Nieuwe aanpak moet woningbouw eerder zekerheid geven over stroomnet

Algemeen

De groeiende druk op het Nederlandse elektriciteitsnet zorgt ervoor dat woningbouwprojecten steeds vaker rekening moeten houden met de beschikbaarheid van transportcapaciteit. Vanaf 1 oktober 2026 kunnen gemeenten daarom al in een veel eerder stadium een aanvraag doen voor transportcapaciteit voor woningbouwprojecten. Met de nieuwe werkwijze moet voorkomen worden dat plannen pas ver in het ontwikkelproces worden geconfronteerd met onzekerheid over een aansluiting op het elektriciteitsnet.

De verandering hangt samen met het nieuwe prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Sinds 1 juli 2026 geldt een nieuwe systematiek voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit. Woningbouw behoort daarbij tot de maatschappelijke basisbehoeften die voorrang kunnen krijgen wanneer er opnieuw ruimte op het elektriciteitsnet beschikbaar komt. Dat betekent echter niet dat ieder woningbouwproject automatisch als eerste wordt aangesloten.

Netcongestie steeds belangrijker bij woningbouw

De beschikbaarheid van elektriciteit is de afgelopen jaren een steeds belangrijker onderdeel geworden van gebiedsontwikkeling. Door de groei van elektrisch vervoer, warmtepompen, zonnepanelen en andere vormen van elektrificatie neemt de vraag naar capaciteit toe. Op verschillende plaatsen in Nederland is daardoor sprake van netcongestie en kunnen nieuwe of zwaardere aansluitingen niet zonder meer worden gerealiseerd. De ACM constateert dat de schaarste aan transportcapaciteit maatschappelijke functies in de knel kan brengen.

Voor woningbouw heeft dat een bijzondere betekenis. Een nieuwbouwproject kan jaren in voorbereiding zijn voordat daadwerkelijk met de bouw wordt begonnen. Als pas vlak voor de realisatie wordt gekeken of voldoende transportcapaciteit beschikbaar is, kan een tekort aan ruimte op het elektriciteitsnet grote gevolgen hebben voor de planning.

De nieuwe werkwijze probeert dat risico naar voren te halen. Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 al voor projecten die zich nog in een eerdere planfase bevinden transportcapaciteit aanvragen. Volgens de informatie van de provincie Gelderland kan dit voor woningbouwprojecten die maximaal tien jaar vooruit worden gepland.

Gemeenten krijgen een grotere rol

Een belangrijk onderdeel van de nieuwe aanpak is dat gemeenten de aanvraag in een vroeg stadium kunnen doen. Daarmee wordt de gemeente een belangrijke schakel tussen de woningbouwplanning en de netbeheerder. De bedoeling is dat al tijdens de planvorming duidelijker wordt welke mogelijkheden het elektriciteitsnet biedt.

Volgens Netbeheer Nederland gaat het daarbij niet alleen om het eerder indienen van een aanvraag. De nieuwe werkwijze moet ervoor zorgen dat de benodigde transportcapaciteit beter kan worden meegenomen in de planning van woningbouwprojecten.

Ook de netbeheerders benadrukken dat eerder aanvragen geen garantie betekent dat een project op de gewenste datum daadwerkelijk over voldoende elektriciteitscapaciteit beschikt.

Woningbouw krijgt voorrang, maar niet automatisch

De positie van woningbouw op het elektriciteitsnet is sinds 2026 veranderd. De ACM heeft drie categorieën vastgesteld waarvoor onder voorwaarden prioriteit kan worden gegeven. Bovenaan staan projecten die bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Daarna volgen functies die belangrijk zijn voor de veiligheid. Woningbouw valt samen met onder meer onderwijs, openbaar vervoer en telecommunicatie onder de categorie basisbehoeften.

Voor woningbouw betekent dit dat een project in aanmerking kan komen voor prioritering, maar dat daarvoor wel aan de voorwaarden moet worden voldaan. De aanvrager moet de benodigde informatie en bewijsstukken aanleveren. Prioriteit is dus geen automatische aanspraak op beschikbare netcapaciteit.

Daarmee verandert ook de manier waarop gemeenten naar hun woningbouwplanning moeten kijken. Niet alleen de beschikbaarheid van grond, vergunningen en financiering is van belang; ook de vraag of het elektriciteitsnet een ontwikkeling kan ondersteunen, krijgt een plaats in het planproces.

Nieuwe procedure moet vertraging voorkomen

De gedachte achter ‘eerder aanvragen’ is dat gemeenten en netbeheerders niet pas met elkaar om tafel gaan wanneer een woningbouwproject vrijwel bouwrijp is. Door de behoefte eerder in beeld te brengen, kan de netbeheerder de ontwikkeling meenemen in zijn planning en kan een gemeente eerder duidelijkheid krijgen over het aansluitperspectief.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wijst er tegelijkertijd op dat de nieuwe werkwijze ook financiële en organisatorische gevolgen voor gemeenten kan hebben. Zo moeten gemeenten in bepaalde situaties eerder kosten voorfinancieren, terwijl op dat moment nog niet altijd een projectontwikkelaar is aangewezen. De VNG heeft daarom aangedrongen op verdere uitwerking van de financieringssystematiek.

Ook de praktische invoering wordt gefaseerd aangepakt. De VNG meldde in juli dat gemeenten zich konden voorbereiden op de eerste aanvragen en dat de aanvragen in oktober 2026 gecoördineerd worden ingediend binnen vastgestelde tijdsblokken.

Wat verandert er voor woningbouwprojecten?

De belangrijkste verandering is dat de beschikbaarheid van elektriciteit eerder onderdeel wordt van het woningbouwproces. Een gemeente hoeft daarmee niet langer te wachten tot een project volledig is uitgewerkt voordat zij duidelijkheid probeert te krijgen over de benodigde transportcapaciteit.

Dat kan vooral van belang zijn voor grotere gebiedsontwikkelingen, waar honderden of duizenden woningen over meerdere jaren worden gepland. Door de elektriciteitsbehoefte eerder te koppelen aan de woningbouwplanning ontstaat volgens de betrokken partijen meer inzicht in de haalbaarheid van projecten.

Voor gemeenten betekent de nieuwe werkwijze tegelijkertijd dat zij hun woningbouwprogramma’s en de planning van het elektriciteitsnet beter op elkaar moeten afstemmen. De beschikbare capaciteit blijft immers schaars. Een vroege aanvraag neemt die schaarste niet weg, maar kan wel voorkomen dat de problematiek pas zichtbaar wordt wanneer belangrijke besluiten over een project al zijn genomen.

Elektriciteitsnet wordt onderdeel van de woningbouwplanning

De invoering van ‘eerder aanvragen’ markeert daarmee een bredere verandering in de manier waarop naar woningbouw wordt gekeken. De vraag hoeveel woningen ergens kunnen worden gebouwd, hangt niet alleen meer af van ruimte, vergunningen en betaalbaarheid. Ook de technische capaciteit van de energie-infrastructuur wordt steeds nadrukkelijker een randvoorwaarde.

Voor Gelderland is dat relevant, omdat ook de provincie rekening houdt met de gevolgen van netcongestie voor woningbouw. De provincie stelt dat vanaf 1 oktober 2026 woningbouwprojecten die minder ver in de planning zijn al transportcapaciteit kunnen aanvragen. Daarbij moet onder meer informatie worden verstrekt over de locatie, het aantal en type woningen, de aansluitingen en de manier waarop de woningen worden verwarmd.

De nieuwe aanpak biedt daarmee vooral eerder inzicht, maar geen zekerheid dat ieder gepland woningbouwproject op het gewenste moment van stroom kan worden voorzien. Zolang de capaciteit op delen van het Nederlandse elektriciteitsnet schaars blijft, blijft uitbreiding van de infrastructuur noodzakelijk. De nieuwe aanvraagprocedure verschuift vooral het moment waarop gemeenten en netbeheerders met elkaar moeten bepalen wat technisch mogelijk is.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 60