Het voormalige gemeentehuis van Renkum aan de Generaal Urquhartlaan in Oosterbeek heeft nog steeds de status van gemeentelijk monument. De poging om het gebouw als rijksmonument te laten aanwijzen is afgewezen. Tegelijk heeft de gemeenteraad opdracht gegeven om gedeeltelijke of gehele sloop als plan B te onderzoeken. Daarmee ligt een belangrijk deel van de juridische beoordeling bij het college van burgemeester en wethouders.
De situatie is juridisch echter niet zo eenvoudig als de constatering dat de gemeente eigenaar is en het college vergunningverlener. De monumentstatus kent een eigen procedure, voor sloop geldt een afzonderlijke vergunningplicht en de gemeenteraad heeft in januari 2026 kaders vastgesteld waarbinnen het college opereert.
Het gemeentehuis is een gemeentelijk monument
De gemeente Renkum vermeldt op haar eigen projectpagina dat het gemeentehuis een gemeentelijk monument is. De gemeentelijke monumentstatus is daarmee het uitgangspunt voor de huidige juridische bescherming. De Erfgoedverordening gemeente Renkum 2022 regelt vervolgens wat met een gemeentelijk monument mag gebeuren.
Volgens artikel 12 van de Erfgoedverordening gemeente Renkum 2022 kunnen burgemeester en wethouders wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijke erfgoedregister. Voor het schrappen van een monument uit het register verwijst dit artikel naar de procedure die geldt voor de aanwijzing van een gemeentelijk monument.
Dat betekent dat de monumentstatus niet door een eigenaar of ontwikkelaar zelfstandig kan worden beëindigd. Er is een formele procedure nodig.
Sloop van het monument vraagt een vergunning
De bescherming gaat verder dan alleen de vermelding in het erfgoedregister. Artikel 14 van dezelfde Erfgoedverordening bepaalt dat zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument niet mag worden gesloopt, verstoord, verplaatst of gewijzigd.
Ook voor een gedeeltelijke ingreep is dat relevant. De vergunningplicht ziet niet uitsluitend op het volledig afbreken van een monument, maar op de in het artikel genoemde werkzaamheden aan het gemeentelijke monument.
De verordening bevat vervolgens in artikel 16 de beoordelingsregel voor de vergunning. De vergunning kan worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. De concrete aanvraag moet dus worden beoordeeld binnen het wettelijke kader dat voor gemeentelijke monumenten geldt.
Het college heeft daardoor een centrale formele rol
Hier ligt de kern van de juridische vraag. Het college van burgemeester en wethouders heeft volgens de Erfgoedverordening een formele bevoegdheid bij het gemeentelijke erfgoedregister. Hetzelfde college is volgens artikel 14 het bestuursorgaan dat de omgevingsvergunning voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een gemeentelijk monument verleent.
Het college kan daardoor in dit dossier zowel betrokken zijn bij een eventuele procedure over de monumentstatus als bij een eventuele vergunningprocedure voor sloop. Dat betekent echter niet dat het college zonder verdere toetsing kan besluiten het gebouw te laten verdwijnen. Voor beide stappen gelden wettelijke procedures en beoordelingsregels.
Ook staat een collegebesluit niet buiten het bereik van juridische controle. Tegen bestuursrechtelijke besluiten bestaan de daarvoor geldende bezwaar- en beroepsmogelijkheden.
De gemeenteraad heeft sloop als plan B opgenomen
De gemeenteraad heeft op 28 januari 2026 het toekomstperspectief voor het gemeentehuis vastgesteld. In het raadsbesluit van 28 januari 2026 werd scenario 2, “Het open dorpshuis”, als voorkeursvariant gekozen. Voor de verkoopprocedure werd behoud van het monumentale karakter als uitgangspunt opgenomen.
In hetzelfde besluit gaf de raad het college opdracht om parallel aan de verkoopprocedure een plan B uit te werken waarin gedeeltelijke of gehele sloop van het gemeentehuis wordt onderzocht. Dat is een onderzoeksopdracht. Het besluit vormt geen vergunning om het monument te slopen.
De gemeenteraad heeft daarmee twee lijnen naast elkaar vastgesteld: behoud van het monumentale karakter binnen de gekozen ontwikkelrichting en onderzoek naar gedeeltelijke of gehele sloop als alternatief.
Ook de zijvleugels zijn onderwerp van onderzoek
De gemeenteraad nam op dezelfde datum een afzonderlijk amendement aan over de niet-monumentale zijvleugels. Het amendement “Onderzoek naar sloop niet-monumentale zijvleugels van het gemeentehuis” werd aangenomen met 15 stemmen voor en 4 tegen.
Dit onderzoek moet worden onderscheiden van het bredere plan B voor gedeeltelijke of gehele sloop. Dat bepaalde onderdelen als niet-monumentaal zijn aangeduid, betekent niet dat daarmee een sloopvergunning is verleend. Voor een concrete ingreep moet worden gekeken naar de monumentale bescherming en naar de vergunningplicht die voor het gemeentelijke monument geldt.
De raad verwierp het voorstel om de monumentstatus te verwijderen
De gemeenteraad behandelde op 28 januari eveneens het amendement “Gemeentehuis vervangen door betaalbare woningen”. Dat voorstel ging een stap verder en voorzag onder meer in het starten van een procedure om de monumentstatus te verwijderen en het gebouw daarna te slopen.
Het voorstel werd niet aangenomen. Uit het officiële raadsstuk over de besluitvorming van 28 januari blijkt dat het amendement werd verworpen.
Er is daarmee geen raadsbesluit genomen waarmee de monumentstatus van het gemeentehuis is beëindigd. Dat laat onverlet dat de Erfgoedverordening een afzonderlijke procedure kent voor wijziging of schrapping uit het gemeentelijke erfgoedregister.
De poging om het gemeentehuis rijksmonument te maken is afgewezen
In 2026 is een voordracht gedaan om het gemeentehuis als rijksmonument aan te wijzen. De stukken daarover zijn aan de gemeenteraad voorgelegd. Op de raadsagenda van 27 mei 2026 staat vervolgens een raadsinformatiebrief met de titel “Raadsbrief afwijzing rijksmonument”.
De poging heeft dus niet geleid tot een rijksmonumentenstatus. Voor de juridische beoordeling van het huidige dossier is de gemeentelijke monumentstatus daarom bepalend.
Kan het college de monumentstatus laten vervallen?
Ja, de gemeentelijke regelgeving voorziet in een procedure waarmee een monument uit het gemeentelijke erfgoedregister kan worden geschrapt. Maar artikel 12 moet daarbij nauwkeurig worden gelezen. Het artikel geeft het college de bevoegdheid om wijzigingen in het register aan te brengen, maar koppelt het schrappen van een monument aan een formele procedure.
Het is daarom juridisch niet correct om te schrijven dat het college de monumentstatus simpelweg kan “uitzetten”. Het college heeft de formele bevoegdheid binnen de procedure, maar moet zich aan de procedure en de toepasselijke regelgeving houden.
Daarna ontstaat bovendien nog een afzonderlijke vraag over de sloopvergunning. Zolang het gebouw gemeentelijk monument is, geldt voor sloop de vergunningplicht van de Erfgoedverordening.
De gemeente heeft dus een bijzondere positie
Bij het gemeentehuis komen verschillende rollen binnen dezelfde gemeentelijke organisatie samen. De gemeente is eigenaar van het gebouw. De gemeenteraad bepaalt de politieke en beleidsmatige kaders. Het college voert die kaders uit en heeft volgens de Erfgoedverordening formele bevoegdheden ten aanzien van het gemeentelijke erfgoedregister en de omgevingsvergunning voor ingrepen aan het monument.
Dat betekent dat het college een centrale positie inneemt bij de juridische vervolgstappen. Het betekent niet dat de procedure uitsluitend een interne gemeentelijke aangelegenheid is. Besluiten moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en kunnen aan de bestuursrechter worden voorgelegd wanneer daartegen rechtsmiddelen worden ingesteld.
Slopen, deels slopen of behouden?
De gecontroleerde officiële stukken geven op dit moment een helder onderscheid. Het gemeentehuis is een gemeentelijk monument. De rijksmonumentenstatus is afgewezen. De gemeenteraad heeft onderzoek naar gedeeltelijke en gehele sloop als plan B opgedragen en afzonderlijk onderzoek naar de niet-monumentale zijvleugels vastgesteld. Een voorstel om de monumentstatus te verwijderen en daarna tot sloop over te gaan, is verworpen.
Een besluit waarmee de huidige monumentstatus daadwerkelijk is ingetrokken en een vergunning waarmee het gemeentehuis volledig mag worden gesloopt, zijn in de voor dit artikel gecontroleerde stukken niet aangetroffen.
De juridische weg naar sloop is daarmee niet afgesloten, maar evenmin geopend met het raadsbesluit over plan B. Zolang de monumentstatus bestaat, blijft voor sloop of wijziging de vergunningplicht gelden. De volgende formele besluiten van het college zullen daarom bepalend zijn voor de vraag welke ontwikkeling juridisch daadwerkelijk mogelijk wordt.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 796




