Gelderse veehouderij, landschap met boerderij en koeien

Miljoenen voor stoppende boeren blijven liggen: hoeveel Gelderse veehouderijen zijn werkelijk gestopt?

Agrarische sector

De provincie Gelderland heeft miljoenen beschikbaar om veehouders te helpen hun bedrijf geheel of gedeeltelijk te beëindigen en daarmee de stikstofuitstoot rond kwetsbare natuurgebieden te verminderen. Toch wordt een provinciale beëindigingsregeling nauwelijks benut. Tijdens een bespreking van de najaarsnota op 7 oktober 2026 bleek dat € 9 miljoen niet is uitgegeven. Tegelijkertijd laten landelijke cijfers zien dat vooral vanuit Ede en Barneveld veel aanvragen voor beëindigingssubsidies zijn ingediend. Hoeveel Gelderse bedrijven daadwerkelijk zijn gestopt en waar alle betrokken veehouderijen precies liggen, is uit de beschikbare openbare gegevens niet volledig op te maken.

Gelderse boeren vragen veel beëindigingssubsidie aan

Landelijk hadden op 10 september 2026 in totaal 1.576 veehouders een aanvraag ingediend voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de regeling voor veehouderijen met piekbelasting (Lbv-plus). Volgens de actuele cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ging het om 666 aanvragen voor de reguliere regeling en 910 voor de Lbv-plus.

Gelderse gemeenten komen nadrukkelijk terug in het landelijke overzicht. Ede telde 54 aanvragen en Barneveld 46. Daarmee stonden beide gemeenten direct achter Venray, waar 58 aanvragen waren ingediend. Ook Apeldoorn en Putten behoorden met respectievelijk 23 en 20 aanvragen tot de tien gemeenten met de meeste aanmeldingen.

Deze aantallen hebben betrekking op beide landelijke regelingen samen. Ze geven inzicht in de belangstelling onder veehouders, maar zijn geen telling van uitsluitend piekbelasters. Evenmin betekenen de cijfers dat alle betrokken bedrijven inmiddels zijn beëindigd.

€ 9 miljoen voor boeren en natuur niet uitgegeven

Terwijl veehouders gebruikmaken van landelijke beëindigingsregelingen, blijft een Gelderse regeling voor volledige of gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging beperkt benut. Dat kwam op 7 oktober naar voren tijdens een verkennende bespreking van de najaarsnota 2026 en de provinciale begroting voor 2027.

Volgens het verslag van de provinciale bespreking op OpenBestuur.nl stelde de ChristenUnie vragen over de regeling en wilde 50PLUS weten wat er met het beschikbare geld zou gebeuren. Tijdens de vergadering werd gemeld dat € 9 miljoen niet was uitgegeven.

Een belangrijke belemmering is volgens de gedeputeerde de mogelijkheid om slechts een deel van het bedrijf te beëindigen. Wanneer een ondernemer bijvoorbeeld stopt met het houden van varkens, maar zijn melkveehouderij voortzet, kan daarvoor een nieuwe vergunning nodig zijn. Daarmee is gedeeltelijk stoppen niet vanzelfsprekend eenvoudiger dan het volledig beëindigen van een veehouderij.

Ook de onzekerheid over toekomstige landelijke regelingen speelt volgens de gedeputeerde een rol. Sommige ondernemers wachten mogelijk op een financieel aantrekkelijker aanbod vanuit het Rijk. De BBB vroeg tijdens de vergadering of de provinciale regeling daarom moet worden aangepast. De gedeputeerde vond beëindiging van de regeling op dat moment voorbarig.

Wat gebeurt er met het ongebruikte geld?

Volgens de toelichting tijdens de Statenbespreking komt bij de jaarrekening een voorstel over de bestemming van het niet-uitgegeven bedrag. Daarbij kan worden gekeken naar een andere besteding of het laten vrijvallen van middelen. Op 7 oktober was hierover nog geen besluit genomen.

De financiële discussie raakt aan een bredere vraag over de uitvoering van het Gelderse landbouw- en natuurbeleid. Er is geld beschikbaar om bedrijfsbeëindiging mogelijk te maken, terwijl de voorwaarden en vergunningprocedures in de praktijk belemmeringen kunnen opleveren. Hoeveel aanvragen hierdoor zijn vertraagd of niet zijn doorgezet, werd tijdens de bespreking niet met concrete aantallen onderbouwd.

Ook is op basis van het beschikbare vergaderverslag niet definitief vast te stellen hoe de volledige € 9 miljoen boekhoudkundig is opgebouwd en welk deel rechtstreeks aan de gebiedsgerichte beëindigingsregeling kan worden toegeschreven. Daarvoor is een nadere vergelijking met de financiële posten in de najaarsnota nodig.

Gelderland heeft eigen regeling rond Natura 2000-gebieden

Naast de landelijke Lbv en Lbv-plus kent Gelderland een afzonderlijke subsidie voor gebiedsgerichte beëindiging van veehouderijen. Deze regeling is bedoeld voor bedrijven binnen tien aangewezen Natura 2000-gebieden en de bijbehorende overgangszones van 2,5 kilometer.

Daaronder vallen onder meer de Veluwe, het Binnenveld, Landgoed Brummen, de Bruuk en het Korenburgerveen. De regeling biedt ondernemers de mogelijkheid om hun veehouderij volledig of gedeeltelijk te beëindigen. Het subsidieplafond bedraagt € 20 miljoen.

De voorwaarden zijn vastgelegd in de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 op Overheid.nl. Daarin staat onder meer dat de beëindiging onomkeerbaar moet zijn en dat de vermindering van de stikstofuitstoot aan vastgestelde drempelwaarden moet voldoen. Voordat een formele aanvraag kan worden ingediend, vindt vooroverleg met de provincie plaats.

De provincie wijst daarnaast op de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 over intern salderen. Daardoor kunnen vergunningprocedures ingewikkelder worden en kan de behandeling van subsidieaanvragen langer duren. De precieze gevolgen verschillen per bedrijfssituatie.

Hoeveel veehouderijen zijn daadwerkelijk beëindigd?

De landelijke uitvoeringscijfers laten zien dat een subsidieaanvraag niet hetzelfde is als een afgeronde bedrijfsbeëindiging. RVO registreert afzonderlijk hoeveel aanvragen zijn ingediend, hoeveel besluiten zijn genomen, hoeveel overeenkomsten zijn ontvangen en hoeveel subsidies definitief zijn vastgesteld.

Voor Gelderland ontbreekt in de geraadpleegde openbare overzichten een complete uitsplitsing waaruit blijkt hoeveel veehouderijlocaties inmiddels definitief zijn beëindigd. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen volledige bedrijfsbeëindiging, gedeeltelijke beëindiging en ondernemers die na een positieve subsidiebeslissing alsnog afzien van deelname.

Ook de provinciale regeling biedt vooralsnog geen volledig openbaar overzicht van het aantal aanvragen, toegekende subsidies en afgeronde beëindigingen. Daardoor kunnen de landelijke en provinciale resultaten niet zonder aanvullende gegevens worden samengevoegd.

Niet iedere veehouder bij een natuurgebied is piekbelaster

De ligging van een bedrijf ten opzichte van beschermde natuur is belangrijk voor de beoordeling van stikstofbelasting, maar de afstand alleen bepaalt niet of een veehouderij als piekbelaster wordt aangemerkt. De landelijke Lbv-plus werkt met criteria voor stikstofdepositie, terwijl de Gelderse regeling eigen geografische en emissievoorwaarden kent.

De overheid beschikt over geografische informatie over Natura 2000-gebieden en publiceert bepaalde gegevens over verleende subsidies. Via de Europese databank voor staatssteun zijn bijvoorbeeld gegevens te vinden over subsidies die onder de Europese openbaarmakingsregels vallen.

Dat betekent echter niet dat alle Gelderse piekbelasters met hun exacte bedrijfslocatie en actuele bedrijfsstatus openbaar in één bestand zijn terug te vinden. Bovendien zegt een bekende bedrijfslocatie op zichzelf nog niet hoeveel stikstof op een afzonderlijk natuurgebied terechtkomt.

Openbare cijfers geven nog geen volledig beeld

Voor een compleet overzicht van de Gelderse beëindigingsregelingen zijn aanvullende gegevens nodig over het aantal aanvragen per gemeente, de toegekende bedragen, ingetrokken aanvragen en daadwerkelijk beëindigde bedrijfslocaties. Ook moet duidelijk worden hoeveel ondernemers gedeeltelijk stoppen en hoeveel vergunningprocedures daarbij nog lopen.

De provinciale bespreking van 7 oktober maakt vooral zichtbaar dat beschikbare financiële middelen en de daadwerkelijke uitvoering niet automatisch gelijk oplopen. Welke gevolgen dat heeft voor het aantal stoppende bedrijven en de vermindering van stikstofdepositie, kan pas worden vastgesteld wanneer ook de uitvoeringsresultaten beschikbaar zijn.

Dit artikel is opgesteld door de redactie van GLD Magazine op basis van openbare cijfers van RVO, provinciale regelgeving en het verslag van de Gelderse Statenbespreking van 7 oktober 2026, zoals gepubliceerd door OpenBestuur.nl. De vermelde aantallen en bedragen zijn ontleend aan deze bronnen. Niet alle gegevens over individuele piekbelasters, hun locaties en de voortgang van bedrijfsbeëindigingen zijn openbaar beschikbaar.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 29