Nederland krijgt minder kinderen, de bevolking wordt ouder en internationale migratie speelt een steeds grotere rol in de bevolkingsgroei. Tegelijkertijd neemt de behoefte aan zorg toe en blijft voldoende personeel vinden een uitdaging. Die ontwikkelingen raken niet alleen de arbeidsmarkt, maar ook de financiering van de AOW, de gezondheidszorg en andere collectieve voorzieningen. Nieuwe bevolkingsprognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten zien hoe de demografische verhoudingen de komende decennia kunnen veranderen.
Vergrijzing Nederland: meer ouderen, minder demografische ruimte
Volgens de CBS-kernprognose 2025–2070 groeit de Nederlandse bevolking van ongeveer 18,1 miljoen inwoners eind 2025 naar naar verwachting 20,6 miljoen in 2070. De grens van 19 miljoen inwoners wordt volgens deze prognose rond 2037 bereikt. Het gaat om een verwachting op basis van aannames over geboorte, sterfte en migratie, niet om een vaststaand toekomstbeeld.
De leeftijdsopbouw verandert eveneens. In 2025 waren er voor het eerst meer inwoners van 65 jaar en ouder dan jongeren onder de twintig. Het CBS verwacht dat het aantal ouderen verder toeneemt. Daardoor wordt de verhouding tussen mensen die veelal werken en mensen die vaker gebruikmaken van pensioen- en zorgvoorzieningen een belangrijk aandachtspunt voor beleid en overheidsfinanciën.
De gevolgen zijn niet uitsluitend afhankelijk van het totale aantal inwoners. Ook de gezondheid van ouderen, de leeftijd waarop mensen stoppen met werken, de productiviteit van werknemers en de inrichting van de zorg beïnvloeden hoeveel middelen en personeel nodig zijn.
Geboortecijfer Nederland: kinderwens en bestaanszekerheid
Het gemiddelde kindertal is de afgelopen jaren gedaald. Het CBS raamde het totale vruchtbaarheidscijfer voor 2025 op 1,42 kind per vrouw, tegenover 1,80 in 2010. Het cijfer voor 2025 was gebaseerd op voorlopige gegevens en is dus een raming. Het CBS benadrukt bovendien dat niet volledig duidelijk is waarom mensen minder vaak kinderen krijgen.
Onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) biedt wel inzicht in omstandigheden die voor een deel van de mensen met een kinderwens een rol spelen. In het onderzoek Veel jongvolwassenen worstelen met eisen ouderschap uit 2025 kwamen financiële mogelijkheden en geschikte woonruimte naar voren als belangrijke voorwaarden. Onder de onderzochte 21- tot 25-jarigen verwachtte 33 procent zich een kind binnen drie jaar waarschijnlijk of zeker niet financieel te kunnen veroorloven. Veertig procent verwachtte in die periode niet over geschikte woonruimte te beschikken.
Deze onderzoeksresultaten bewijzen niet dat woningnood of financiële onzekerheid de volledige daling van het geboortecijfer verklaren. Ze laten wel zien dat de overgang naar ouderschap voor een deel van de jongvolwassenen samenhangt met hun economische en huisvestingssituatie. Het NIDI-onderzoek gaat over verwachtingen van respondenten en niet over een garantie dat zij uiteindelijk wel of geen kinderen krijgen.
Migratie en arbeidsmarkt: bijdrage én beleidsvragen
Internationale migratie is volgens het CBS een belangrijke factor achter de verwachte bevolkingsgroei. De prognose houdt rekening met immigratie en emigratie en verwacht dat het migratiesaldo op lange termijn positief blijft. Daarmee beïnvloedt migratie ook de omvang van de potentiële beroepsbevolking.
De economische betekenis daarvan hangt mede af van de vraag of mensen aan het werk gaan, hoeveel uren zij werken, welke vaardigheden zij hebben en hoe lang zij in Nederland blijven. Arbeidsmigratie, gezinsmigratie, studiemigratie en asielmigratie verschillen in achtergrond en arbeidsmarktpositie. Het is daarom niet verantwoord om de economische gevolgen van al deze groepen zonder onderscheid gelijk te stellen.
Migratie kan het arbeidsaanbod vergroten, maar is geen automatische oplossing voor vergrijzing. Ook mensen die naar Nederland komen, worden ouder en kunnen gedurende hun leven gebruikmaken van publieke voorzieningen. Daar staat tegenover dat zij, afhankelijk van hun situatie, werken, belastingen en premies betalen en bijdragen aan de economie. Voor een beoordeling van de gevolgen zijn daarom gegevens over onder meer arbeidsparticipatie, inkomen, leeftijd en verblijfsduur nodig.
De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 adviseerde in 2024 te streven naar een gematigde bevolkingsgroei tot 19 à 20 miljoen inwoners in 2050. Volgens de commissie vraagt dat om politieke keuzes over migratie, economie en de voorbereiding op vergrijzing. Het advies is een beleidsrichting, geen voorspelling dat de bevolking vanzelf binnen die bandbreedte blijft.
AOW en zorgkosten: druk op de overheidsfinanciën
Een ouder wordende bevolking heeft gevolgen voor de uitgaven aan pensioenen en zorg. De AOW wordt grotendeels gefinancierd uit omslagfinanciering: de huidige uitgaven worden voor een belangrijk deel betaald uit de premies en belastingen van nu. Wanneer de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden verandert, kan dat de financiering onder druk zetten. Ook de zorgvraag en de beschikbaarheid van zorgpersoneel spelen hierbij een rol.
Het Centraal Planbureau onderzocht deze langetermijnvraagstukken onder meer in de studie Zorgen om morgen uit 2019. Daarin beschreef het CPB hoe beleidskeuzes en stijgende uitgaven de houdbaarheid van de overheidsfinanciën beïnvloeden. Het rapport is een belangrijke achtergrondstudie, maar geen actuele begrotingsraming voor 2026. De uitkomsten zijn bovendien afhankelijk van de gehanteerde aannames en het beleid dat sindsdien is gewijzigd.
Demografische ontwikkelingen bepalen dus niet op zichzelf hoeveel de overheid in de toekomst tekortkomt. Ook economische groei, productiviteit, belastinginkomsten, pensioenbeleid, zorgorganisatie en politieke keuzes zijn bepalend. Mogelijke aanpassingen kunnen betrekking hebben op inkomsten, uitgaven, de inzet van personeel en de manier waarop publieke voorzieningen worden georganiseerd.
Demografisch beleid raakt ook wonen en werk
De gevolgen van bevolkingsontwikkeling lopen door verschillende beleidsterreinen heen. Meer inwoners vragen om woningen, infrastructuur, onderwijs en zorg. Tegelijkertijd kan een groter arbeidsaanbod bijdragen aan de productie en financiering van die voorzieningen. Of die effecten elkaar versterken of juist tegenwerken, hangt onder meer af van de beschikbaarheid van woningen, de aansluiting tussen opleiding en werk en de capaciteit van publieke diensten.
Ook een hoger geboortecijfer zou pas op lange termijn invloed hebben op het aantal mensen dat de arbeidsmarkt betreedt. Kinderen hebben eerst jarenlang onderwijs en zorg nodig voordat zij doorgaans economisch actief worden. Een eventuele verandering in het geboortecijfer biedt daarom geen directe oplossing voor de huidige personeelsvraag in de zorg of voor de financiering van de AOW.
Voor beleidsmakers liggen de vragen daarmee op meerdere niveaus: hoe kan Nederland de arbeidsdeelname en productiviteit bevorderen, welke bevolkingsontwikkeling is wenselijk en hoe moeten wonen, zorg, pensioenen en migratiebeleid op elkaar worden afgestemd? De cijfers en onderzoeken geven inzicht in de omvang van de opgave, maar schrijven niet één beleidskeuze voor.
Dit artikel is samengesteld door de redactie van Gelderland Magazine, op basis van openbare publicaties van het CBS, het NIDI, de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 en het Centraal Planbureau.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 8





