LTO luidt de noodklok: vertrouwen van boeren en tuinders zakt onder nul

Agrarische sector

Het vertrouwen van Nederlandse boeren en tuinders in hun eigen onderneming is in het tweede kwartaal van 2026 verder afgenomen. De Agro Vertrouwensindex kwam uit op -0,5, een daling van vijf punten ten opzichte van het eerste kwartaal. Daarmee is het vertrouwen beland op het laagste niveau sinds het eerste kwartaal van 2020. Vooral de verwachtingen voor de middellange termijn verslechteren snel.

De ontwikkeling is opvallend, omdat het niet alleen gaat om de beoordeling van de huidige bedrijfsvoering. Juist het vertrouwen in de komende twee tot drie jaar staat onder druk. Dat wijst erop dat een groeiend deel van de agrarische ondernemers moeite heeft om een duidelijk en financieel houdbaar toekomstperspectief voor het bedrijf te zien.

Agro Vertrouwensindex daalt voor tweede kwartaal op rij

De cijfers zijn afkomstig uit de Agro Vertrouwensindex, een periodiek onderzoek onder agrarische ondernemers. De index wordt vier keer per jaar uitgevoerd onder een vaste groep boeren en tuinders en is ontwikkeld om structureel inzicht te geven in de stemming binnen de land- en tuinbouw. De resultaten worden onder meer gebruikt voor monitoring en beleidsondersteuning.

De totale vertrouwensindex daalde in het tweede kwartaal met vijf punten naar -0,5. Een score rond nul betekent dat positieve en negatieve beoordelingen elkaar ongeveer in evenwicht houden. Een negatieve score betekent dus dat per saldo meer ondernemers negatief dan positief gestemd zijn.

Vooral de verwachtingen voor de middellange termijn zijn zorgelijk. Die verwachtingsindex daalde met 6,9 punten en kwam uit op -12,4. De beoordeling van de huidige situatie nam met 2,6 punten af. De cijfers laten daarmee een belangrijk verschil zien: ondernemers beoordelen hun huidige bedrijfssituatie weliswaar minder positief, maar zijn vooral pessimistisch over wat de komende jaren brengen.

De volledige resultaten en uitsplitsingen per sector zijn gepubliceerd door Agrimatie en Wageningen Social & Economic Research.

Droogte vergroot druk op agrarische bedrijven

De verslechtering komt niet voort uit één oorzaak. De agrarische sector heeft in korte tijd te maken gekregen met een combinatie van weersomstandigheden, veranderende prijzen, hogere kosten en onzekerheid over regelgeving.

Voor akkerbouwers blijft het vertrouwen bijzonder laag. De index daalde met 0,5 punt naar -4,3. De droogte heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Volgens de analyse begon het seizoen aanvankelijk gunstig, maar namen de problemen vanaf het tweede kwartaal toe. Tegelijkertijd werden contractprijzen voor consumptie- en zetmeelaardappelen naar beneden bijgesteld en was eerder al sprake van een lagere toewijzing van suikerbieten.

Daarmee ontstaat een situatie waarin ondernemers niet alleen geconfronteerd worden met onzekerheid over de opbrengsten, maar ook met minder gunstige vooruitzichten voor bepaalde gewassen. Bovendien spelen dossiers als stikstof en gewasbescherming een rol in de verwachtingen over de toekomst.

Melkveehouders zien vertrouwen eveneens sterk dalen

Ook in de melkveehouderij is de stemming verslechterd. Het vertrouwen daalde in het tweede kwartaal met 11,2 punten naar -4,3. Daarmee ligt de index inmiddels voor het vierde kwartaal op rij onder het langjarige gemiddelde.

Een belangrijke factor is de ontwikkeling van de melkprijs. Volgens Wageningen Social & Economic Research lag die in het tweede kwartaal ruim een kwart lager dan een jaar eerder. Een grotere wereldwijde melkaanvoer zet de prijs onder druk. Tegelijkertijd nemen de kosten voor mestafzet toe en zorgt de droogte voor zorgen over de beschikbaarheid van ruwvoer.

Wanneer er minder eigen ruwvoer beschikbaar is, moeten bedrijven meer inkopen. Schaarste kan daarbij leiden tot hogere prijzen. Ook oplopende brandstofkosten en hoge grondprijzen drukken op de financiële ruimte van bedrijven.

Biologische landbouw blijft uitzondering

Niet alle sectoren laten hetzelfde beeld zien. Ondernemers in de biologische landbouw hebben nog altijd het meeste vertrouwen in hun eigen bedrijf. Toch daalde ook daar de index aanzienlijk: met 10,4 punten naar 15,5.

De biologische sector blijft daarmee duidelijk boven nul en boven het niveau van de reguliere sectoren. Tegelijkertijd is ook hier sprake van verslechterende verwachtingen. De droogte heeft volgens de onderzoekers onder meer gevolgen voor de verwachtingen over de productie in de komende twaalf maanden.

Het verschil tussen sectoren maakt duidelijk dat de uitkomsten niet zonder meer kunnen worden vertaald naar één algemene conclusie over alle boeren en tuinders. Bedrijfsmodel, marktpositie, gewassen, grondsoort en regionale omstandigheden spelen allemaal een rol.

Vooral gebrek aan perspectief is een probleem

De meest veelzeggende uitkomst is daarom misschien niet de score van -0,5 voor het vertrouwen in het eigen bedrijf, maar de veel lagere score voor de middellange termijn. Een ondernemer kan een moeilijk jaar nog opvangen, bijvoorbeeld door kosten te beperken, investeringen uit te stellen of gebruik te maken van financiële reserves. Een structureel gebrek aan duidelijkheid over de komende jaren is lastiger op te vangen.

Voor investeringen in stallen, machines, kassen, bodem, energievoorziening of verduurzaming is immers een langere terugverdientijd nodig. Wanneer ondernemers onvoldoende zekerheid hebben over prijzen, regelgeving en de toekomstige bedrijfsruimte, kan uitstel een rationele keuze worden.

Dat betekent overigens niet dat de vertrouwensindex op zichzelf bewijst dat Nederlandse landbouwbedrijven financieel onhoudbaar zijn. Het onderzoek meet het vertrouwen en de verwachtingen van ondernemers, niet rechtstreeks hun winstgevendheid, solvabiliteit of continuïteit. Juist dat onderscheid is journalistiek van belang.

LTO wijst op behoefte aan stabiel beleid

LTO Nederland koppelt de dalende vertrouwenscijfers aan de toenemende druk waarmee boeren en tuinders volgens de belangenorganisatie worden geconfronteerd. De organisatie noemt onder meer droogte, veranderende marktprijzen, stijgende kosten en onzekerheid over het toekomstperspectief.

LTO pleit daarom voor stabieler en voorspelbaarder beleid, voldoende ruimte om te ondernemen en een gelijk speelveld binnen Europa. Volgens de organisatie is duidelijkheid noodzakelijk om ondernemers in staat te stellen te investeren in hun bedrijven en toekomstbestendig te ondernemen.

Die oproep moet wel worden bezien vanuit de positie van LTO als belangenbehartiger van de land- en tuinbouw. De onderliggende vertrouwensindex is breder van opzet en wordt uitgevoerd binnen een samenwerking waarin onder meer Wageningen Social & Economic Research, het ministerie van LVVN en a.s.r. real estate betrokken zijn. LTO was in het verleden eveneens bij de monitor betrokken.

Dalend vertrouwen is geen bewijs van een crisis, wel een belangrijk signaal

De nieuwe cijfers geven daarmee geen eenduidig beeld van een sector die als geheel financieel in verval is. Wel laten ze zien dat het vertrouwen onder agrarische ondernemers duidelijk afneemt en dat vooral de blik op de langere termijn negatief is geworden.

Dat is relevant voor het landbouwbeleid. De komende jaren staan boeren en tuinders voor grote investeringsbeslissingen, terwijl tegelijkertijd eisen op het gebied van natuur, klimaat, waterkwaliteit, mest en gewasbescherming veranderen. Als ondernemers onvoldoende zicht hebben op de voorwaarden waaronder zij hun bedrijf over enkele jaren kunnen voortzetten, kan dat de bereidheid om te investeren beïnvloeden.

De Agro Vertrouwensindex onderstreept daarmee vooral één ontwikkeling: de onzekerheid over de toekomst van de Nederlandse land- en tuinbouw neemt toe. Of die ontwikkeling tijdelijk is of onderdeel vormt van een langduriger vertrouwensverlies, zal de komende kwartalen moeten blijken. De huidige cijfers maken in ieder geval duidelijk dat het optimisme onder boeren en tuinders verder is afgenomen.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 455