In het zuiden van de Indonesische provincie Papoea wordt een van de grootste landbouwontwikkelingen van het land uitgevoerd. De Indonesische regering wil van Merauke een centrum voor voedsel- en energieproductie maken. Daarbij gaat het om miljoenen hectares grond. Onafhankelijke organisaties waarschuwen voor ontbossing en gevolgen voor inheemse gemeenschappen, terwijl buitenlandse journalisten en mensenrechtenorganisaties beperkte toegang hebben tot Papoea. Satellietbeelden maken een deel van de veranderingen zichtbaar, maar veel vragen over grondrechten, vergunningen en de uitvoering van de projecten blijven onderwerp van discussie.
Merauke moet de voedselvoorziening van Indonesië versterken
De ontwikkeling van Merauke is geen nieuw plan. De Indonesische overheid werkt al sinds het midden van de jaren 2000 aan grootschalige landbouw in het gebied. Onder verschillende namen zijn eerder plannen ontwikkeld voor rijst, voedselproductie en geïntegreerde landbouw. De huidige regering van president Prabowo Subianto heeft de plannen uitgebreid en gekoppeld aan nationale voedselzelfvoorziening.
De Indonesische regering presenteert Merauke als een belangrijk onderdeel van die strategie. Het ministerie van Landbouw meldde in juni 2026 dat in Merauke ongeveer 67.000 hectare bestaande landbouwgrond door lokale boeren wordt gebruikt. In 2024 werd volgens het ministerie ongeveer 40.000 hectare van die bestaande landbouwgrond geoptimaliseerd. De rijstproductie in Merauke zou in 2025 daardoor met ongeveer 65 procent zijn toegenomen ten opzichte van de voorgaande periode. Het Indonesische ministerie van Landbouw beschrijft de ontwikkeling van de rijstproductie in Merauke.
De regering onderscheidt daarmee bestaande landbouwgrond van de veel grotere gebieden die voor toekomstige uitbreiding zijn aangewezen.
Miljoenen hectares in het geplande projectgebied
De omvang van het bredere Merauke Food and Energy Development Area is aanzienlijk. Volgens een document van verschillende VN-speciale rapporteurs gaat het om meer dan twee miljoen hectare, verdeeld over vijf clusters en dertien districten. Het gebied valt volgens de VN binnen de traditionele gebieden van de Malind, Yeinan, Maklew, Khimaima en Yei.
De VN-rapporteurs schatten dat meer dan 50.000 inheemse inwoners van ongeveer veertig dorpen direct door de uitvoering van het project kunnen worden geraakt. Zij rapporteerden daarnaast dat sinds mei 2024 land was vrijgemaakt en ontwikkeld en dat bewoners hadden gemeld dat hun traditionele grond zonder voorafgaande raadpleging werd gebruikt. De VN-brief bevat beschuldigingen van lokale gemeenschappen en maatschappelijke organisaties en is geen rechterlijke vaststelling dat de Indonesische overheid de genoemde rechten heeft geschonden. De VN-rapporteurs beschrijven de omvang van het project en de gemelde gevolgen voor inheemse gemeenschappen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een projectgebied van meer dan twee miljoen hectare betekent niet dat op al die grond bos is gekapt.
Ontbossing is met satellietbeelden te volgen
Onafhankelijke bosmonitoring laat zien dat de ontbossing in Indonesië in 2025 sterk is toegenomen. Volgens de onderzoeksorganisatie Auriga Nusantara verdween in dat jaar 433.751 hectare bos. In 2024 was dat 261.575 hectare, een stijging van 66 procent.
Papoea kende volgens Auriga in 2025 de grootste absolute toename van ontbossing van de Indonesische grote eilandregio’s. De toename ten opzichte van 2024 bedroeg 60.337 hectare. De regentschappen Merauke en Sorong behoorden tot de tien gebieden met de grootste oppervlakte aan ontbossing.
Auriga gebruikte voor de analyse onder meer Sentinel-2-satellietbeelden met een resolutie van tien meter. De organisatie combineerde die gegevens met maandelijkse ontbossingsmeldingen, visuele controles en veldonderzoek. Voor de controle bezocht Auriga in 2025 in totaal 49.321 hectare aan locaties met geregistreerde ontbossing in 38 dorpen. Auriga Nusantara publiceerde de volledige methodiek en resultaten van de ontbossingsanalyse over 2025.
De cijfers bewijzen dat in Papoea op grote schaal bos verdwijnt. Ze bewijzen niet dat iedere ontboste hectare onderdeel is van het Merauke Food Estate. Daarvoor is een analyse per locatie en vergunning nodig.
De Indonesische overheid zegt dat milieuregels worden gevolgd
Jakarta presenteert de ontwikkeling niet als een ontbossingsprogramma, maar als een programma voor voedsel-, energie- en waterzekerheid. Het Indonesische ministerie voor Milieu en Milieubeheer stelde in september 2025 dat de overheid de ontwikkeling in Merauke wil begeleiden en dat de ruimtelijke ordening en milieubeoordelingen onderdeel van het proces moeten zijn.
Volgens het ministerie moest de strategische milieubeoordeling voor Zuid-Papoea worden versneld en moet de ontwikkeling rekening houden met de draagkracht van het milieu. De regering koppelt de landbouwontwikkeling daarnaast aan economische ontwikkeling en voedselzekerheid. Het Indonesische ministerie voor Milieu beschrijft de milieubegeleiding van het Merauke-programma.
Het ministerie van Defensie bevestigde in juni 2025 eveneens dat het leger samenwerkt met het ministerie van Landbouw bij de ontwikkeling van nieuwe rijstvelden en landbouwinfrastructuur in Merauke. De regering ziet voedselzekerheid daarbij als onderdeel van de nationale veiligheid. Het Indonesische ministerie van Defensie beschrijft de betrokkenheid van het leger bij het landbouwprogramma.
Inheemse bevolking maakt bezwaar
Tegenover de officiële doelstellingen staan bezwaren van inheemse gemeenschappen en mensenrechtenorganisaties. Zij stellen dat traditionele grond wordt gebruikt zonder voldoende inspraak en dat de grootschalige landbouwontwikkeling gevolgen heeft voor bossen, moerassen, voedselvoorziening en traditionele leefwijzen.
Human Rights Watch meldde in februari 2026 dat de Indonesische politie op 25 januari elf Papoea’s had opgepakt tijdens een protest tegen het voedselproject in Merauke. Volgens Human Rights Watch werden de demonstranten met geweld uit elkaar gedreven. Alle elf werden later zonder aanklacht vrijgelaten.
De organisatie rapporteerde daarnaast dat vertegenwoordigers van de betrokken gemeenschappen vrezen voor verlies van traditioneel land en leefgebied. De Indonesische regering stelt volgens Human Rights Watch dat het project in overeenstemming met de nationale wetgeving wordt uitgevoerd en dat daarbij rekening wordt gehouden met inheemse rechten, milieu en mensenrechten. Human Rights Watch beschrijft het protest, de arrestaties en het standpunt van de Indonesische regering.
De discussie gaat daarmee verder dan ontbossing alleen. De kernvraag is eveneens wie zeggenschap heeft over traditionele grond en onder welke voorwaarden die grond voor grootschalige landbouw mag worden gebruikt.
Waarom journalisten moeilijk toegang krijgen
De journalistieke controle op de ontwikkelingen kent een lange geschiedenis. Human Rights Watch documenteerde eerder dat buitenlandse journalisten voor toegang tot Papoea te maken hadden met ingewikkelde en weinig voorspelbare procedures. Journalisten rapporteerden volgens de organisatie over langdurige vergunningprocedures en beperkingen op hun bewegingsvrijheid.
De toegang tot Papoea is daarmee niet vergelijkbaar met vrij journalistiek reizen in veel andere delen van Indonesië. Human Rights Watch meldde in 2026 dat internationale journalisten en mensenrechtenwaarnemers nog steeds met aanzienlijke beperkingen te maken hebben. Human Rights Watch beschrijft de huidige beperkingen voor internationale journalisten en waarnemers in Papoea.
Die beperking betekent niet dat alle informatie over Papoea wordt tegengehouden. Satellietgegevens, lokale organisaties, Indonesische media en internationale onderzoeksorganisaties publiceren informatie over ontwikkelingen in het gebied. De beperking maakt het echter moeilijker om zelfstandig ter plaatse te controleren wat er gebeurt.
De reportage die niet naar buiten mocht
Dat probleem kreeg recent extra aandacht door een reportage van NOS-correspondent Mustafa Marghadi. Hij reisde naar Merauke en sprak daar met bewoners over de gevolgen van de grootschalige landbouwontwikkeling.
Volgens de NOS wilde Indonesië niet dat de reportage naar buiten kwam. De reportage beschrijft onder meer de kap van bos voor landbouw en de gevolgen voor bewoners. De NOS meldt daarnaast dat palmolie uit Indonesië naar Nederland wordt geëxporteerd.
De reportage vormt daarmee een concreet voorbeeld van de problemen waarmee buitenlandse journalisten in het gebied te maken kunnen krijgen. Het feit dat de Indonesische overheid bezwaar had tegen de publicatie van deze specifieke reportage is echter geen bewijs dat de regering alle informatie over ontbossing probeert te verbergen. De NOS beschrijft de reis van Marghadi naar Merauke en de achtergrond van de reportage.
Ook een documentaire leidde tot ingrijpen
In 2026 ontstond opnieuw discussie over de vrijheid om informatie over de ontwikkeling van Papoea te verspreiden. Human Rights Watch meldde dat Indonesische autoriteiten en het leger op verschillende plaatsen vertoningen van de documentaire Pig Feast: Colonialism in Our Time verstoorden.
De documentaire behandelt onder meer landconflicten en de gevolgen van de voedselprojecten in Papoea. Volgens Human Rights Watch zei de legerleiding dat het ingrijpen was gebaseerd op veiligheidsoverwegingen.
Daarmee staat vast dat autoriteiten hebben ingegrepen bij openbare vertoningen van een documentaire over de ontwikkelingen in Papoea. De reden die door het leger werd gegeven was veiligheid. Een onafhankelijke vaststelling dat het doel daarvan was om informatie over ontbossing te verbergen, is daarmee niet geleverd. Human Rights Watch beschrijft de verstoring van vertoningen van de documentaire en de verklaringen van de Indonesische autoriteiten.
Nieuwe branden vergroten de zorgen
Ook in 2026 zijn grote brandoppervlakken in Zuid-Papoea geregistreerd. The Jakarta Post meldde in september op basis van observaties van een onafhankelijk bosmonitoringsplatform dat ongeveer 60.000 hectare verbrand land binnen het gebied van het Merauke Food Estate lag.
Dat cijfer heeft betrekking op verbrand land en niet automatisch op ontbost land. Evenmin bewijst het dat alle branden door de voedselprojecten zijn veroorzaakt. De aanwezigheid van branden binnen het projectgebied is wel controleerbaar via satellietwaarnemingen. The Jakarta Post bericht over de geregistreerde branden in het Merauke-projectgebied.
Voor de journalistieke beoordeling is dat onderscheid relevant. Bosverlies, brand en landontwikkeling kunnen elkaar overlappen, maar zijn niet zonder aanvullend onderzoek hetzelfde verschijnsel.
De gevolgen reiken tot Europa
De ontwikkelingen in Indonesië krijgen vanaf eind 2026 bovendien een directe Europese dimensie. De Europese ontbossingsverordening, EUDR, geldt vanaf 30 december 2026 voor grote en middelgrote ondernemingen. Palmolie behoort tot de grondstoffen die onder de verordening vallen.
Bedrijven die relevante producten op de Europese markt brengen, moeten kunnen aantonen dat de grondstoffen niet afkomstig zijn van grond die na 30 december 2020 is ontbost. Zij moeten daarvoor onder meer informatie over de herkomst en geografische locatie van de productie kunnen verstrekken. De Europese Commissie beschrijft de EUDR en de toepassingsdatum.
In Nederland controleert de NVWA vanaf de invoering van de regels bedrijven die onder de verordening vallen. De Douane controleert onder meer de vereiste zorgvuldigheidsverklaringen bij goederen die de Europese Unie binnenkomen. De Rijksoverheid legt uit welke regels vanaf december 2026 voor onder meer palmolie gelden.
Wat kan op basis van de bronnen worden vastgesteld?
Er zijn verschillende feiten die onafhankelijk van elkaar controleerbaar zijn. Indonesië voert in Merauke grootschalige landbouw- en voedselprogramma’s uit. De regering presenteert deze als onderdeel van nationale voedselzelfvoorziening. Onafhankelijke bosmonitoring registreert tegelijkertijd aanzienlijke ontbossing in Papoea, waaronder in Merauke. Inheemse gemeenschappen en mensenrechtenorganisaties melden conflicten over traditionele grond en de manier waarop de projecten worden uitgevoerd.
Daarnaast zijn er aantoonbare beperkingen voor buitenlandse journalisten en zijn er in 2026 vertoningen van een documentaire over de ontwikkelingen in Papoea door autoriteiten verstoord.
Wat niet uit deze feiten kan worden geconcludeerd, is dat de Indonesische regering een bewezen, gecoördineerde campagne voert om de ontbossing voor de buitenwereld te verbergen. Daarvoor ontbreekt een bron die die specifieke conclusie onderbouwt.
Wel is duidelijk dat een groot landbouwprogramma wordt uitgevoerd in een gebied waar onafhankelijke toegang beperkt is en waar verschillende partijen elkaar tegenspreken over landrechten, milieugevolgen en de manier waarop het project wordt uitgevoerd. Satellietbeelden kunnen een deel van de veranderingen zichtbaar maken, maar voor een volledige beoordeling zijn daarnaast openbare vergunningen, milieubeoordelingen, gegevens over grondbezit en informatie over de betrokken ondernemingen nodig.
Voor Europa krijgt die transparantie bovendien een praktische betekenis. Vanaf eind 2026 moeten bedrijven die onder de EUDR vallen de herkomst van onder meer palmolie kunnen aantonen. Daarmee wordt de vraag waar grondstoffen vandaan komen niet alleen een Indonesische kwestie, maar eveneens een Europese verantwoordelijkheid in de handelsketen.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 3





