De Nederlandse energietransitie nadert een paradoxaal kantelpunt. Terwijl miljarden worden geïnvesteerd in windparken op zee, zonne-energie en de uitbreiding van het elektriciteitsnet, groeit tegelijkertijd het risico dat er op cruciale momenten onvoldoende elektriciteit beschikbaar is. Volgens de Monitor Voorzieningszekerheid 2026 van TenneT overschrijdt Nederland vanaf 2030 waarschijnlijk de nationale norm voor leveringszekerheid. De hoogspanningsnetbeheerder adviseert daarom om snel een capaciteitsmechanisme in te voeren: een systeem waarbij producenten en flexibiliteitsaanbieders worden betaald voor het beschikbaar houden van vermogen, ook als dat niet direct wordt ingezet.
De waarschuwing markeert een opvallende verschuiving in het debat over de energietransitie. Jarenlang draaide de discussie vooral om duurzame opwekking en netcongestie. Nu verschuift de aandacht naar een fundamenteler vraagstuk: hoe blijft het elektriciteitssysteem betrouwbaar als steeds meer fossiele centrales verdwijnen en de vraag naar stroom juist explosief groeit?
Van overschot naar kwetsbaarheid
Uit de analyses van TenneT blijkt dat de voorzieningszekerheidsnorm van gemiddeld maximaal vier uur stroomtekort per jaar al in 2028 onder druk kan komen te staan. Vanaf 2030 ontstaat volgens vrijwel alle onderzochte scenario’s een structurele overschrijding van die norm. Tegen 2035 kunnen de verwachte tekorten oplopen tot 37 à 46 uur per jaar.
De oorzaak ligt volgens TenneT niet in één enkele ontwikkeling, maar in een samenloop van trends. Elektrificatie van industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving zorgt voor een sterk stijgende elektriciteitsvraag. Tegelijkertijd neemt het beschikbare regelbare vermogen af doordat gas– en kolencentrales sluiten of minder rendabel worden. Hoewel de productie uit zon en wind blijft groeien en ook batterijen en vraagsturing terrein winnen, blijkt dat onvoldoende om langdurige periodes van schaarste op te vangen. Vooral tijdens donkere en windarme winterdagen ontstaat een kwetsbare situatie.
De grenzen van flexibiliteit
Dat oordeel is opmerkelijk, omdat flexibiliteit de afgelopen jaren juist werd gepresenteerd als een van de sleutels van het toekomstige energiesysteem. Slim laden van elektrische auto’s, industriële vraagsturing en grootschalige batterijen moeten vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen.
TenneT erkent dat deze instrumenten belangrijker worden, maar concludeert tegelijk dat hun bijdrage begrensd is. Batterijen kunnen pieken opvangen, maar zijn minder geschikt voor langdurige perioden van schaarste. Ook vraagrespons kent grenzen: niet elke fabriek of installatie kan uren- of dagenlang worden stilgelegd zonder economische schade. Daardoor blijft volgens de netbeheerder aanvullend regelbaar vermogen noodzakelijk.
Toenemende afhankelijkheid van het buitenland
Een tweede zorgpunt is de groeiende internationale verwevenheid van het elektriciteitssysteem. Tijdens schaarstesituaties verwacht TenneT dat Nederland steeds meer afhankelijk wordt van import. Waar die bijdrage in 2028 nog rond één gigawatt ligt, kan dat in 2035 oplopen tot bijna negen gigawatt.
Maar juist daar schuilt volgens de monitor een risico. Ook buurlanden zoals Duitsland, België en Denemarken worden geconfronteerd met de gevolgen van elektrificatie en het afbouwen van conventionele productiecapaciteit. Op momenten van Europese schaarste kunnen landen daardoor minder op elkaar terugvallen dan in het verleden. Wat jarenlang gold als een veiligheidsbuffer, wordt steeds meer een wederzijdse afhankelijkheid.
Capaciteitsmechanisme als beleidskeuze
Om die reden adviseert TenneT het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om uiterlijk voor de winter van 2029-2030 een capaciteitsmechanisme operationeel te hebben. Daarbij zijn verschillende modellen mogelijk, variërend van een strategische reserve tot een marktbreed systeem waarin aanbieders worden beloond voor het beschikbaar houden van capaciteit.
Opvallend is dat de benodigde extra capaciteit volgens de eigen berekeningen van TenneT relatief beperkt lijkt. In het basisscenario zou in 2030 ongeveer 0,4 gigawatt extra vermogen voldoende zijn om weer aan de Nederlandse norm te voldoen. Dat kan echter oplopen tot 3,7 gigawatt wanneer omringende landen zelf geen aanvullende maatregelen nemen. Daarmee krijgt het vraagstuk een nadrukkelijk Europese dimensie.
Niet iedereen overtuigd
De oproep van TenneT krijgt niet onverdeelde steun. Belangenorganisatie VEMW, die grote energieverbruikers vertegenwoordigt, onderschrijft weliswaar de analyse dat de voorzieningszekerheid onder druk staat, maar waarschuwt voor te snelle marktinterventies. Volgens de organisatie bestaat het risico dat een capaciteitsmechanisme investeringsprikkels verstoort en de kosten uiteindelijk bij bedrijven en huishoudens terechtkomen. VEMW pleit daarom eerst voor sterkere marktprikkels, voorspelbaar beleid en verdere uitbreiding van de infrastructuur.
Daarmee ontstaat een debat dat de komende jaren waarschijnlijk centraler zal worden in het Nederlandse energiebeleid: hoeveel zekerheid mag de samenleving verwachten, en hoeveel mag die zekerheid kosten?
Nieuwe fase van de energietransitie
De boodschap van TenneT laat zich uiteindelijk lezen als een signaal dat de energietransitie een nieuwe fase ingaat. Waar de afgelopen jaren vooral draaiden om het bouwen van duurzame productiecapaciteit en netverzwaring, verschuift de aandacht nu naar de vraag hoe een elektriciteitssysteem met veel weersafhankelijke opwek ook tijdens uitzonderlijke omstandigheden betrouwbaar blijft functioneren.
Het debat gaat daardoor niet langer uitsluitend over duurzaamheid, maar steeds nadrukkelijker over weerbaarheid. De waarschuwing van TenneT is in die zin minder een voorspelling van toekomstige stroomtekorten dan een oproep om nu keuzes te maken over de manier waarop Nederland zijn toekomstige energiezekerheid wil organiseren. De komende kabinetsperiode zal moeten uitwijzen of Den Haag bereid is die stap te zetten.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.






