Afrarisch landschap, noeren, koeien

Hoeveel Gelderse boeren moeten verdwijnen? Nieuwe stikstofregels geven nog geen antwoord

Agrarische sector

De Gelderse landbouw krijgt de komende jaren te maken met strengere regels rond stikstof, natuur, mest en de ontwikkeling van veehouderijbedrijven. Vooral bedrijven in en rond kwetsbare natuurgebieden krijgen te maken met aanvullende voorwaarden. De vraag hoeveel boeren daardoor uiteindelijk hun bedrijf moeten beëindigen of zich moeten verplaatsen, is echter niet met een vastgesteld provinciaal aantal te beantwoorden. In de beschikbare beleidsdocumenten staat geen doelstelling waarin bijvoorbeeld duizend of tweeduizend Gelderse veehouderijen moeten verdwijnen.

Dat betekent niet dat er geen bedrijven zullen stoppen. Gelderland heeft regelingen voor vrijwillige beëindiging en verplaatsing van veehouderijen. Daarnaast schetst de ontwerp-Omgevingsvisie een toekomst waarin de Gelderse veestapel kleiner is en er minder intensieve veehouderijbedrijven aanwezig zijn op locaties waar landbouw en natuur, water of wonen elkaar raken. De ontwerp-Omgevingsvisie is nog niet vastgesteld door Provinciale Staten; het gaat daarom om voorgenomen provinciaal beleid. De ontwerp-Omgevingsvisie Gelderland

Strengere regels rond kwetsbare natuur

Gelderland heeft vier stikstofreductiegebieden aangewezen. Het gaat om gebieden rond de Veluwe, Landgoederen Brummen en voorlopig ook rond Bekendelle en Willinks Weust bij Winterswijk. De gebieden bestaan uit stikstofgevoelige natuur en stroken van maximaal 500 meter daaromheen. De begrenzing is gebaseerd op de ligging van stikstofgevoelige habitats. De Gelderse informatie over stikstofreductiegebieden

Vanaf 23 oktober 2026 gelden binnen deze gebieden aanvullende regels. Nieuwe veehouderijen zijn dan niet toegestaan en uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak wordt verboden, met uitzonderingen die in de regelgeving zijn vastgelegd. Voor veel bestaande veehouderijen geldt bovendien dat zij uiterlijk in 2035 aan uitstootnormen moeten voldoen. Voor onder meer biologische en extensieve bedrijven en bedrijven met veel weidegang gelden uitzonderingen. De nieuwe stikstofregels voor agrariërs en grondeigenaren

Een ligging bij natuur betekent niet automatisch uitkoop

De grens van 500 meter betekent niet dat iedere boerderij binnen die zone moet verdwijnen. De provincie beschrijft de stikstofreductiegebieden als gebieden waar de stikstofuitstoot moet worden verminderd en waar tegelijkertijd toekomst blijft voor boeren en andere ondernemers, zij het soms in een andere vorm.

Bij twijfel of een bedrijf binnen het aangewezen gebied valt, wordt volgens de provincie gekeken naar de hoeveelheid uitstoot en de ligging van percelen. Voor bedrijven geldt dat de regels voor het hele bedrijf gelden wanneer minstens 50 procent van de uitstoot binnen de grens van de strook plaatsvindt. Voor landbouwpercelen geldt een vergelijkbare systematiek wanneer meer dan 50 procent van een perceel binnen de strook ligt. De provinciale regels voor de afbakening van de stroken

Daarmee kan uit alleen de afstand tussen een boerderij en een Natura 2000-gebied niet worden afgeleid hoeveel boeren moeten stoppen. De regels houden rekening met de ligging van de uitstoot, percelen en de bedrijfsvoering.

Vrijwillige beëindiging is een van de routes

Gelderland heeft een afzonderlijke regeling voor gebiedsgerichte beëindiging van veehouderijen. De regeling is gericht op veehouderijlocaties die aan specifieke voorwaarden voldoen. Zo moet de stikstofemissie boven bepaalde drempelwaarden liggen en moet de locatie daadwerkelijk als veehouderij in gebruik zijn geweest. De provinciale regeling voor gebiedsgerichte beëindiging van veehouderijen

De regeling betekent daarmee niet dat alle bedrijven in een bepaald gebied worden uitgekocht. Deelname vindt plaats via een subsidieprocedure en is gekoppeld aan voorwaarden. Een boer die niet aan de voorwaarden voldoet, kan niet uitsluitend vanwege de ligging nabij natuur als deelnemer aan deze regeling worden aangemerkt.

Verplaatsing kan alternatief zijn voor beëindiging

Een andere route is bedrijfsverplaatsing. Gelderland heeft daarvoor een subsidieregeling die bedoeld is om veehouderijen uit gebieden rond Natura 2000 te verplaatsen en daarmee stikstofdepositie te verminderen.

Voor de regeling geldt onder meer dat een verhuizing moet leiden tot een reductie van 85 procent van de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied in Gelderland. De nieuwe locatie moet buiten het betreffende Natura 2000-gebied en het bijbehorende overgangsgebied van 2,5 kilometer liggen. De regeling noemt onder meer de Veluwe, Bruuk, St.-Jansberg, Stelkampsveld, Willinks Weust, Wooldse Veen, Korenburgerveen, Bekendelle, Binnenveld en Landgoed Brummen. De provinciale subsidieregeling voor verplaatsing van veehouderijen

De aanwezigheid van een bedrijf binnen zo’n gebied leidt dus niet automatisch tot beëindiging. Verplaatsing is onder voorwaarden een afzonderlijke beleidsroute.

Provincie verwacht kleinere veestapel

De ontwerp-Omgevingsvisie bevat wel een toekomstbeeld voor de Gelderse landbouw. De provincie schrijft dat ongeveer de helft van het Gelderse grondgebied in gebruik is voor land- en tuinbouw en dat landbouw een belangrijke functie in het landelijk gebied blijft. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met een kleinere veestapel en minder intensieve veehouderijbedrijven op plaatsen waar landbouw samenkomt met natuur, water en woonfuncties. De ontwerp-Omgevingsvisie met het provinciale toekomstbeeld voor 2050

Het toekomstbeeld mag niet worden vertaald naar een verplicht uitkooppercentage. De ontwerpvisie noemt geen vastgesteld aantal bedrijven dat vanwege de ligging bij natuur moet verdwijnen. Ook is een toekomstbeeld voor 2050 iets anders dan een juridische verplichting voor een individueel landbouwbedrijf.

Waarom een exact aantal nu niet verantwoord is

Een berekening waarbij alle boeren binnen 500 meter van Natura 2000 worden opgeteld, zou geen antwoord geven op de vraag hoeveel bedrijven moeten stoppen. De provinciale regeling werkt niet met alleen een afstandscriterium. De ligging van stikstofgevoelige natuur, de uitstoot van een bedrijf, de ligging van percelen en uitzonderingen voor bepaalde bedrijfsvoeringen spelen een rol.

Daar komt bij dat de verschillende regelingen verschillende doelgroepen hebben. Een bedrijf kan bijvoorbeeld in een stikstofreductiegebied liggen en onder de emissieregels vallen, maar tegelijkertijd in aanmerking komen voor aanpassing van de bedrijfsvoering. Een ander bedrijf kan onder voorwaarden kiezen voor verplaatsing of vrijwillige beëindiging. De provincie beschrijft daarom meerdere routes naast elkaar.

Op basis van de gecontroleerde provinciale documenten kan dan ook niet verantwoord worden geconcludeerd dat een bepaald aantal Gelderse boeren vanwege hun ligging bij natuur moet worden uitgekocht.

Een bedrijvenkaart kan de volgende stap zijn

Om de omvang van de groep daadwerkelijk te bepalen, zijn meer gegevens nodig dan alleen de grenzen van Natura 2000-gebieden. De kaart van de stikstofreductiegebieden moet worden gecombineerd met de locaties van Gelderse veehouderijen en vervolgens met gegevens over bedrijfstype, emissie, grondgebondenheid en de toepasselijke uitzonderingen.

Daarmee kan onderscheid worden gemaakt tussen bedrijven die onder de nieuwe regels vallen, maar hun bedrijfsvoering kunnen aanpassen, bedrijven waarvoor verplaatsing relevant kan zijn; en bedrijven die aan de voorwaarden voor een beëindigingsregeling voldoen. Alleen zo kan een onderbouwde telling worden gemaakt.

De huidige beleidsdocumenten laten dus wel zien dat Gelderland naar een andere inrichting van de veehouderij toewerkt, vooral rond kwetsbare natuur. Zij geven echter geen vastgesteld aantal boeren dat vanwege die ligging moet verdwijnen. Een dergelijk getal noemen zonder een analyse van de afzonderlijke bedrijven zou verder gaan dan de officiële bronnen toestaan.

Dit artikel is opgesteld door de redactie van GLD Magazine op basis van de ontwerp-Omgevingsvisie Gelderland, de actuele provinciale regels voor stikstofreductiegebieden en de provinciale regelingen voor beëindiging en verplaatsing van veehouderijen. Waar het om voorgenomen beleid gaat, is dat in de tekst expliciet als zodanig aangeduid.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 88