Laagwater op de IJssel zet logistiek in Oost-Nederland onder druk: ondernemers vragen om structurele aanpak

Algemeen

De droogte van 2026 heeft duidelijk gemaakt hoe afhankelijk de logistiek in Oost-Nederland is van voldoende water in rivieren en kanalen. Wanneer schepen niet kunnen varen of havens moeilijk bereikbaar worden, raakt dat niet alleen de binnenvaart, maar ook bedrijven die grondstoffen en goederen over water laten vervoeren. Negen organisaties uit het bedrijfsleven vragen het kabinet daarom om een gezamenlijke aanpak, met concrete maatregelen vóór het volgende droogteseizoen.

De oproep richt zich op de IJssel en de Twentekanalen, een belangrijke verbinding voor de industrie en logistieke sector in Oost-Nederland. De organisaties willen dat niet alleen naar de bevaarbaarheid van de vaarwegen wordt gekeken, maar ook naar de beschikbaarheid van water, de bereikbaarheid van havens en de mogelijkheden om transport bij langdurige beperkingen anders te organiseren.

Stremming Twentekanaal maakte gevolgen van droogte zichtbaar

De gevolgen waren deze zomer concreet merkbaar. Rijkswaterstaat besloot op 25 juli 2026 de scheepvaart bij het sluizencomplex Eefde stil te leggen. Door de aanhoudende droogte was de waterstand op de IJssel te laag om voldoende water naar de Twentekanalen aan te voeren. Het beschikbare water moest onder meer worden ingezet om de waterstand op peil te houden en schade aan waterkeringen, de bodem en de natuur te voorkomen. Dat blijkt uit het bericht van Rijkswaterstaat over de stremming van de Twentekanalen.

De beperkingen werden daarna stapsgewijs versoepeld. Op 27 augustus maakte Rijkswaterstaat bekend dat de wateraanvoer langzaam verbeterde. Begin september werd het aantal schuttingen bij sluis Eefde uitgebreid van vijf naar tien per dag. Normaal gesproken vinden daar dagelijks ongeveer 35 tot 40 schuttingen plaats. De hervatting van het scheepvaartverkeer verliep daarmee geleidelijk en was afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid water.

Ook op de IJssel bleven maatregelen nodig. Rijkswaterstaat kondigde op 24 september aan dat vanaf de volgende ochtend eenrichtingsverkeer zou gelden op een deel van de Boven-IJssel, tussen de monding van het Twentekanaal bij Zutphen en de IJsselkop bij Arnhem. Door de lage waterstand werd de vaargeul smaller en was tweerichtingsverkeer op bepaalde trajecten niet langer verantwoord. De maatregel gold volgens de aankondiging zolang dat noodzakelijk was. De actuele situatie is te volgen via de scheepvaartberichten van Rijkswaterstaat.

Bedrijfsleven vraagt om routekaart vóór de zomer van 2027

Transport en Logistiek Nederland (TLN) heeft samen met acht andere organisaties een position paper aangeboden aan de Tweede Kamer. De oproep, met de titel ‘De bodem in zicht in Oost-Nederland’, is gericht aan de vaste Kamercommissies voor Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken.

Naast TLN zijn VNO-NCW Midden, Twente Board, evofenedex, Logistics Overijssel, Bouwend Nederland Regio Oost, Koninklijke Binnenvaart Nederland, Ondernemersvereniging Port of Twente en Port of Deventer bij de oproep betrokken. Zij vragen het kabinet om binnen zes maanden met één uitvoerbare routekaart te komen, zodat vóór het droogteseizoen van 2027 duidelijk is welke maatregelen worden genomen.

De organisaties willen dat de plannen zowel maatregelen voor de korte termijn als oplossingen voor de langere termijn bevatten. Ook vragen zij om afspraken over de continuïteit van logistieke processen, alternatieve vervoersmogelijkheden en het hervatten van transport wanneer een vaarweg weer beschikbaar komt. Daarnaast willen zij dat er sneller duidelijkheid komt over een nieuw gemaal bij Eefde.

Het verzoek is daarmee niet alleen gericht op herstel van de vaarwegen na droogte. Het bedrijfsleven vraagt ook om vooraf vastgelegde afspraken, zodat ondernemingen beter kunnen plannen wanneer de beschikbaarheid van water opnieuw onder druk komt te staan.

Waterbeheer moet meerdere belangen tegelijk bedienen

De situatie bij Eefde laat zien dat waterbeheer verschillende functies moet combineren. Het sluizencomplex vormt de toegang tot de Twentekanalen, maar speelt ook een rol bij de aanvoer van zoetwater naar omliggende gebieden. Dat water is van belang voor onder meer landbouw, natuur, stedelijk gebied en de scheepvaart.

Volgens Rijkswaterstaat over het sluizencomplex Eefde is de verbinding van belang voor het goederenvervoer tussen de havens van Twente en de grotere Europese vaarwegen. De tweede sluiskolk, die in 2020 in gebruik werd genomen, vergrootte de capaciteit en verminderde de kwetsbaarheid voor bepaalde stremmingen. De droogte van 2026 liet echter zien dat extra sluiscapaciteit niet voldoende is wanneer de wateraanvoer zelf tekortschiet.

Rijkswaterstaat plaatste in april 2025 al een tijdelijke pompinstallatie bij Eefde om water vanuit de IJssel naar de Twentekanalen te kunnen pompen. Daarmee bleef water beschikbaar voor verschillende gebruiksfuncties. Bij een zeer lage IJsselstand kunnen ook de mogelijkheden van deze wateraanvoer worden beperkt. De inzet van pompen is daarom een hulpmiddel, maar neemt de afhankelijkheid van de beschikbare rivierafvoer niet weg. De achtergrond staat in het bericht over de tijdelijke pompinstallatie bij gemaal Eefde.

Binnenvaart blijft een belangrijke goederenvervoerder

De discussie speelt tegen de achtergrond van de omvang van het goederenvervoer over Nederlandse binnenwateren. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek vervoerden binnenvaartschepen in 2025 ongeveer 332,8 miljoen ton goederen. Dat was vrijwel gelijk aan het volume in 2024. Het vervoer verschilt wel per goederensoort: zo nam het containervervoer toe, terwijl het vervoer van onder meer natte bulkgoederen en ijzererts afnam.

De cijfers onderstrepen de omvang van de binnenvaart, maar zeggen op zichzelf niet hoeveel economische schade de droogte van 2026 heeft veroorzaakt. Daarvoor zijn afzonderlijke gegevens nodig over bijvoorbeeld vertragingen, omrijroutes, extra overslag, vervoerskosten en gemiste leveringen. De landelijke vervoerscijfers zijn te raadplegen in de statistieken van het CBS over de binnenvaart.

Voor bedrijven die afhankelijk zijn van de IJssel en de Twentekanalen is vooral van belang hoe vaak beperkingen optreden, hoe lang ze duren en welke alternatieven beschikbaar zijn. De oproep van de negen organisaties legt de nadruk op die voorspelbaarheid en op een betere afstemming tussen waterbeheer, infrastructuur en logistieke planning.

Besluitvorming moet duidelijk maken welke maatregelen volgen

De aanbieding van het position paper aan de Tweede Kamer is een verzoek van het bedrijfsleven en betekent op zichzelf nog niet dat het kabinet de voorgestelde maatregelen heeft overgenomen. De verdere besluitvorming moet uitwijzen welke acties worden uitgewerkt, welke partijen daarvoor verantwoordelijk worden en welke investeringen nodig zijn.

De centrale vraag voor de komende maanden is hoe de overheid de belangen van scheepvaart, waterveiligheid, natuur, landbouw en andere watergebruikers bij langdurige droogte met elkaar wil verenigen. De organisaties vragen om duidelijkheid voordat het volgende droogteseizoen begint.

Dit artikel is gebaseerd op openbare informatie van Rijkswaterstaat, het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Tweede Kamer, aangevuld met het bericht van Transport en Logistiek Nederland. Het oorspronkelijke bericht waarop de aanleiding is gebaseerd, is opgesteld door Transport en Logistiek Nederland (TLN) en gepubliceerd op 13 oktober 2026.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 9