Kanker wordt nog altijd vooral vastgesteld bij mensen boven de 50 jaar. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat bepaalde vormen van kanker in Nederland onder mensen jonger dan 50 jaar vaker worden vastgesteld dan in eerdere jaren. Het gaat daarbij niet om kanker als geheel, maar om specifieke kankersoorten. Een nieuwe internationale analyse brengt die ontwikkeling in Nederland over de periode 2000 tot en met 2023 in beeld.
De cijfers vragen om een zorgvuldige interpretatie. Kanker is geen veelvoorkomende ziekte onder jonge mensen en leeftijd blijft de belangrijkste risicofactor voor kanker als geheel. De onderzoekers spreken over early-onset cancer voor kanker die vóór het 50e levensjaar wordt vastgesteld.
Vier kankersoorten laten in Nederland een stijgende trend zien
De WCRF-analyse van early-onset kanker onderzocht twaalf specifieke kankersoorten in Nederland, de Verenigde Staten en Engeland. Voor Nederland werden de gegevens van 2000 tot en met 2023 uit de Nederlandse Kankerregistratie gebruikt. De onderzoekers keken zowel naar het absolute aantal nieuwe diagnoses als naar de ontwikkeling van de incidentie.
In Nederland werden statistisch significante stijgingen vastgesteld voor baarmoederhalskanker, dikkedarm- en endeldarmkanker, nierkanker en leverkanker. Dat betekent niet dat deze vier kankersoorten bij beide geslachten allemaal toenamen. De onderliggende cijfers verschillen tussen mannen en vrouwen.
Bij vrouwen nam de incidentie van dikkedarm- en endeldarmkanker toe van 4,8 naar 6,0 gevallen per 100.000 vrouwen tussen 2000 en 2023. Voor baarmoederhalskanker steeg de leeftijdsgecorrigeerde incidentie van 6,3 naar 9,3 per 100.000. Ook nier- en leverkanker lieten bij vrouwen een statistisch significante stijgende trend zien.
Bij mannen steeg de leeftijdsgecorrigeerde incidentie van dikkedarm- en endeldarmkanker van 5,0 naar 7,2 per 100.000 mannen. Voor nierkanker ging het om een stijging van 2,0 naar 3,2 per 100.000 en voor leverkanker van 0,4 naar 0,8 per 100.000. De WCRF vermeldt voor mannen eveneens statistisch significante stijgende trends voor deze drie kankersoorten.
De incidentiecijfers zijn leeftijdsgecorrigeerd. Daardoor kan de ontwikkeling tussen 2000 en 2023 beter worden vergeleken zonder dat veranderingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking de vergelijking overheersen.
Darmkanker onder jongere mensen stijgt
Vooral de ontwikkeling van darmkanker krijgt aandacht. Nederlandse onderzoekers analyseerden daarvoor afzonderlijk de gegevens van mensen van 15 tot en met 49 jaar die tussen 1989 en 2023 de diagnose dikkedarm- of endeldarmkanker kregen.
De Nederlandse wetenschappelijke studie naar vroeg optredende darmkanker beschrijft een stijging van de incidentie van 6,3 per 100.000 inwoners in 1998 naar 9,3 per 100.000 in 2023. De onderzoekers gebruikten gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie en onderzochten de ontwikkeling met een statistisch model.
De studie bevat daarnaast een prognose voor 2035. Op basis van het gebruikte model wordt het aantal nieuwe gevallen van vroeg optredende darmkanker dan geschat op 629 tot 871 gevallen. Dat is een modelmatige verwachting en geen vastgesteld toekomstig aantal. De onderzoekers concluderen dat verder onderzoek nodig is naar de oorzaken van de stijging.
Waarom neemt kanker op jongere leeftijd toe?
Op die vraag bestaat nog geen sluitend antwoord. De WCRF schrijft expliciet dat de oorzaken van de stijging van sommige vormen van kanker onder de 50 jaar nog niet volledig bekend zijn. Volgens de organisatie gaat het waarschijnlijk om een combinatie van factoren, maar het beschikbare onderzoek maakt het niet mogelijk één oorzaak aan te wijzen.
De organisatie noemt onder meer overgewicht en obesitas, lichamelijke activiteit en voedingspatronen als factoren die het risico op verschillende vormen van kanker beïnvloeden. Ook wordt gekeken naar veranderingen in het milieu en het darmmicrobioom. Onderzoekers bestuderen onder meer de mogelijke invloed van luchtverontreiniging, chemische stoffen en plastics.
Deze factoren mogen niet worden gepresenteerd als bewezen oorzaak van de stijging van early-onset kanker. De WCRF beschrijft ze als factoren die mogelijk bijdragen aan veranderingen in het risico. Ook betere herkenning en diagnostiek kunnen invloed hebben op het aantal vastgestelde gevallen. Volgens de onderzoekers verklaart een betere detectie niet de volledige stijging die bij sommige kankersoorten wordt gezien.
Kanker blijft vooral een ziekte van oudere mensen
De ontwikkeling onder mensen jonger dan 50 jaar moet worden afgezet tegen het totale beeld van kanker. De overgrote meerderheid van de kankerdiagnoses wordt op latere leeftijd gesteld. De cijfers laten daarom niet zien dat kanker onder jongeren inmiddels even vaak voorkomt als onder oudere volwassenen.
Voor jongvolwassenen gebruikt IKNL een andere leeftijdsindeling. De groep van 18 tot en met 39 jaar wordt aangeduid als AYA, een afkorting van Adolescent and Young Adult. Volgens de cijfers van IKNL over kanker bij jongvolwassenen krijgen in Nederland jaarlijks ongeveer 4.500 mensen in deze leeftijdsgroep kanker. In 1990 waren dat er ruim 3.000.
De stijging in absolute aantallen moet eveneens voorzichtig worden geïnterpreteerd. De registratie van laaggradige hersentumoren is bijvoorbeeld sinds 2001 uitgebreid. IKNL vermeldt dat deze verandering een deel van de stijging in het aantal diagnoses verklaart.
Meer mensen leven met of na kanker
Naast nieuwe diagnoses kijkt IKNL naar het aantal mensen dat met of na kanker leeft. Op 1 januari 2025 waren er volgens een analyse van IKNL uit april 2026 ongeveer 69.000 mensen in Nederland die in de voorafgaande twintig jaar tussen hun 18e en 39e levensjaar kanker hadden gekregen en nog in leven waren.
In 2009 waren dat er 51.000. Dat betekent een stijging van 33 procent. Dit cijfer betekent niet dat het aantal nieuwe kankerdiagnoses onder jongvolwassenen met 33 procent is gestegen. Het gaat om mensen die na hun diagnose nog leven. IKNL geeft aan dat de groei van deze groep vooral samenhangt met een verbeterde overleving en daarnaast met een kleine toename van het aantal nieuwe diagnoses.
Het verschil tussen incidentie en het aantal mensen dat met of na kanker leeft is hierbij essentieel. Incidentie gaat over nieuwe diagnoses in een bepaalde periode. Het aantal mensen dat met of na kanker leeft wordt daarnaast bepaald door de overleving en de duur van de periode waarin mensen na hun diagnose nog leven.
De gevolgen voor jongvolwassenen zijn anders
Een kankerdiagnose tijdens de jongvolwassenheid valt in een andere levensfase dan een diagnose op oudere leeftijd. De ziekte en de behandeling kunnen gevolgen hebben voor onder meer werk, inkomen, relaties en vruchtbaarheid. Daarom bestaat binnen de oncologie specifieke AYA-zorg.
De Nederlandse cijfers laten tegelijkertijd zien dat jongvolwassenen geen homogene groep vormen. De soorten kanker die bij AYA’s voorkomen verschillen van de kankersoorten die bij oudere volwassenen het meest worden gezien. Ook de overleving verschilt per kankersoort en stadium waarin de ziekte wordt vastgesteld.
Het is daarom niet mogelijk om op basis van de stijgende cijfers voor enkele vormen van early-onset kanker te concluderen dat de medische situatie van alle jongvolwassenen met kanker verslechtert.
Wat weten we nu?
De beschikbare gegevens laten een duidelijke ontwikkeling zien bij een aantal specifieke kankersoorten. In Nederland nam tussen 2000 en 2023 onder mensen jonger dan 50 jaar de incidentie van dikkedarm- en endeldarmkanker, nierkanker en leverkanker statistisch significant toe bij mannen. Bij vrouwen waren significante stijgingen zichtbaar bij dikkedarm- en endeldarmkanker, baarmoederhalskanker, nierkanker en leverkanker.
Voor andere onderzochte kankersoorten werd geen vergelijkbare stijgende trend vastgesteld. Bij sommige vormen van kanker nam de incidentie juist af. Het beeld is daardoor niet dat alle vormen van kanker onder de 50 jaar toenemen.
De gegevens geven evenmin een definitief antwoord op de vraag waardoor de stijging bij sommige kankersoorten ontstaat. Onderzoekers kijken naar een combinatie van mogelijke factoren, waaronder leefstijl, lichaamsgewicht, voeding, omgevingsfactoren, genetica, tumorbiologie en het microbioom. Vooralsnog is er geen wetenschappelijke basis om één daarvan als dé oorzaak aan te wijzen.
Voor Nederland is vooral de ontwikkeling van vroeg optredende darmkanker aanleiding voor verder onderzoek. De beschikbare registratiegegevens laten zien dat de incidentie is gestegen en dat de Nederlandse onderzoekers op basis van hun model verdere stijging voorzien. Welke factoren daar precies achter zitten, is nog onderwerp van onderzoek.
De aanleiding voor dit artikel is het bericht “Are more young people getting cancer?” van World Cancer Research Fund International, geschreven door dr. Vanessa Gordon-Dseagu en gepubliceerd op 6 oktober 2026. De Nederlandse analyse is gebaseerd op gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie, die door IKNL wordt beheerd. Voor de aanvullende gegevens over jongvolwassenen en de gevolgen van kanker is gebruikgemaakt van IKNL. De afzonderlijke ontwikkeling van vroeg optredende darmkanker is gebaseerd op de Nederlandse wetenschappelijke studie die in 2025 werd gepubliceerd.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 15





