Gelderland 2050 (2) – Ruimte wordt schaars en keuzes worden complexer

Algemeen

Wie naar Gelderland kijkt, ziet een provincie met grote verschillen. De Veluwe, de Gelderse Vallei, het Rivierengebied, de Achterhoek en de regio Arnhem-Nijmegen hebben ieder hun eigen landschap, economie en ruimtelijke vraagstukken. Tegelijkertijd neemt de druk op de beschikbare ruimte toe. Woningbouw, landbouw, natuur, water, energie, bedrijvigheid, infrastructuur, recreatie en Defensie vragen allemaal ruimte.

De nieuwe Gelderse Omgevingsvisie probeert deze ontwikkelingen niet langer los van elkaar te bekijken. Water en bodem, natuur, economie, landbouw, wonen en bereikbaarheid moeten in samenhang worden beoordeeld. Maar terwijl de Omgevingsvisie nog in voorbereiding is, zijn andere onderdelen van het provinciale beleid inmiddels al concreet geworden.

Water en bodem als uitgangspunt

Een belangrijk uitgangspunt in de nieuwe provinciale koers is de grotere rol van water en bodem. De provincie wil toekomstige ontwikkelingen nadrukkelijk beoordelen op de gevolgen voor het bodem- en watersysteem.

Dat is vooral zichtbaar op de Veluwe. Het gebied heeft een belangrijke functie voor de infiltratie van regenwater en daarmee voor de grondwatervoorraad. Tegelijkertijd zetten droogte en veranderende neerslagpatronen het watersysteem onder druk. In het omgevingseffectrapport bij de vernieuwing van de Gelderse Omgevingsvisie worden de mogelijke gevolgen van de provinciale koers voor onder meer water, bodem, natuur en leefomgeving onderzocht.

Het uitgangspunt werkt door in verschillende delen van Gelderland. De vraag waar een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein of andere ontwikkeling kan komen, wordt daardoor niet alleen bepaald door de vraag waar fysiek ruimte beschikbaar is.

De Veluwe: natuur, recreatie en ontwikkeling

De Veluwe is een van de duidelijkste voorbeelden van de ruimtelijke spanning in Gelderland. Het gebied heeft grote natuurwaarden en is tegelijkertijd belangrijk voor recreatie en toerisme. Aan de randen liggen steden en dorpen waar behoefte bestaat aan woningen, bedrijven en infrastructuur.

De provincie heeft voor de ontwerp-Omgevingsvisie verschillende themakaarten gepubliceerd. Daarop worden onder meer water en bodem, natuur en biodiversiteit, economische structuren en stedelijke ontwikkeling weergegeven. Die thema’s overlappen op veel plaatsen.

Dat maakt ruimtelijke besluitvorming complexer. Een ontwikkeling kan gevolgen hebben voor natuur, water, landschap of recreatiedruk. De provincie kiest daarom voor een gebiedsgerichte benadering waarbij de omstandigheden per locatie worden meegenomen.

Daar komt de groeiende ruimtebehoefte van Defensie bij. De veranderde veiligheidssituatie in Europa heeft geleid tot onderzoek naar uitbreiding van militaire activiteiten en voorzieningen. Gelderland bepaalt niet zelfstandig waar nationale defensieactiviteiten plaatsvinden, maar moet deze ontwikkelingen wel meenemen in de eigen ruimtelijke planning.

Stikstofbeleid maakt keuzes concreet

De discussie over ruimte en natuur heeft inmiddels ook een directe vertaling gekregen in provinciale regels. Provinciale Staten hebben op 23 september 2026 ingestemd met de wijziging van de Gelderse Omgevingsverordening. Deze wijziging treedt op 23 oktober 2026 in werking, waarbij sommige onderdelen op een later moment gaan gelden.

Een belangrijk onderdeel zijn de nieuwe stikstofreductiegebieden. Deze liggen op en rond de Veluwe, de Landgoederen Brummen en bij Bekendelle en Willinks Weust bij Winterswijk. De provincie heeft hiervoor nieuwe regels voor minder stikstofuitstoot bij kwetsbare natuur vastgesteld.

Vanaf 23 oktober 2026 gelden binnen deze gebieden onder meer regels voor nieuwe veehouderijen, de uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijen en nieuwe grote stookinstallaties. Vanaf 2030 volgt een verbod op het gebruik van stikstofhoudende kunstmest in de aangewezen gebieden. Vanaf 2035 worden aanvullende emissie-eisen ingevoerd voor onder meer veestallen en stookinstallaties.

De provincie koppelt de regels aan het doel om de stikstofbelasting van kwetsbare natuur te verminderen. Tegelijkertijd blijft volgens de provincie ruimte voor landbouw en ondernemerschap, zij het binnen nieuwe kaders.

De stikstofregels zijn daarmee een concreet voorbeeld van hoe de verschillende ruimtelijke belangen steeds nadrukkelijker met elkaar worden verbonden. Natuurbeleid, landbouw, energie en economische activiteiten raken elkaar rechtstreeks wanneer de provincie bepaalt welke activiteiten op een bepaalde plek nog mogelijk zijn.

Foodvalley combineert economie en landbouw

In de Foodvalley ligt het accent anders. Rond Wageningen, Ede, Barneveld, Nijkerk en omliggende gemeenten komen kennis, voedselinnovatie, landbouw, bedrijvigheid en woningbouw samen.

Wageningen heeft daarin een belangrijke positie. Rond Wageningen University & Research bevindt zich een netwerk van kennisinstellingen en bedrijven dat zich richt op voedsel, landbouw en innovatie. Voor de provincie is het van belang dat deze economische en kennispositie zich kan blijven ontwikkelen.

Daarvoor is ruimte nodig voor bedrijven, onderzoek en voorzieningen. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan woningen en infrastructuur. De provinciale koers probeert deze belangen gezamenlijk te bekijken.

De landbouw blijft ondertussen een belangrijke functie in de Gelderse Vallei. Bodem, water, biodiversiteit en de economische positie van de landbouw worden steeds nadrukkelijker in dezelfde ruimtelijke afweging betrokken.

Woningbouw krijgt te maken met natuurlijke grenzen

De woningbouwopgave speelt in vrijwel alle Gelderse regio’s, maar de mogelijkheden verschillen per gebied. Vooral in de Foodvalley en Arnhem-Nijmegen is de ruimtelijke druk groot. Ook elders bestaat behoefte aan woningen, onder meer door veranderingen in huishoudens en de vraag naar betaalbare en passende woningen.

De ontwerp-Omgevingsvisie koppelt woningbouw nadrukkelijker aan andere ruimtelijke vraagstukken. Een nieuwe woonwijk heeft gevolgen voor mobiliteit, energievoorziening, waterhuishouding en soms landbouw of natuur.

Dat betekent niet dat woningbouw op voorhand wordt uitgesloten op locaties waar meerdere belangen samenkomen. Wel vraagt de nieuwe benadering om een bredere beoordeling van de gevolgen van een ontwikkeling. In gebieden waar het watersysteem of de natuur kwetsbaar is, kan daardoor een andere afweging ontstaan dan in stedelijke gebieden waar infrastructuur en voorzieningen al aanwezig zijn.

Het Rivierengebied leeft met de rivier

In het Rivierengebied is waterveiligheid een van de belangrijkste ruimtelijke thema’s. De Rijn en de Waal bepalen het landschap en beïnvloeden de mogelijkheden voor wonen, landbouw en natuur. De Betuwe heeft daarnaast een belangrijke positie als landbouw- en fruitteeltgebied.

De combinatie van waterveiligheid, landbouw, natuur, woningbouw en energie maakt het gebied ruimtelijk complex. Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met overstromingsrisico’s, waterberging en klimaatverandering.

Daar komt de energietransitie bij. Nieuwe elektriciteitsinfrastructuur en andere energievoorzieningen vragen ruimte, terwijl het rivierenlandschap belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden kent.

De gebiedsgerichte benadering betekent daarom dat functies waar mogelijk met elkaar moeten worden gecombineerd, maar dat iedere ontwikkeling ook afzonderlijk op de gevolgen voor de omgeving moet worden beoordeeld.

Achterhoek: economie en leefbaarheid

De Achterhoek kent weer een ander profiel. De regio beschikt over een sterke maakindustrie, veel mkb-bedrijven en een omvangrijke agrarische sector. Tegelijkertijd spelen bereikbaarheid, woningbouw en de leefbaarheid van dorpen en kernen een belangrijke rol.

Ook hier is de beschikbare ruimte niet onbeperkt. Bedrijventerreinen, landbouw, natuur, woningen en energie-infrastructuur kunnen dezelfde ruimte nodig hebben.

Bij woningbouw ligt het accent op ontwikkelingen die aansluiten bij de behoeften van afzonderlijke gemeenten en kernen. Voorzieningen, bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving spelen daarbij een belangrijke rol.

Ook in de Achterhoek krijgen bodem, water en klimaatadaptatie een grotere plaats in de ruimtelijke afweging. Ontwikkelingen worden daarmee steeds minder vanuit één afzonderlijke sector bekeken.

Arnhem-Nijmegen kent hoge ruimtelijke druk

In de regio Arnhem-Nijmegen komen veel van de Gelderse ruimtelijke opgaven samen. De regio heeft een grote woningbouwopgave, beschikt over belangrijke economische clusters en vormt een belangrijk knooppunt voor weg- en spoorverbindingen.

Tegelijkertijd liggen natuurgebieden en rivieren direct rond de stedelijke gebieden. Uitbreiding is daardoor niet onbeperkt mogelijk en zorgvuldig ruimtegebruik wordt belangrijker.

De provincie ziet mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van stedelijk gebied, maar koppelt die aan bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Nieuwe woningen en werklocaties moeten waar mogelijk aansluiten op bestaande infrastructuur en openbaar vervoer.

Ook energie speelt hier een belangrijke rol. Uitbreiding van het elektriciteitsnet en de ontwikkeling van nieuwe energievoorzieningen vragen extra ruimte. Die infrastructuur moet worden ingepast naast bestaande functies.

Stedendriehoek vormt overgang tussen verschillende landschappen

De Stedendriehoek rond Apeldoorn en Zutphen heeft opnieuw een ander karakter. De regio vormt een overgang tussen de Veluwe, de IJsselvallei, landbouwgebieden en de Achterhoek. Daardoor komen stedelijke ontwikkeling en landschappelijke kwaliteiten hier dicht bij elkaar.

Apeldoorn heeft een belangrijke economische en logistieke positie door de ligging aan de A1 en verschillende spoorverbindingen. De provincie ziet ruimte voor verdere ontwikkeling, maar nieuwe bebouwing en bedrijvigheid moeten rekening houden met bestaande infrastructuur en het omliggende landschap.

De IJssel is daarnaast bepalend voor het watersysteem. Waterveiligheid, klimaatadaptatie en voldoende ruimte voor water moeten daarom worden meegenomen in toekomstige ruimtelijke plannen.

De historische binnenstad van Zutphen en de karakteristieke dorpen in de regio voegen daar een cultuurhistorische dimensie aan toe.

Omgevingsverordening is al vastgesteld, Omgevingsvisie nog niet

De actuele ontwikkelingen maken een belangrijk onderscheid zichtbaar. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening hebben niet dezelfde functie.

De Omgevingsvisie beschrijft de richting die Gelderland op langere termijn met de fysieke leefomgeving wil inslaan. De visie bevat geen individuele vergunningen of bestemmingsbesluiten.

De Omgevingsverordening is het provinciale regelboek voor de fysieke leefomgeving. Daarin staan concrete regels over onder meer natuur, landschap, water, wonen, energie en ruimtelijke ontwikkeling.

De wijziging van de Omgevingsverordening 2025-2026 is op 23 september door Provinciale Staten vastgesteld. De nieuwe regels treden op 23 oktober 2026 in werking, waarbij voor sommige maatregelen een later moment geldt.

De Omgevingsvisie zelf is nog niet vastgesteld. De behandeling ervan is uitgesteld. Volgens de huidige planning wordt de visie op 9 december 2026 opnieuw inhoudelijk behandeld en volgt de besluitvorming in de Statenvergadering van 16 december.

Dat betekent dat de provincie op dit moment met twee verschillende snelheden werkt. Aan de ene kant wordt gewerkt aan een langetermijnvisie voor Gelderland richting 2050. Aan de andere kant zijn onderdelen van het ruimtelijke beleid al vertaald in regels die binnenkort daadwerkelijk gaan gelden.

Eén provincie, verschillende ruimtelijke keuzes

Wanneer de verschillende regio’s naast elkaar worden gelegd, ontstaat geen uniform beeld. De Veluwe kent vooral een sterke combinatie van natuur, water en recreatie. De Foodvalley draait om de combinatie van kennis, landbouw, economie en woningbouw. In het Rivierengebied staat waterveiligheid sterk op de voorgrond, terwijl de Achterhoek zoekt naar een combinatie van economie, leefbaarheid en landschap.

Arnhem-Nijmegen kent een hoge druk op de beschikbare ruimte. De Stedendriehoek moet verschillende landschappen, stedelijke ontwikkeling en water met elkaar verbinden.

Toch is er een duidelijke overeenkomst. In alle regio’s neemt het aantal belangen dat bij een ruimtelijke beslissing moet worden betrokken toe.

De nieuwe Omgevingsvisie probeert daarvoor een samenhangend kader te bieden. De inmiddels vastgestelde Omgevingsverordening laat ondertussen zien dat die integrale benadering ook leidt tot concrete regels.

De vraag is niet alleen waar ruimte is

Gelderland staat daarmee voor een ruimtelijke opgave waarin steeds meer functies dezelfde vierkante kilometer nodig hebben. De vraag is daardoor niet alleen waar ruimte beschikbaar is, maar ook welke ontwikkeling op een bepaalde plek past en welke gevolgen die keuze heeft voor natuur, water, landbouw, economie en leefomgeving.

De nieuwe Omgevingsvisie moet richting geven aan die afweging richting 2050. De komende maanden wordt duidelijk welke koers Provinciale Staten uiteindelijk vastleggen.

Tegelijkertijd is een deel van de nieuwe werkelijkheid al zichtbaar. De aangepaste Omgevingsverordening is vastgesteld en de eerste nieuwe regels treden op 23 oktober 2026 in werking. Daarmee verschuift de discussie over ruimte in Gelderland van een visie op de toekomst steeds meer naar concrete keuzes in het hier en nu.

Binnenkort deel 3: Wat betekent de nieuwe Omgevingsvisie voor Gelderlanders?

Meer artikelen over de Omgevingsvisie:

Deel 1: Gelderland 2050 – De strijd om iedere vierkante kilometer
Deel 2: Ruimte wordt schaars en keuzes worden complexer

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 23