Jarenlang leek Felixoord zijn bijzondere positie te behouden. De redding van het vegetarische zorgcentrum in 2018 gaf veel bewoners het vertrouwen dat de gemeenschap ook in de toekomst zou blijven bestaan. De vegetarische identiteit bleef behouden en het dagelijks leven op Ommershof vond zijn vertrouwde ritme terug. Achter de schermen veranderde echter de maatschappelijke werkelijkheid.
Nederland kreeg steeds nadrukkelijker te maken met een groeiend tekort aan woningen. Tegelijkertijd nam de vergrijzing toe en groeide de vraag naar woningen waarin ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Voor woningcorporaties betekende dat een ingewikkelde puzzel: bestaande complexen moesten worden verduurzaamd, terwijl tegelijkertijd nieuwe woningen nodig waren om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen.
Ook Woonzorg Nederland stond voor die opgave. In haar ondernemingsvisie beschrijft de corporatie dat zij wil investeren in toekomstbestendige woonomgevingen voor ouderen, met aandacht voor duurzaamheid, zorg en leefbaarheid. Vanuit die visie werd ook gekeken naar de toekomst van Ommershof. Volgens de corporatie bood het park kansen om zowel de kwaliteit van de woningen te verbeteren als extra seniorenwoningen toe te voegen. Daarmee zou niet alleen de huidige doelgroep worden bediend, maar ook een bijdrage worden geleverd aan de landelijke woningbouwopgave.
Een visie voor 2050
Vanaf 2023 werkte Woonzorg Nederland samen met externe stedenbouwkundige en landschappelijke bureaus aan een integrale toekomstvisie voor Ommershof. De ambitie was om de vegetarische identiteit van het park te behouden, maar tegelijkertijd een woonomgeving te creëren die geschikt zou zijn voor toekomstige generaties bewoners.
In de plannen bleef de gemeenschap centraal staan. Er zouden nieuwe ontmoetingsplekken komen, gezamenlijke voorzieningen en woningen die beter geschikt zijn voor het leveren van zorg aan huis. Ook werd gesproken over houtbouw, circulair materiaalgebruik en behoud van zoveel mogelijk groen. Tegelijkertijd voorzag de visie in de toevoeging van minimaal veertig extra woningen.
Voor Woonzorg Nederland vormde juist die combinatie de sleutel tot de toekomst: behoud van de identiteit én uitbreiding van de woonmogelijkheden. Maar waar de corporatie sprak over toekomstbestendigheid, hoorden veel bewoners iets anders.
De pijn van onzekerheid
Bij veel bewoners ging het gesprek niet in de eerste plaats over duurzaamheid of woningbouw. Het ging over hun thuis. Velen wonen al tientallen jaren op Ommershof. Sommigen verhuisden juist naar deze plek vanwege de rust, de kleinschaligheid en de gedeelde levensvisie. De gedachte dat hun bungalow mogelijk zou verdwijnen, riep veel meer op dan alleen praktische vragen over een verhuizing.
Daar kwam nog iets bij. De plannen ontwikkelden zich over meerdere jaren. Bewoners zagen schetsen, concepten, informatiebijeenkomsten en nieuwe varianten voorbijkomen. Tegelijkertijd bleven veel zaken onzeker. Welke woningen zouden daadwerkelijk verdwijnen? Wanneer zou dat gebeuren? Hoe hoog zou de nieuwe bebouwing worden? Zou het park zijn karakter behouden?
Juist die lange periode van onzekerheid bleek misschien wel de grootste belasting. Tijdens gesprekken die in het park werden gevoerd, kwam steeds hetzelfde gevoel terug: men wist onvoldoende waar men aan toe was. Niet iedere bewoner ervoer dat op dezelfde manier, maar het gevoel van onzekerheid vormde een terugkerend thema.
Participatie onder een vergrootglas
Vrijwel geen onderwerp roept zoveel verschillende reacties op als de bewonersparticipatie. Volgens Woonzorg Nederland begon die al tijdens de eerste visievorming. Er werd gewerkt met een klankbordgroep, vertegenwoordigers van bewoners, het bestuur van de bewonersvereniging en later ook een adviseur vanuit de Woonbond en een zelfstandig procesadviseur duurzaamheid en volkshuisvesting. De corporatie benadrukt dat bewoners gedurende het proces zijn uitgenodigd om met alternatieven en voorstellen te komen en dat de uiteindelijke voorkeursschets mede uit dat overleg is voortgekomen.
Een deel van de bewoners herkent zich in dat beeld. Uit verslagen van gesprekken blijkt dat het (vorige) bestuur van de bewonersvereniging begrip had voor de keuze om naar een toekomstbestendige herontwikkeling toe te werken. Daarbij geldt als belangrijke voorwaarde dat de vegetarische identiteit behouden blijft en het karakter van het park zoveel mogelijk wordt gerespecteerd.

Maar niet iedereen kijkt er zo naar. Een andere groep bewoners voelt zich onvoldoende gehoord. Zij betwijfelt of alternatieven, zoals grootschalige renovatie van de bestaande bungalows, serieus zijn onderzocht. Volgens deze bewoners ontstond het gevoel dat de richting al grotendeels vastlag voordat het gesprek met bewoners werkelijk begon. In die kritiek voelen zij zich gesteund door een analyse van emeritus hoogleraar woningbeheer aan de TU Delft, André Thomsen, die stelt dat de bungalows bouwtechnisch goed renoveerbaar zijn en dat renovatie, eventueel met een beperkte en zorgvuldig ingepaste uitbreiding, een eenvoudiger, goedkoper en sneller alternatief kan zijn dan sloop en volledige nieuwbouw. Thomsen betoogt daarnaast dat de cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden van Ommershof zwaarder zouden moeten meewegen in de afwegingen.
Dat verschil in beleving is minstens zo belangrijk als de inhoud van de plannen zelf. Waar de één spreekt over participatie, ervaart de ander vooral inspraak achteraf.
Renovatie of sloop?
De discussie spitst zich uiteindelijk toe op één fundamentele vraag. Kunnen de bestaande woningen worden gerenoveerd of is sloop onvermijdelijk?
Volgens Woonzorg Nederland zijn de beperkingen groter dan alleen de energetische kwaliteit van de woningen. De corporatie wijst erop dat veel woningen bouwkundig moeilijk aanpasbaar zijn, onvoldoende geschikt zijn voor toekomstige zorgverlening en dat renovatie volgens haar niet leidt tot een werkelijk toekomstbestendig woonpark. Daarnaast speelt mee dat uitbreiding van het aantal woningen op onderdelen ruimte vraagt die binnen de bestaande situatie beperkt beschikbaar is.
Tegenstanders trekken die conclusie juist in twijfel. Zij verwijzen naar deskundigen die stellen dat renovatie technisch wel degelijk mogelijk is en wijzen erop dat renovatie volgens hen duurzamer kan zijn dan volledige sloop. Ook wordt gewezen op berekeningen waaruit zou blijken dat renovatie financieel aantrekkelijker zou kunnen uitpakken. Verschillende bewoners vragen daarom al geruime tijd om openbaarmaking van de onderzoeken waarop de uiteindelijke keuze is gebaseerd.
De presentatie van Fred Feddes op 4 oktober 2025 draait om één centrale boodschap: sloop van Ommershof is niet vanzelfsprekend de beste oplossing en renovatie verdient een eerlijke, onafhankelijke vergelijking voordat onomkeerbare keuzes worden gemaakt. Vanuit zijn ervaring op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en als mede-initiatiefnemer van Stichting Mevrouw Meijer betoogt Feddes dat behoud en renovatie van bestaande gebouwen vaak beter scoren op erfgoedwaarde, duurzaamheid, functionaliteit en kosten. Hij verwijst daarbij naar praktijkvoorbeelden en onderzoek waaruit blijkt dat renovatie bij een vergelijkbare kwaliteit doorgaans 30 tot 50 procent minder CO₂-uitstoot veroorzaakt en bovendien 10 tot 30 procent goedkoper kan zijn dan sloop en nieuwbouw.
Toegepast op Ommershof ziet Feddes het landgoed als een waardevol ensemble van gebouwen, landschap en geschiedenis, waarbij behoud volgens hem het uitgangspunt zou moeten zijn. Op basis van de beperkte informatie die hij over de plannen van Woonzorg Nederland heeft ontvangen, plaatst hij vraagtekens bij de voorgenomen verdichting, de omvang van de nieuwe bouwblokken en de aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. Zijn belangrijkste aanbeveling is daarom om eerst een onafhankelijk ontwerpend onderzoek uit te voeren, waarbij renovatie en sloop/nieuwbouw op gelijke wijze worden doorgerekend en beoordeeld op erfgoed, functionaliteit, duurzaamheid, financiën en uitvoerbaarheid, in nauwe samenwerking met bewoners, gemeente en andere deskundigen.
Voor buitenstaanders lijkt het soms een puur technische discussie. In werkelijkheid gaat het om twee verschillende visies op dezelfde plek. De één kijkt vooral naar de kwaliteit van de gebouwen. De ander vooral naar de kwaliteit van de gemeenschap.
Een vergunningstraject met misverstanden
Ook het vergunningstraject rondom Ommershof leidde tot onduidelijkheid. Daarbij speelde mee dat Woonzorg Nederland gebruikmaakte van een relatief nieuw instrument: de generieke omgevingsvergunning voor natuuractiviteiten. Deze vergunningvorm, waarvoor de Provincie Gelderland eind 2025 een specifieke handleiding voor woningcorporaties publiceerde, verschilt wezenlijk van de reguliere omgevingsvergunning. Daardoor ontstond bij verschillende betrokkenen verwarring over de juridische procedure en de mogelijkheden om bezwaar te maken.
Tijdens de behandeling van een ingediend bezwaarschrift koos de Provincie Gelderland niet voor een directe inhoudelijke uitspraak, maar nodigde zij de betrokken partijen uit voor overleg. Volgens de provincie bleek daarbij dat de situatie op Ommershof veel complexer was dan de standaardgevallen waarvoor een generieke vergunning is bedoeld. Uiteindelijk stemde Woonzorg Nederland ermee in om Ommershof buiten de generieke vergunning te houden en hiervoor een afzonderlijke vergunningprocedure te starten. Na die toezegging werd het bezwaarschrift ingetrokken, waardoor de provincie geen formeel besluit meer hoefde te nemen. De vaak gehoorde conclusie dat het bezwaar “gegrond was verklaard”, vindt daarom geen steun in de formele procedure.
Het vergunningstraject staat bovendien los van de uiteindelijke besluitvorming over de herontwikkeling zelf. De provinciale vergunning heeft uitsluitend betrekking op de natuurwetgeving en zegt niets over de vraag of de voorgenomen sloop- en nieuwbouwplannen ruimtelijk wenselijk zijn. Voor die besluiten zijn de gemeente Renkum en de Omgevingsdienst Groene Metropool het bevoegde gezag. Ook eventuele bescherming van een oude bosgroeiplaats valt onder een afzonderlijk juridisch traject en maakt geen onderdeel uit van deze vergunningprocedure.
Wanneer idealen botsen met de praktijk
Wat de situatie op Ommershof bijzonder maakt, is dat vrijwel iedereen zich beroept op dezelfde waarden. Vrijwel niemand wil de vegetarische identiteit laten verdwijnen. Vrijwel niemand wil het groen opofferen. Vrijwel niemand ontkent dat woningen moeten worden aangepast aan de eisen van deze tijd.
En toch leidt dat niet vanzelf tot overeenstemming. Dat komt doordat de betrokkenen verschillende accenten leggen. Voor bewoners draait de discussie vaak om continuïteit: behoud wat goed is en vernieuw alleen waar dat noodzakelijk is. Voor Woonzorg Nederland draait dezelfde discussie om toekomstbestendigheid: bouw een woonomgeving die ook over vijftig jaar nog voldoet aan de woon- en zorgvraag.
Die twee uitgangspunten lijken op papier dicht bij elkaar te liggen. In de praktijk blijken ze moeilijk met elkaar te verenigen.
Een gemeenschap onder spanning
Terwijl de planvorming voortgaat, verandert ook de dynamiek binnen de gemeenschap. Waar bewoners vroeger vooral verbonden waren door een gezamenlijke levensvisie, ontstaan nu verschillende groepen met uiteenlopende ideeën over de toekomst van het park. Dat leidt soms tot stevige discussies binnen de bewonersvereniging en tijdens bewonersbijeenkomsten. Juist omdat vrijwel iedereen zich sterk betrokken voelt bij Felixoord, worden meningsverschillen al snel persoonlijk ervaren.
Dat is misschien wel de meest tragische ontwikkeling. Niet de bouwplannen zelf. Maar het feit dat een gemeenschap die decennialang bekendstond om haar onderlinge verbondenheid langzaam wordt geconfronteerd met verdeeldheid die voortkomt uit onzekerheid over de toekomst.
Over een paar dagen deel 3: een park waar meer op het spel staat dan alleen woningen
Meer stukken over Felixoord en Ommershof
Mike Tomale
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.




