De particuliere huursector in Nederland is in 2025 opnieuw kleiner geworden. Vooral woningen van individuele particuliere verhuurders verdwijnen uit het huursegment en komen in de koopsector terecht. In twee jaar tijd ging het landelijk per saldo om ruim 57.000 woningen. Ook in Gelderland is deze verschuiving zichtbaar. De cijfers laten zien dat niet alleen het aantal huurwoningen verandert, maar ook de samenstelling van de woningmarkt.
Particuliere huurwoningen in Nederland nemen verder af
Op 1 januari 2026 telde Nederland ongeveer 1,16 miljoen particuliere huurwoningen. Dat zijn er 22.000 minder dan een jaar eerder. In 2024 was de afname met ongeveer 3.000 woningen aanzienlijk kleiner. De krimp in 2025 is daarmee sterker dan in het voorgaande jaar.
De daling zit vooral bij woningen die eigendom zijn van natuurlijke personen. Dit zijn particuliere verhuurders die bijvoorbeeld één of meerdere woningen bezitten. Hun gezamenlijke woningbezit in de verhuursector nam in 2025 met bijna 37.000 woningen af tot ongeveer 492.000. Dat is een daling van 7 procent. In 2024 was bij deze groep al sprake van een afname van ongeveer 22.000 woningen.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) baseert de cijfers op gegevens van het CBS en het Kadaster. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Gelderland: 9,7 procent van particuliere huur naar koop
Ook in Gelderland zijn particuliere huurwoningen overgegaan naar de koopsector. Volgens de provinciale cijfers van het CBS bedraagt het aandeel van deze overgang over 2024 en 2025 9,7 procent.
Daarmee ligt Gelderland onder Utrecht, waar het percentage 13,5 bedraagt, en Noord-Holland met 12,6 procent. In Limburg is het aandeel met 6,3 procent het laagst, gevolgd door Zeeland met 7 procent.
Het percentage van Gelderland heeft betrekking op de overgang van huurwoningen van particuliere natuurlijke personen naar de koopsector. Het is dus geen daling van 9,7 procent van de totale Gelderse huurwoningvoorraad. Ook zegt het cijfer niet hoeveel woningen in iedere afzonderlijke gemeente zijn verkocht.
De provinciale cijfers laten wel zien dat de verschuiving niet uitsluitend een ontwikkeling is van de grote steden in de Randstad. Ook op de Gelderse woningmarkt is sprake van een verandering in de verhouding tussen huur en koop.
Waarom particuliere verhuurders woningen verkopen
Een deel van de discussie over de krimp van de particuliere huursector gaat over veranderde wet- en regelgeving. Op 1 juli 2024 trad de Wet betaalbare huur in werking. Daarmee werd de huurprijsregulering uitgebreid naar een groter deel van het middensegment. Het woningwaarderingsstelsel bepaalt binnen de gereguleerde segmenten welke maximale huurprijs bij de kwaliteit van een woning past.
Ook veranderden de regels voor huurcontracten. Sinds 1 juli 2024 is door de Wet vaste huurcontracten een contract voor onbepaalde tijd opnieuw de norm. Voor bepaalde groepen en situaties bestaan wettelijke uitzonderingen.
Deze maatregelen hebben geleid tot discussie over de aantrekkelijkheid van particuliere verhuur. Verhuurdersorganisaties wijzen onder meer op de gevolgen van huurregulering, belastingdruk en onderhoudskosten voor het rendement op huurwoningen.
De CBS-cijfers stellen echter niet vast welk aandeel van de verkopen rechtstreeks door deze maatregelen wordt veroorzaakt. De geregistreerde eigendomsovergangen geven inzicht in wat er met woningen gebeurt, maar bewijzen niet waarom een individuele eigenaar besluit een woning te verkopen.
Verkochte huurwoningen waren gemiddeld meer waard
Het CBS constateert dat woningen die vanuit particuliere verhuur naar de koopsector overgingen gemiddeld andere kenmerken hebben dan woningen die in de verhuur achterbleven.
De woningen die op 1 januari 2026 als koopwoning werden geregistreerd, hadden een gemiddelde WOZ-waarde van 375.000 euro. Bij woningen die particulier werden verhuurd, lag dat gemiddelde op 327.000 euro.
Ook waren de woningen die naar de koopsector overgingen vaker eengezinswoningen. Daarnaast waren ze gemiddeld groter en nieuwer dan de woningen die in de particuliere verhuur achterbleven.
Dit onderscheid is relevant voor de beoordeling van de woningmarkt. Het laat zien dat niet alle typen huurwoningen in dezelfde mate uit de particuliere verhuur verdwijnen. De cijfers maken overigens niet duidelijk wie de woningen na verkoop heeft gekocht of in hoeverre deze woningen toegankelijk zijn geworden voor starters.
Minder nieuwe huurwoningen door transformatie
Niet alleen de bestaande woningvoorraad verandert. Ook het aantal nieuwe woningen dat ontstaat door bestaande gebouwen om te bouwen, neemt af.
Volgens een afzonderlijk onderzoek van het CBS zijn in 2025 ongeveer 6.400 woningen ontstaan door transformatie van bestaande panden, zoals kantoren en winkels. Dat is 19 procent minder dan in 2024. Het aantal particuliere huurwoningen dat door dergelijke transformaties tot stand kwam, daalde met 36 procent: van 5.700 in 2024 naar 3.700 in 2025.
Het CBS noemt de Wet betaalbare huur als een mogelijke verklaring voor de terugloop van particuliere huurwoningen uit transformatie. Het instituut presenteert dit nadrukkelijk als een mogelijke samenhang en niet als een bewezen oorzaak.
Ook Gelderland kende een daling. Het aantal woningtransformaties in de provincie nam in 2025 met meer dan een derde af. Dit laatste cijfer betreft alle woningtransformaties en niet uitsluitend particuliere huurwoningen, zoals blijkt uit het CBS-onderzoek naar woningtransformaties in 2025.
Wat verandert er op de Gelderse huurmarkt?
De cijfers laten twee ontwikkelingen naast elkaar zien. Enerzijds verdwijnen bestaande woningen uit de particuliere verhuur doordat ze naar de koopsector overgaan. Anderzijds komen er minder nieuwe particuliere huurwoningen bij door transformatie van bestaande gebouwen.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende eigendomscategorieën. Het aantal huurwoningen van woningcorporaties nam in 2025 landelijk juist met ongeveer 14.000 toe. Ook de koopwoningvoorraad groeide, met ongeveer 81.000 woningen. De totale woningvoorraad wordt dus niet op dezelfde manier geraakt als het particuliere huuraanbod.
Voor Gelderland is het provinciale percentage van 9,7 procent een belangrijke indicator. Om de gevolgen voor woningzoekenden en huurders verder te kunnen beoordelen, zijn aanvullende gegevens nodig over de ontwikkeling per gemeente, de beschikbaarheid van huurwoningen en de betaalbaarheid van het resterende aanbod.
De cijfers van het CBS geven daarmee inzicht in een veranderende woningmarkt, waarin de verhouding tussen particuliere huur, corporatiehuur en koopwoningen verschuift.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 21





