Romeinse geschiedenis krijgt nieuwe impuls: Via Romana wordt grensoverschrijdende tijdreis langs de Rijn

Algemeen

De Romeinse geschiedenis langs de Rijn krijgt de komende jaren een nieuwe impuls. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) gaat samen met Nederlandse en Duitse gemeenten, musea en erfgoedorganisaties de bestaande Via Romana vernieuwen. De ambitie is om het Romeinse verleden tussen Nijmegen en Xanten beter zichtbaar en beleefbaar te maken en tegelijkertijd de verbinding tussen beide grensregio’s te versterken.

Het project richt zich niet alleen op het verbeteren van een bestaande fietsroute. De initiatiefnemers willen een groter netwerk creëren waarin wandelen, fietsen, erfgoed, musea, evenementen en digitale toepassingen met elkaar worden verbonden. Daarmee moet een samenhangende ‘Romeinse tijdreis’ ontstaan die bezoekers aan beide kanten van de grens langs het verleden van de Rijn voert.

Via Romana wordt uitgebreid

De Via Romana bestaat al en verbindt Nijmegen met Xanten. De huidige langeafstandsfietsroute is ongeveer 249 kilometer lang en voert langs verschillende Romeinse en cultuurhistorische locaties in Nederland en Duitsland. De route volgt in grote lijnen het gebied van de voormalige Romeinse Limes en de historische verbinding tussen de twee belangrijke Romeinse centra Nijmegen en Xanten.

De GMR wil de route de komende jaren verder ontwikkelen. Een van de nieuwe onderdelen wordt een verbinding tussen Arnhem en Elst. Ook krijgt Zevenaar een nieuwe ronde die het verhaal vertelt van de Romeinse aanwezigheid in het rivierengebied en de dam die volgens de overlevering met de Romeinse veldheer Drusus wordt verbonden.

Daarnaast wordt gekeken naar nieuwe manieren om bezoekers het verleden te laten ervaren. De GMR noemt onder meer virtual reality als mogelijke toepassing. Het doel daarvan is niet alleen informatie geven over archeologische resten, maar bezoekers op een meer interactieve manier kennis laten maken met het landschap en de geschiedenis.

De precieze uitwerking van de nieuwe routes en belevingsplekken moet de komende periode verder vorm krijgen. Het is daarom nog te vroeg om te spreken van een volledig uitgewerkt nieuw toeristisch product.

Romeinse Limes vormt historische basis

De ontwikkeling sluit aan bij de bijzondere archeologische betekenis van het gebied. De Neder-Germaanse Limes werd in 2021 opgenomen op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Het grensgebied van het voormalige Romeinse Rijk loopt over ongeveer 400 kilometer langs de Rijn, van Duitsland tot aan de Nederlandse Noordzeekust. UNESCO beschrijft een groot aantal archeologische resten, waaronder legerkampen, forten, wegen, havens, waterwerken en nederzettingen. Veel daarvan bevinden zich nog onder de grond.

In Gelderland bevinden zich verschillende locaties die onderdeel zijn van het UNESCO-erfgoed. Daaronder vallen onder meer Meinerswijk in Arnhem, de Grote Kerk in Elst, verschillende locaties in Nijmegen, het Romeinse aquaduct bij Berg en Dal en Herwen-De Bijland bij Zevenaar.

Juist die verspreiding maakt een regionale aanpak interessant. Het Romeinse verleden bestaat niet uit één monument of één museum, maar uit een verzameling locaties en verhalen die samen een beeld geven van het grensgebied van het Romeinse Rijk.

Nederlandse en Duitse gemeenten werken samen

De Romeinse tijdreis wordt nadrukkelijk een grensoverschrijdend project. Vanuit de regio Arnhem-Nijmegen doen onder meer Arnhem, Nijmegen, Overbetuwe, Berg en Dal, Zevenaar, Druten, Lingewaard, Heumen, Wijchen en Mook en Middelaar mee. Aan Duitse zijde zijn onder meer Kleve, Kranenburg, Kalkar, Bedburg-Hau en Xanten betrokken.

Ook verschillende erfgoedorganisaties leveren een bijdrage. De GMR noemt onder meer Erfgoed Gelderland, Museum De Bastei, Museumpark Orientalis en Stichting Verborgen Stad.

De samenwerking past binnen de bredere regionale aanpak van de GMR, waarin cultuurhistorie, recreatie en toerisme nadrukkelijk met elkaar worden verbonden. De regio noemt het versterken van natuur, landschap, cultureel erfgoed en de recreatiesector als onderdeel van de regionale opgave.

Meer dan een fietsroute

De plannen gaan daarmee verder dan het vernieuwen van bewegwijzering of het toevoegen van enkele kilometers. De initiatiefnemers willen dat bezoekers het Romeinse verhaal als één geheel kunnen ervaren.

Dat betekent bijvoorbeeld dat een bezoek aan Nijmegen kan worden verbonden met Elst, Arnhem, Zevenaar en vervolgens met plaatsen aan de Duitse kant van de Rijn. Musea, archeologische locaties, wandel- en fietsroutes en evenementen moeten elkaar daarbij aanvullen.

De bestaande Via Romana laat zien dat daarvoor al een basis aanwezig is. De route voert door het landschap tussen Nijmegen en Xanten en langs onder meer Berg en Dal, Kranenburg, Kleve en Kalkar.

De uitdaging ligt de komende jaren vooral in het daadwerkelijk samenbrengen van die verschillende onderdelen. Een grensoverschrijdend netwerk vraagt immers niet alleen om aantrekkelijke routes, maar ook om goede informatie, herkenbare communicatie en afstemming tussen gemeenten en organisaties.

Romeinenfestival in Elst als eerste zichtbaar resultaat

Een van de eerste concrete activiteiten wordt het Romeinenfestival in Elst op zaterdag 17 oktober 2026. Tijdens het evenement zijn onder meer re-enactmentgroepen, demonstraties, muziek, een historische markt, optochten en activiteiten voor kinderen gepland.

Volgens de GMR moet het festival uitgroeien tot een jaarlijks regionaal evenement. In 2027 verhuist het festival naar Berg en Dal, waar Museumpark Orientalis als gastheer optreedt. Daarmee krijgt het initiatief vanaf het begin een wisselend karakter en worden verschillende plaatsen binnen het Romeinse netwerk bij het programma betrokken.

Kansen voor erfgoed en toerisme

De plannen hebben naast een culturele ook een toeristische component. De GMR ziet mogelijkheden om bezoekers langer in de regio te laten verblijven en verschillende plaatsen met elkaar te laten combineren. Dat kan economische kansen bieden voor recreatiebedrijven, horeca, musea en andere ondernemers.

Tegelijkertijd is het effect daarvan nog niet vast te stellen. De aangekondigde uitbreiding moet de komende jaren nog worden uitgevoerd en de bezoekersaantallen en economische effecten zullen pas daarna kunnen worden beoordeeld. Het is daarom vooral een ontwikkeling waarvan de mogelijke opbrengsten nog moeten blijken.

De historische basis is in ieder geval stevig. De Neder-Germaanse Limes is UNESCO-Werelderfgoed en vormt een grensoverschrijdend archeologisch landschap. De officiële Limes-organisatie benadrukt dat de Nederlandse en Duitse delen samen onderdeel zijn van hetzelfde historische grensgebied.

Verleden als verbinding tussen Nederland en Duitsland

Met de Romeinse Tijdreis langs de Rijn proberen de betrokken partijen een geschiedenis die eeuwen geleden eindigde opnieuw als verbindend verhaal te gebruiken. De Rijn was ooit de grens van het Romeinse Rijk; tegenwoordig vormt de rivier geen grens die de samenwerking tussen de betrokken regio’s hoeft te beperken.

De komende jaren moet blijken of de verschillende routes, musea, evenementen en digitale toepassingen daadwerkelijk één herkenbaar geheel gaan vormen. Voor inwoners biedt het project in ieder geval de mogelijkheid om bekende plekken in een ander historisch perspectief te bekijken. Voor bezoekers ontstaat een uitgebreider netwerk waarin de Romeinse geschiedenis niet op één locatie wordt verteld, maar onderweg wordt ontdekt.

De Romeinse tijdreis langs de Rijn begint daarmee niet bij een nieuw gebouw of één grote attractie. Het uitgangspunt is juist het bestaande landschap, de archeologische resten en de verhalen die al aanwezig zijn. De komende jaren moeten die losse onderdelen uitgroeien tot één grensoverschrijdende route door bijna tweeduizend jaar geschiedenis.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 62