Als het water opraakt: waarom draaien papierfabrieken vaak gewoon door?

Landelijk

Terwijl beken droogvallen, boeren in steeds meer regio’s hun gewassen niet meer mogen beregenen en waterschappen oproepen zuinig met water om te gaan, blijft bij veel mensen één vraag hangen: hoe kan het dat sommige industrieën ogenschijnlijk gewoon blijven produceren? Papierfabrieken behoren tot de grootste watergebruikers van Nederland en roepen daarom regelmatig vragen op tijdens perioden van droogte.

Het antwoord blijkt minder zwart-wit dan vaak wordt gedacht. Papierfabrieken hebben geen vrijbrief om onbeperkt water te gebruiken, maar vallen ook niet automatisch onder dezelfde beperkingen als de landbouw. Achter die ogenschijnlijke tegenstelling schuilt een zorgvuldig afwegingssysteem dat economische belangen, natuur en drinkwater tegen elkaar afweegt.

Een industrie die niet zonder water kan

Water vormt de basis van vrijwel iedere stap in het productieproces van papier. Houtvezels worden ermee vermengd, papierbanen worden gevormd en gewassen, installaties gekoeld en machines gereinigd. Daardoor behoort de papierindustrie wereldwijd tot de meest waterintensieve sectoren.

Toch geeft dat beeld niet het hele verhaal weer. Moderne papierfabrieken gebruiken tegenwoordig aanzienlijk minder vers water dan enkele tientallen jaren geleden. Door gesloten watersystemen, waterzuivering en hergebruik circuleert hetzelfde proceswater vaak meerdere keren door de fabriek. De Nederlandse papierindustrie heeft de afgelopen decennia fors geïnvesteerd in het terugdringen van het waterverbruik, mede vanwege strengere milieueisen en stijgende kosten.

Dat betekent echter niet dat papierfabrieken tijdens extreme droogte volledig onafhankelijk zijn van de beschikbaarheid van zoet water.

Wie krijgt water als er een tekort ontstaat?

Nederland beschikt over een wettelijk systeem dat bepaalt wie voorrang krijgt wanneer er onvoldoende water beschikbaar is. De zogenoemde verdringingsreeks wordt toegepast zodra de droogte zo ernstig wordt dat niet meer aan alle watervraag kan worden voldaan.

Bovenaan staan de veiligheid van dijken en waterkeringen, gevolgd door drinkwater en het voorkomen van onherstelbare schade aan kwetsbare natuur. Daarna volgen economische belangen, waarbij relatief weinig water grote maatschappelijke schade kan voorkomen. Pas daarna komen andere toepassingen, waaronder delen van de landbouw, recreatie en scheepvaart. Dat systeem wordt beheerd door Rijkswaterstaat en de gezamenlijke waterbeheerders.

Juist die indeling verklaart waarom een sproeiverbod voor boeren niet automatisch betekent dat iedere fabriek eveneens haar watergebruik moet staken.

Waarom boeren soms eerder worden beperkt en wat is grondwater?

In grote delen van Nederland zijn beregeningsverboden ingesteld om te voorkomen dat beken, sloten en kleine rivieren verder droogvallen. Vooral oppervlaktewater in regionale watersystemen staat dan onder druk.

Papierfabrieken maken echter niet allemaal gebruik van dezelfde waterbron. Sommige bedrijven gebruiken rivierwater, andere beschikken over vergunningen voor grondwater of maken gebruik van leidingwater. Daarbij is het belangrijk om het begrip grondwater te nuanceren: grondwater is niet één uniforme watervoorraad. Volgens de Geologische Dienst Nederland bevinden zich in de Nederlandse ondergrond verschillende watervoerende lagen op uiteenlopende dieptes. Grondwater kan zich op enkele meters diepte bevinden, maar ook op tientallen of honderden meters diepte. Water dat bijvoorbeeld op 90 tot 100 meter diepte wordt onttrokken, is dus nog steeds grondwater, maar kan afkomstig zijn uit een ander watervoerend pakket dan het ondiepere grondwater.

De Geologische Dienst Nederland wijst erop dat slecht doorlatende kleilagen verschillende grondwatersystemen van elkaar kunnen scheiden en dat diepe grondwaterlagen daardoor anders kunnen reageren op neerslag en onttrekking. Ook de Omgevingswet-definitie van grondwater maakt geen onderscheid naar diepte: water in de verzadigde zone onder het bodemoppervlak geldt als grondwater. Het is daarom juister om onderscheid te maken tussen ondiep en diep grondwater of tussen verschillende watervoerende pakketten, dan om diep grondwater als iets anders dan grondwater te beschouwen. Bovendien verschillen de hoeveelheden en de lokale omstandigheden sterk per regio.

Daardoor kunnen twee bedrijven die op het eerste gezicht hetzelfde doen, toch met verschillende maatregelen te maken krijgen. Een waterschap of provincie beoordeelt per gebied hoeveel water nog verantwoord kan worden onttrokken zonder natuur, drinkwatervoorziening of andere functies in gevaar te brengen.

Ook de industrie kan worden afgeremd

Het beeld dat de industrie tijdens droogte onbeperkt kan doorgaan, klopt daarom niet. Wanneer de droogte verder toeneemt, kunnen provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat aanvullende beperkingen opleggen. Vergunningen voor wateronttrekking kunnen tijdelijk worden aangepast en bedrijven kunnen worden verplicht hun gebruik terug te brengen of alternatieve bronnen in te zetten.

Nederland bevindt zich deze zomer zelfs officieel in een situatie van feitelijk watertekort. De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) adviseert dan over maatregelen om het beschikbare zoetwater zo eerlijk mogelijk te verdelen. Daarbij worden voortdurend de afvoer van Rijn en Maas, de grondwaterstanden, de waterkwaliteit en de verzilting in de gaten gehouden.

Dat betekent dat ook industriële gebruikers steeds nadrukkelijker onderdeel worden van de afweging.

Gelderland kent een bijzondere positie

Juist in Gelderland is die discussie extra interessant. De provincie kent een lange geschiedenis van papierproductie, met fabrieken langs de Veluwe en de IJssel. Tegelijkertijd behoren de hogere zandgronden van de Veluwe tot de gebieden die juist sterk afhankelijk zijn van regenwater en kwetsbaar zijn voor langdurige droogte.

Dat zorgt voor een ingewikkeld evenwicht. Water is niet alleen nodig voor natuurgebieden, landbouw en drinkwaterwinning, maar ook voor werkgelegenheid en industriële productie. Bestuurders moeten daarom steeds vaker keuzes maken die zowel ecologische als economische gevolgen hebben.

Door de opeenvolging van droge zomers groeit bovendien de vraag of bestaande vergunningen en waterverdelingen nog aansluiten bij het veranderende klimaat.

Een discussie die alleen maar belangrijker wordt

Klimaatwetenschappers verwachten dat perioden van langdurige droogte vaker zullen voorkomen. Tegelijkertijd neemt de vraag naar zoet water toe door bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en de energietransitie.

Daardoor verschuift de discussie langzaam van de vraag óf er voldoende water is, naar de vraag wie het beschikbare water mag gebruiken wanneer schaarste ontstaat.

Papierfabrieken vormen daarin slechts één onderdeel van een veel groter vraagstuk. Ook datacenters, chemische bedrijven, energiecentrales, landbouw en drinkwaterbedrijven doen allemaal een beroep op dezelfde beperkte voorraad zoet water.

De komende jaren zal daarom niet alleen de efficiëntie van watergebruik belangrijker worden, maar ook de maatschappelijke discussie over de verdeling ervan. Want in een land dat bekendstaat om zijn overvloed aan water, blijkt zoet water steeds vaker een schaars goed.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 444