Waarom veel Nederlanders de inflatie nog altijd veel hoger inschatten dan die werkelijk is

Algemeen

Hoewel de inflatie in Nederland inmiddels al geruime tijd een stuk lager ligt dan tijdens de piek van de energiecrisis, hebben veel consumenten nog steeds het gevoel dat de prijzen veel harder stijgen dan de officiële cijfers laten zien. Uit nieuw onderzoek van het CBS blijkt dat Nederlanders de inflatie structureel aanzienlijk hoger inschatten dan vóór 2022. Dat verschil tussen de gemeten inflatie en de zogenoemde ‘gevoelsinflatie’ is sinds de periode van extreem hoge prijsstijgingen nauwelijks verdwenen. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De herinnering aan de prijsstijgingen blijft hangen

Volgens het CBS schatten consumenten de inflatie tegenwoordig gemiddeld op ongeveer 8 procent. Dat ligt fors boven de werkelijke inflatie, die de afgelopen maanden rond de 3 procent schommelde. Voor 2022 lag de ervaren inflatie veel dichter bij de officiële cijfers. Sinds de sterke prijsstijgingen tijdens de energiecrisis is dat beeld blijvend veranderd.

Dat verschil is niet vreemd. Mensen baseren hun oordeel vaak op producten die zij regelmatig kopen, zoals boodschappen, energie of brandstof. Juist die uitgaven stegen de afgelopen jaren uitzonderlijk hard. Ook wanneer de inflatie later afneemt, blijven de hogere prijzen bestaan. Een brood of pak koffie dat in 2022 fors duurder werd, wordt niet automatisch weer goedkoper zodra de inflatie terugloopt. Inflatie zegt immers iets over de snelheid waarmee prijzen stijgen, niet over het prijsniveau zelf.

Inflatie daalt, maar prijzen blijven hoog

Dat de inflatie afneemt, betekent dus niet dat producten goedkoper worden. Het betekent alleen dat de prijzen minder snel stijgen dan voorheen. Wie tijdens het boodschappen doen ziet dat veel producten nog altijd aanzienlijk duurder zijn dan enkele jaren geleden, houdt daardoor gemakkelijk het gevoel dat de inflatie nog steeds hoog is.

Het CBS meldde onlangs dat de inflatie in juni uitkwam op 2,9 procent, een duidelijke daling ten opzichte van mei. Toch ervaren veel huishoudens weinig financiële verlichting, omdat lonen, huren, verzekeringen en dagelijkse boodschappen nog altijd een groter deel van het huishoudbudget opslokken dan vóór de energiecrisis.

Psychologie speelt een belangrijke rol

Economen wijzen erop dat consumenten prijsstijgingen sterker onthouden dan prijsdalingen. Vooral grote of onverwachte prijsverhogingen blijven lang in het geheugen hangen. Daarnaast krijgen dagelijkse aankopen veel meer aandacht dan producten die slechts af en toe worden gekocht. Daardoor ontstaat gemakkelijk het gevoel dat “alles duurder wordt”, ook wanneer de gemiddelde inflatie volgens de officiële statistieken afneemt.

Dat verklaart waarom de zogenoemde gevoelsinflatie vaak aanzienlijk hoger ligt dan de inflatie die het CBS berekent op basis van een breed pakket aan goederen en diensten. Die officiële inflatie omvat namelijk duizenden producten en diensten, terwijl consumenten hun oordeel vooral vormen op basis van hun eigen boodschappenmandje en maandelijkse vaste lasten.

Vertrouwen herstellen kost tijd

De cijfers laten zien dat het vertrouwen van consumenten in stabiele prijzen zich langzamer herstelt dan de inflatie zelf. Zelfs nu de officiële prijsstijgingen weer dichter bij het langjarig gemiddelde liggen, blijft de herinnering aan de uitzonderlijk hoge inflatie van 2022 doorwerken in de manier waarop Nederlanders hun dagelijkse uitgaven ervaren.

Dat maakt duidelijk dat inflatie niet alleen een economisch begrip is, maar ook een psychologisch verschijnsel. De officiële cijfers kunnen verbeteren, terwijl het gevoel aan de keukentafel nog lange tijd anders blijft.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.