De ouderenzorg verandert ingrijpend. Steeds meer ouderen blijven langer zelfstandig wonen en krijgen zorg en ondersteuning aan huis. Die ontwikkeling is niet alleen zichtbaar in de verpleeghuiszorg, maar raakt ook rechtstreeks de thuiszorg en wijkverpleging in Gelderland. Terwijl de zorgvraag toeneemt, staat tegelijkertijd de beschikbaarheid van voldoende personeel onder druk. Daarmee ontstaat een vraag die de komende jaren steeds belangrijker wordt: kan de thuiszorg de verschuiving van zorg uit het verpleeghuis naar de woning van mensen daadwerkelijk bijbenen?
Steeds meer zorg vindt thuis plaats
Uit recent onderzoek van het RIVM blijkt dat de vraag naar ouderenzorg niet afneemt, maar verandert. Tussen 2018 en 2024 groeide het aantal ouderen dat langdurige zorg thuis ontvangt van ongeveer 34.000 naar 78.000. Het aantal ouderen dat zorg in een verpleeghuis ontvangt, nam in dezelfde periode toe van 112.000 naar 127.000. De groei van langdurige zorg thuis was daarmee aanzienlijk groter.
Volgens het RIVM wonen ouderen bovendien langer zelfstandig. Wanneer zij uiteindelijk naar een verpleeghuis gaan, is vaak sprake van een zwaardere zorgvraag en verblijven zij daar gemiddeld korter. De ontwikkeling sluit aan bij het beleid om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen en bij de voorkeur van veel ouderen om hun vertrouwde omgeving en sociale netwerk te behouden.
Voor Gelderland betekent die ontwikkeling dat de thuiszorg een steeds belangrijker onderdeel wordt van de ouderenzorg. Dat is niet alleen een kwestie van meer uren zorg aan huis. Naarmate mensen langer zelfstandig wonen, kan ook de complexiteit van de zorg toenemen. Verpleegkundige zorg, persoonlijke verzorging, hulpmiddelen, huishoudelijke ondersteuning en mantelzorg komen daarbij steeds vaker samen rond dezelfde cliënt.
Personeel blijft een belangrijk knelpunt
Daar zit een van de grootste uitdagingen. De Nederlandse Zorgautoriteit signaleert dat de arbeidsmarktproblematiek in de wijkverpleging voortduurt. Er is meer uitstroom dan instroom van zorgprofessionals, terwijl tegelijkertijd de vraag naar wijkverpleging groeit. Dat komt onder meer doordat mensen langer thuis blijven wonen en na een ziekenhuisopname sneller naar huis gaan.
De NZa waarschuwt dat de toegankelijkheid daardoor onder druk komt te staan. Als een geschikte thuiszorgaanbieder niet beschikbaar is, kunnen mensen langer in het ziekenhuis blijven, kan zorg over meerdere organisaties worden verdeeld of kan een groter beroep worden gedaan op mantelzorgers.
Ook de arbeidsmarktprognoses voor de thuiszorg geven reden om vooruit te kijken. Volgens de meest recente prognose van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn loopt het verwachte personeelstekort in de thuiszorg in het scenario met beleid op van 8.600 medewerkers in 2026 naar 27.300 in 2035. De vraag naar personeel groeit daarbij aanzienlijk sneller dan het beschikbare aanbod. Het gaat om landelijke prognoses, maar de ontwikkeling is relevant voor alle regio’s waar de zorgvraag toeneemt, waaronder Gelderland.
Niet alleen meer handen, maar ook zwaardere zorg
De discussie over personeel gaat daarmee niet uitsluitend over aantallen medewerkers. De aard van het werk verandert eveneens.
Wanneer ouderen pas naar een verpleeghuis gaan als zelfstandig wonen echt niet meer lukt, komt een groter deel van de complexe zorg eerder bij de thuissituatie terecht. Dat kan betekenen dat wijkverpleegkundigen en verzorgenden te maken krijgen met cliënten met meerdere aandoeningen, intensievere verpleegkundige handelingen of een grotere behoefte aan coördinatie.
Het RIVM constateert dat professionals de verschuiving naar zorg thuis herkennen en dat het werk in zorginstellingen daardoor zwaarder wordt. Voor de thuiszorg betekent dezelfde ontwikkeling dat zorgverleners vaker betrokken kunnen zijn bij situaties waarin verschillende vormen van zorg en ondersteuning tegelijk nodig zijn.
Dat maakt de organisatie van de zorg minstens zo belangrijk als het aantal medewerkers.
Samenwerking met gemeenten blijft achter
Juist daar blijkt nog ruimte voor verbetering. Onderzoek van het Nivel dat in september 2026 werd gepubliceerd, laat zien dat wijkverpleging inmiddels veel samenwerkt met andere zorgaanbieders. Zo rapporteert 79,1 procent van de ondervraagde professionals afspraken met andere aanbieders van wijkverpleging, 71,1 procent met huisartsen en 70,6 procent met ziekenhuizen.
De samenwerking met gemeentelijke diensten blijft daar sterk bij achter. Slechts 8 procent van de ondervraagde professionals geeft aan dat hierover afspraken zijn gemaakt. Dat is relevant, omdat ouderen die langer thuis wonen vaak niet alleen medische zorg nodig hebben. Ook ondersteuning vanuit de gemeente, hulpmiddelen, begeleiding, dagbesteding of huishoudelijke hulp kunnen onderdeel zijn van de oplossing. Nivel publiceerde de resultaten van het onderzoek naar samenwerking in de wijkverpleging.
Een wijkverpleegkundige kan daardoor te maken krijgen met verschillende organisaties, financieringsstromen en verantwoordelijkheden rond één cliënt. Dat maakt de zorg niet automatisch slechter, maar kan de samenwerking wel ingewikkelder maken.
Minder loketten klinkt eenvoudig, maar blijkt dat niet te zijn
Een ontwikkeling die dit probleem moet verminderen is het zogenoemde domeinoverstijgend indiceren. Daarbij kan een wijkverpleegkundige niet alleen zorg vanuit de Zorgverzekeringswet indiceren, maar ook rechtstreeks ondersteuning vanuit de Wmo aanvragen.
In de praktijk wordt dit nog beperkt toegepast. Uit recent Nivel-onderzoek blijkt dat begin 2026 31,5 procent van de onderzochte zorgprofessionals in de wijkverpleging deze werkwijze toepaste. Van degenen die ermee werken, bedraagt de gemiddelde tevredenheid 7,1.
Daar staat tegenover dat administratieve lasten juist als belangrijk knelpunt worden genoemd. Een derde van de professionals die domeinoverstijgend indiceren, ervaart extra regeldruk. Duidelijke afspraken tussen partijen en voldoende informatie over gemeentelijke voorzieningen worden door professionals genoemd als belangrijke voorwaarden voor verbetering.
Voor gemeenten in Gelderland ligt hier een concrete opgave. Hoe beter zorg, Wmo-ondersteuning en andere voorzieningen op elkaar aansluiten, hoe kleiner de kans dat cliënten en hun mantelzorgers zelf de verschillende loketten bij elkaar moeten brengen.
Ook kwaliteit en toezicht blijven onderdeel van het verhaal
Dat de thuiszorg onder druk staat, betekent overigens niet dat iedere zorgaanbieder met dezelfde problemen kampt. De sector bestaat uit grote en kleine organisaties en de kwaliteit kan verschillen.
Dat werd dit jaar in Gelderland zichtbaar bij Derman Thuiszorg Gelderland in Arnhem en Soest. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gaf de organisatie in april een aanwijzing nadat inspecteurs ernstige risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg hadden vastgesteld. De inspectie noemde onder meer tekortkomingen op het gebied van cliëntgerichte zorg, deskundigheid, medicatieveiligheid, hygiëne en infectiepreventie. Cliënten moesten worden overgedragen aan andere aanbieders.
In juni maakte de IGJ vervolgens bekend dat Derman Thuiszorg Gelderland was gestopt met het leveren van zorg en dat de aanwijzing daarom werd beëindigd. Volgens de inspectie waren de cliënten overgedragen en was de organisatie failliet verklaard.
Dit individuele geval zegt niets over de kwaliteit van de Gelderse thuiszorg als geheel. Het laat wel zien waarom voldoende personeel, deskundigheid, goed bestuur en toezicht belangrijke voorwaarden blijven wanneer steeds meer zorg bij mensen thuis wordt geleverd.
De Gelderse uitdaging ligt niet alleen bij de zorgorganisatie
De ontwikkeling naar meer zorg thuis maakt van thuiszorg steeds meer een gezamenlijke regionale verantwoordelijkheid. Zorgorganisaties moeten voldoende medewerkers aantrekken en behouden. Gemeenten moeten zorgen dat ondersteuning vanuit de Wmo bereikbaar is. Huisartsen en ziekenhuizen moeten patiënten goed kunnen overdragen en woningaanpassingen en geschikte woonvormen kunnen onderdeel zijn van de oplossing.
Daarbij speelt ook de mantelzorger een belangrijke rol. Het RIVM waarschuwt dat de verschuiving naar zorg thuis kan leiden tot meer belasting voor ouderen en hun naasten, zeker wanneer verschillende vormen van zorg en ondersteuning nodig zijn.
Voor Gelderland is daarom niet alleen de vraag hoeveel thuiszorgmedewerkers er over vijf of tien jaar nodig zijn van belang. Minstens zo belangrijk is de vraag hoe de zorg rond mensen thuis wordt georganiseerd. Het Regiobeeld biedt daarvoor regionale gegevens over onder meer het zorgaanbod, arbeidsmarkttekorten, mantelzorg en wachtenden.
De ontwikkeling lijkt voorlopig duidelijk: de zorg verplaatst zich steeds verder richting de woning van de cliënt. De komende jaren zal moeten blijken of de organisatie van de Gelderse thuiszorg zich in hetzelfde tempo kan aanpassen. Daarbij gaat het niet alleen om innovatie, maar vooral om voldoende professionals, goede samenwerking en een zorgstructuur waarin ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen zonder dat de verantwoordelijkheid ongemerkt bij familie en buren terechtkomt.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 31






