Wie op een warme zomerdag een moderne, goed geïsoleerde woning binnenstapt, verwacht verkoeling. Toch gebeurt steeds vaker het tegenovergestelde. Terwijl de buitentemperatuur boven de dertig graden uitkomt, loopt het binnenshuis soms nog verder op. Vooral appartementen, woningen met grote glaspartijen en huizen zonder buitenzonwering veranderen tijdens langdurige hitte in een warmtebuffer waar de temperatuur ook ’s nachts nauwelijks daalt.
Dat lijkt een paradox. Nederland investeerde de afgelopen decennia miljarden in het verduurzamen van woningen. Isolatie, kierdichting, HR++-glas en warmtepompen moesten het energieverbruik terugdringen en de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Maar juist die maatregelen blijken onder bepaalde omstandigheden ook een keerzijde te hebben. De woningen die warmte in de winter uitstekend vasthouden, raken diezelfde warmte in de zomer minder gemakkelijk kwijt.
Dat betekent overigens niet dat isolatie de oorzaak is van oververhitting. Integendeel: goed isoleren blijft noodzakelijk om energie te besparen en woningen comfortabel te houden. Het probleem ontstaat wanneer zonnewarmte via ramen binnendringt, terwijl een woning onvoldoende mogelijkheden heeft om die warmte weer af te voeren. In combinatie met steeds warmere zomers levert dat een groeiend probleem op.
Decennialang draaide alles om energiebesparing
Om te begrijpen waarom zoveel woningen moeite hebben met hitte, moet worden teruggekeken naar de manier waarop Nederland de afgelopen vijftig jaar bouwde. Sinds de oliecrisissen van de jaren zeventig stond energiebesparing centraal. De overheid stelde steeds strengere eisen aan nieuwbouwwoningen. Isolatie werd verbeterd, ramen kregen steeds betere isolerende eigenschappen en gebouwen werden steeds luchtdichter gebouwd.
Later volgden de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) en vervolgens de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen). De nadruk lag vrijwel volledig op het beperken van warmteverlies in de winter. Dat was logisch: minder energieverbruik betekende lagere woonlasten en minder uitstoot van broeikasgassen.
Het klimaat veranderde sneller dan onze woningen
Terwijl de woningvoorraad steeds beter werd geïsoleerd, veranderde ook het klimaat. Volgens het KNMI is de gemiddelde temperatuur in Nederland de afgelopen eeuw fors gestegen. Vooral het aantal warme dagen, tropische dagen en hittegolven neemt toe. Daarnaast blijven nachten vaker warm, waardoor woningen minder goed kunnen afkoelen. In de meest recente klimaatscenario’s verwacht het KNMI dat deze ontwikkeling zich de komende decennia verder doorzet.
Dat betekent dat woningen die zijn ontworpen voor het klimaat van enkele decennia geleden, steeds vaker te maken krijgen met omstandigheden waarvoor ze nooit bedoeld waren.
Een probleem dat achter de voordeur begint
Veel mensen denken bij klimaatverandering aan droogte, wateroverlast of een stijgende zeespiegel. Minder zichtbaar is wat er binnenshuis gebeurt. Toch vormt oververhitting een groeiend gezondheidsrisico. Vooral ouderen, jonge kinderen en mensen met een kwetsbare gezondheid zijn gevoelig voor langdurige hitte.
Het KNMI waarschuwt tijdens hitteperioden nadrukkelijk voor gezondheidsrisico’s, terwijl het RIVM aangeeft dat langdurig hoge binnentemperaturen kunnen leiden tot slaapverstoring, uitdroging en hitte-uitputting. Meer informatie staat op de websites van het KNMI – Hitte en de RIVM-richtlijn Hitte en Gezondheid.
In stedelijke gebieden wordt dat effect nog versterkt. Steen, asfalt en bebouwing houden warmte vast, waardoor buurten ’s avonds veel minder snel afkoelen dan landelijke gebieden. Hierdoor blijven ook woningen langer warm.
De paradox van goede isolatie
Regelmatig wordt beweerd dat isolatie woningen warmer maakt. Dat beeld is echter te simpel. Isolatie doet precies waarvoor zij bedoeld is: warmte-uitwisseling tussen binnen en buiten beperken. Dat werkt beide kanten op.
Een goed geïsoleerde woning kan juist langer koel blijven, mits directe zon-instraling wordt voorkomen en er voldoende mogelijkheden zijn om ’s nachts te ventileren. Problemen ontstaan wanneer zonnewarmte via grote ramen binnendringt. Die warmte wordt vervolgens vastgehouden doordat de woning goed geïsoleerd is.
Juist daarom introduceerde de overheid in 2021 de zogenoemde TOjuli-eis voor nieuwbouwwoningen. Daarmee moeten ontwerpers al tijdens het ontwerp aantonen dat het risico op oververhitting beperkt blijft. Volgens het RIVM werd deze eis ingevoerd, omdat steeds strengere energie-eisen onbedoeld konden leiden tot hogere binnentemperaturen in de zomer.
De grootste uitdaging staat al
Voor nieuwbouwwoningen wordt inmiddels nadrukkelijk rekening gehouden met oververhitting. De grootste uitdaging ligt echter bij de bestaande woningvoorraad. Nederland telt ruim acht miljoen woningen, waarvan het overgrote deel is gebouwd voordat hitte een belangrijk ontwerpthema werd.
Veel van deze woningen worden momenteel verduurzaamd om energie te besparen. Daarbij gaat veel aandacht uit naar isolatie en het terugdringen van het gasverbruik. Maatregelen die ook het zomercomfort verbeteren, zoals buitenzonwering, natuurlijke ventilatie, groene daken of schaduwrijke inrichting van woonwijken, krijgen nog lang niet altijd dezelfde prioriteit.
Daardoor verschuift de discussie langzaam. Waar verduurzaming jarenlang vooral draaide om een lagere energierekening, groeit het besef dat woningen ook bestand moeten zijn tegen een warmer klimaat. De vraag is niet langer alleen hoe we huizen warm houden in januari, maar ook hoe we ze leefbaar houden tijdens steeds warmere zomers.

De oplossing ligt niet in een airco
Wie tijdens een hittegolf een woning binnenloopt waar het 29 of 30 graden is, denkt al snel aan één oplossing: een airco. De verkoop van mobiele en vaste airconditioners stijgt vrijwel ieder jaar zodra Nederland met langdurige hitte te maken krijgt. Toch zien deskundigen airconditioning vooral als een laatste redmiddel. De meest duurzame oplossing is volgens hen niet het wegkoelen van warmte, maar voorkomen dat die warmte überhaupt de woning binnenkomt.
De overheid nam daarom in 2021 de zogenoemde TOjuli-eis op in de bouwregelgeving voor nieuwbouwwoningen. Die eis moet ervoor zorgen dat architecten en projectontwikkelaars al tijdens het ontwerp nadenken over het beperken van oververhitting. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn passieve maatregelen, zoals buitenzonwering, overstekken en zonwerend glas, energetisch veel gunstiger dan actieve koeling met een airco. Ook sinds de invoering van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) blijft dat uitgangspunt overeind.
Zon buiten houden is effectiever dan warmte wegkoelen
Volgens de GGD-richtlijn Hitte en Gezondheid is buitenzonwering een van de meest effectieve maatregelen tegen oververhitting. Zodra zonnestralen door het glas naar binnen vallen, worden vloeren, muren en meubels opgewarmd. Die geven de warmte vervolgens urenlang af aan de woning. Binnenzonwering houdt wel licht tegen, maar laat de warmte al binnen. Screens, rolluiken, overstekken of zonwerende beglazing aan de buitenzijde voorkomen juist dat de zonnewarmte de woning binnendringt.
Ook bomen blijken verrassend effectief. Loofbomen zorgen in de zomer voor natuurlijke schaduw, terwijl zij in de winter – wanneer de bladeren zijn verdwenen – juist zonlicht doorlaten. Volgens het RIVM kunnen gemeenten en woningcorporaties daarom niet alleen binnen, maar ook buiten veel doen om woningen koeler te houden.
Niet alleen het huis, maar ook de wijk bepaalt de temperatuur
Hoe warm een woning wordt, hangt niet uitsluitend af van de woning zelf. Ook de omgeving speelt een grote rol. In dichtbebouwde buurten met veel steen, asfalt en weinig groen ontstaat het zogenoemde hitte-eilandeffect. Overdag slaan gebouwen en bestrating warmte op, die zij ’s avonds en ’s nachts langzaam weer afgeven. Daardoor koelen woningen minder goed af dan in groene woonwijken.
Het RIVM wijst erop dat klimaatadaptatie daarom verder gaat dan alleen betere woningen. Meer bomen, groene daken, waterpartijen, schaduwrijke straten en minder verharding kunnen de temperatuur in woonwijken merkbaar verlagen. Klimaatbestendig bouwen begint daarmee niet alleen achter de voordeur, maar al bij de inrichting van de openbare ruimte.
De grootste opgave staat al
Hoewel nieuwbouwwoningen tegenwoordig beter worden ontworpen voor warme zomers, ligt de grootste uitdaging elders. Het overgrote deel van de Nederlandse woningvoorraad bestaat al. Veel huizen dateren uit een periode waarin hitte nauwelijks een ontwerpthema was. Juist deze woningen worden momenteel versneld verduurzaamd om energie te besparen.
Volgens de RVO is dat hét moment om verder te kijken dan alleen isolatie. Wanneer woningen toch worden gerenoveerd, kunnen tegelijkertijd maatregelen worden meegenomen die de kans op oververhitting verkleinen. Denk aan buitenzonwering, betere ventilatiemogelijkheden, groene daken of gevelgroen. De rijksoverheid stimuleert gemeenten, woningcorporaties en ontwikkelaars daarom steeds nadrukkelijker om klimaatadaptatie onderdeel te maken van renovatie- en nieuwbouwprojecten.
Een veranderend klimaat vraagt om andere keuzes
Onderzoekers verwachten dat de vraag naar verkoeling de komende jaren alleen maar zal toenemen. TNO concludeerde onlangs, op basis van onderzoek voor het Planbureau voor de Leefomgeving, dat vooral appartementen kwetsbaar zijn voor oververhitting. Zonder aanvullende maatregelen biedt in 2050 mogelijk meer dan de helft van de appartementen onvoldoende bescherming tegen extreme hitte. Dat heeft gevolgen voor de gezondheid, de slaapkwaliteit en zelfs de arbeidsproductiviteit.
Daarmee verandert ook de manier waarop we naar duurzaamheid kijken. Jarenlang stond energiebesparing centraal. Nu komt daar een tweede uitdaging bij: woningen moeten niet alleen weinig energie gebruiken, maar ook comfortabel blijven tijdens steeds warmere zomers.
De volgende stap in duurzaam bouwen
De energietransitie heeft de Nederlandse woningvoorraad aanzienlijk zuiniger gemaakt. Dat blijft noodzakelijk, zeker nu de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder moet afnemen. Tegelijkertijd groeit het besef dat energiezuinig en klimaatbestendig niet automatisch hetzelfde zijn.
De woning van de toekomst zal daarom waarschijnlijk anders worden ontworpen dan die van de afgelopen decennia. Minder gericht op alleen warmte vasthouden, maar op het slim beheersen van het binnenklimaat gedurende alle seizoenen. Dat vraagt om een combinatie van goede isolatie, effectieve buitenzonwering, natuurlijke ventilatie, meer groen en een woonomgeving die minder warmte vasthoudt.
De discussie over oververhitting gaat daarmee over veel meer dan een airco aan de gevel. Ze laat zien dat Nederland zich moet aanpassen aan een klimaat dat sneller verandert dan de woningen waarin we wonen. De volgende stap in duurzaam bouwen draait daarom niet alleen om een lage energierekening in januari, maar ook om een leefbare woning tijdens een tropische zomernacht in juli.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 232






