Kabinet wil inkomensafhankelijke huurverhoging verplicht stellen

Bouwen en wonen

Het kabinet wil woningcorporaties verplichten om de huur van sociale huurwoningen jaarlijks extra te verhogen bij huishoudens met een hoger inkomen. De verhoging moet € 50 of € 100 per maand bedragen, afhankelijk van het inkomen. De maatregel maakt deel uit van een bredere aanpak van scheefhuur, waarbij het kabinet sociale huurwoningen beschikbaar wil houden voor huishoudens voor wie deze woningen bedoeld zijn.

De plannen zijn op 21 september 2026 door het kabinet bekendgemaakt. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werkt de voorstellen verder uit. Het kabinet streeft ernaar om begin 2027 een wetsvoorstel voor internetconsultatie te publiceren. De aangekondigde maatregelen zijn op dit moment dus nog geen nieuwe wettelijke verplichtingen voor woningcorporaties.

Inkomensafhankelijke huurverhoging bestaat al

Een inkomensafhankelijke huurverhoging bestaat sinds 2013. Woningcorporaties kunnen huurders van een sociale huurwoning met een hoger inkomen een hogere jaarlijkse huurverhoging opleggen dan andere huurders. De corporatie kan er op dit moment voor kiezen om de regeling toe te passen. Daarbij vindt overleg plaats met de huurdersorganisatie.

De huidige regels kennen vanaf 1 juli 2026 al verschillende maximale huurverhogingen. Voor huishoudens met een hoger middeninkomen bedraagt de maximale inkomensafhankelijke verhoging € 50 per maand. Voor huishoudens met een hoog inkomen is dat € 100 per maand. Voor huishoudens die niet onder de inkomensafhankelijke verhoging vallen, geldt bij zelfstandige sociale huurwoningen een maximum van 4,1 procent of € 25 bij huren onder € 350.

De inkomensgrenzen zijn afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. Voor een eenpersoonshuishouden ligt de grens voor een hoger middeninkomen in 2026 bij € 59.504 en die voor een hoog inkomen bij € 70.149. Voor huishoudens van twee of meer personen zijn deze grenzen respectievelijk € 68.858 en € 93.531.

Verplichting voor woningcorporaties

Het kabinetsvoorstel gaat verder dan de huidige regeling doordat woningcorporaties de inkomensafhankelijke verhoging verplicht zouden moeten toepassen bij huurders die binnen de daarvoor aangewezen inkomenscategorieën vallen.

Volgens het kabinet gaat het om een verhoging van € 50 of € 100 per maand, afhankelijk van het inkomen. De verhoging zou ieder jaar opnieuw worden toegepast totdat de huur de maximale huurprijs heeft bereikt die op basis van het woningwaarderingsstelsel bij de woning hoort.

Het kabinet meldt dat in 2024 ongeveer 8 procent van de sociale huurders, ongeveer 177.000 huishoudens, een inkomen had dat in aanmerking zou komen voor deze inkomensafhankelijke huurverhoging. Dit cijfer heeft betrekking op de situatie in 2024 en is geen actuele schatting voor 2026.

Huurverhoging staat los van de maximale huurprijs

De voorgestelde systematiek betekent niet dat een woning onbeperkt duurder mag worden. Het kabinet koppelt de verhoging aan de maximale huurprijs die volgens het woningwaarderingsstelsel bij de woning hoort. Het aantal punten van een woning bepaalt de maximale huurprijs.

De huidige regels voor sociale huur kennen eveneens een grens. Een huurverhoging mag er niet toe leiden dat de huur boven de maximale huurprijs uitkomt die bij het puntenaantal van de woning hoort. De inkomensafhankelijke verhoging verandert volgens het kabinetsvoorstel dus niet het uitgangspunt dat de kwaliteit van de woning bepalend is voor de maximale huurprijs.

Kabinet wil ook vermogen meewegen

Naast inkomen kijkt het kabinet naar het vermogen van huurders. Bij de toewijzing van sociale huurwoningen wil het kabinet een vermogenstoets invoeren. Daardoor zouden bij nieuwe huurders niet alleen het inkomen, maar ook het aanwezige vermogen een rol kunnen spelen bij de vraag of iemand voor een sociale huurwoning in aanmerking komt.

Het kabinet onderzoekt daarnaast of huishoudens die al een sociale huurwoning huren en over vermogen beschikken, eveneens een extra huurverhoging van € 50 of € 100 kunnen krijgen. Dit onderdeel is nog onderwerp van onderzoek en vormt nog geen vastgesteld wetsvoorstel.

Ook wordt met woningcorporaties gesproken over een mogelijke toets op eigenwoningbezit bij de toewijzing van sociale huurwoningen.

Woonbond heeft stevige kritiek

De Woonbond verzet zich tegen het verplicht stellen van de inkomensafhankelijke huurverhoging. Volgens de huurdersorganisatie kan de regeling ertoe leiden dat huurders met een hoger inkomen jaarlijks € 50 of € 100 extra gaan betalen, ook wanneer hun huidige huur al aanzienlijk hoger ligt dan de traditionele sociale huurgrens.

De Woonbond vindt bovendien dat huurdersorganisaties minder ruimte krijgen om invloed uit te oefenen op de lokale toepassing van de huurverhoging wanneer de maatregel verplicht wordt. De organisatie pleit er onder meer voor dat een inkomensafhankelijke verhoging stopt zodra de huur boven de sociale huurgrens uitkomt. Ook vraagt de Woonbond om een verlaging van de huur wanneer het inkomen van een huurder later weer daalt.

Het kabinet stelt daar tegenover dat de maatregel onderdeel is van een bredere aanpak om sociale huurwoningen beschikbaar te houden voor huishoudens met een lager inkomen. In die aanpak wordt niet alleen gekeken naar huurverhogingen, maar ook naar vermogen en eigenwoningbezit bij de toewijzing van sociale huurwoningen.

Wetgeving moet nog worden uitgewerkt

De aangekondigde maatregel is nog niet van kracht. Het ministerie moet de plannen eerst verder uitwerken. Het kabinet heeft aangegeven het wetsvoorstel begin 2027 in internetconsultatie te willen brengen. Daarna volgt het verdere wetgevingstraject. De precieze voorwaarden, uitzonderingen en grenzen moeten in de verdere uitwerking worden vastgesteld.

Het kabinet heeft bovendien aangegeven dat kwetsbare wijken kunnen worden uitgezonderd van de inkomensafhankelijke huurverhoging. Over de manier waarop zulke uitzonderingen worden vormgegeven, moeten nog afspraken worden gemaakt.

De discussie gaat daarmee niet alleen over de hoogte van de huur, maar ook over de vraag hoe schaarse sociale huurwoningen worden verdeeld en welke rol inkomen en vermogen daarbij spelen. De bestaande inkomensafhankelijke huurverhoging blijft voorlopig onderdeel van de huidige regelgeving; het voorstel van het kabinet moet nog worden omgezet in wetgeving.

Dit artikel is gebaseerd op de bekendmaking van het kabinet via de Rijksoverheid en de berichtgeving van de Woonbond. De actuele regels en inkomensgrenzen voor huurverhogingen zijn gecontroleerd aan de hand van de informatie van de Rijksoverheid over de .

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 8