In de huidige landbouw draait het allang niet meer alleen om melk, aardappelen of fruit. Steeds meer boeren zoeken naar aanvullende inkomstenbronnen om hun bedrijf toekomstbestendig te maken. Agrotoerisme, het combineren van landbouw met recreatie en toerisme, wordt daarbij steeds vaker genoemd als kansrijke ontwikkeling. Zeker in Gelderland, met de Veluwe, de Achterhoek en de Betuwe, lijken de ingrediënten aanwezig. Maar kan agrotoerisme werkelijk uitgroeien tot een nieuw verdienmodel voor de Gelderse boer, of blijft het vooral een interessante aanvulling?
Een sector onder druk
De economische druk op agrarische bedrijven is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Boeren hebben te maken met stijgende kosten, strengere milieuregels, onzekerheid over stikstofbeleid en steeds grotere investeringen om aan nieuwe eisen te voldoen. Tegelijkertijd neemt het aantal landbouwbedrijven al jarenlang af.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zoeken steeds meer agrarische ondernemers daarom naar zogenoemde verbredingsactiviteiten: aanvullende inkomsten naast de primaire landbouw. In 2023 telde Nederland bijna 7.900 bedrijven met een vorm van recreatie, zorg, streekverkoop of educatie als nevenactiviteit. Daarmee is multifunctionele landbouw niet langer een niche, maar een serieuze economische pijler geworden.
Voor veel ondernemers gaat het daarbij niet om het vervangen van de landbouw, maar om het spreiden van risico’s. Juist die combinatie blijkt steeds aantrekkelijker.
Gelderland heeft alles in huis
Waar sommige provincies vooral afhankelijk zijn van één type landschap, beschikt Gelderland over een uitzonderlijk gevarieerd decor. De bossen van de Veluwe, de rivieren van de Betuwe, de coulisselandschappen van de Achterhoek en de uiterwaarden langs Rijn, Waal en IJssel trekken jaarlijks miljoenen bezoekers.
De provincie beschouwt recreatie en toerisme dan ook als een belangrijke economische sector. Volgens de Monitor Recreatie en Toerisme behoort Gelderland tot de grootste toeristische provincies van Nederland. Eind 2024 telde de provincie 1.266 logiesaccommodaties, waarvan een groot deel zich bevindt op de Veluwe en in de Achterhoek.
Dat biedt kansen voor agrariërs. Waar vroeger vooral campings ontstonden op voormalige weilanden, ontwikkelen ondernemers tegenwoordig complete belevenissen rond het boerenbedrijf.
Van boerderij naar beleving
Agrotoerisme is inmiddels veel meer dan kamperen tussen de koeien. Bezoekers willen ervaren waar voedsel vandaan komt, dieren verzorgen, fruit plukken, streekproducten proeven of enkele dagen meedraaien op een boerderij.
Daar spelen diverse Gelderse ondernemers op in. Bij BoerenBed Landgoed Volenbeek in Ermelo verblijven gasten midden op een werkende boerderij in comfortabele tenten zonder de drukte van een vakantiepark. In FarmCamps Den Branderhorst bij Hengelo (Gelderland) helpen kinderen met het voeren van kalfjes en maken zij kennis met het dagelijkse boerenleven. Ook FarmCamps De Buitenhoeve in Haaften combineert een actief agrarisch bedrijf met luxe verblijfsrecreatie.
In de Betuwe openen steeds meer fruitbedrijven hun boomgaarden voor bezoekers die zelf kersen, appels of peren willen plukken. Vaak worden deze activiteiten gecombineerd met boerderijwinkels, horeca, streekmarkten en fietsroutes. Hiermee ontstaat een totaalconcept waarin landbouw, recreatie en streekproducten elkaar versterken.
Meer dan een extra camping
Dat recreatie op de boerderij serieus geld kan opleveren, blijkt uit onderzoek van AgriHolland, gebaseerd op cijfers van Wageningen University & Research. Hoewel het aantal recreatiebedrijven niet ieder jaar groeit, nam de omzet van verblijfs- en dagrecreatie op boerderijen in eerdere onderzoeken fors toe. Deskundigen wijzen erop dat succes tegenwoordig minder afhangt van het aantal slaapplaatsen en veel meer van ondernemerschap, kwaliteit en onderscheidend vermogen.
Juist daarin lijken Gelderse ondernemers zich steeds vaker te onderscheiden. Niet alleen door een mooie locatie, maar ook door educatie, natuurbeleving, streekproducten en persoonlijke gastvrijheid.
Natuur wordt onderdeel van het verdienmodel
Interessant is dat agrotoerisme natuur ineens economische waarde geeft. Een bloemrijke akkerrand, houtwal of kruidenrijk grasland levert niet alleen biodiversiteit op, maar maakt een erf ook aantrekkelijker voor bezoekers. Wandelaars, fietsers en gezinnen zoeken steeds vaker rust, ruimte en authenticiteit. Een kaal productiebedrijf trekt minder toeristen dan een erf waar natuur zichtbaar aanwezig is.
Daarmee ontstaat een ontwikkeling waarin natuurbeheer niet langer uitsluitend een kostenpost is, maar onderdeel wordt van de bedrijfsstrategie.
Ook de provincie Gelderland stimuleert innovaties die bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw. In de Kadernota Agrifood wordt nadrukkelijk ingezet op nieuwe verdienmodellen, innovatie en verbinding tussen boeren, kennisinstellingen en ondernemers.
Niet iedere boer kan recreatieboer worden
Toch kent agrotoerisme ook duidelijke grenzen. Niet ieder agrarisch bedrijf ligt langs populaire fietsroutes of in een aantrekkelijk recreatiegebied. Ook vraagt het ontvangen van gasten om andere vaardigheden dan het runnen van een melkveebedrijf of akkerbouwbedrijf.
Een recreatiebedrijf betekent marketing, reserveringssystemen, sociale media, gastvrijheid, vergunningen en investeringen in accommodaties. Dat vraagt tijd, kapitaal en ondernemerschap. Bovendien willen veel boeren juist boer blijven. Zij kiezen bewust niet voor een dagelijks leven waarin toeristen over het erf lopen.
Deskundigen benadrukken daarom dat agrotoerisme geen wondermiddel is voor de landbouwsector, maar vooral geschikt is voor ondernemers die bewust kiezen voor verbreding.
De verbinding tussen stad en platteland
Misschien is de grootste winst van agrotoerisme niet eens financieel. Steeds minder Nederlanders hebben nog direct contact met de landbouw. Een verblijf op een boerderij laat bezoekers zien hoeveel werk schuilgaat achter een glas melk, een appel of een aardappel. Kinderen ontdekken waar voedsel vandaan komt en volwassenen krijgen meer begrip voor de keuzes die boeren dagelijks moeten maken.
Dat maatschappelijke effect wordt steeds belangrijker nu discussies over stikstof, natuur en landbouw vaak scherp tegenover elkaar lijken te staan. Een boerderij die bezoekers ontvangt, wordt letterlijk een ontmoetingsplek tussen producent en consument.
De toekomst ligt waarschijnlijk in de combinatie
Agrotoerisme zal de traditionele landbouw niet vervangen. Daarvoor zijn de verschillen tussen bedrijven, locaties en ondernemers simpelweg te groot.
Toch laat de ontwikkeling zien dat de toekomst van het boerenbedrijf steeds minder afhankelijk wordt van één inkomstenbron. Wie landbouw weet te combineren met recreatie, streekproducten, educatie of natuurbeheer, maakt zijn bedrijf vaak minder kwetsbaar voor prijsschommelingen op de wereldmarkt.
Juist Gelderland heeft daarvoor uitstekende papieren. Met haar afwisselende landschappen, sterke recreatieve positie en innovatieve agrarische sector beschikt de provincie over vrijwel alle ingrediënten om agrotoerisme verder te laten groeien.
Voor veel boeren zal het daarom niet dé nieuwe manier van ondernemen worden, maar wél een belangrijk onderdeel van een toekomstbestendig verdienmodel waarin landbouw, natuur en recreatie elkaar versterken.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.




