Rechtbank vernietigt besluit over sierteelt in Voorst

Rechtbank vernietigt besluit over sierteelt in Voorst: onderzoek naar spuitzone onvoldoende

Agrarische sector

De gemeente Voorst moet opnieuw beslissen over een omgevingsvergunning voor sierteelt op twee agrarische percelen. De rechtbank Gelderland heeft op 16 oktober 2026 geoordeeld dat het onderzoek naar de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen onvoldoende onderbouwd is om een kortere afstand tot woningen te rechtvaardigen. Daarmee krijgt een omwonende gelijk in zijn beroep tegen het gemeentelijke besluit. De uitspraak betekent niet dat de sierteelt definitief verboden is: de rechtbank heeft de vergunning niet geschorst.

Sierteelt in Voorst: gemeente moet opnieuw beslissen

Het geschil gaat over twee agrarische percelen in Voorst waar winterbes wordt geteeld voor de productie van siertakken met bessen. Volgens het geldende bestemmingsplan was sierteelt op deze percelen niet rechtstreeks toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders verleende daarom op 1 oktober 2021 een omgevingsvergunning om de functieaanduiding sierteelt uit te breiden.

Een omwonende maakte bezwaar tegen de vergunning. De rechtbank vernietigde op 18 december 2023 al een eerdere beslissing op bezwaar en droeg de gemeente op opnieuw naar de zaak te kijken. Op 20 december 2024 handhaafde het college de vergunning alsnog, met een aanvullende motivering en voorschriften over de teelt en de afscherming langs de perceelsgrens.

Tegen die tweede beslissing stelde de omwonende beroep in. De rechtbank behandelde de zaak opnieuw en benoemde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) als deskundige. In haar advies van 2 april 2026 concludeerde de STAB dat het onderzoek waarop de gemeente zich baseerde niet deugdelijk was als onderbouwing voor een kortere spuitvrije zone.

Gewasbeschermingsmiddelen en de richtafstand van 50 meter

Bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen kan een deel van de vloeistof buiten het behandelde gewas terechtkomen. Deze verspreiding wordt drift genoemd. Bij ruimtelijke besluiten over agrarische activiteiten in de buurt van woningen moet de gemeente beoordelen of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd.

Een afstand van 50 meter wordt in de rechtspraak vaak als uitgangspunt gebruikt bij agrarische teelten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Het is echter geen universele wettelijke minimumafstand die in iedere situatie automatisch geldt. De beoordeling hangt mede af van de concrete omstandigheden en de toepasselijke planologische regels. De Rijksoverheid legt uit dat gemeenten en provincies eigen maatregelen kunnen treffen, waaronder regels over de afstand tussen landbouwgrond en woningen.

In Voorst moest worden beoordeeld of de gebruikelijke richtafstand in deze specifieke situatie kon worden verkleind. Adviesbureau Adromi had daarvoor een locatiespecifiek onderzoek opgesteld. Daarin werd voorgesteld de afstand eerst terug te brengen van 50 naar 25 meter en vervolgens naar 12,5 meter. De gemeente nam deze benadering over in haar motivering.

STAB ziet onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing

De STAB onderzocht de redenering achter beide verkleiningsstappen. De eerste halvering was gebaseerd op de aangescherpte eisen voor driftreducerende technieken. Volgens de deskundige volgt uit een strengere eis voor driftreductie niet automatisch dat ook de benodigde afstand tot woningen met de helft kan worden verminderd. Een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing voor die stap ontbrak in het onderzoek van Adromi.

Voor de verdere verkleining naar 12,5 meter wees Adromi erop dat winterbes laagblijvend is en met een vlakkeveldspuit uitsluitend neerwaarts wordt bespoten. Daardoor zou volgens het adviesbureau minder drift ontstaan dan bij bijvoorbeeld boom- en fruitteelt, waarbij ook opwaarts en zijwaarts wordt gespoten. De STAB erkende dat het driftpatroon bij neerwaarts spuiten anders kan zijn, maar vond onvoldoende onderbouwd waarom dit op deze locatie precies de voorgestelde afstand rechtvaardigt.

De rechtbank volgde de beoordeling van de STAB. Ook de reacties van Adromi en de vergunninghouder op het deskundigenadvies brachten daarin geen verandering. Volgens de rechtbank was de motivering onvoldoende toegespitst op de concrete teelt, de plaatselijke omstandigheden en de afstand tot de gevoelige functies.

Windhaag moet bescherming tegen drift aantoonbaar verbeteren

Naast de afstand speelde de voorgeschreven afscherming een rol. De gemeente had bepaald dat langs de perceelsgrens een dichte meidoornhaag moest worden aangelegd, met op bepaalde plaatsen tijdelijk schermdoek. Die maatregelen moesten de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen naar woningen helpen beperken.

Een windhaag kan drift reduceren, maar de aanwezigheid ervan bewijst niet zonder meer dat op iedere afstand voldoende bescherming bestaat. Volgens de STAB was onvoldoende onderzocht welke beschermende werking de voorgeschreven haag in deze concrete situatie zou hebben. De rechtbank vond de onderbouwing daarom ook op dit punt ontoereikend.

Het RIVM-onderzoek naar een rekenmethode voor spuitzonering beschrijft eveneens dat wetenschappelijk niet eenduidig vaststaat op welke afstand van bespoten percelen mensen veilig kunnen wonen. Dat onderstreept het belang van een zorgvuldige beoordeling, maar vormt op zichzelf geen oordeel over de specifieke percelen in Voorst.

Vergunning sierteelt niet automatisch vervallen

De rechtbank heeft het besluit op bezwaar van 20 december 2024 vernietigd. Het college moet opnieuw een belangenafweging maken en een nieuw besluit nemen. Dat kan leiden tot een nieuwe onderbouwing van de vergunning, maar ook tot weigering ervan. De rechtbank heeft de uitkomst niet zelf bepaald.

De uitspraak trekt de oorspronkelijke vergunning uit 2021 dus niet automatisch in. Ook heeft de rechtbank geen onmiddellijk verbod op de sierteelt opgelegd. De zaak laat daarmee vooral zien dat een gemeente een kortere afstand tot woningen niet uitsluitend kan rechtvaardigen met algemene aannames over driftreductie of de aanwezigheid van een windhaag. De onderbouwing moet voldoende aansluiten bij de concrete locatie en de omstandigheden van de teelt.

Een verwant ruimtelijk vraagstuk speelde bij de uitbreiding van Camping Leurdijk in Winterswijk, waar de afstand tussen recreatie en agrarisch gebruik eveneens een rol speelde. Gelderland Magazine beschreef dat dossier eerder in het artikel Camping Leurdijk in Winterswijk kan uitbreiden: spuitvrije zone speelde ruimtelijke ontwikkeling parten. Het betreft een andere zaak en een andere gemeente.

De uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 oktober 2026 is gepubliceerd onder ECLI:NL:RBGEL:2026:7979. De gemeente Voorst is veroordeeld tot vergoeding van € 194 aan griffierecht en € 2.802 aan proceskosten voor de omwonende. Dit artikel is opgesteld door de redactie van Gelderland Magazine op basis van de rechterlijke uitspraak, het daarin besproken STAB-advies en openbare informatie van de Rijksoverheid en het RIVM.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 7