Minder mest, maar de uitdaging blijft: hoe Gelderland zoekt naar balans tussen landbouw en leefomgeving

Agrarische sector

De Gelderse veehouderij produceert nog altijd miljoenen tonnen dierlijke mest per jaar, maar de hoeveelheid neemt al decennialang af. Ook de uitstoot van stikstof en de hoeveelheid fosfaat in mest zijn fors gedaald. Toch blijft Gelderland een van de provincies waar de druk op de beschikbare landbouwgrond en de leefomgeving groot is. De provincie kent een hoge concentratie melkvee-, kalver-, varkens- en pluimveebedrijven, waardoor de zoektocht naar een evenwicht tussen voedselproductie, natuur en waterkwaliteit onverminderd doorgaat.

Duidelijke daling sinds de jaren negentig

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de mestproductie in Gelderland in 2023 uitkwam op 12,4 miljoen ton. In 1994 was dat nog 15,8 miljoen ton. Daarmee is de totale mestproductie in bijna dertig jaar met ruim een vijfde afgenomen.

De afname is nog duidelijker zichtbaar bij de mineralen die in mest zijn opgenomen. De stikstofuitscheiding daalde in dezelfde periode van 125,3 miljoen kilogram naar 78,9 miljoen kilogram, een vermindering van ongeveer 37 procent. De fosfaatuitscheiding nam zelfs af van 43,9 miljoen kilogram naar 25,6 miljoen kilogram, een daling van ruim 40 procent.

Die ontwikkeling is geen toeval. De Nederlandse veehouderij is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. De omvang van verschillende veestapels nam af, dieren zijn efficiënter gaan produceren en de mestwetgeving werd stap voor stap aangescherpt. Daardoor produceren boeren minder mest en bevatten de meststromen ook minder stikstof en fosfaat dan dertig jaar geleden.

Rundvee blijft de grootste producent

Hoewel varkens en pluimvee vaak centraal staan in het maatschappelijke debat over mest, zijn het vooral runderen die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de mestproductie. Een melkkoe produceert door haar omvang en voeropname dagelijks aanzienlijk meer mest dan een varken of kip.

Dat is ook zichtbaar in Gelderland, waar de melkveehouderij en de kalverhouderij een belangrijke economische positie innemen. De provincie behoort al jarenlang tot de grootste landbouwprovincies van Nederland en kent daarnaast een omvangrijke varkens- en pluimveesector. Juist die combinatie zorgt ervoor dat jaarlijks grote hoeveelheden mest worden geproduceerd.

Mest is geen afval

In de maatschappelijke discussie krijgt mest vaak een negatieve lading. Toch is dierlijke mest voor boeren in de eerste plaats een waardevolle grondstof. De mest bevat stikstof en fosfaat, twee voedingsstoffen die essentieel zijn voor de groei van gras, mais en andere landbouwgewassen.

Zonder deze voedingsstoffen zouden boeren veel meer kunstmest moeten gebruiken. Dierlijke mest maakt daarom al eeuwenlang onderdeel uit van de Nederlandse landbouw.

Het probleem ontstaat wanneer meer mest wordt geproduceerd dan verantwoord op landbouwgrond kan worden gebruikt. Dan neemt het risico toe dat stikstof en fosfaat in de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater terechtkomen of dat ammoniak vrijkomt in de lucht. Om die reden gelden al jarenlang strikte gebruiksnormen voor het uitrijden van mest.

Een provincie met veel mestverkeer

Niet alle mest die in Gelderland wordt geproduceerd, wordt ook op hetzelfde bedrijf gebruikt. Een deel wordt afgevoerd naar andere landbouwbedrijven, mestverwerkers of andere bestemmingen waar de mest volgens de geldende regels kan worden benut. Tegelijkertijd ontvangen landbouwbedrijven in Gelderland ook dierlijke mest van elders.

Uit de CBS-cijfers blijkt dat jaarlijks miljoenen tonnen mest worden aangevoerd en afgevoerd. Dat laat zien dat mest allang niet meer uitsluitend een lokaal product is dat op het eigen land wordt uitgereden. Achter de cijfers gaat een omvangrijk systeem van opslag, transport, verwerking en hergebruik schuil, waarbij meststromen voortdurend worden afgestemd op de beschikbare plaatsingsruimte en de wettelijke gebruiksnormen.

Niet alleen de hoeveelheid telt

Bij mest draait het niet alleen om de geproduceerde tonnen. Minstens zo belangrijk is de hoeveelheid stikstof en fosfaat die uiteindelijk op landbouwgrond terechtkomt.

Het CBS berekent daarom ook de zogenoemde plaatsingsruimte: de maximale hoeveelheid dierlijke mest die volgens de geldende regels op landbouwgrond mag worden gebruikt. In Gelderland wordt die ruimte intensief benut. Dat laat zien dat de beschikbare capaciteit voor het verantwoord gebruiken van mest beperkt is, ondanks de afname van de totale productie.

Juist daarom investeren veel bedrijven in betere opslag, mestscheiding, vergisting en andere technieken om mest efficiënter te verwerken en de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken.

Balans blijft de grootste uitdaging

De cijfers laten zien dat de Gelderse landbouw de afgelopen decennia belangrijke stappen heeft gezet. Er wordt minder mest geproduceerd en ook de hoeveelheid stikstof en fosfaat is fors afgenomen. Daarmee is een deel van de milieudruk verminderd.

Toch zijn de uitdagingen niet verdwenen. Gelderland blijft een provincie met een intensieve veehouderij en een hoge vraag naar beschikbare landbouwgrond. Tegelijkertijd worden de eisen aan waterkwaliteit, natuurherstel en klimaat steeds strenger. Dat betekent dat de manier waarop mest wordt geproduceerd, opgeslagen, vervoerd en benut de komende jaren een belangrijk onderwerp zal blijven voor boeren, beleidsmakers en inwoners.

De cijfers laten zien dat de discussie over mest niet alleen draait om de omvang van de veestapel, maar vooral om de vraag hoe de beschikbare ruimte zo efficiënt en verantwoord mogelijk kan worden benut. Juist daarin ligt de grootste opgave voor de landbouw van de toekomst.

Kerncijfers Gelderland

Onderwerp19942023Ontwikkeling
Mestproductie15,8 miljoen ton12,4 miljoen ton-21%
Stikstofuitscheiding125,3 miljoen kg78,9 miljoen kg-37%
Fosfaatuitscheiding43,9 miljoen kg25,6 miljoen kg-42%

Bronnen

CBS StatLine, Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding, diercategorie, regio (dataset 83982NED) en Dierlijke mest en mineralen; productie, transport en gebruik per regio. De gebruikte cijfers zijn gebaseerd op de officiële CBS-gegevens over de periode 1994-2023.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 6