Waarom benzineprijzen stijgen als een raket en dalen als een veertje

Landelijk

Wie regelmatig tankt, kent het gevoel. Zodra er geopolitieke spanningen ontstaan, een olieproducerend land problemen krijgt of de olieprijs op de wereldmarkt stijgt, lijkt de prijs aan de pomp vrijwel onmiddellijk mee omhoog te gaan. Maar wanneer diezelfde olieprijs weer daalt, duurt het vaak dagen of zelfs weken voordat automobilisten dat terugzien op het prijsbord. Het verschijnsel is zo bekend dat economen er een naam voor hebben: rockets and feathers (raketten en veren). De prijs schiet omhoog als een raket, maar dwarrelt omlaag als een veertje.

Uit onderzoek van de Nederlandse toezichthouder ACM blijkt dat dit niet slechts een gevoel van consumenten is. De doorwerking van stijgende olieprijzen naar de pomp verloopt gemiddeld sneller dan de doorwerking van dalende olieprijzen. Volgens een analyse van de periode 2007–2023 betaalden Nederlandse automobilisten hierdoor gemiddeld enkele eurocenten per liter meer dan wanneer prijsdalingen even snel zouden zijn doorgegeven als prijsstijgingen.

Van ruwe olie naar de pomp

Om te begrijpen waarom dit gebeurt, is het nuttig eerst te kijken hoe een benzineprijs tot stand komt. De prijs aan de pomp bestaat uit verschillende onderdelen: de prijs van ruwe olie, raffinagekosten, transport- en distributiekosten, de marge van groothandel en tankstation, accijns en btw. De olieprijs is dus slechts één component van het eindbedrag dat consumenten betalen.

Wanneer de prijs van ruwe olie stijgt, nemen de verwachte kosten van nieuwe leveringen direct toe. Marktpartijen weten dat toekomstige voorraden duurder worden en passen hun verkoopprijzen daarop snel aan. Daardoor kunnen prijsstijgingen relatief snel zichtbaar worden aan de pomp.

Waarom dalingen trager worden doorgegeven

De vertraging bij prijsdalingen heeft waarschijnlijk meerdere oorzaken. Een deel ervan is praktisch. Brandstof die vandaag wordt verkocht, is vaak eerder ingekocht tegen hogere prijzen. Tankstations en distributeurs wijzen daarom geregeld op bestaande voorraden die nog tegen de oude kosten zijn aangeschaft. Zolang die voorraad niet is verkocht, voelen zij minder druk om direct lagere prijzen te rekenen.

Toch verklaren voorraden niet alles. De ACM noemt ook kenmerken van de markt zelf. Veel consumenten vergelijken prijzen beperkt. Wie bijna met een lege tank rijdt, tankt vaak bij het dichtstbijzijnde station in plaats van uitgebreid op zoek te gaan naar de goedkoopste aanbieder. Daardoor ervaren pomphouders minder concurrentiedruk om prijsdalingen onmiddellijk door te voeren. Volgens de ACM kunnen ook lokale marktmacht, beperkte prijstransparantie en knelpunten in de keten een rol spelen.

Bovendien kijkt iedere pomphouder voortdurend naar concurrenten in de omgeving. Wanneer niemand als eerste de prijs verlaagt, ontstaat een situatie waarin prijsdalingen geleidelijk worden uitgesmeerd. Economen spreken daarbij soms over stilzwijgende coördinatie: bedrijven hoeven geen afspraken te maken om toch vergelijkbaar gedrag te vertonen. De ACM noemt dit als een mogelijke verklaring voor het waargenomen effect.

Geen bewijs voor een complot

Dat benzineprijzen asymmetrisch reageren, betekent niet automatisch dat er sprake is van kartelvorming of illegale prijsafspraken. Veel internationale studies vinden vergelijkbare patronen in brandstofmarkten, ook in landen met concurrerende markten. Onderzoekers wijzen daarom meestal op een combinatie van marktstructuur, consumentengedrag, voorraadbeheer en concurrentiedynamiek in plaats van op één enkele oorzaak.

De Nederlandse ACM concludeerde eveneens dat het verschijnsel zichtbaar is, maar verbond daaraan niet de conclusie dat er sprake is van verboden prijsafspraken. Wel stelde de toezichthouder vast dat consumenten niet maximaal profiteren van dalende olieprijzen.

De grote rol van belastingen

Een tweede reden waarom veranderingen in de olieprijs minder spectaculair doorwerken dan veel mensen verwachten, is de omvang van het belastingdeel. In Nederland bestaat een aanzienlijk deel van de pompprijs uit accijns en btw. De accijns is een vast bedrag per liter brandstof. Daarbovenop wordt btw geheven over vrijwel de gehele verkoopprijs, inclusief de accijns.

Dat betekent dat een stijging of daling van de olieprijs slechts invloed heeft op een deel van de uiteindelijke literprijs. Stel dat de olie- en distributiekosten samen één euro per liter bedragen en belastingen nog eens een vergelijkbaar bedrag toevoegen. Een verandering van tien cent in de onderliggende marktprijs vertaalt zich dan niet in een even grote procentuele verandering van de totale pompprijs. De belastingcomponent werkt als een soort demper op de schommelingen.

Tegelijkertijd ontvangt de overheid niet automatisch meer accijns wanneer brandstof duurder wordt, omdat accijns grotendeels een vast bedrag per liter is. De btw-opbrengst stijgt wel mee wanneer de pompprijs stijgt, omdat btw een percentage van de verkoopprijs is.

Een terugkerend debat

Het rockets-and-feathers-effect duikt al tientallen jaren op in economische literatuur en politieke discussies. De vraag of consumenten voldoende profiteren van prijsdalingen blijft actueel, zeker in tijden van geopolitieke onzekerheid en sterk schommelende energieprijzen. Meer prijstransparantie en een gemakkelijkere prijsvergelijking kunnen volgens onderzoekers bijdragen aan een betere marktwerking, waardoor pomphouders sterker worden geprikkeld om prijsdalingen sneller door te geven.

Voor automobilisten blijft de conclusie ondertussen herkenbaar: wanneer olie duurder wordt, is dat vaak snel zichtbaar op het prijsbord. Wordt olie goedkoper, dan vraagt de markt doorgaans wat meer geduld.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.