Nederland telt bijna 135.000 vakantiewoningen op vakantieparken. Tegelijkertijd bedraagt het statistische woningtekort in 2026 naar schatting 384.000 woningen. Vooral in Gelderland, waar veel vakantieparken liggen, roept dat de vraag op hoeveel recreatiewoningen een rol kunnen spelen bij het oplossen van de woningnood. De cijfers van het Kadaster, het CBS en het ministerie van Volkshuisvesting laten zien dat de voorraad aanzienlijk is, maar ook dat niet iedere vakantiewoning beschikbaar is voor woningzoekenden.
Vakantieparken in Gelderland: landelijke voorraad groeit
Volgens het Kadasteronderzoek naar vakantiewoningen van juli 2026 zijn er in Nederland bijna 4.000 vakantieparken, met daarop gezamenlijk bijna 135.000 vakantiewoningen. De meeste parken liggen in Gelderland en Zeeland. Sinds 2020 zijn bovendien in Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland de meeste nieuwe vakantiewoningen bijgekomen.
Van de vakantiewoningen is 63 procent in handen van particulieren en 29 procent van bedrijven. De overige woningen hebben andere eigenaren. Het Kadaster schat dat 14 procent van de vakantiewoningen permanent wordt bewoond. De voorraad is daarmee niet gelijk aan het aantal woningen dat nog beschikbaar zou kunnen komen voor mensen die een huis zoeken.
De cijfers laten zien hoe groot de recreatieve woningvoorraad is, maar geven niet automatisch inzicht in de mogelijkheden om die voorraad om te zetten naar reguliere huisvesting. Daarvoor zijn gegevens nodig over het gebruik, de staat van de gebouwen en de geldende bestemming.
Woningtekort in 2026: 384.000 woningen nodig volgens de raming
Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening raamt het statistische woningtekort in 2026 op 384.000 woningen. Volgens de berekening van het ministerie zijn er circa 8,5 miljoen huishoudens en 8,34 miljoen woningen. De woningvraag wordt geraamd op 427.000 woningen, terwijl 43.000 woningen beschikbaar zijn voor bewoning.
Het woningtekort is een statistische indicator voor de spanning op de woningmarkt. Het is geen overzicht van individuele woningzoekenden en kan niet één op één worden vergeleken met het aantal recreatiewoningen. Sommige huishoudens wonen bijvoorbeeld in gedeelde huisvesting of in bijzondere woonvormen, waaronder recreatiewoningen, terwijl zij een zelfstandige woning zoeken.
Een vergelijking tussen beide aantallen geeft daarom vooral de omvang van het vraagstuk weer. Het werkelijke aantal recreatiewoningen dat kan bijdragen aan het terugdringen van het tekort, is afhankelijk van de geschiktheid, beschikbaarheid en juridische mogelijkheden per locatie.
Kwaliteit van vakantiehuizen: geen landelijke indeling naar staat
Een belangrijk onderdeel van het vraagstuk is de bouwkundige kwaliteit van recreatiewoningen. Moderne, goed geïsoleerde bungalows verschillen wezenlijk van oudere chalets of accommodaties die achterstallig onderhoud hebben. Ook de aanwezigheid van verwarming, sanitaire voorzieningen, brandveiligheid en een betrouwbare aansluiting op nutsvoorzieningen is van belang wanneer een recreatiewoning als reguliere woning wordt gebruikt.
In de geraadpleegde openbare cijfers is geen complete landelijke of Gelderse verdeling gevonden waarin vakantiewoningen zijn ingedeeld naar kwaliteitsklassen, zoals goed, matig, slecht of onbewoonbaar. Ook is niet vastgesteld hoeveel woningen zonder ingrijpende renovatie geschikt zijn voor permanente bewoning. Een betrouwbaar percentage woningen in een goede of slechte staat kan daarom niet worden genoemd.
De Rijksoverheid heeft wel een kwaliteits- en afwegingskader voor wonen in recreatiewoningen gepubliceerd. Gemeenten kunnen dit gebruiken wanneer zij beoordelen of wonen op een vakantiepark passend is. Daarbij gaat het niet alleen om de gebouwen zelf, maar ook om ruimtelijke ordening, economie, de sociale situatie en veiligheid.
Permanente bewoning: Gelderland telt de meeste geregistreerde bewoners
Recreatiewoningen worden al gebruikt als woonruimte. Het CBS meldde in september 2024 dat op 1 januari van dat jaar ruim 59.000 mensen met een woonadres op een vakantiepark stonden ingeschreven. Gelderland telde met ongeveer 10.500 geregistreerde bewoners de grootste groep van alle provincies. De cijfers zijn gepubliceerd in het CBS-onderzoek naar wonen op vakantieparken.
Het werkelijke aantal bewoners kan hoger liggen, omdat mensen die er wonen maar niet op het parkadres staan ingeschreven niet in deze telling zijn opgenomen. De cijfers zeggen bovendien niets over de vraag hoeveel van deze bewoners hun woning zouden willen verlaten of hoeveel recreatiewoningen hierdoor beschikbaar zijn voor nieuwe bewoners.
Voor het woningbeleid is dat onderscheid van belang. Het beschermen van mensen die al permanent in een recreatiewoning wonen, is iets anders dan het toevoegen van nieuwe woningen aan de beschikbare voorraad. Beide vraagstukken vragen om een afzonderlijke beoordeling.
Regels voor permanente bewoning: gemeente beslist over bestemming
Permanente bewoning van een recreatiewoning is niet automatisch toegestaan. Volgens de Rijksoverheid hangt dit af van het omgevingsplan van de gemeente of van een toepasselijke vergunning. Gemeenten kunnen handhaven wanneer een recreatiewoning in strijd met de regels permanent wordt bewoond.
In juli 2026 maakte het kabinet bekend dat het afziet van de eerder voorbereide landelijke instructieregel voor bestaande bewoners. Uit een uitvoeringstoets bleek dat deze regeling in combinatie met het huidige huurtoeslagbeleid niet uitvoerbaar was. In plaats daarvan wil het kabinet met gemeenten werken aan bescherming van bewoners in schrijnende situaties en aan oplossingen voor parken die geheel of gedeeltelijk kunnen worden omgezet naar woonwijken.
De afspraken zijn toegelicht in het nieuwsbericht van de Rijksoverheid van 3 juli 2026. Gemeenten blijven primair verantwoordelijk voor de transformatie van vakantieparken. Of een park daarvoor geschikt is, moet per locatie worden beoordeeld.
Hoeveel vakantiehuizen kunnen bijdragen aan de woningmarkt?
De landelijke cijfers brengen de omvang van de recreatieve woningvoorraad en het woningtekort in beeld, maar bieden nog geen volledig overzicht van het aantal recreatiewoningen dat technisch geschikt, juridisch beschikbaar en financieel haalbaar is om als reguliere woning te gebruiken. Vooral voor Gelderland ontbreekt in de geraadpleegde openbare bronnen een complete inventarisatie waarin aantallen, bouwkundige kwaliteit, huidig gebruik en lokale woningbehoefte samenkomen.
Een dergelijke inventarisatie vraagt om gegevens van gemeenten, het Kadaster, het CBS en parkbeheerders, aangevuld met bouwkundige beoordelingen en onderzoek naar de lokale woningvraag. Pas dan kan per gemeente worden vastgesteld hoeveel recreatiewoningen eventueel kunnen worden ingezet en welke investeringen daarvoor nodig zijn.
Dit artikel is opgesteld door de redactie van Gelderland Magazine op basis van openbare gegevens en beleidsdocumenten van het Kadaster, het CBS en de Rijksoverheid.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 109





