Toen Marokko in 1956 onafhankelijk werd van Frankrijk en Spanje, veranderde de politieke discussie rond Ceuta en Melilla ingrijpend. Waar de steden eeuwenlang vooral militaire buitenposten waren geweest, werden zij nu onderdeel van een internationaal territoriaal geschil. De Marokkaanse regering stelde dat alle gebieden die historisch tot het Marokkaanse grondgebied hadden behoord uiteindelijk onder Marokkaanse soevereiniteit moesten terugkeren. Daarbij werden niet alleen Ceuta en Melilla genoemd, maar ook enkele kleinere Spaanse eilanden voor de Noord-Afrikaanse kust.
Spanje wijst die claim al decennialang af. Volgens Madrid zijn Ceuta en Melilla geen overblijfselen van het Spaanse protectoraat in Marokko, maar maken zij al eeuwen integraal deel uit van de Spaanse staat. Ceuta kwam in de zeventiende eeuw definitief onder Spaans gezag en Melilla werd al in 1497 ingenomen, ruim voordat het Spaanse protectoraat ontstond.
Die historische ontwikkeling vormt nog altijd de kern van de Spaanse juridische redenering. Volgens een analyse van het Real Instituto Elcano – New narratives for the Spanish cities of Ceuta and Melilla, baseert Spanje zijn aanspraak op Ceuta en Melilla op historische soevereiniteit, de overdracht van Ceuta vanuit Portugal, de inlijving van Melilla door de Kroon van Castilië en verdragen die vanaf de achttiende eeuw met de Marokkaanse sultans zijn gesloten. Die historische en juridische argumentatie wordt eveneens beschreven in de studie Las raíces históricas de Ceuta, Melilla y el resto de los territorios españoles del Norte de África, die is opgenomen in de bibliotheek van het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.
Hoewel de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen de afgelopen decennia sterk zijn verbeterd, blijft de soevereiniteitskwestie regelmatig terugkeren. Anders dan Gibraltar, waar het Verenigd Koninkrijk en Spanje al jarenlang met elkaar onderhandelen, is Spanje niet bereid de status van Ceuta en Melilla ter discussie te stellen.
Van vestingstad naar Europese buitengrens
De betekenis van beide steden veranderde opnieuw toen Spanje in 1986 toetrad tot de Europese Gemeenschap, de voorloper van de Europese Unie. Vanaf dat moment vormden Ceuta en Melilla niet alleen de grens van Spanje, maar ook een van de weinige landgrenzen tussen Afrika en de Europese Unie.
Met de invoering van het Schengenverdrag kreeg die grens nog meer betekenis. Terwijl burgers binnen grote delen van Europa vrij konden reizen, ontstond aan de Afrikaanse zijde juist een van de strengst bewaakte buitengrenzen van Europa. In de loop van de jaren negentig verschenen de eerste grenshekken. Die werden later verhoogd, voorzien van camera’s, sensoren en extra beveiliging.
Ceuta en Melilla vormen een van de belangrijkste buitengrenzen van de Europese Unie. Frontex ondersteunt Spanje daarbij met strategische risicoanalyses, informatie-uitwisseling en gezamenlijke operaties langs de westelijke Middellandse Zeeroute, zoals blijkt uit de Strategic Risk Analysis van Frontex, de Annual Risk Analysis 2026/2027 en de informatie van de Raad van de Europese Unie over de westelijke Middellandse Zeeroute.
Waarom migranten juist hier proberen Europa te bereiken
Voor duizenden mensen uit Sub-Sahara Afrika vertegenwoordigen Ceuta en Melilla letterlijk de kortste weg naar Europees grondgebied. Wie erin slaagt de grens over te steken, bevindt zich juridisch op Spaans en daarmee Europees grondgebied. Dat betekent niet automatisch dat iemand in Europa mag blijven, maar wel dat een juridische procedure volgt waarin onder meer een eventuele asielaanvraag wordt beoordeeld.
Daardoor zijn beide steden al tientallen jaren een belangrijk doelwit voor mensensmokkelaars. Rond de steden ontstonden kampen waarin migranten soms maanden of zelfs jaren wachtten op een kans om de grens over te steken.
De routes veranderen voortdurend. Soms proberen groepen tegelijkertijd de grenshekken te beklimmen. In andere perioden kiezen migranten ervoor om de zee over te zwemmen of gebruik te maken van kleine boten. Daarnaast verschuift een deel van de migratiestromen naar de Canarische Eilanden wanneer de grens rond Ceuta en Melilla strenger wordt bewaakt.
Volgens cijfers van UNHCR Mediterranean Data Portal blijft de westelijke Middellandse Zeeroute een van de belangrijkste toegangsroutes tot Europa, hoewel de aantallen per jaar sterk kunnen verschillen door weersomstandigheden, internationale afspraken en intensievere grensbewaking.
De tragedie bij Melilla
Op 24 juni 2022 bereikte de internationale aandacht een dieptepunt. Honderden migranten probeerden tegelijkertijd de grens tussen het Marokkaanse Nador en Melilla over te steken. Daarbij ontstonden chaotische taferelen waarbij mensen bekneld raakten tussen de hoge hekken en de grote menigte.
Volgens de Marokkaanse autoriteiten kwamen tientallen mensen om het leven. Mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke onderzoekers kwamen later met hogere schattingen. De gebeurtenis groeide uit tot een van de dodelijkste incidenten ooit aan een Europese buitengrens.
Kort na de tragedie riepen zowel de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR als de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) alle betrokken autoriteiten op om de veiligheid van migranten en vluchtelingen voorop te stellen, af te zien van buitensporig geweld en hun mensenrechten te waarborgen. Dat staat in een gezamenlijke persverklaring die beide organisaties een dag na de gebeurtenissen publiceerden.
Ook internationale organisaties zoals Amnesty International concludeerden later dat grondig onafhankelijk onderzoek noodzakelijk was naar het geweld dat tijdens de gebeurtenissen werd gebruikt.
Samenwerking én spanningen
Ondanks de territoriale discussie werken Spanje en Marokko op veel terreinen intensief samen. Vooral op het gebied van migratiebestrijding is die samenwerking de afgelopen jaren verder uitgebreid. Marokkaanse veiligheidstroepen proberen regelmatig grote groepen migranten al ruim voor de grens tegen te houden.
Tegelijkertijd laat de geschiedenis zien hoe kwetsbaar die samenwerking kan zijn. In 2021 bereikten binnen enkele dagen ongeveer tienduizend mensen Ceuta nadat de grensbewaking plotseling sterk was afgenomen. De gebeurtenis leidde tot een diplomatieke crisis tussen beide landen en maakte duidelijk hoe snel migratie onderdeel kan worden van bredere politieke spanningen. Internationale media beschreven destijds hoe de grens in korte tijd vrijwel volledig werd overspoeld.
Een nieuwe migratiecrisis in 2026
Dat Ceuta nog altijd uiterst kwetsbaar is, bleek opnieuw in de zomer van 2026. Binnen enkele dagen bereikten opnieuw duizenden migranten de Spaanse enclave. Volgens de regionale regering raakten opvanglocaties volledig overbelast, terwijl vooral de opvang voor alleenstaande minderjarigen ver boven de beschikbare capaciteit uitkwam.
De regionale regering sprak van een humanitaire noodsituatie en riep Madrid op om extra ondersteuning te bieden. Spanje stuurde extra militairen en veiligheidstroepen naar Ceuta om de situatie onder controle te krijgen. Tegelijkertijd werkten Spaanse en Marokkaanse autoriteiten opnieuw samen om verdere grensdoorbraken te voorkomen.
De gebeurtenissen laten zien dat Ceuta ruim zes eeuwen na de Portugese verovering nog altijd een strategische spil vormt. Waar de stad vroeger werd verdedigd tegen vijandelijke legers, draait het tegenwoordig om de bescherming van een van de meest gevoelige buitengrenzen van Europa.
Twee kleine steden met een wereldwijde betekenis
Ceuta en Melilla zijn samen kleiner dan veel Europese middelgrote gemeenten. Toch hebben zij een geopolitieke betekenis die ver uitstijgt boven hun omvang. Hier komen Europese migratiepolitiek, internationale mensenrechten, koloniale geschiedenis, grensbewaking en diplomatie tussen Europa en Afrika samen.
Voor Spanje zijn beide steden onlosmakelijk onderdeel van het nationale grondgebied. Voor Marokko blijven zij een historisch onopgelost dossier. Voor de Europese Unie vormen zij een van de meest zichtbare buitengrenzen van het continent. En voor duizenden migranten symboliseren zij de hoop op een nieuw bestaan in Europa.
Juist daarom zijn Ceuta en Melilla veel meer dan twee afgelegen Spaanse steden aan de Noord-Afrikaanse kust. Zij vormen een levende herinnering aan de Europese expansie die begon met de Portugese verovering van Ceuta in 1415. Zes eeuwen later is de strijd niet langer gericht op handel of religie, maar op grensbeheer, internationale samenwerking en de vraag hoe Europa omgaat met migratie, veiligheid en mensenrechten.
De geschiedenis van Ceuta en Melilla laat daarmee zien dat gebeurtenissen uit een ver verleden nog altijd hun weerslag hebben op de politieke keuzes van vandaag. Wat begon als een strijd om een strategische haven aan de ingang van de Middellandse Zee, is uitgegroeid tot een van de meest complexe geopolitieke vraagstukken van de eenentwintigste eeuw.
Meer hierover:
- Lees hier deel 1: Ceuta en Melilla: hoe twee Spaanse steden in Afrika al ruim zes eeuwen de geschiedenis van Europa beïnvloeden
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 46





