In Nederland zijn in de periode 2021 tot en met 2025 ruim 850 duizend woningen verduurzaamd met behulp van een subsidie of lening van de Rijksoverheid. Ruim 91 procent daarvan betreft koopwoningen. Vooral isolatiemaatregelen worden via de onderzochte regelingen ondersteund. In 2025 nam het aantal verstrekte subsidies en leningen opnieuw toe, na een daling een jaar eerder.
Aantal verduurzamingen stijgt in 2025
Het aantal energiebesparende subsidies en leningen liep vanaf 2021 sterk op. In dat jaar werden 36,1 duizend subsidies en leningen geregistreerd. Dat aantal steeg naar 100,8 duizend in 2022 en 271,6 duizend in 2023.
In 2024 daalde het aantal naar 239,1 duizend. Een jaar later volgde opnieuw een stijging. In 2025 werden 292,7 duizend energiebesparende subsidies en leningen verstrekt. Dat is 22 procent meer dan in 2024.
De aantallen subsidies en leningen zijn niet gelijk aan het aantal woningen. Een woning kan volgens het CBS meer dan één energiebesparende subsidie of lening toegekend hebben. Het CBS rapporteert voor 2025 desondanks dat bijna 300 duizend woningen met behulp van deze regelingen zijn verduurzaamd.
De stijging in 2023 viel samen met een periode waarin de energieprijzen sterk stegen. In 2024 nam het aantal verduurzaamde woningen met 12 procent af ten opzichte van het jaar daarvoor.
Isolatie is de belangrijkste verduurzamingsmaatregel
De meeste subsidies in de periode 2021-2025 zijn gebruikt voor het beter isoleren van woningen. Glasisolatie komt volgens het CBS voor in bijna 40 procent van de woningen die met behulp van de onderzochte regelingen zijn verduurzaamd.
In 2025 werden 131,1 duizend subsidies en leningen geregistreerd voor glas- en deurisolatie. Voor bodem- en vloerisolatie waren dat er 69,9 duizend. Dak- en zolderisolatie kwam uit op 63,1 duizend en gevel- en spouwmuurisolatie op 51,4 duizend.
Deze aantallen mogen niet bij elkaar worden opgeteld als het aantal verduurzaamde woningen. Met één subsidie of lening kunnen meerdere maatregelen tegelijk worden uitgevoerd.
Het CBS constateert dat woningen met een ouder bouwjaar en woningen met een minder zuinig energielabel, zoals E, F of G, relatief vaak gebruikmaken van de subsidies.
Minder subsidies voor gevel- en spouwmuurisolatie
De ontwikkeling verschilt per maatregel. Vooral gevel- en spouwmuurisolatie kende een duidelijke daling tussen 2023 en 2024. Het aantal verstrekte subsidies voor deze maatregel ging van 83,4 duizend in 2023 naar 51,8 duizend in 2024.
Het CBS vermeldt dat dit onder andere te maken heeft met de wettelijk beschermde status van vleermuizen. Daardoor werden maatregelen voor gevel- en spouwmuurisolatie volgens het statistiekbureau regelmatig uitgesteld of konden ze niet doorgaan.
In 2025 bleef het aantal subsidies voor gevel- en spouwmuurisolatie met 51,4 duizend vrijwel gelijk aan het jaar daarvoor.
Voor warmtepompen is een ander beeld zichtbaar. Het aantal subsidies voor een hybride of andere warmtepomp bleef volgens het CBS de afgelopen drie jaar relatief stabiel. In 2023 waren er 88,0 duizend subsidies, in 2024 83,5 duizend en in 2025 87,8 duizend.
VvE-woningen blijven achter
Niet alle woningtypen maken in dezelfde mate gebruik van de onderzochte subsidieregelingen. Van de totale woningvoorraad werd in de periode 2021-2025 10,3 procent met behulp van een of meer van deze subsidies verduurzaamd.
Bij woningen die onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren ligt dat aandeel op 5,5 procent. Bij woningen die niet onder een VvE vallen, gaat het om 11,4 procent.
Het verschil betekent dat woningen binnen een VvE in deze periode naar verhouding minder vaak via de onderzochte regelingen zijn verduurzaamd. Tegelijkertijd neemt het aantal verstrekte subsidies bij VvE-woningen volgens het CBS toe.
Bij woningen die niet onder een VvE vallen stabiliseert het aantal verstrekte subsidies sinds 2023. Bij VvE-woningen zet de stijging juist door.
Het CBS constateert daarnaast dat in stedelijk gebied relatief veel appartementen staan die onder een VvE vallen. Deze woningen worden gemiddeld minder vaak verduurzaamd.
Grote regionale verschillen
De cijfers laten duidelijke verschillen tussen gemeenten zien. In Noordoost-Nederland ligt het aandeel verduurzaamde koopwoningen relatief hoog. In Stadskanaal werd tussen 2021 en 2025 bijna 33 procent van de koopwoningen met behulp van een subsidie vanuit de Rijksoverheid verduurzaamd. In Veendam en Pekela ging het om 28 procent.
Ook binnen Gelderland lopen de percentages uiteen. In Renkum werd volgens het CBS 24,0 procent van de koopwoningen in de periode 2021-2025 met behulp van een subsidie verduurzaamd. Rheden en Wageningen kwamen beide uit op 22,1 procent.
In Arnhem ging het om 15,5 procent van de koopwoningen. Ede kwam uit op 15,8 procent en Nijmegen op 13,8 procent. Het Gelderse percentage van Renkum heeft daarmee betrekking op een ander aandeel van de woningvoorraad dan het landelijke cijfer van 10,3 procent, omdat de gemeentelijke tabel specifiek het aandeel verduurzaamde koopwoningen weergeeft.
De regionale cijfers laten daarmee zien dat het gebruik van de onderzochte subsidieregelingen niet gelijk over Nederland is verdeeld. Het CBS geeft in de publicatie geen algemene verklaring voor alle verschillen tussen gemeenten.
Koopwoningen vormen grootste groep
Dat koopwoningen een groot aandeel hebben in de verduurzamingscijfers komt duidelijk naar voren in de landelijke cijfers. Van de ruim 850 duizend woningen die in de periode 2021-2025 met een subsidie of lening vanuit de Rijksoverheid zijn verduurzaamd, bestaat ruim 91 procent uit koopwoningen.
Het CBS maakt daarbij onderscheid tussen de totale woningvoorraad en koopwoningen. Daardoor kunnen de landelijke 10,3 procent en de gemeentelijke percentages voor koopwoningen niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken.
De cijfers geven vooral inzicht in het gebruik van de onderzochte energiebesparende subsidies en leningen. Ze zeggen niet dat woningen zonder geregistreerde subsidie of lening niet zijn verduurzaamd.
Verduurzaming zet door, maar niet overal in hetzelfde tempo
De CBS-cijfers laten over vijf jaar een sterke groei zien in het gebruik van financiële regelingen voor woningverduurzaming. Na de sterke stijging tot en met 2023 volgde in 2024 een daling, waarna het aantal verstrekte subsidies en leningen in 2025 opnieuw toenam.
Isolatie vormt de grootste categorie. Vooral glas- en deurisolatie wordt veel toegepast. Warmtepompen laten sinds 2023 een relatief stabiel beeld zien, terwijl het gebruik van subsidies voor gevel- en spouwmuurisolatie na de sterke daling in 2024 in 2025 nauwelijks veranderde.
Tegelijkertijd blijft het aandeel woningen binnen een VvE dat met behulp van de onderzochte regelingen is verduurzaamd achter bij woningen buiten een VvE. De gemeentelijke cijfers laten daarnaast grote verschillen zien, ook binnen Gelderland.
De cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS publiceerde de nieuwe gegevens over de verduurzaming van woningen op 29 september 2026.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 5






