Kopje koffie, toen en nu

Van een kop koffie voor een paar gulden naar € 4 op het terras

Horeca

Een kop koffie, een glas bier of een eenvoudige maaltijd op een terras. Het zijn uitgaven die veel Nederlanders regelmatig doen. Rond 1990 kostte een kop koffie op een terras naar schatting 1,50 tot 2 gulden. Tegenwoordig betalen bezoekers bij sommige strandtenten € 4 voor een gewone koffie. In de tussentijd zijn niet alleen de prijzen veranderd, maar ook de lonen, de kosten van levensonderhoud en de manier waarop consumenten hun geld besteden. Hoe verhouden die ontwikkelingen zich tot elkaar?

Wat kostten koffie, bier en een eenvoudige maaltijd vroeger?

Voor een vergelijking met het begin van deze eeuw biedt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een historische reeks met gemiddelde consumentenprijzen. De tabel bevat onder meer een kop espresso in de horeca, een glas bier in een café, een frikandel en een pizza Margherita. De gegevens lopen van 2000 tot en met 2018 en zijn niet verder bijgewerkt.

In 2001 kostte een kop espresso gemiddeld € 1,28. Een glas bier in een café kostte € 1,41, een frikandel € 0,96 en een pizza Margherita € 6,42. Omgerekend tegen de officiële eurokoers van € 1 = ƒ 2,20371 komen die bedragen overeen met respectievelijk ongeveer 2,82 gulden, 3,11 gulden, 2,12 gulden en 14,14 gulden.

In 2018 waren de gemiddelde prijzen in dezelfde CBS-reeks opgelopen tot € 2,28 voor een espresso, € 2,58 voor een glas bier, € 1,77 voor een frikandel en € 7,72 voor een pizza Margherita. De tabel laat daarmee zien hoe de prijzen van verschillende horecaproducten zich in zeventien jaar ontwikkelden.

ProductPrijs in 2001Omgerekend naar guldensPrijs in 2018Prijsstijging
Espresso in de horeca€ 1,28ƒ 2,82€ 2,2878,1%
Glas bier in een café€ 1,41ƒ 3,11€ 2,5883,0%
Frikandel€ 0,96ƒ 2,12€ 1,7784,4%
Pizza Margherita€ 6,42ƒ 14,14€ 7,7220,2%

Bron: CBS, gemiddelde consumentenprijzen 2000–2018. De guldenbedragen zijn terugberekend met de officiële omrekenkoers. De percentages zijn berekend op basis van de gepubliceerde prijzen.

De algemene inflatie in dezelfde periode

Om deze bedragen in perspectief te plaatsen, kan de prijsontwikkeling worden vergeleken met de algemene inflatie. Volgens de consumentenprijsindex van het CBS steeg het algemene prijsniveau van 78,17 in 2001 naar 103,44 in 2018, met 2015 als basisjaar. Dat komt neer op een stijging van ongeveer 32,3 procent.

De prijs van een espresso steeg in die periode met 78,1 procent. Voor een glas bier was de stijging 83 procent en voor een frikandel 84,4 procent. De prijs van een pizza Margherita nam met 20,2 procent toe. De percentages beschrijven de ontwikkeling van de gemiddelde prijzen van deze specifieke producten en zijn geen maatstaf voor de winstgevendheid van de horeca.

De cijfers laten ook zien waarom het verschil tussen een afzonderlijk product en het algemene prijsniveau belangrijk is. De consumentenprijsindex omvat een breed pakket goederen en diensten. Een horecaproduct kan zich anders ontwikkelen dan dat gemiddelde, bijvoorbeeld doordat de kostenstructuur en de marktomstandigheden verschillen.

De prijsstijgingen rond de invoering van de euro

De prijsontwikkeling in de horeca kreeg kort na de invoering van de euro bijzondere aandacht. Het Centraal Planbureau (CPB) onderzocht de prijsstijgingen in opdracht van de minister van Financiën. In een publicatie van 11 september 2002 meldde het bureau dat de horecaprijzen in de eerste acht maanden van dat jaar gemiddeld 6,3 procent hoger lagen dan in dezelfde periode een jaar eerder.

In de analyse stelde het CPB dat hogere kosten een deel van de prijsstijging konden verklaren, maar niet de volledige stijging. Volgens het bureau waren er aanwijzingen dat horecaondernemingen de invoering van de euro hadden benut om hun winstmarges extra te verhogen. Het CPB raamde dat de indicator voor de winstgevendheid van de horeca in 2002 met 2,75 procentpunt verbeterde.

Het bureau wees er daarnaast op dat horecabedrijven hun prijzen vaak periodiek aanpassen en daarbij gebruikmaken van afgeronde bedragen. De invoering van de euro was een moment waarop prijzen opnieuw moesten worden vastgesteld. Ook de kostenstijgingen in 2001 en de eerdere ontwikkeling van de winstgevendheid speelden volgens de analyse een rol.

De bevindingen staan in de oorspronkelijke publicatie Prijsstijgingen in de horeca. Het onderzoek richtte zich op de horeca als sector en stelde niet vast dat juist koffie het product was waarop ondernemers de meeste extra winst maakten. Evenmin verklaart het rapport alle prijsstijgingen in de jaren daarna.

Wat kost een kop koffie tegenwoordig?

Voor een actuele indicatie zijn andere prijswaarnemingen nodig, omdat de historische CBS-reeks met afzonderlijke horecaprijzen in 2018 eindigde. Een onderzoek van Strandtenten.nl uit 2026 verzamelde prijzen bij 180 strandtenten in Friesland, Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland. Volgens dat onderzoek bedroeg de gemiddelde prijs van een gewone kop koffie € 3,47, tegenover € 3,38 in 2025. Dat is een stijging van ongeveer 2,7 procent.

De prijzen verschillen bovendien per locatie. Bij sommige strandtenten kostte een gewone koffie € 4. Voor cappuccino lag de gemiddelde prijs in het onderzoek op € 3,89, met een hoogste waargenomen prijs van € 4,75. De gegevens zijn te vinden in het prijzenonderzoek van Strandtenten.nl voor 2026.

Deze cijfers hebben betrekking op een specifieke groep strandtenten en vormen geen landelijk gemiddelde voor alle cafés, restaurants en terrassen. Ook zijn ze niet rechtstreeks vergelijkbaar met de historische CBS-prijzen zonder rekening te houden met verschillen in meetmethode, productaanbod en locatie.

Hoe ontwikkelden de salarissen zich?

Naast de prijzen veranderden ook de lonen. Volgens het CBS lagen de cao-lonen in Nederland in 2025 gemiddeld 5 procent hoger dan in 2024. Gecorrigeerd voor inflatie bedroeg de reële cao-loonstijging ongeveer 1,6 procent. Over de periode 2020 tot en met 2025 stegen de cao-lonen met 25,1 procent, terwijl de consumentenprijzen met 25 procent toenamen.

De cijfers zijn afkomstig uit de CBS-publicatie Cao-lonen stijgen in 2025 met 5,0 procent. De reële loonontwikkeling geeft aan hoe de gemiddelde cao-loonstijging zich verhoudt tot de inflatie. De cijfers zijn niet hetzelfde als de inkomensontwikkeling van iedere individuele werknemer of zelfstandige.

De ontwikkeling verschilt bovendien per beroep en sector. De beloning van een chirurg is bijvoorbeeld niet rechtstreeks te vergelijken met het salaris van een verpleegkundige, een ICT-specialist of een bouwvakker. Bij zelfstandig werkende medisch specialisten moet daarnaast onderscheid worden gemaakt tussen omzet, winst en het salaris van een arts in loondienst. Voor een betrouwbare vergelijking over de periode vanaf 2001 zijn historische en actuele inkomensgegevens nodig die dezelfde beroepsgroep en dezelfde inkomensdefinitie hanteren.

Prijzen, lonen en koopkracht naast elkaar

De beschikbare cijfers beschrijven verschillende onderdelen van de ontwikkeling sinds het gulden-tijdperk. Voor een espresso, een glas bier en een frikandel zijn gemiddelde horecaprijzen beschikbaar tot en met 2018. Voor de algemene inflatie en de cao-lonen zijn recentere cijfers beschikbaar, terwijl het onderzoek bij strandtenten een indicatie geeft van actuele koffieprijzen op een deel van de Nederlandse horecamarkt.

De perioden en meetmethoden verschillen. De prijs van een kop koffie op een terras is niet hetzelfde als de consumentenprijsindex voor koffie voor thuis. Ook geeft een prijsstijging op zichzelf geen informatie over de winstmarge van een horecazaak. De kosten van personeel, huur, energie, inkoop en belastingen zijn niet in de verkoopprijs alleen af te lezen.

Een vergelijking over de volledige periode vanaf 1990 vraagt daarom om aanvullende historische prijsgegevens en een consistente reeks voor lonen en koopkracht. De hier beschikbare cijfers laten zien hoe geselecteerde horecaprijzen, de algemene inflatie en de cao-lonen zich in verschillende perioden hebben ontwikkeld, met uiteenlopende uitkomsten per product en periode.

Een gewone koffie is geen luxe koffiespecialiteit

Bij de vergelijking tussen vroeger en nu gaat het om een gewone kop koffie, niet om een cappuccino met extra siroop, een grote koffiedrank met een alternatief voor koemelk of een andere koffiespecialiteit. Ook de locatie maakt verschil. Op luchthavens, stations, in luxe hotels en op drukbezochte toeristische locaties kunnen de prijzen aanzienlijk hoger liggen dan bij een doorsnee café.

In een reportage van RTV Utrecht over de prijs van koffie op terrassen komen prijzen van enkele euro’s tot uitschieters van € 7,50 aan bod. Zulke bedragen zijn voorbeelden van specifieke locaties en geen landelijke gemiddelden. Ook koffiespecialiteiten bij ketens en gespecialiseerde koffiebars vallen buiten een vergelijking met een gewone kop koffie. Voor een eerlijke vergelijking moeten daarom steeds hetzelfde type koffie en vergelijkbare verkooplocaties naast elkaar worden gezet.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 8