De toekomst van Gelderland ligt nog niet vast. De nieuwe Omgevingsvisie moet richting geven aan de ontwikkeling van de provincie tot 2050, maar Provinciale Staten moeten de visie nog vaststellen. Tegelijkertijd zijn andere regels voor de fysieke leefomgeving al gewijzigd. Daarmee komt de discussie over de toekomst van Gelderland op een belangrijk kruispunt: de langetermijnkoers ligt nog ter besluitvorming voor, terwijl concrete provinciale regels al worden aangepast.
In de eerste twee delen van deze serie stond de schaarse ruimte centraal. Woningbouw, landbouw, natuur, water, energie, infrastructuur, economie en defensie leggen allemaal claims op dezelfde provincie. De vraag is daardoor niet alleen waar ruimte beschikbaar is, maar vooral hoe verschillende functies met elkaar kunnen worden gecombineerd.
De nieuwe Omgevingsvisie moet daarvoor het provinciale kader bieden. De visie beschrijft de gewenste ontwikkeling van Gelderland richting 2050 en behandelt onder meer wonen, natuur, landbouw, water, energie, economie en defensie. De provincie heeft de ontwerpvisie na de formele participatie en een hoorzitting in augustus aan Provinciale Staten voorgelegd.
Besluit over de Omgevingsvisie uitgesteld
De oorspronkelijke planning is inmiddels gewijzigd. Provinciale Staten zouden de nieuwe Omgevingsvisie in september behandelen, maar daarvoor bleek tijdens de oordeelsvorming onvoldoende tijd beschikbaar. De behandeling van de visie is daarom uitgesteld.
Er komt op 9 december 2026 een extra oordeelsvormende vergadering. Een week later volgt de besluitvorming tijdens de Statenvergadering. Volgens de huidige provinciale planning wordt daarmee op 16 december 2026 over de Omgevingsvisie besloten.
Dat uitstel heeft een belangrijke consequentie voor de status van de visie. Het document dat nu voorligt, is nog geen vastgesteld provinciaal beleid. De ontwerpvisie vormt de basis voor de besluitvorming, maar Provinciale Staten kunnen het voorstel nog wijzigen voordat zij het vaststellen.
Een visie is iets anders dan een verordening
De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening hebben verschillende functies. De visie beschrijft de ambities en de gewenste ontwikkeling van Gelderland op langere termijn. De Omgevingsverordening bevat concrete provinciale regels voor de fysieke leefomgeving.
De provincie omschrijft zelf dat onderscheid ook zo. In de visie staan plannen en ambities voor de toekomst. De uitwerking daarvan kan vervolgens plaatsvinden via beleid, programma’s en provinciale regels in de Omgevingsverordening. Die verordening kan voorwaarden stellen aan activiteiten en bepalen of voor bepaalde activiteiten een vergunning of melding nodig is.
Dat betekent juridisch dat de vaststelling van de Omgevingsvisie niet automatisch betekent dat bestaande bestemmingen, vergunningen of individuele ontwikkelingen veranderen. Daarvoor zijn afzonderlijke regels, besluiten en procedures nodig.
De concrete regels zijn al aangepast
Juist op dit punt heeft zich de afgelopen weken een belangrijke ontwikkeling voorgedaan. Provinciale Staten hebben op 23 september 2026 de wijziging van de Gelderse Omgevingsverordening vastgesteld.
De gewijzigde regels gaan op 23 oktober 2026 in. Voor enkele onderdelen geldt een later moment. De Omgevingsverordening bevat regels over onder meer natuur, landschap, water, milieu, energie, wonen en ruimte.
De Staten hebben het voorstel tijdens de besluitvorming bovendien op verschillende onderdelen aangepast. Zo zijn amendementen aangenomen over de bescherming van oude bosgroeiplaatsen, biodiversiteit in klimaatrisicoanalyses, regels rond stikstof en maatwerk voor kleine windmolens bij agrarische bedrijven. Ook is een afstandsnorm voor nieuwe windturbines vastgesteld.
Daarmee ontstaat een opvallende situatie. De langetermijnvisie voor Gelderland tot 2050 moet nog worden vastgesteld, terwijl een belangrijk deel van de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving al een nieuwe juridische basis heeft gekregen.
De provincie bepaalt niet alles
De Omgevingsvisie moet niet worden gelezen als een provinciaal bestemmingsplan voor de komende 25 jaar. De provincie beschikt over belangrijke bevoegdheden, maar gemeenten, waterschappen en het Rijk hebben eveneens verantwoordelijkheden binnen de fysieke leefomgeving.
Gemeenten blijven bijvoorbeeld verantwoordelijk voor hun eigen omgevingsvisies en omgevingsplannen en nemen veel concrete besluiten over ontwikkelingen binnen hun grondgebied. Provinciale regels kunnen daarbij randvoorwaarden stellen wanneer provinciale belangen aan de orde zijn.
Dat onderscheid is voor inwoners en ondernemers van belang. De vaststelling van een Omgevingsvisie betekent niet dat een woningbouwplan, bedrijfsuitbreiding of agrarische ontwikkeling automatisch wordt toegestaan of verboden. Daarvoor blijven afzonderlijke procedures en besluiten noodzakelijk.
Water en bodem worden randvoorwaarden
Een van de belangrijkste veranderingen in de nieuwe ruimtelijke benadering is de positie van water en bodem. De provincie wil deze systemen nadrukkelijker betrekken bij de vraag waar en onder welke omstandigheden ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.
Dat heeft gevolgen voor verschillende functies tegelijk. Een locatie voor woningbouw moet niet alleen ruimte bieden aan woningen, maar moet ook passen bij de mogelijkheden van het watersysteem en de omgeving. Voor landbouw zijn bodem en water rechtstreeks verbonden met de bedrijfsvoering. Voor natuur zijn dezelfde systemen bepalend voor de kwaliteit en ontwikkeling van gebieden.
De ruimtelijke afweging verschuift daardoor van de vraag of ergens fysiek ruimte beschikbaar is naar de vraag of een ontwikkeling op die locatie ook op langere termijn passend is.
Wonen vraagt meer dan bouwgrond
De woningbouwopgave blijft een van de grootste ruimtelijke vraagstukken van Gelderland. De provincie wil woningbouw mogelijk maken, maar koppelt die ontwikkeling aan andere randvoorwaarden.
Een nieuwe woonwijk heeft niet alleen woningen nodig. Er zijn wegen, openbaar vervoer, energievoorziening, drinkwater, groen en voorzieningen nodig. Ook de ligging ten opzichte van bestaande steden en dorpen speelt een rol.
Daarmee wordt locatiekeuze belangrijker. Een stuk grond dat op zichzelf geschikt lijkt voor woningbouw, hoeft niet automatisch de meest geschikte locatie te zijn wanneer ook water, bereikbaarheid, energie en andere functies worden meegewogen.
De Omgevingsvisie probeert voor die afweging richting te geven. De daadwerkelijke keuze voor een woningbouwlocatie blijft vervolgens onderdeel van regionale en gemeentelijke besluitvorming.
Landbouw blijft onderdeel van de ruimtelijke puzzel
Voor de landbouw betekent de nieuwe benadering vooral dat de sector nadrukkelijker wordt bekeken in relatie tot de omgeving.
Landbouw blijft een belangrijke functie van het Gelderse buitengebied. Tegelijkertijd worden landbouw, natuur, water, bodem en biodiversiteit steeds meer in dezelfde ruimtelijke afweging betrokken.
De gevolgen daarvan zullen niet overal hetzelfde zijn. De omstandigheden verschillen per gebied. De Veluwe kent andere ruimtelijke vraagstukken dan de Gelderse Vallei, het Rivierengebied of de Achterhoek.
Daarom is de regionale benadering die in de eerste twee delen van deze serie centraal stond zo belangrijk. De Omgevingsvisie geeft een provinciale koers, maar de concrete uitwerking zal voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de kenmerken en belangen van het gebied.
Energie en economie vragen eveneens ruimte
Dezelfde spanning ontstaat bij economische ontwikkeling en de energietransitie.
Gelderland wil ruimte houden voor bedrijven, werkgelegenheid en economische ontwikkeling. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan energie-infrastructuur. Elektriciteitsnetten, transformatorstations en andere voorzieningen nemen ruimte in beslag die niet tegelijkertijd voor een andere functie beschikbaar is.
Voor ondernemers betekent dit dat een geschikte vestigingslocatie niet alleen wordt bepaald door de beschikbaarheid van grond. Bereikbaarheid, energievoorziening en de ruimtelijke gevolgen van een ontwikkeling kunnen eveneens bepalend zijn.
Daarmee wordt economische ontwikkeling steeds sterker verbonden met de fysieke inrichting van de provincie.
Defensie voegt een nieuwe ruimteclaim toe
Ook defensie is nadrukkelijk onderdeel geworden van de ruimtelijke discussie. In de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie zijn aanvullende randvoorwaarden voor de inpassing van defensieactiviteiten opgenomen.
Gedeputeerde Staten hebben in september een vervolgvoorstel aan Provinciale Staten voorgelegd waarin die randvoorwaarden aan het onderdeel Defensie van de Omgevingsvisie zijn toegevoegd. Ook is in dat voorstel een fout in de visie gecorrigeerd en zijn openstaande vragen uit de eerdere behandeling beantwoord.
Daarmee is de ontwerpvisie sinds de eerste versie inhoudelijk verder ontwikkeld. Het voorstel dat Provinciale Staten in december behandelen is dus niet exact hetzelfde document als waarmee het proces eerder begon.
De keuzes worden de komende jaren zichtbaar
De betekenis van de Omgevingsvisie zit daarom niet in één besluit waarmee Gelderland voor 2050 wordt vastgelegd. De betekenis ligt in de koers die de provincie kiest en de manier waarop die koers vervolgens wordt vertaald naar regels, programma’s en besluiten.
Voor inwoners kan dat uiteindelijk zichtbaar worden in de plaats waar woningen worden gebouwd, de inrichting van nieuwe wijken, de bescherming van natuurgebieden en de aanleg van infrastructuur. Voor boeren kan het gevolgen hebben voor de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven. Voor ondernemers kunnen energie, bereikbaarheid en ruimte bepalender worden voor uitbreidings- en vestigingsmogelijkheden.
De concrete gevolgen ontstaan echter niet allemaal op hetzelfde moment en komen niet uitsluitend voort uit de Omgevingsvisie. Daarvoor zijn ook de Omgevingsverordening, gemeentelijke omgevingsplannen, regionale afspraken en afzonderlijke besluiten van belang.
2050 begint nu
Daarmee komt de serie over de Gelderse Omgevingsvisie uit bij de kern van het vraagstuk. Gelderland heeft niet één ruimtelijk probleem, maar een groot aantal functies die elkaar raken. De provincie moet ruimte bieden aan woningen en economie, terwijl natuur, landbouw, water, energie, infrastructuur en defensie eveneens ruimte nodig hebben.
De nieuwe Omgevingsvisie moet helpen om die belangen voor de lange termijn in samenhang te beoordelen. De visie is echter nog niet vastgesteld. Provinciale Staten moeten in december bepalen welke koers uiteindelijk wordt vastgelegd.
Tegelijkertijd is een deel van de regelgeving al veranderd. De gewijzigde Omgevingsverordening treedt vanaf 23 oktober 2026 in werking, terwijl de discussie over de langetermijnkoers nog wordt voortgezet.
Dat maakt de komende maanden belangrijk voor de ruimtelijke toekomst van Gelderland. Niet omdat op één dag wordt bepaald hoe de provincie er in 2050 uitziet, maar omdat nu de beleidsmatige keuzes worden gemaakt die later doorwerken in plannen, regels en besluiten.
De strijd om iedere vierkante kilometer is daarmee niet voorbij. De vraag verschuift naar de volgende fase: welke keuzes maakt Gelderland wanneer niet iedere functie tegelijk ruimte kan krijgen?
Meer artikelen over de Omgevingsvisie:
- Deel 1: Gelderland 2050, de strijd om iedere vierkante kilometer
- Deel 2: Ruimte wordt schaars en keuzes worden complexer
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 34






