Het westnijlvirus is in 2026 opnieuw in Nederland vastgesteld. Het virus wordt verspreid door besmette muggen en kan bij mensen een infectie veroorzaken die meestal zonder klachten verloopt. In een klein deel van de gevallen ontstaat een ernstige ziekte. Ook in Gelderland zijn dit jaar besmettingen vastgesteld bij mensen, dieren en muggen.
Westnijlvirus verspreidt zich via muggen
Het westnijlvirus komt voor bij vogels. De gewone huissteekmug kan het virus opnemen wanneer zij een besmette vogel steekt. Een besmette mug kan het virus vervolgens via een beet overdragen op andere vogels en soms op mensen en zoogdieren, waaronder paarden. Mensen en paarden kunnen het virus niet verder verspreiden via een muggenbeet. De RIVM-uitleg over westnijlkoorts beschrijft deze overdrachtscyclus en de rol van de gewone huissteekmug.
De actuele Nederlandse cijfers laten zien dat het virus in 2026 op meerdere plaatsen circuleert. Tot en met 23 september zijn 44 menselijke besmettingen gemeld. Daarvan zijn twee besmettingen vastgesteld in Gelderland. In totaal zijn vijf patiënten overleden. Bij dieren zijn 136 besmette paarden en 171 besmette vogels gemeld. Daarnaast zijn vier positieve muggenpools gevonden, waarvan één in Gelderland. Deze cijfers staan in de actuele RIVM-update van 24 september 2026.
De meeste mensen krijgen geen klachten
Een besmetting met het westnijlvirus leidt niet automatisch tot ziekte. Volgens het RIVM krijgt ongeveer 80 procent van de geïnfecteerde mensen geen klachten. Ongeveer 19 procent krijgt een mild, griepachtig ziektebeeld. Daarbij kunnen koorts, hoofdpijn, spierpijn, buikpijn en diarree voorkomen. Huiduitslag en vergrote lymfeklieren zijn eveneens beschreven.
De klachten ontstaan meestal twee tot zes dagen na een besmette muggenbeet. De incubatietijd kan volgens de medische richtlijn oplopen tot veertien dagen. De LCI-richtlijn Westnijlvirusinfectie beschrijft daarnaast dat het griepachtige ziektebeeld doorgaans binnen ongeveer een week verdwijnt.
De klachten zijn niet specifiek voor westnijlkoorts. Koorts, hoofdpijn en spierpijn kunnen verschillende oorzaken hebben. Alleen op basis van dergelijke symptomen kan daarom niet worden vastgesteld dat iemand met het westnijlvirus is besmet.
Bij een klein deel ontstaat een ernstige infectie
Bij ongeveer 1 procent van de infecties ontstaat een ernstige neurologische vorm van de ziekte. Het virus kan dan het zenuwstelsel aantasten en onder meer hersenontsteking, hersenvliesontsteking of acute slappe verlamming veroorzaken.
Bij ernstige ziekte kunnen hoge koorts, hevige hoofdpijn, nekstijfheid, verwardheid, bewustzijnsproblemen, spierzwakte, trillingen, stuipen of verlammingsverschijnselen optreden. De WHO-informatie over het westnijlvirus noemt deze neurologische verschijnselen als signalen waarbij onmiddellijk medische hulp nodig is.
Een ernstig verloop kan bij mensen van verschillende leeftijden voorkomen. Oudere mensen en mensen met een verminderde afweer hebben volgens het RIVM een grotere kans op ernstige ziekte. De ernst van een infectie kan dus niet uitsluitend aan leeftijd of algemene gezondheid worden afgemeten.
Er is geen specifieke behandeling
Er bestaat geen specifieke antivirale behandeling tegen een infectie met het westnijlvirus. Bij een milde infectie bestaat de behandeling uit het bestrijden van klachten en voldoende rust en vocht. Bij een ernstige infectie kan ziekenhuisopname nodig zijn.
Bij neurologische ziekte bestaat de behandeling uit ondersteunende medische zorg. Volgens de LCI-richtlijn kan daarbij onder meer vochttoediening, ondersteuning van de ademhaling en het voorkomen van secundaire infecties nodig zijn. Er is voor mensen geen vaccin tegen het westnijlvirus beschikbaar.
Wie na een mogelijke besmetting ernstige neurologische klachten krijgt, moet medische hulp zoeken. Bij klachten die passen bij een ernstige infectie is het niet verstandig om af te wachten of de symptomen vanzelf verdwijnen.
Muggenbeten voorkomen is de belangrijkste bescherming
Omdat het westnijlvirus in Nederland voornamelijk via de beet van een besmette mug wordt overgedragen, is het voorkomen van muggenbeten de belangrijkste manier om het risico op besmetting te beperken. Bedekkende kleding kan de hoeveelheid onbedekte huid verminderen. Daarnaast kunnen horren, klamboes en insectenwerende middelen worden gebruikt.
Muggen kunnen zich ontwikkelen op plaatsen waar langere tijd stilstaand water aanwezig is. Rond woningen gaat het bijvoorbeeld om water in emmers, bloempotten, schotels, gieters en niet-afgedekte regentonnen. Het verwijderen of afdekken van dergelijke plekken kan het aantal mogelijke broedplaatsen verminderen.
De LCI-richtlijn adviseert daarnaast om vooral in de schemering maatregelen te nemen tegen muggenbeten. De gewone huissteekmug is in Nederland de belangrijkste muggensoort die bij de overdracht van het westnijlvirus betrokken is.
Wat betekent de aanwezigheid van het virus in Gelderland?
De vaststelling van twee menselijke besmettingen en één positieve muggenpool betekent dat het virus in Gelderland is aangetroffen. Dat betekent niet dat iedere inwoner van de provincie een groot risico loopt om besmet te raken. De kans op een infectie hangt onder meer samen met de aanwezigheid van besmette muggen en de blootstelling aan muggenbeten.
De Nederlandse monitoring kijkt daarom niet alleen naar mensen. Ook vogels, paarden en muggen worden onderzocht. De aanwezigheid van het virus bij dieren kan informatie geven over de verspreiding ervan. De NVWA beschrijft de monitoring van het westnijlvirus bij paarden en dieren en werkt daarbij samen met andere organisaties die de verspreiding van het virus onderzoeken.
Een muggenbeet betekent niet automatisch besmetting
Een muggenbeet betekent niet dat iemand het westnijlvirus heeft opgelopen. Daarvoor moet de mug besmet zijn geweest met het virus. Bovendien krijgt het grootste deel van de mensen die besmet raken geen klachten.
Voor inwoners van Gelderland zijn vooral praktische maatregelen relevant: voorkom muggenbeten, beperk mogelijke broedplaatsen rond de woning en let bij ziekteverschijnselen op het verloop van de klachten. Bij ernstige neurologische verschijnselen is snelle medische beoordeling noodzakelijk.
De aanwezigheid van het westnijlvirus in Gelderland wordt door de Nederlandse gezondheids- en veterinaire instanties gevolgd. De actuele cijfers kunnen veranderen naarmate nieuwe besmettingen bij mensen, dieren en muggen worden vastgesteld.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 261






