De provincie Gelderland trekt 10 miljoen euro uit om verzuurde bosbodems te herstellen. Terreineigenaren kunnen vanaf september subsidie aanvragen voor het verspreiden van steenmeel, schelpengruis of kalk. De maatregel moet mineralen terugbrengen in de bodem en daarmee planten, bomen en dieren helpen die door jarenlange stikstofdepositie onder druk zijn komen te staan. Tegelijkertijd blijkt uit eerder onderzoek dat bodemherstel geen eenvoudige kwestie is. Wat onder de bomen gebeurt, is een complex samenspel van mineralen, schimmels, planten en bodemdieren.
Miljoenen voor de Gelderse bosbodem
De nieuwe subsidieregeling van de provincie Gelderland is bedoeld voor grotere natuurterreinen waar de bodem door verzuring uit balans is geraakt. Voor de regeling is 10 miljoen euro beschikbaar. Terreineigenaren kunnen subsidie krijgen voor zowel noodzakelijk bodemonderzoek als het uitvoeren van herstelmaatregelen. Het gebied waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet minimaal 20 hectare groot zijn en de werkzaamheden moeten uiterlijk in 2028 beginnen. De provincie maakt de regeling in september 2026 open. Gelderland licht de nieuwe subsidieregeling zelf toe.
Het doel is niet om de bodem simpelweg vruchtbaarder te maken. Juist op de droge zandgronden van Gelderland is de samenstelling van de bodem van nature arm. Door langdurige stikstofdepositie is echter een ander probleem ontstaan: belangrijke mineralen zoals calcium, magnesium en kalium zijn uit de bodem verdwenen. Tegelijkertijd kunnen stoffen vrijkomen die schadelijk zijn voor planten en bodemdieren.
Daarmee raakt de verzuring niet alleen de bomen die boven de grond zichtbaar zijn. De gevolgen werken door in de voedselketen. Wanneer er bijvoorbeeld minder calcium beschikbaar is, kunnen ook bodemdieren zoals huisjesslakken daar last van hebben. Voor vogels die deze dieren eten, kan dat vervolgens gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van voedingsstoffen.
Een probleem dat onder het bosoppervlak verborgen blijft
Wie over de Veluwe loopt, ziet niet direct dat een bosbodem verzuurd is. De bomen kunnen er jarenlang gezond uitzien, terwijl ondergronds belangrijke veranderingen plaatsvinden. Volgens Staatsbosbeheer heeft stikstofdepositie niet alleen geleid tot vermesting, maar ook tot verzuring. Daardoor spoelen calcium, kalium en magnesium gemakkelijker uit en kunnen voor planten schadelijke stoffen zoals aluminium beschikbaar komen. Staatsbosbeheer beschrijft de processen en de mogelijke gevolgen voor het bosbodemleven.
Dat maakt de aangekondigde maatregel van Gelderland opvallend. De provincie kiest ervoor om letterlijk stoffen aan de bodem toe te voegen die daar door verzuring zijn verdwenen. Steenmeel bevat onder meer calcium, magnesium en kalium en geeft die mineralen geleidelijk af. Schelpengruis werkt eveneens als een bron van calcium, terwijl kalk vooral bedoeld is om de zuurgraad van de bodem te beïnvloeden.
De maatregel moet daarmee een deel van de schade herstellen die zich in tientallen jaren heeft opgebouwd. Het is echter nadrukkelijk geen vervanging voor het verminderen van stikstofdepositie. Ook de provincie noemt de toepassing een aanvullende maatregel binnen de bredere stikstofaanpak.
Ede liet al zien dat herstel mogelijk is
Gelderland heeft niet zonder reden voor deze aanpak gekozen. Op De Ginkel bij Ede werd eind 2020 een groot gebied behandeld met schelpgruis. In totaal ging het om ongeveer 385 hectare bos en heide. In kleinere delen werd ook geëxperimenteerd met andere kalkrijke producten, waaronder steenmeel.
De resultaten die de gemeente Ede in maart 2026 bekendmaakte, zijn opvallend. Volgens het onderzoek dat in opdracht van de gemeente en de provincie werd uitgevoerd, verdwenen de problemen met calciumtekorten bij mezen. Voor de behandeling werden regelmatig nesten gevonden waarin vogels gebroken pootjes hadden. Na de maatregel nam bovendien het aantal bodemdieren, waaronder pissebedden, miljoenpoten en huisjesslakken, toe. De gemeente Ede publiceerde de onderzoeksresultaten over De Ginkel.
Ook de plantengroei veranderde. In het behandelde gebied werden volgens de gemeente meer dan dertig nieuwe plantensoorten aangetroffen. De toename van bloeiende planten kan vervolgens gevolgen hebben voor insecten zoals bijen, wespen en zweefvliegen. Ook bij de eiken werden positieve signalen gevonden, waaronder minder rupsenvraat en gunstiger metingen van het bladgroen.
Toch zit er een belangrijke nuance in de resultaten. In de bovenste bodemlaag van het eikenbos werd een verdubbeling van de hoeveelheid calcium gemeten, maar die toename was dieper in de bodem nauwelijks zichtbaar. Het onderzoek laat dus zien dat de maatregel effect heeft, maar niet dat daarmee de volledige bodem is hersteld.
Waarom steenmeel niet zomaar overal kan worden gestrooid
Juist daar wordt het verhaal ingewikkelder. Steenmeel klinkt als een relatief eenvoudige oplossing, maar een bosbodem is geen bak met aarde waarin ontbrekende mineralen kunnen worden bijgevuld.
Onder de bomen bevindt zich een complex ecosysteem waarin schimmels, bacteriën, plantenwortels en bodemdieren elkaar beïnvloeden. Staatsbosbeheer waarschuwde eerder dat steenmeel in bossen mogelijk andere effecten kan hebben dan op heide. Sommige bestanddelen van steenmeel kunnen onder bepaalde omstandigheden ongewenste effecten hebben op de strooisellaag en het bodemleven. Ook verschilt de samenstelling van bodems sterk per locatie.
Dat is ook terug te zien in het onderzoek dat door het kennisprogramma OBN Natuurkennis wordt verzameld. Daar wordt onder meer onderzocht hoe kalk en steenmeel kunnen worden gecombineerd met andere maatregelen om verzuurde droge bosbodems te herstellen. Andere onderzoeken kijken naar de effecten van steenmeel op bodemchemie, bodemleven, mycorrhizaschimmels, boomvitaliteit en biodiversiteit. De kennisorganisatie benadrukt daarbij dat maatwerk en monitoring belangrijk zijn.
De discussie gaat daarmee niet alleen over de vraag óf steenmeel werkt, maar ook over welk product op welke plek wordt gebruikt, in welke hoeveelheid en onder welke bodemomstandigheden.
Kalk herstelt de bodem, maar niet de oorzaak
De Gelderse aanpak kent nog een belangrijke beperking. Kalk, schelpengruis en steenmeel kunnen mineralen aanvullen en de gevolgen van verzuring beperken, maar ze stoppen de bron van die verzuring niet.
Zolang er te veel stikstof op de natuur terechtkomt, blijft de onderliggende druk bestaan. Dat erkent ook de gemeente Ede naar aanleiding van het onderzoek op De Ginkel. De gemeente stelt dat de herstelmaatregel positieve effecten heeft, maar dat de stikstofneerslag nog fors omlaag moet om het probleem van de verzuring daadwerkelijk op te lossen.
De nieuwe subsidieregeling moet daarom vooral worden gezien als een manier om natuurgebieden tijd te geven en beschadigde bodemfuncties gedeeltelijk te herstellen. De provincie koppelt de maatregel nadrukkelijk aan haar bredere Versnellingsaanpak Stikstof, waarin zowel natuurherstel als vermindering van stikstofuitstoot een plaats hebben.
De Veluwe wordt daarmee een groot experiment
De komende jaren wordt duidelijk of de ervaringen uit Ede op grotere schaal kunnen worden toegepast. De provincie wil met 10 miljoen euro nieuwe projecten mogelijk maken, terwijl terreineigenaren eerst moeten onderzoeken welke behandeling bij hun bodem past.
Dat maakt deze ontwikkeling interessanter dan alleen een nieuwe subsidieregeling. Gelderland gaat op grotere schaal experimenteren met het actief herstellen van een ecosysteem dat door tientallen jaren van verzuring is veranderd. De effecten zullen bovendien niet alleen aan bomen worden afgemeten. Juist de ontwikkeling van bodemleven, planten, insecten en vogels kan laten zien of de maatregel daadwerkelijk verder reikt dan een verandering van de zuurgraad.
Voor de Veluwe betekent het dat een deel van het natuurherstel zich de komende jaren letterlijk onder de voeten van bezoekers afspeelt. Aan de oppervlakte verandert er mogelijk weinig, terwijl onder het bladerdek wordt geprobeerd een bodemchemie terug te brengen die in veel gebieden al lange tijd uit balans is.
De vraag is uiteindelijk niet alleen of kalk of steenmeel werkt. De grotere vraag is of een beschadigd bosecosysteem zichzelf opnieuw kan organiseren wanneer enkele van de verdwenen bouwstoffen worden teruggebracht. De ervaringen op De Ginkel geven daar hoopvolle aanwijzingen voor, maar het bredere onderzoek laat tegelijkertijd zien dat de uitkomst afhankelijk blijft van bodemtype, dosering, samenstelling en de voortdurende stikstofbelasting.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 260






