijen hield. Niet uit liefhebberij, maar uit noodzaak. Honing was destijds een waardevolle bron van zoetigheid in een tijd waarin suiker relatief duur was.
Zijn oom verbouwde aardappelen en zijn tante trok samen met zijn vader de praam aan een touw langs het jaagpad. Harde tijden volgens de imker. Zijn vader ging later werken bij Atlanta Kantoorartikelen in Hoogezand.
Van arbeider naar imker
Schieving werkte jarenlang in de industrie in Wageningen, maar verloor zijn belangstelling voor de natuur nooit. Uiteindelijk keerde hij terug naar de wereld van de bijen. Niet uit nostalgie alleen, maar ook vanuit een groeiend besef dat bestuivende insecten steeds belangrijker worden.
Volgens hem onderschatten veel mensen hoeveel voedsel afhankelijk is van bestuiving. Fruitbomen, bloemen en tal van landbouwgewassen profiteren van het werk dat honingbijen dagelijks verrichten. Zonder die bestuiving zou het landschap er anders uitzien en zouden voedselketens onder druk komen te staan.
Kennis doorgeven aan een nieuwe generatie
Juist daarom zoekt Schieving actief contact met scholen. Regelmatig geeft hij gastlessen waarin hij leerlingen kennis laat maken met het leven van de honingbij. Daarbij neemt hij imkerpakken mee en laat hij zien hoe een volk functioneert.
Volgens hem lijkt niet iedere leerling direct onder de indruk, maar vaak blijkt jaren later dat de informatie toch is blijven hangen. Dat is precies wat hem motiveert. Wie begrijpt hoe belangrijk bestuivers zijn, kijkt anders naar de natuur.
Een hobby die geld en tijd kost
Imkeren is volgens Schieving een prachtige bezigheid, maar zeker geen goedkope hobby. Beginnende imkers volgen eerst cursussen, worden lid van een vereniging en moeten investeren in kasten en materialen.
Om nieuwe liefhebbers een kans te geven, schenkt hij regelmatig een bijenvolk aan starters. Daarnaast begeleidt hij hen tijdens de eerste jaren. Kennisoverdracht vindt hij essentieel. Zonder nieuwe imkers dreigt veel ervaring verloren te gaan.
Binnen de imkerwereld bestaat bovendien een sterke traditie van onderlinge hulp. Ervaren imkers delen materiaal, kennis en soms complete volken met beginners.
De perfecte locatie bestaat niet
Wie denkt dat een bijenkast ergens in een hoek van een tuin kan worden neergezet, vergist zich volgens Schieving. Een goede locatie beschikt over voldoende bloeiende planten, beschutting en water.
Vooral in het voorjaar zijn bloeiende fruitbomen van groot belang. Later in het seizoen volgen andere nectarbronnen zoals acacia’s en lindebomen. Tussen bloeiperioden kunnen echter moeilijke weken ontstaan waarin voedsel schaars is.
In zulke periodes houdt de imker zijn volken nauwlettend in de gaten. Soms voert hij extra voedsel bij om te voorkomen dat een volk verzwakt. Volgens hem hoort dat bij verantwoord imkeren.
Een samenleving die perfect georganiseerd is
Wat Schieving misschien nog het meest bewondert, is de organisatie binnen een bijenvolk. Duizenden dieren werken samen zonder centrale aansturing zoals mensen die kennen.
De koningin lijkt op papier de belangrijkste bij, maar in werkelijkheid bepalen de werkbijen veel van wat er gebeurt. Zij verzorgen de larven, bouwen de raten, verzamelen nectar en stuifmeel en onderhouden de kast.
De ontwikkeling van een bij blijft hem fascineren. Uit een minuscuul eitje ontstaat eerst een larve en vervolgens een volledig volwassen insect. Dat proces herhaalt zich duizenden keren per seizoen.
Het spektakel van het zwermen
Een bijzonder moment in het leven van een bijenvolk is het zwermen. Wanneer een kast te vol raakt, vertrekt ongeveer de helft van het volk samen met de oude koningin om elders een nieuwe kolonie te stichten.
Voor omwonenden kan zo’n zwerm indrukwekkend of zelfs beangstigend zijn. Duizenden bijen verzamelen zich tijdelijk in een boom of struik. Voor een imker is het echter een natuurlijk proces.
Wanneer hij een melding krijgt van een zwerm, gaat Schieving op pad om de bijen veilig op te vangen. Met een speciale kast geeft hij het volk vervolgens een nieuwe plek.
Zorgen over de toekomst
Ondanks zijn enthousiasme maakt Schieving zich zorgen over de toekomst van bestuivers. Veranderingen in het landschap, afnemende biodiversiteit en perioden van extreme droogte maken het voor insecten steeds lastiger.
Toch ziet hij ook positieve ontwikkelingen. Steeds meer mensen kiezen voor bloemrijke tuinen en er ontstaat meer aandacht voor natuurvriendelijk beheer van groen. Volgens hem kan iedereen een bijdrage leveren. Een paar bloeiende planten, minder bestrijdingsmiddelen en aandacht voor insecten maken al verschil.
Meer dan een hobby
Voor Schieving is imkeren uiteindelijk veel meer dan het oogsten van honing. Het is een manier om verbonden te blijven met de natuur en met een traditie die generaties teruggaat.
Terwijl duizenden bijen af en aan vliegen rond zijn kasten, kijkt hij met bewondering toe. Na al die jaren blijft het leven in een bijenvolk hem verrassen. Dat is precies de reden waarom hij zijn kennis blijft delen. “Want hoe klein een honingbij ook is, haar betekenis voor mens en natuur is nauwelijks te overschatten.” Aldus imker Schieving.
Fotoreportage:











Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.



