In december 2025 krijgt de gemeente Renkum een verzoek dat de komende maanden voor veel onrust zal zorgen. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wil in de leegstaande oostvleugel van De Valkenburcht in Oosterbeek tijdelijk 230 asielzoekers opvangen. De opvang zou drie jaar duren, met een mogelijke verlenging van twee jaar. Wat begint als een plan voor tijdelijke opvang, ontwikkelt zich in korte tijd tot een ingewikkeld dossier waarin bewoners, gemeenteraad, college, COA en vastgoedeigenaren tegenover en naast elkaar komen te staan.
Op 24 juli 2026 trekt het COA uiteindelijk de stekker uit het plan. Volgens de gemeente staan de kosten en risico’s niet meer in verhouding tot het aantal opvangplaatsen en de periode waarin de locatie beschikbaar zou zijn. Maar om te begrijpen waarom het zover kwam, moet worden teruggegaan naar het moment waarop de plannen voor De Valkenburcht openbaar werden.
Een leegstaande vleugel wordt opvanglocatie
De oostvleugel van De Valkenburcht aan de Valkenburglaan 35 stond leeg. De eigenaren van het complex hadden contact gezocht met het COA om te onderzoeken of het gebouw geschikt kon worden gemaakt voor tijdelijke opvang. Volgens de gemeente was de locatie daardoor interessant voor het COA, dat landelijk op zoek was naar extra opvangcapaciteit.
Op 1 december 2025 legde het COA het verzoek formeel bij de gemeente Renkum neer. Het ging om 230 opvangplaatsen voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid om die periode met twee jaar te verlengen. De gemeente benadrukte destijds dat er nog geen definitief besluit was genomen en dat eerst onderzocht moest worden onder welke voorwaarden opvang mogelijk zou zijn.
De keuze voor 230 plaatsen was niet willekeurig. Tijdens de openbare raadsontmoeting van 13 januari 2026 legde Rolf Wolbers, senior vastgoedregisseur bij het COA, uit dat het aantal samenhing met de financiële haalbaarheid van de locatie. Volgens Wolbers vormden 230 opvangplaatsen het break-evenpoint tussen de kosten en opbrengsten van de opvang. Dat gegeven zou later een belangrijke rol krijgen in de discussie over de omvang van de opvang.
De eerste politieke reactie was geen afwijzing
Het beeld dat de gemeenteraad vanaf het begin massaal tegen opvang was, klopt niet. Op 17 december 2025 werden twee moties ingediend die het college moesten bewegen om opvang van asielzoekers in De Valkenburcht tegen te houden. De motie van Leefbaar Renkum kreeg slechts één stem voor en 21 tegen. Een tweede motie van Partij Renkumse Dorpen (PRD) werd verworpen met vier stemmen voor en achttien tegen.
Daarmee was het politieke uitgangspunt duidelijk: een meerderheid van de raad wilde opvang niet bij voorbaat uitsluiten. Dat betekende echter niet dat diezelfde meerderheid akkoord was met de door het COA gevraagde 230 plaatsen. De discussie verschoof juist naar de vraag onder welke voorwaarden opvang in De Valkenburcht verantwoord zou zijn.
Dat onderscheid is belangrijk. De gemeenteraad gaf in december geen definitieve toestemming voor een opvanglocatie. Het proces moest nog verder worden onderzocht en er waren nog vergunningen en bestuurlijke besluiten nodig.
Bewoners voelen zich overvallen
Ondertussen ontstond onder bewoners van De Valkenburcht grote onrust. In het complex woonden ongeveer honderd mensen, onder wie relatief veel ouderen. Tijdens de bijeenkomst van 13 januari werd duidelijk dat vooral de verhouding tussen de bestaande bewoners en de voorgestelde groep van 230 asielzoekers voor zorgen zorgde.
Niet iedere bewoner was principieel tegen de opvang. Juist dat maakt de discussie ingewikkelder dan een simpel voor-of-tegenverhaal. Een bewoner die tijdens de raadsontmoeting aan het woord kwam, gaf volgens het verslag aan niet tegen asielopvang te zijn, maar zich zorgen te maken over de schaal en de mogelijke spanningen die konden ontstaan wanneer een relatief kleine groep bestaande bewoners te maken zou krijgen met een veel grotere nieuwe groep bewoners.
Ook de communicatie vooraf werd een belangrijk onderdeel van de kritiek. Bewoners stelden dat zij niet eerst rechtstreeks waren meegenomen in het proces en dat zij de plannen via de media of andere kanalen vernamen. De gemeente organiseerde vervolgens informatiebijeenkomsten op 12 en 19 januari en een openbare raadsontmoeting op 13 januari. Daarmee werd geprobeerd de bewoners alsnog bij de besluitvorming te betrekken.
Veiligheid en leefbaarheid worden politieke voorwaarden
De zorgen van bewoners kwamen vervolgens terug in de politieke discussie. De VVD-Renkum stelde bijvoorbeeld voor om de opvang aanzienlijk kleiner te maken dan de 230 plaatsen die het COA had gevraagd. De partij stelde een omvang van maximaal 100 tot 120 personen voor en koppelde dat aan de noodzaak van voldoende veiligheid, draagvlak en leefbaarheid.
Ook D66 erkende dat de positie van de huidige bewoners bijzondere aandacht verdiende. De partij stelde samen met andere fracties een motie op waarin niet alleen de opvangtaak, maar ook begeleiding, veiligheid, voorzieningen en gemeentelijke regie centraal stonden.
Daarmee ontstond een politieke tegenstelling die later bepalend zou worden: het COA keek naar de locatie vanuit de behoefte aan opvangcapaciteit en de haalbaarheid van de exploitatie, terwijl de gemeenteraad steeds nadrukkelijker keek naar schaal, draagvlak, veiligheid en de positie van de bestaande bewoners.
Van 230 naar maximaal 150
Het echte politieke kantelpunt kwam op 28 januari 2026. Een brede meerderheid van de gemeenteraad nam de motie ‘Opvang vluchtelingen: verantwoordelijkheid nemen, regie houden en draagvlak borgen’ aan. De motie kreeg 17 stemmen voor en drie tegen.
De raad droeg het college daarbij op de wettelijke taakstelling van 150 opvangplaatsen actief uit te voeren, maar voor De Valkenburcht met het COA te onderhandelen vanuit het uitgangspunt van maximaal 150 plaatsen. Tegelijkertijd werden voorwaarden gesteld aan veiligheid, begeleiding, participatie, leefbaarheid en de betrokkenheid van de huidige bewoners.
De raad koos daarmee niet voor het stoppen van de opvang. Integendeel: de wettelijke taakstelling moest volgens de motie worden uitgevoerd. Maar de schaal van de door het COA gevraagde locatie werd wel fors teruggebracht. Dat verschil zou later cruciaal blijken.
Een tweede discussie: wie wist wat en wanneer?
Naast de inhoudelijke discussie over opvang ontstond in Renkum ook een bestuurlijke discussie over de informatievoorziening. De gemeenteraad was eerder onder geheimhouding geïnformeerd over mogelijke locaties die door het COA werden onderzocht. Rond een bijeenkomst met bewoners op 8 december ontstond vervolgens discussie over de vraag of het college en de betrokken wethouder daarbij informatie hadden gedeeld die nog onder geheimhouding viel.
Het college liet hiervoor een feitenrelaas opstellen. Daaruit kwam naar voren dat de geheimhouding op een brief van 14 november 2025 op 8 december nog van kracht was, maar volgens het college niet zag op het latere formele verzoek van het COA om medewerking aan De Valkenburcht. Volgens het feitenrelaas had de wethouder tijdens de bijeenkomst wel melding gemaakt van het formele verzoek, maar geen verdere vertrouwelijke informatie verstrekt. Het college concludeerde daarom dat de geheimhouding niet was geschonden.
De discussie laat zien hoe gevoelig het dossier bestuurlijk was geworden. Het ging inmiddels niet meer uitsluitend om de vraag of er asielzoekers konden worden opgevangen. Ook de manier waarop bewoners en gemeenteraad werden geïnformeerd, werd onderdeel van het politieke debat.
Het plan ligt nog niet vast
Na het raadsbesluit van januari leek de opvang niet van de baan. De gemeente werkte aan een concept-bestuursovereenkomst met het COA en aan een sociaal veiligheidsplan. Ook zouden afspraken worden gemaakt over communicatie, participatie, veiligheid, de duur van de opvang en de manier waarop de locatie zou worden ingericht.
De gemeente benadrukte daarbij dat het definitieve besluit nog niet was genomen. Er was bovendien een omgevingsvergunning nodig en ook de gemeenteraad zou in het verdere proces een rol houden.
In de praktijk veranderde de situatie echter fundamenteel. Het COA had een locatie onderzocht op basis van 230 opvangplaatsen, terwijl de gemeenteraad inmiddels maximaal 150 als uitgangspunt had vastgesteld.
Daarmee was de vraag niet langer alleen of De Valkenburcht geschikt was voor opvang. De vraag was of de locatie ook nog haalbaar was wanneer er aanzienlijk minder mensen zouden worden opgevangen. Het antwoord op die vraag zou enkele maanden later volgen.
Binnenkort deel 2: Waarom het COA stopte met De Valkenburcht: van 150 opvangplaatsen naar nul
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 287






