Sinds de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 is de prijs van benzine aan de Nederlandse pomp sterk op en neer gegaan. De prijs steeg in korte tijd naar recordniveaus, zakte daarna weer terug en loopt in 2026 opnieuw duidelijk op. Tegelijkertijd zijn de verschillen tussen tankstations groot. Vanaf 1 oktober komt daar voor automobilisten in de grensregio een nieuwe factor bij: Duitsland verlaagt de belasting op benzine en diesel tijdelijk. Voor Nederlandse tankstations vlak bij de grens dreigt daardoor opnieuw verlies van klanten, terwijl ook de Nederlandse schatkist inkomsten kan mislopen als meer automobilisten hun tankbeurt over de grens verplaatsen.
Van € 2,05 naar ruim € 2,30
De Russische inval in Oekraïne op 24 februari 2022 vond plaats in een periode waarin de internationale energiemarkt al onder druk stond. De Nederlandse benzineprijs liep daarna snel op. In juni 2022 lag de gemiddelde prijs voor Euro95 rond € 2,35 per liter. Het CBS beschreef destijds de sterke stijging van de motorbrandstofprijzen.
Over heel 2022 kwam de gemiddelde prijs van benzine uit op € 2,07 per liter, tegenover € 1,82 in 2021. De ontwikkeling werd niet door één factor veroorzaakt. De internationale olieprijs, ontwikkelingen op de energiemarkt, onzekerheid over de aanvoer en belastingen werkten tegelijkertijd door in de prijs aan de pomp.
De piek van 2022 verdween, maar de oude prijs kwam niet terug
Na de uitzonderlijke prijsstijging in 2022 daalde de benzineprijs weer. Over heel 2024 bedroeg de gemiddelde prijs voor Euro95 € 1,969 per liter. In 2025 kwam het jaargemiddelde uit op € 1,921.
In 2026 is opnieuw een duidelijke stijging zichtbaar. Volgens de CBS-cijfers over de maandelijkse pompprijzen bedroeg de gemiddelde prijs voor Euro95 in januari € 2,013 per liter. In maart was dat € 2,249 en in mei € 2,378. In augustus lag het gemiddelde op € 2,333 per liter.
Daarmee lag de gemiddelde benzineprijs in augustus ruim 21 procent boven het gemiddelde van 2025.
De meest recente dagelijkse CBS-cijfers zijn inmiddels bijgewerkt tot en met 21 september 2026. Op die dag bedroeg de gewogen gemiddelde prijs voor Euro95 € 2,449 per liter. Diesel stond op € 2,579 en LPG op € 0,946. De dagelijkse prijzen zijn inclusief btw en accijns.
Wie goedkoop tankt, betaalt aanzienlijk minder
Het landelijke gemiddelde vertelt niet wat iedere automobilist daadwerkelijk betaalt. In augustus 2026 kostte een liter Euro95 gemiddeld € 2,333. Bij een bemand station langs de snelweg lag het gemiddelde op € 2,557. Bij een bemand station buiten de snelweg was dat € 2,326 en bij een onbemand station buiten de snelweg € 2,278.
Het verschil tussen de goedkoopste en duurste categorie bedroeg daarmee bijna 28 cent per liter. Bij een tank van 50 liter loopt dat verschil op tot bijna € 14.
Dat maakt het voor automobilisten interessant om niet alleen naar de landelijke ontwikkeling te kijken, maar ook naar de actuele prijs bij individuele tankstations. Wie bijvoorbeeld € 1,84 per liter betaalt, zit aanzienlijk onder het landelijke gemiddelde.
Voor automobilisten in Gelderland is dat verschil dagelijks zichtbaar. GLD Magazine vergelijkt daarom de actuele prijzen van tankstations in de provincie met het landelijke CBS-gemiddelde.
Accijns blijft een belangrijk onderdeel van de prijs
Naast de internationale olieprijs speelt de Nederlandse belasting een belangrijke rol. In 2026 bedraagt de accijns op benzine € 0,845 per liter. Zonder de tijdelijke korting zou het tarief € 1,0021 per liter bedragen. De Rijksoverheid vermeldt de actuele accijnstarieven en de tijdelijke korting.
Het kabinet wil de verlaging van de accijns op benzine en diesel verlengen tot eind 2027. Dat staat in het Belastingplan 2027; de voorgestelde verlenging moet nog door het parlement worden behandeld.
De accijns is daarmee een belangrijke factor voor de uiteindelijke literprijs. Wanneer een tijdelijke korting vervalt, stijgt de belasting per liter direct. Omgekeerd kan een belastingverlaging de prijsdruk aan de pomp verminderen, al bepaalt de accijns niet alleen wat een automobilist uiteindelijk betaalt.
Duitsland verlaagt vanaf 1 oktober de brandstofbelasting
Voor de Nederlandse grensregio wordt 1 oktober daarom een belangrijke datum. Duitsland verlaagt de energiebelasting op benzine en diesel tot het einde van 2026 met 14 cent per liter. Omdat daardoor ook minder btw wordt geheven, bedraagt de totale belastingverlichting ongeveer 17 cent per liter.
De Duitse overheid verwacht dat burgers en bedrijven door de maatregel gezamenlijk ongeveer € 2,5 miljard worden ontlast. Bund en Länder dragen de kosten gezamenlijk. De Duitse regering wil de maatregel per 1 oktober laten ingaan.
Voor Nederlandse tankstations langs de grens is dat slecht nieuws. Brancheorganisatie Drive vreest dat automobilisten die eerder weer bij Nederlandse tankstations gingen tanken, opnieuw voor Duitsland kiezen wanneer het prijsverschil groter wordt. Volgens Drive-voorzitter Martin van Eijk dreigt daarmee een deel van het eerder teruggewonnen klantenbestand opnieuw te verdwijnen. De uitspraken van Drive zijn door ANP gepubliceerd via AutoWeek.
Grensregio is extra gevoelig voor prijsverschillen
Dat de zorgen van Nederlandse pomphouders niet uit de lucht komen vallen, blijkt uit eerder onderzoek. Het CBS onderzocht op verzoek van het ministerie van Financiën de pompprijzen in de grensstreek. Daarbij worden afzonderlijk de grensstreek met Duitsland, de grensstreek met België en het niet-grensgebied onderzocht. Ook maakt het onderzoek onderscheid tussen snelwegstations, bemande stations langs overige wegen en onbemande stations.
De overheid heeft eerder vastgesteld dat consumenten binnen Europa vrij zijn om te bepalen waar zij tanken. Daarbij worden niet alleen belastingverschillen genoemd als bepalende factor. Ook de olieprijs en de ligging van het tankstation spelen een rol. In antwoorden aan de Tweede Kamer werd bovendien gewezen op het belang van betaalbaarheid, grenseffecten en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën bij het brandstofbeleid.
Dat betekent dat een prijsverschil van 17 cent niet automatisch betekent dat alle automobilisten de grens overgaan. Voor iemand die toch al in Duitsland komt, kan het prijsverschil echter zwaarder wegen dan voor iemand die daarvoor speciaal moet omrijden.
Wat betekent dat voor de Nederlandse schatkist?
Wanneer een automobilist die normaal in Nederland tankt zijn tankbeurt naar Duitsland verplaatst, verdwijnen niet alleen inkomsten bij een Nederlands tankstation. De Nederlandse overheid ontvangt over die verkochte liter ook geen Nederlandse accijns en btw meer.
Hoe groot dat effect vanaf 1 oktober wordt, is nog niet betrouwbaar vast te stellen. Daarvoor moet eerst duidelijk worden hoeveel liters daadwerkelijk van Nederland naar Duitsland verschuiven. Ook kunnen automobilisten hun totale brandstofverbruik aanpassen en kunnen Nederlandse tankstations reageren met lagere marges of prijzen.
Wel is al zichtbaar dat de Nederlandse inkomsten uit accijnzen onder druk staan. De Miljoenennota 2027 en de bijbehorende belastingramingen melden dat de verwachte accijnsopbrengst voor 2026 € 430 miljoen lager ligt dan eerder geraamd. Ongeveer de helft van die tegenvaller wordt volgens het ministerie verklaard door lagere ontvangsten uit brandstofaccijnzen. Het ministerie wijst daarbij op een lager getankt volume als gevolg van de hoge brandstofprijzen.
Het is belangrijk om daarbij onderscheid te maken. De € 430 miljoen is niet het bedrag dat Nederland door de nieuwe Duitse korting verliest. Het gaat om een bredere bijstelling van de verwachte accijnsopbrengsten. Wel laat het bedrag zien dat veranderingen in het brandstofvolume direct gevolgen hebben voor de overheidsinkomsten.
De Duitse korting kost Duitsland € 2,5 miljard
De Duitse maatregel maakt ook duidelijk hoe groot de financiële inzet aan de andere kant van de grens is. De totale Duitse belastingverlichting bedraagt volgens de Duitse regering ongeveer € 2,5 miljard tot het einde van 2026. Daarvan komt € 1,25 miljard voor rekening van de deelstaten via een aanpassing van de btw-verdeling. De federale overheid financiert het andere deel.
Voor Nederland ligt de afweging anders. Een Nederlandse verlaging van de accijns kost de schatkist rechtstreeks inkomsten. Maar wanneer Nederland de belasting niet verlaagt en Duitsland aanzienlijk goedkoper wordt, bestaat het risico dat een deel van de verkoop naar Duitsland verschuift.
Daarmee ontstaat een financieel dilemma: een Nederlandse accijnsverlaging vermindert de belastingopbrengst per liter, terwijl het niet verlagen van de belasting mogelijk kan leiden tot minder Nederlandse liters waarover belasting wordt geheven.
Olieprijs biedt mogelijk ruimte voor lagere prijzen
Naast belastingen blijft de internationale oliemarkt bepalend. De Amerikaanse Energy Information Administration verwacht in haar septemberprognose dat Brent-olie in de tweede helft van 2026 gemiddeld rond 90 dollar per vat uitkomt. Voor 2027 wordt een gemiddelde van 74 dollar per vat verwacht. De EIA koppelt die verwachte daling onder meer aan een toenemende olieproductie en het opnieuw opbouwen van wereldwijde voorraden.
Die prognose is geen voorspelling van de Nederlandse benzineprijs. De prijs van ruwe olie is slechts één onderdeel van de uiteindelijke pompprijs. Ook raffinagemarges, de dollarkoers, belastingen en de prijs van geraffineerde brandstoffen spelen een rol.
Als de olieprijs in 2027 daadwerkelijk richting het door de EIA verwachte gemiddelde daalt, ontstaat er wel ruimte voor een lagere grondstofcomponent in de Nederlandse benzineprijs. Of automobilisten dat volledig terugzien aan de pomp, hangt af van de overige factoren.
Vanaf oktober wordt de grens opnieuw een prijsgrens
De ontwikkeling sinds 2022 laat zien hoe snel de brandstofmarkt kan veranderen. De gemiddelde Euro95-prijs steeg van € 1,82 in 2021 naar € 2,07 in 2022, daalde vervolgens en kwam in 2026 opnieuw boven € 2,30 uit. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat de keuze van het tankstation tientallen centen per liter kan schelen.
Vanaf 1 oktober komt daar het Duitse belastingvoordeel van ongeveer 17 cent per liter bij. Nederlandse tankstations in de grensregio vrezen daarom dat klanten opnieuw over de grens gaan tanken. Of dat op grote schaal gebeurt, is nog niet vast te stellen.
Voor de Nederlandse overheid is vooral van belang hoeveel brandstof daadwerkelijk in Nederland wordt verkocht. Iedere liter die in Duitsland wordt getankt, levert Nederland geen Nederlandse accijns en btw over die tankbeurt op. Tegelijkertijd kost een Nederlandse belastingverlaging de schatkist eveneens inkomsten.
De komende maanden wordt daardoor niet alleen duidelijk hoe de automobilist op het Duitse prijsverschil reageert, maar ook hoe sterk de grens daadwerkelijk doorwerkt in de Nederlandse brandstofmarkt.
De historische Nederlandse pompprijsgegevens zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De onderliggende dagelijkse pompprijsgegevens worden aangeleverd door Travelcard BV. De informatie over de Nederlandse accijnzen is afkomstig van de Rijksoverheid. De financiële ramingen zijn afkomstig van het ministerie van Financiën. De Duitse belastingmaatregel is gebaseerd op informatie van de Duitse Bondsregering. De vooruitblik op de internationale olieprijs is gebaseerd op de septemberprognose van de Amerikaanse Energy Information Administration.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 277





