De gemiddelde benzineprijs in Nederland daalde halverwege oktober, terwijl de internationale olieprijs eind oktober weer opliep tot ruim 115 dollar per vat. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en marktgegevens die persbureau Reuters publiceerde. De uiteenlopende prijsbewegingen laten zien dat de kosten van ruwe olie niet rechtstreeks bepalen hoeveel automobilisten aan de pomp betalen.
Benzineprijs Nederland: 7,1 cent lager in een week
Volgens de dagelijkse pompprijscijfers van het CBS bedroeg de gewogen gemiddelde prijs van Euro 95 op 12 oktober 2026 € 2,462 per liter. Op 19 oktober was dat € 2,391. Dat is een daling van 7,1 cent per liter in één week. Het gaat om landelijke gemiddelden inclusief accijns en btw, niet om de prijs bij een afzonderlijk tankstation.
De meest recente olieprijsbeweging laat een ander beeld zien. Brent-olie, een belangrijke internationale maatstaf voor ruwe olie, sloot op 27 oktober op 113,88 dollar per vat. Op 28 oktober steeg de prijs in de vroege handel opnieuw tot ongeveer 115,47 dollar. De cijfers komen uit de marktberichtgeving van Reuters. De vergelijking betreft verschillende markten en perioden; ze bewijst niet dat de ene prijsbeweging de andere heeft veroorzaakt.
Waarom de olieprijs niet rechtstreeks doorwerkt in de benzineprijs
Tussen de winning van ruwe olie en het tankstation liggen verschillende stappen. Olie moet worden verwerkt tot brandstoffen, waarna de producten worden verhandeld, vervoerd en verkocht. De prijzen van benzine en diesel op de internationale groothandelsmarkt kunnen daardoor anders bewegen dan de prijs van ruwe olie.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderscheidt drie onderdelen van de brandstofketen: de productie van ruwe olie, de raffinage tot olieproducten en de verkoop aan consumenten. De toezichthouder volgt de prijzen op deze niveaus om te laten zien hoe prijsveranderingen door de keten lopen. Volgens de ACM volgen de pompprijzen de groothandelsprijzen van geraffineerde brandstoffen in belangrijke mate en de ruwe olieprijs in veel mindere mate.
Dat verschil maakt het mogelijk dat benzine aan de pomp goedkoper wordt terwijl ruwe olie duur blijft. Omgekeerd kan benzine relatief duur blijven wanneer de olieprijs daalt, bijvoorbeeld als de groothandelsprijs van het eindproduct hoog blijft. Voor een verklaring van een concrete prijsdaling zijn daarom ook gegevens over de benzineprijs op de groothandelsmarkt nodig.
Raffinage en beschikbaarheid beïnvloeden de brandstofmarkt
De capaciteit van raffinaderijen en de beschikbaarheid van brandstoffen zijn eveneens van belang. In het Oil Market Report van oktober 2026 beschrijft het Internationaal Energieagentschap (IEA) de gevolgen van verstoringen in de aanvoer, hoge transportkosten en de internationale spanningen voor de oliemarkt. De organisatie verwachtte dat de wereldwijde raffinageactiviteit in oktober seizoensmatig zou teruglopen.
Raffinaderijen maken bovendien verschillende producten tegelijk, waaronder benzine, diesel en kerosine. De productie kan daarom niet uitsluitend worden afgestemd op de vraag naar één brandstof. Als een bepaald product schaars is, kan de prijs daarvan stijgen ten opzichte van ruwe olie, zonder dat andere producten dezelfde ontwikkeling volgen. Het IEA beschreef in oktober vooral aanhoudende druk op de beschikbaarheid van diesel.
Spanningen in het Midden-Oosten houden oliehandel in beweging
De olieprijs reageerde eind oktober op ontwikkelingen rond het Midden-Oosten. Reuters meldde op 27 oktober dat Brent-olie bijna twee dollar per vat goedkoper werd door berichten over diplomatiek overleg. Tegelijkertijd bleven zorgen over de veiligheid van de scheepvaart en de aanvoer van olie bestaan.
Een dag later steeg de olieprijs opnieuw nadat de Jemenitische Houthi-beweging meldde een raketaanval op een grote Saudische raffinaderij te hebben uitgevoerd. Volgens Reuters hadden de Saudische autoriteiten de aanval op dat moment niet direct bevestigd. De prijsstijging weerspiegelde daarmee de zorgen van marktpartijen over mogelijke verstoringen, niet een vastgestelde verandering in de Nederlandse benzineprijs.
Accijns en btw maken deel uit van de pompprijs
De prijs die automobilisten betalen, bestaat niet alleen uit de kosten van de brandstof. Ook accijns en btw zijn erin verwerkt. Daardoor leidt een procentuele daling van de grondstofprijs niet automatisch tot een even grote procentuele daling van de literprijs aan de pomp.
De ACM houdt in haar monitor rekening met de prijsontwikkeling van ruwe olie, geraffineerde producten en brandstof aan de pomp. De toezichthouder benadrukt dat verschillen tussen deze niveaus een indicatie geven van prijsontwikkelingen en marges, maar geen exacte winstberekening voor individuele bedrijven opleveren. Kosten voor onder meer opslag, transport, onderhoud en exploitatie verschillen immers per onderneming.
De Nederlandse pompprijs en de internationale olieprijs vertellen daarmee ieder een ander deel van het verhaal. De genoemde cijfers zijn afkomstig van het CBS, de ACM en het IEA; de actuele olieprijsbewegingen zijn gebaseerd op berichtgeving van Reuters.
Voor actuele brandstofprijzen, kijk op onze pagina Verkeer en brandstof.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 45





