Gelderland investeert in graspersinstallatie in Kootwijkerbroek: kan grasraffinage melkveehouders helpen?

Gelderland investeert in graspersinstallatie in Kootwijkerbroek: kan grasraffinage melkveebedrijven helpen?

Agrarische sector

In Kootwijkerbroek is op 25 september 2026 de eerste grootschalige graspersinstallatie van Grassa officieel geopend. Het bedrijf uit Wageningen wil met de verwerking van gras nieuwe grondstoffen produceren en melkveehouders mogelijkheden bieden om meer waarde uit hun grasland te halen. De installatie is ook relevant voor Gelderland: de provincie investeerde eerder via het Perspectieffonds Gelderland in Grassa, terwijl onderzoekers de mogelijke effecten op nutriëntenverliezen en de economische prestaties van melkveebedrijven onderzoeken.

Van Wageningse innovatie naar installatie in Gelderland

Grassa ontwikkelt een techniek waarmee vers gras wordt gescheiden in eiwitrijk grassap en grasvezel. Volgens de aankondiging van Oost NL over de opening leveren ongeveer tien melkveehouders uit de omgeving van Kootwijkerbroek gras aan de installatie. De vezel gaat terug naar de boeren en wordt opnieuw als koeienvoer gebruikt. Het grassap wordt momenteel ingezet als varkensvoer.

Het bedrijf wil het grassap op termijn ook verwerken tot eiwitten voor menselijke voeding en huisdiervoeding. Die toepassingen behoren tot de ontwikkelplannen; de opening betekent niet dat alle beoogde producten al commercieel beschikbaar zijn.

De installatie brengt daarmee verschillende onderdelen van de agrarische keten bij elkaar: een technologiebedrijf uit Wageningen, melkveehouders uit de omgeving van Kootwijkerbroek en afnemers van de gewonnen grondstoffen. Hoe groot die keten uiteindelijk wordt, hangt mede af van de technische resultaten, de beschikbare hoeveelheid gras en de vraag naar de producten.

Provinciaal investeringsgeld voor verdere ontwikkeling

De Gelderse betrokkenheid begon vóór de opening. Op 19 maart 2025 maakte Oost NL bekend dat Grassa een investering ontving vanuit het Perspectieffonds Gelderland. Dat fonds is van de provincie Gelderland en wordt beheerd door Oost NL. De investering moest onder meer de realisatie van de eerste grasperstechnologie en de verdere ontwikkeling van graseiwit voor menselijke consumptie mogelijk maken.

In december 2025 volgde een samenwerking met Lely, de fabrikant van landbouwtechnologie. Volgens de aankondiging van Oost NL over die samenwerking willen de bedrijven de verwerking van gras opschalen en onderzoeken of die aanpak een aanvullend verdienmodel voor melkveehouders kan opleveren.

De publieke investering en de betrokkenheid van een commerciële partner maken de ontwikkeling relevant voor de regionale economie. Ze tonen aan dat partijen middelen inzetten om de technologie verder te brengen, maar zeggen nog niet hoeveel banen, omzet of financiële opbrengsten de installatie uiteindelijk oplevert. Voor een beoordeling daarvan zijn gegevens nodig over de investeringsomvang, de exploitatie en de resultaten van de betrokken bedrijven.

Wat betekent grasraffinage voor stikstof?

Grasraffinage is niet alleen bedoeld om nieuwe grondstoffen te produceren. Grassa stelt dat het verwijderen van een deel van het eiwit uit gras kan helpen om de hoeveelheid stikstof in mest en urine te verminderen, terwijl de melkproductie op peil blijft. De uitkomst hangt echter af van de samenstelling van het voer en de manier waarop de techniek in de bedrijfsvoering wordt toegepast.

Melkveehouder Willy Baltussen vertelde bij de opening aan vakmedium Nieuwe Oogst dat zijn ervaringen met het aangepaste voer positief waren. Zulke praktijkervaringen zijn relevant, maar vormen op zichzelf geen bewijs dat de methode bij alle melkveebedrijven dezelfde resultaten oplevert.

Voor de beoordeling van milieueffecten zijn metingen nodig die verder gaan dan de samenstelling van het voer. Ook de daadwerkelijke stikstofuitscheiding, de melkproductie en de overige bedrijfsomstandigheden moeten worden meegenomen. Zonder dergelijke gegevens kan niet worden vastgesteld hoeveel stikstofverlies de installatie in de praktijk voorkomt.

Wageningen onderzoekt de gevolgen voor melkveebedrijven

De mogelijke effecten worden ook wetenschappelijk onderzocht. Wageningen Livestock Research voert het project Groene Kringloop uit, waarin de gevolgen van grasraffinage voor de nutriëntenkringloop en de economische prestaties van melkveebedrijven worden onderzocht.

In maart 2026 verscheen het rapport Potentie van grasraffinage op melkveebedrijven, een modelanalyse van Wageningen Livestock Research. De onderzoekers bestuderen daarin hoe grasraffinage kan bijdragen aan efficiënter nutriëntengebruik en aan de afvoer van stikstof en fosfor van melkveebedrijven.

Het onderscheid tussen modelberekeningen en praktijkresultaten is hierbij belangrijk. Een berekende potentiële verbetering is niet automatisch een gemeten effect op een individueel bedrijf. Het project loopt volgens de onderzoeksinformatie tot en met 31 december 2026. De onderzoeksresultaten kunnen helpen om de mogelijkheden en beperkingen van de techniek beter te beoordelen.

Verdienmodel voor Gelderse boeren nog een vraagstuk

Voor de deelnemende melkveehouders is uiteindelijk van belang of de verwerking financieel voordeel oplevert. Daarbij tellen niet alleen de waarde van het grassap en de teruggeleverde grasvezel mee, maar ook de kosten van grasaanvoer, transport, verwerking en eventuele aanpassingen in het rantsoen.

Ook de afzet van het grassap speelt een rol. De huidige toepassing als varkensvoer verschilt van de toekomstige ambitie om eiwitten voor menselijke voeding en huisdiervoeding te produceren. Voor die laatste toepassingen moeten de benodigde verwerking en commerciële afzet verder worden ontwikkeld.

De opening in Kootwijkerbroek maakt het mogelijk om de technologie op grotere schaal toe te passen en ervaringen op te doen met de samenwerking tussen boeren en afnemers. Voor Gelderland komen daarmee provinciale investeringen, agrarische innovatie en kennisontwikkeling samen. Hoe groot de bijdrage aan de regionale economie, de stikstofopgave en het inkomen van melkveehouders wordt, zal moeten blijken uit de verdere praktijkervaringen en onderzoeksresultaten.

Dit artikel is opgesteld door de redactie van Gelderland Magazine op basis van publicaties van Oost NL, Nieuwe Oogst en Wageningen University & Research.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 23