Nederland wil woningbouw, energievoorziening, landbouw, natuur en infrastructuur beter op elkaar afstemmen. Het kabinet kondigde in 2022 aan de nationale regie op de ruimtelijke ordening te versterken. Die koers raakt ook Gelderland, waar regionale afspraken voorzien in de bouw van 104.000 woningen tot en met 2030. Tegelijkertijd vragen natuur, landbouw, water, energie en bereikbaarheid om ruimte. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderschrijft de noodzaak van een nationale visie, maar vindt dat het Rijk scherpere keuzes moet maken en de uitvoering beter moet waarborgen.
Grote verbouwing van Nederland begon met meer regie vanuit Den Haag
Op 17 mei 2022 informeerde minister Hugo de Jonge de Tweede Kamer over een nieuwe koers voor de ruimtelijke ordening. In de Kamerbrief over nationale regie in de ruimtelijke ordening beschreef het kabinet de toenemende druk op de beschikbare ruimte. Woningbouw, natuur, landbouw, infrastructuur en de verduurzaming van de energievoorziening vragen allemaal om ruimte, terwijl de belangen niet altijd eenvoudig met elkaar te verenigen zijn.
Het kabinet wilde daarom dat het Rijk opnieuw meer richting zou geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Nationale doelen moesten beter met elkaar worden verbonden en overheden moesten duidelijker bepalen welke functies waar mogelijk zijn. De brief vormde het fundament voor een hernieuwde rol van het Rijk; zij betekende niet dat alle toekomstige ruimtelijke besluiten daarmee al waren genomen.
De term ‘grote verbouwing van Nederland’ werd in het politieke debat gebruikt om de omvang van deze opgave te beschrijven. Het gaat om een beleidsrichting die de komende decennia gevolgen kan hebben voor steden, dorpen en het buitengebied. Welke gevolgen dat precies zijn, hangt mede af van de verdere uitwerking in nationale, provinciale en gemeentelijke plannen.
Gelderland: afspraken over 104.000 woningen
De landelijke koers kreeg in Gelderland een concrete vertaling. De provincie maakte in september 2022 bekend tot en met 2030 minimaal 100.000 woningen te willen toevoegen, waarvan 60.000 betaalbare huur- of koopwoningen. Dat was het Gelderse woningbouwaanbod aan het Rijk, zoals beschreven in het provinciale bericht: In 2030 heeft Gelderland 100.000 nieuwe woningen.
Op 8 maart 2023 werden vervolgens zes regionale woondeals ondertekend. Daarin spraken Rijk, provincie en regionale partners af dat er tot en met 2030 in Gelderland 104.000 woningen bij moeten komen. De afspraken betreffen de regio’s Foodvalley, Achterhoek, Stedendriehoek, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, Noord-Veluwe en Rivierenland. De landelijke toelichting op de Gelderse woondeals vermeldt ook afspraken over betaalbaarheid, plancapaciteit en de voorwaarden voor woningbouw.
De aantallen zijn beleidsafspraken en bouwambities. Ze betekenen niet dat alle woningen al een vergunning hebben of daadwerkelijk zijn gebouwd. De uitvoering is afhankelijk van onder meer beschikbare locaties, financiering, personeel, infrastructuur en de juridische haalbaarheid van projecten.
Nieuwe woonwijken vragen bovendien om wegen, openbaar vervoer, scholen, voorzieningen, elektriciteit en drinkwater. Ook moet rekening worden gehouden met wateroverlast, droogte en klimaatverandering. De provincie beschrijft deze opgaven in haar informatie over toekomstbestendig bouwen. Wanneer noodzakelijke voorzieningen achterblijven, kan woningbouw vertraging oplopen of duurder worden.
Het Gelderse Ruimtelijk Voorstel brengt verschillende ruimtelijke opgaven bij elkaar. Het document laat zien dat woningbouw, landbouw, natuur, energie en economie aanspraak maken op dezelfde ruimte. Het is daarmee een hulpmiddel om belangen en keuzes inzichtelijk te maken, niet op zichzelf een besluit waarmee ieder genoemd project wordt goedgekeurd.
Nota Ruimte: het PBL vraagt om scherpere keuzes
De nationale koers is verder uitgewerkt in de Ontwerp-Nota Ruimte, die het Rijk in september 2025 publiceerde. Deze langetermijnvisie behandelt de inrichting van Nederland richting 2050, met een doorkijk naar 2100. De nota verbindt thema’s als water en bodem, landbouw en natuur, economie en energie, en wonen, werken en bereikbaarheid.
De ontwerpnota is geen definitieve blauwdruk voor ieder gebied. Zij geeft richting aan de nationale ruimtelijke ontwikkeling, waarna verschillende onderdelen verder moeten worden uitgewerkt en waar nodig via afzonderlijke besluiten juridisch worden vastgelegd. De officiële publicatie van de Ontwerp-Nota Ruimte en de bijbehorende documenten beschrijven de voorgestelde koers.
Op 22 januari 2026 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving zijn Reflectie op de Ontwerp-Nota Ruimte. Het ministerie had het onafhankelijke kennisinstituut gevraagd de haalbaarheid van de doelen te beoordelen en de ontwerpnota te toetsen aan de randvoorwaarden van de Omgevingswet.
Het PBL onderschrijft de noodzaak van een nationale visie op de leefomgeving. Volgens het planbureau zijn de ruimtelijke vraagstukken urgent en is het positief dat het Rijk de samenhang tussen verschillende opgaven weer nadrukkelijker wil behandelen. Tegelijkertijd doet het PBL vijf aanbevelingen voor de verdere uitwerking. Er moet meer aandacht komen voor de samenhang tussen thema’s, scherpere keuzes moeten vrijblijvendheid voorkomen, leidende principes moeten worden versterkt, onzekerheden moeten beter worden meegenomen en de uitvoering moet worden gewaarborgd.
Een belangrijke vraag is hoeveel extra ruimte werkelijk nodig is. Het Rijk vraagt op verschillende terreinen om ruimte voor onder meer wonen, bedrijven, defensie en energie. Het PBL vindt dat de nota kritischer moet kijken naar de vraag of alle sectorale ruimteclaims noodzakelijk zijn en hoe functies efficiënter kunnen worden gecombineerd. Dat is inhoudelijke kritiek op de onderbouwing en uitwerking van de plannen, niet een afwijzing van de gehele nationale koers.
Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft aangegeven de aanbevelingen te willen benutten bij de verdere uitwerking. In de reactie op de PBL-reflectie staat dat het Rijk de nota wil aanscherpen en de uitvoering beter wil borgen. Ook vermeldt het ministerie dat bijna 500 zienswijzen zijn ingediend tijdens de terinzagelegging. Die reacties en de reflecties van kennisinstituten worden betrokken bij de voorbereiding van de definitieve nota.
Gelderse Omgevingsvisie: regionale keuzes zijn nog in ontwikkeling
De provinciale uitwerking vindt onder meer plaats via de vernieuwde Gelderse Omgevingsvisie. Daarin beschrijft de provincie hoe Gelderland zich op de langere termijn moet ontwikkelen en hoe belangen rond wonen, landbouw, natuur, energie, mobiliteit en water tegen elkaar worden afgewogen.
De provincie heeft de ontwerpvisie aangepast naar aanleiding van ingediende zienswijzen. De samenvattingen van de reacties en de antwoorden van Gedeputeerde Staten zijn opgenomen in een reactienota. Volgens de provinciale informatie over de vernieuwing van de Omgevingsvisie zijn onderdelen verduidelijkt en aangevuld. Ook zijn extra kaarten toegevoegd over water, energie, mobiliteit en de kenmerken van het Gelderse landschap.
De behandeling van de Omgevingsvisie is uitgesteld. Provinciale Staten zouden het voorstel aanvankelijk in september 2026 behandelen, maar door tijdgebrek is de behandeling naar een volgende vergadercyclus verschoven. Volgens het provinciale bericht van 17 september 2026 is een oordeelsvormende vergadering voorzien op 9 december, gevolgd door besluitvorming op 16 december 2026. De actuele stand is te volgen via het bericht Behandeling en stemming omgevingsvisie uitgesteld.
Een omgevingsvisie beschrijft de gewenste ontwikkeling van de leefomgeving en geeft richting aan toekomstig beleid. Zij is juridisch niet hetzelfde als een vergunning voor een concreet bouwproject of een rechtstreeks besluit over één perceel. Voor de uitvoering kunnen aanvullende regels, omgevingsplannen, vergunningen en andere besluiten nodig zijn. Welke rechtsgevolgen ontstaan, hangt af van het instrument en het concrete besluit.
Wie maakt uiteindelijk de keuzes?
De grote verbouwing van Nederland is zowel een nationale als een regionale opgave. Het Rijk wil meer samenhang en regie, de provincie werkt de ruimtelijke koers voor Gelderland verder uit en gemeenten krijgen te maken met de gevolgen voor hun eigen grondgebied. Tegelijkertijd moeten de verschillende overheden rekening houden met wettelijke kaders, uitvoerbaarheid en de belangen van inwoners, bedrijven en grondeigenaren.
De kritiek van het PBL maakt duidelijk dat een nationale visie niet voldoende is wanneer keuzes onvoldoende scherp zijn of de uitvoering niet goed is geregeld. Voor Gelderland is daarom niet alleen van belang welke ambities in de plannen staan, maar ook hoe die worden vertaald naar concrete besluiten en welke ruimte er blijft voor regionale omstandigheden.
De komende besluitvorming moet uitwijzen hoe de aanbevelingen van het PBL worden verwerkt in de definitieve Nota Ruimte en hoe de Gelderse Omgevingsvisie wordt vastgesteld. Pas in de verdere uitwerking wordt duidelijker welke keuzes daadwerkelijk worden gemaakt en wat die betekenen voor specifieke gebieden.
Dit artikel is opgesteld door de redactie van GLD Magazine op basis van openbare beleidsdocumenten van het Rijk en de provincie Gelderland, de regionale woondeals en de onafhankelijke reflectie van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Binnenkort deel 2: De grote verbouwing van Nederland: wat staat er voor Gelderland op het spel?
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 73


