De uitbreiding van windenergie op land in Nederland kampt met een duidelijke stagnatie. Vorig jaar werd er slechts 96 megawatt aan nieuw vermogen gerealiseerd. Net als in het voorgaande jaar betekent dit de laagste toename sinds 2017. Door deze aanhoudende trend wordt voor 2026 zelfs een daling van het totale opwekvermogen voorzien. Dit blijkt uit de meest recente monitor Wind op Land, die jaarlijks wordt samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De huidige stand van zaken op land
Kijkend naar de concrete cijfers van 2025, zijn er in dat jaar 29 nieuwe windturbines geplaatst, terwijl er 20 oude exemplaren zijn afgebroken. Door deze mutaties telt Nederland nu ruim 2.550 windturbines op land, die samen goed zijn voor een vermogen van meer dan 7.000 megawatt. Hoewel de huidige groei traag verloopt, is er nog wel perspectief voor de toekomst; er zitten momenteel voor ongeveer 1.700 megawatt aan nieuwe projecten in de pijplijn.
Oorzaken van de remmende groei
De haperende instroom van nieuwe projecten valt samen met een geplande sanering. De komende jaren verdwijnt er naar verwachting 190 megawatt aan oudere windturbines. Deze zijn in het verleden al deels opgevangen door efficiëntere modellen. De sector heeft echter vooral last van het uitblijven van nieuwe, landelijke milieunormen voor windmolens op land. Deze juridische onzekerheid zorgt voor grote vertragingen in de projectontwikkeling. Daarnaast speelt de overbelasting van het elektriciteitsnet een negatieve rol, waardoor diverse windparken noodgedwongen langer moeten wachten op een aansluiting.
Windenergie als onderdeel van de netoplossing
Het overvolle stroomnet is een probleem, maar windparken kunnen juist ook een rol spelen bij het oplossen van deze netcongestie. Dit kan bijvoorbeeld door de energieproductie op piekmomenten tijdelijk terug te schroeven, of door de opgewekte stroom op te slaan in batterijen om deze pas op een later, rustiger moment te leveren. Bovendien biedt windenergie kansen wanneer de opgewekte stroom direct lokaal wordt verbruikt. Op die manier wordt het landelijke elektriciteitsnet ontzien en wordt lokale overbelasting effectief voorkomen.
Grote contrasten tussen de provincies
De voortgang van windenergie is in Nederland zeer ongelijk verdeeld. De beperkte groei van 2025 concentreerde zich in Gelderland, Groningen, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland, waar in totaal 6 windparken geheel of gedeeltelijk werden opgeleverd. Flevoland blijft koploper met een verwachte jaarproductie van 10,1 terawattuur (TWh), gevolgd door Groningen met 7,6 TWh en Friesland met 3,6 TWh. Utrecht en Overijssel bungelen momenteel onderaan de lijst qua opgesteld vermogen, maar juist in deze provincies zitten na een opvallende eindsprint in 2025 relatief veel nieuwe projecten in de pen. Alles bij elkaar opgeteld komt de maximale landelijke productiecapaciteit uit op circa 21,5 TWh, wat een minimale stijging is van 0,3 TWh ten opzichte van het jaar ervoor.
Doel van de monitor
Al deze data is afkomstig uit de Monitor Wind op Land. Dit jaarlijkse rapport is bedoeld om beleidsmakers en de sector een zo compleet, nauwkeurig en objectief mogelijk beeld te geven van de actuele status en de ontwikkeling van windenergieprojecten in Nederland.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.





