Muizenschade treft 18.000 hectare grasland

Muizenschade treft 18.000 hectare grasland: ook Gelderland in beeld

Algemeen

Satellietbeelden laten zien dat veldmuizen in Nederland op grote schaal grasland hebben beschadigd. Eind september ging het om circa 18.000 hectare met zichtbare schade. De gevolgen verschillen per perceel, terwijl voor getroffen boeren ook vragen spelen over grasherstel, mestregels en landbouwsubsidies. In Gelderland is schade vastgesteld op rivierkleigronden, maar hoeveel grond en bedrijven in de provincie precies zijn getroffen, is nog niet duidelijk.

Muizenschade aan grasland zichtbaar op satellietbeelden

Wageningen University & Research (WUR) bracht de schade in kaart met beelden van de Groenmonitor. De onderzoekers stelden vast dat op 25 september 2026 ongeveer 18.000 hectare grasland zichtbare muizenschade vertoonde. De zwaarst getroffen gebieden lagen in Friesland en de Alblasserwaard. Ook in de Krimpenerwaard, Utrecht, de Eempolder, Noord-Groningen en op rivierkleigronden in Gelderland waren beschadigde percelen zichtbaar.

De satellietbeelden laten zien dat de schade niet overal even ernstig is. Op sommige percelen is vrijwel al het gras weggevreten en is de bodem doorboord met gangen en holen. Daar is het grasland nauwelijks nog bruikbaar voor de productie van veevoer. Het genoemde oppervlak betreft echter grond waarop zichtbare schade is vastgesteld; het betekent niet dat op alle 18.000 hectare de volledige grasmat verloren is gegaan.

Veldmuizenplaag onderscheiden van droogteschade

De warme, droge zomer bemoeilijkte aanvankelijk het vaststellen van de oorzaak van kale en verkleurde graslanden. In juli en augustus was op satellietbeelden niet altijd goed te onderscheiden of gras door droogte was aangetast of door veldmuizen was weggevreten. Na de regen in september werden percelen met droogteschade weer groener, terwijl zwaar door muizen aangetaste stukken kaal bleven.

Volgens WUR was dat verschil onder meer zichtbaar op percelen ten noorden van Giessenburg, in de Alblasserwaard. De waarnemingen laten zien hoe satellietbeelden kunnen helpen om de ontwikkeling van schade te volgen. Ze geven echter niet automatisch uitsluitsel over de herstelkosten, de opbrengstderving of het aantal getroffen landbouwbedrijven.

Muizenplaag in Nederland is geen nieuw verschijnsel

Eerdere uitbraken laten zien dat grote aantallen veldmuizen vaker schade veroorzaken in Nederlandse landbouwgebieden. In de technische rapportage Muizenuitbraken in 2019-2020 in beeld beschrijven onderzoekers van Altenburg & Wymenga de uitbraken in 2014-2015 en 2019-2020. Sinds 2004 zijn opnieuw meerdere uitbraken opgetreden, vooral in open veen- en kleigebieden.

Het onderzoek beschrijft dat weersomstandigheden invloed hebben op de ontwikkeling van muizenpopulaties, maar dat de precieze aanleiding voor een uitbraak niet volledig bekend is. Ook landschap, landgebruik en de aanwezigheid van natuurlijke vijanden spelen een rol. De bevindingen uit eerdere jaren bieden achtergrond bij de huidige situatie, maar zijn geen meting van de omvang van de plaag in 2026.

Gelderland: schade vastgesteld, omvang nog onbekend

Voor Gelderland is vooral van belang dat de Groenmonitor ook schade op rivierkleigronden laat zien. De beschikbare publicatie van WUR vermeldt geen afzonderlijk schadeoppervlak voor de provincie en noemt evenmin hoeveel Gelderse boeren ermee te maken hebben. Daarmee is wel sprake van vastgestelde schade in Gelderland, maar ontbreekt een provinciaal totaal waarmee de gevolgen voor de regionale landbouw kunnen worden gekwantificeerd.

De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de oppervlakte en opbrengst van grasland geven inzicht in de omvang van het Nederlandse graslandareaal, maar bevatten geen afzonderlijke registratie van muizenschade. Hoeveel Gelderse percelen zijn getroffen en welke gevolgen dat heeft voor grasopbrengsten en herstelkosten, kan op basis van deze cijfers niet worden vastgesteld.

Kamervragen over mestregels en landbouwsubsidies

De schade heeft ook een beleidsmatige kant. Op 21 oktober 2026 stelde Tweede Kamerlid Maarten Goudzwaard (JA21) schriftelijke vragen aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De vragen gaan onder meer over de gevolgen voor grasopbrengsten, het herstel van de grasmat en mogelijke knelpunten bij de mestregelgeving.

Ook vraagt het Kamerlid of onderzoek nodig is naar de mineralisatie van stikstof bij graslandvernieuwing na muizenschade. Daarnaast vraagt hij of boeren bij overmacht hun grasland kunnen vernieuwen zonder de eco-premie binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te verliezen. Het gaat om vragen aan de minister; de indiening ervan betekent niet dat de voorgestelde aanpassingen al zijn toegezegd of ingevoerd.

De beantwoording moet duidelijk maken welke ruimte de bestaande regels bieden en of aanvullend onderzoek of beleidsaanpassing nodig is. De vragen zijn terug te vinden in het Kamerstuk over muizenschade aan grasland en de gevolgen voor mestregelgeving.

Schadebeperking en herstel van grasland

Onderzoekers van Altenburg & Wymenga beschrijven in hun eerdere onderzoek verschillende manieren om muizenschade te beperken. In veen- en kleigebieden kan het verhogen van het waterpeil of het bevloeien van land helpen. Waar water moeilijk beschikbaar is, kunnen andere maatregelen nodig zijn, zoals aangepast beheer en variatie in landgebruik. Een combinatie van preventie en monitoring kan helpen om schade eerder te signaleren, al kan een uitbraak niet volledig worden voorkomen.

WUR beschrijft daarnaast dat sommige boeren aangrenzende groene percelen onder water hebben gezet om muizen uit hun gangenstelsels te verdrijven. De werking daarvan kan tijdelijk zijn: wanneer de bodem opnieuw droog wordt, kunnen muizen terugkeren. Hoe effectief maatregelen in de huidige uitbraak zijn en hoeveel herstel per getroffen bedrijf nodig is, blijkt niet uit de beschikbare landelijke cijfers.

De omvang van de zichtbare schade is daarmee in kaart gebracht, maar de financiële gevolgen, de provinciale verdeling en de uiteindelijke herstelbehoefte vragen om aanvullende gegevens. De informatie in dit artikel is samengesteld en gecontroleerd door de redactie van Gelderland Magazine (GLD Magazine) op basis van publicaties van Wageningen University & Research, de technische rapportage van Altenburg & Wymenga en de schriftelijke Kamervragen van Maarten Goudzwaard.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 106