Radboudumc-onderzoek legt bredere zorgvraag bloot: Nederland loopt vast tussen zorg, wonen en welzijn

Zorg

Nederlanders kijken anders naar de toekomst van de zorg dan alleen vanuit de vraag of er voldoende artsen, verpleegkundigen en zorginstellingen zijn. Een nieuwe burgerraadpleging van het Radboudumc laat zien dat mensen zorgproblemen verbinden met hun woning, werk, inkomen, sociale contacten en dagelijks leven. Vooral wanneer meerdere problemen tegelijk spelen, ervaren burgers dat het zorgstelsel onvoldoende houvast biedt.

De Nederlandse Zorgautoriteit liet het Radboudumc onderzoek doen naar de manier waarop mensen kijken naar zorg voor mensen met mentale gezondheidsproblemen en naar ouderen die langer zelfstandig thuis wonen. Aan het onderzoek namen 24 mensen deel aan een burgerpanel en 1.054 mensen vulden een online vragenlijst in. De resultaten zijn gepubliceerd in het rapport Waar de burger vastloopt.

Zorgvraag begint niet altijd in de spreekkamer

Uit de gesprekken blijkt dat deelnemers gezondheidsproblemen niet loszien van de omstandigheden waarin iemand leeft. Bij mentale gezondheid noemen zij naast professionele zorg onder meer werk, school, schulden, eenzaamheid, sociale contacten en structuur. Bij ouderen die langer thuis wonen gaat het naast zorg over een geschikte woning, praktische hulp, veiligheid en sociale verbinding. De NZa vat de belangrijkste conclusie samen als de behoefte aan zorg en ondersteuning die aansluit bij het dagelijks leven. De Nederlandse Zorgautoriteit publiceerde de resultaten op 1 oktober.

Die uitkomst sluit aan bij een bredere onderzoekslijn binnen het Radboudumc. Anneke van Vught, bijzonder hoogleraar Regionale Geïntegreerde Netwerkzorg, onderzoekt hoe zorg meer rondom de persoon kan worden georganiseerd en waar mogelijk thuis of dichtbij. In haar onderzoek staat eveneens de vraag centraal wanneer een probleem wel of juist niet met medische zorg moet worden beantwoord.

Van Vught wijst erop dat vragen over eenzaamheid, ongezonde leefgewoonten, ingrijpende gebeurtenissen, werk of wonen in de zorg terecht kunnen komen zonder dat medische zorg daarvoor altijd het passende antwoord is. Het Radboudumc-onderzoek naar regionale geïntegreerde netwerkzorg richt zich daarom op een bredere benadering van hulpvragen en op samenwerking tussen zorgprofessionals, naasten en burgers.

Verschillende systemen, één dagelijks leven

Juist daar ontstaat volgens de deelnemers aan de burgerraadpleging een probleem. Zorg en ondersteuning zijn verdeeld over verschillende organisaties, terwijl de burger zijn situatie niet in afzonderlijke loketten ervaart. Deelnemers noemen het gebrek aan herkenbare toegang, ondersteuning bij ingewikkelde situaties en duidelijkheid over wie de regie voert. Zij geven aan dat mensen nu geregeld zelf moeten uitzoeken waar zij terechtkunnen en welke organisatie verantwoordelijk is.

Dat betekent niet dat één loket alle problemen kan oplossen. De onderzoeksresultaten bieden daarvoor geen onderbouwing. Ze laten wel zien dat de manier waarop zorg en ondersteuning zijn georganiseerd voor burgers moeilijk te doorgronden kan zijn wanneer meerdere problemen tegelijk spelen.

Het Radboudumc onderzoekt dit bredere vraagstuk al langer. Binnen het programma Inclusieve persoonsgerichte zorg voor kwetsbare burgers van hoogleraar Jeanine Suurmond wordt onderzocht hoe maatschappelijke omstandigheden de gezondheid en toegang tot zorg beïnvloeden. Het onderzoeksprogramma van het Radboudumc richt zich onder meer op schulden, dakloosheid, armoede en de samenwerking tussen eerstelijnszorg en het sociale domein.

Bestaanszekerheid speelt mee bij gezondheid

De onderzoekslijn van Suurmond maakt een tweede aspect zichtbaar dat aansluit bij de nieuwe burgerraadpleging: gezondheid staat niet los van bestaanszekerheid. Het Radboudumc stelt dat maatschappelijke positie, waaronder opleiding en inkomen, invloed kan hebben op gezondheid en toegang tot zorg.

Bij haar benoeming tot hoogleraar in 2024 benadrukte Suurmond dat gezondheidsverschillen niet uitsluitend vanuit de medische zorg kunnen worden verklaard. Het Radboudumc beschreef toen dat verschillen in bestaanszekerheid en leefomstandigheden een belangrijke rol spelen. Het onderzoek richt zich daarom mede op betere samenwerking tussen zorgverleners en het sociale domein. In de publicatie over haar benoeming wordt bijvoorbeeld het verband gelegd tussen financiële zorgen en klachten waarmee mensen bij de huisarts komen.

Daarmee ontstaat een inhoudelijke verbinding met de nieuwe burgerraadpleging, zonder dat beide onderzoeken hetzelfde onderzoek zijn. De burgerraadpleging laat zien dat inwoners mentale gezondheid verbinden met onder meer schulden, werk en sociale contacten. Het onderzoeksprogramma van Suurmond onderzoekt afzonderlijk hoe dergelijke maatschappelijke omstandigheden gezondheid en toegang tot zorg beïnvloeden.

Langer thuis wonen vraagt meer dan thuiszorg

Voor ouderen komt een vergelijkbare ontwikkeling naar voren. De deelnemers aan het NZa-onderzoek vinden langer zelfstandig wonen alleen wenselijk wanneer ouderen voldoende ondersteuning en sociale verbinding ervaren. Een passende woning, praktische hulp en veiligheid worden genoemd naast professionele zorg.

De onderzoekers maken daarbij een duidelijke grens bij informele hulp. Mantelzorg, burenhulp en vrijwilligerswerk zijn volgens de uitkomsten waardevol voor lichte, praktische en sociale ondersteuning. Wanneer hulp langdurig, medisch of emotioneel zwaar wordt, blijft professionele zorg nodig. Het onderzoek levert daarmee geen onderbouwing voor de gedachte dat meer mantelzorg professionele zorg eenvoudig kan vervangen.

Ook hier is een duidelijke relatie met het onderzoek van het Radboudumc naar ouderenzorg en langdurige zorg. Het programma onder leiding van hoogleraar Debby Gerritsen richt zich onder meer op het lichamelijke en geestelijke welbevinden van kwetsbare ouderen en mensen met chronische aandoeningen, thuis en in instellingen. Zelf- en samenredzaamheid vormen expliciete onderzoeksthema’s binnen het programma Ouderenzorg en langdurige zorg van het Radboudumc.

De zorgvraag verschuift naar de regio

De verschillende onderzoeken wijzen daarmee in dezelfde richting: zorg wordt steeds meer verbonden met de omgeving waarin mensen leven. Dat betekent niet dat medische zorg minder belangrijk wordt. Het betekent dat de omstandigheden waarin iemand woont en leeft mede bepalen welke ondersteuning nodig is en of die ondersteuning daadwerkelijk werkt.

Van Vught onderzoekt daarom regionale geïntegreerde netwerkzorg, waarbij zorg rondom de persoon wordt georganiseerd. Suurmond richt zich op inclusieve persoonsgerichte zorg voor mensen in kwetsbare situaties. Gerritsen onderzoekt onder meer welbevinden en zelf- en samenredzaamheid bij kwetsbare ouderen. Het zijn verschillende onderzoeksprogramma’s, maar alle drie kijken ze verder dan de afzonderlijke medische behandeling.

Dat sluit aan bij de conclusie uit de nieuwe burgerraadpleging. Deelnemers vragen niet uitsluitend om meer zorg, maar om een begrijpelijke route naar hulp, ondersteuning bij complexe situaties en duidelijkheid over de verantwoordelijkheid voor de samenhang.

Geen eenvoudige oplossing voor een ingewikkeld probleem

De resultaten bieden geen bewijs voor één oplossing voor de problemen in de zorg. Een nieuw loket, meer mantelzorg of een andere verdeling van verantwoordelijkheden kan op basis van deze onderzoeken niet als dé oplossing worden aangewezen. Daarvoor zijn aanvullende analyses nodig.

Wat de onderzoeken wel duidelijk maken, is dat de grenzen tussen zorg, welzijn, wonen en bestaanszekerheid voor burgers minder scherp zijn dan de grenzen tussen de organisaties die deze voorzieningen aanbieden. Wie psychische problemen heeft en tegelijkertijd schulden en eenzaamheid ervaart, heeft niet te maken met drie afzonderlijke vraagstukken. Het gaat om één dagelijks leven waarin die problemen elkaar kunnen beïnvloeden.

Voor de zorg betekent dit een andere manier van kijken. Niet iedere maatschappelijke vraag vraagt om een medische oplossing, maar medische zorg kan evenmin los worden gezien van de omstandigheden waarin mensen leven. Juist bij kwetsbare mensen en complexe situaties komt de vraag naar voren wie de samenhang bewaakt.

Van patiënt naar inwoner

De burgerraadpleging van het Radboudumc is door de NZa juist vanuit dat perspectief opgezet. De zorgautoriteit wil het inwonersperspectief nadrukkelijker betrekken bij beleid en toezicht. De 24 deelnemers aan het burgerpanel en de 1.054 deelnemers aan de online enquête geven daarvoor een concreet beeld van wat mensen belangrijk vinden.

Het opvallende aan de resultaten is daarmee niet dat Nederlanders zorg belangrijk vinden. Dat ligt voor de hand. De betekenis zit in de manier waarop zij zorg plaatsen binnen hun dagelijks leven. Toegankelijke zorg begint volgens de uitkomsten niet pas bij de behandeling, maar bij de vraag of iemand weet waar hij terechtkan en of de verschillende vormen van ondersteuning op elkaar aansluiten.

De burgerraadpleging werd uitgevoerd door het Radboudumc in opdracht van de Nederlandse Zorgautoriteit. De bredere context in dit artikel is gebaseerd op afzonderlijke onderzoeksprogramma’s en publicaties van het Radboudumc over regionale geïntegreerde netwerkzorg, inclusieve persoonsgerichte zorg en ouderenzorg. De nieuwe burgerraadpleging en deze onderzoeksprogramma’s zijn dus niet één onderzoek, maar laten vanuit verschillende invalshoeken zien hoe het Radboudumc kijkt naar de samenhang tussen gezondheid, zorg en de omstandigheden waarin mensen leven.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 20