Rechter geeft groen licht voor openbaarmaking historische landbouwgegevens

Agrarische sector

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft de verzoeken van verschillende belangenorganisaties uit de agrarische sector om openbaarmaking van historische landbouwgegevens tegen te houden afgewezen. Het gaat om gegevens uit de Gecombineerde opgaven over de periode 1989 tot en met 2022. De uitspraak betekent dat de minister de gegevens die nog niet openbaar zijn, mag publiceren.

De procedure draait om een Woo-verzoek van Mobilisation for the Environment (MOB). De organisatie vroeg in februari 2023 om historische gegevens over onder meer dieraantallen, stalsystemen, emissies en landgebruik. De minister besloot uiteindelijk tot openbaarmaking van vier Excelbestanden. Tegen dat besluit kwamen LTO, de Producenten Organisatie Varkenshouderij, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur in het geweer.

Welke landbouwgegevens worden openbaar?

De openbaarmaking heeft betrekking op verschillende categorieën gegevens. Volgens het oorspronkelijke besluit van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gaat het onder meer om werkelijke dieraantallen per bedrijfslocatie met als peildatum 1 april, historische gegevens over stalsystemen en RAV-codes en gegevens over landgebruik en gewascodes.

De perioden verschillen per soort gegeven. De dieraantallen lopen van 1989 tot en met 2022. De gegevens over stalsystemen beginnen, afhankelijk van de diersoort, tussen 2013 en 2021. De gegevens over landgebruik en gewascodes bestrijken de periode 1989 tot en met 2022. De precieze reikwijdte staat in de kennisgeving van RVO in de Staatscourant.

De juridische procedure begon met een Woo-verzoek van MOB van 10 februari 2023. RVO wees het verzoek aanvankelijk af, maar kwam na bezwaar tot een ander besluit. In de beslissing op bezwaar van 17 februari 2026 besloot de minister de gevraagde informatie over de jaren 1989 tot en met 2022 openbaar te maken.

Rechter ziet huisvestingsgegevens als emissiegegevens

Een belangrijk onderdeel van de uitspraak betreft de juridische kwalificatie van de gegevens. De voorzieningenrechter oordeelt dat huisvestingsgegevens en de bijbehorende UBN-adressen moeten worden aangemerkt als milieu-informatie die betrekking heeft op emissies.

De rechtbank verwijst daarbij naar Europese en Nederlandse jurisprudentie over het begrip emissiegegevens. Onder dat begrip vallen volgens de rechter niet alleen gegevens over een daadwerkelijke uitstoot, maar ook gegevens waarmee het publiek kan controleren of een overheid de daadwerkelijke of voorzienbare emissies correct heeft beoordeeld.

In de bestanden staan onder meer bedrijfsadresgegevens, staltypen en aantallen dieren per locatie. De rechtbank stelt vast dat deze informatie inzicht kan geven in de invloed van emissies op het milieu. Dat maakt de gegevens volgens de rechter tot emissiegegevens.

Dat sommige gegevens oud zijn, verandert dat oordeel niet. De voorzieningenrechter stelt dat historische gegevens informatie geven over emissies in het verleden. Het feit dat een stal inmiddels verdwenen kan zijn of een bedrijf een andere bedrijfsvoering heeft, maakt de historische gegevens volgens de rechtbank niet automatisch onbetrouwbaar of niet langer relevant als emissie-informatie.

Privacy en bedrijfsbelangen wegen niet zwaarder

De belangenorganisaties voerden aan dat openbaarmaking gevolgen kan hebben voor de privacy, bedrijfsbelangen en veiligheid van agrariërs. Daarbij werd onder meer gewezen op het feit dat bedrijfs- en woonadres bij agrarische bedrijven geregeld samenvallen.

Voor de gegevens die de rechtbank als emissiegegevens kwalificeert, biedt de Wet open overheid volgens de rechter echter geen ruimte om die belangen alsnog tegen de openbaarmaking af te wegen. Artikel 5.1, zevende lid, van de Woo sluit voor dergelijke emissiegegevens bepaalde weigeringsgronden uit.

Voor de landbouwtellingsgegevens ligt dat juridisch anders. De rechtbank beschouwt informatie over landgebruik en gewascodes als milieu-informatie, maar niet als emissiegegevens. Daardoor moest de minister de belangen van de agrariërs wel afwegen tegen het belang van openbaarheid.

Ook op dat punt krijgt de minister van de rechtbank gelijk. De minister heeft volgens de rechter voldoende rekening gehouden met het feit dat de informatie vertrouwelijk aan de overheid was verstrekt. De agrarische organisaties hebben volgens de rechtbank niet concreet gemaakt dat openbaarmaking de concurrentiepositie van agrariërs ernstig zou schaden. Ook de enkele stelling dat de persoonlijke levenssfeer wordt geraakt, is volgens de rechtbank onvoldoende om openbaarmaking tegen te houden.

Procedurele fouten van de minister

De rechtbank constateert wel dat de overheid de agrariërs niet op alle punten zorgvuldig heeft geïnformeerd. De kennisgeving in de Staatscourant sprak over emissiegegevens van alle veehouders, terwijl de openbaarmaking van de landbouwtellingsgegevens ook andere agrariërs raakt. Volgens de rechtbank kon daardoor verwarring ontstaan bij agrariërs die geen veehouder zijn.

Daarnaast bevatte de brief waarmee agrariërs over het Woo-besluit werden geïnformeerd een onjuiste rechtsmiddelenclausule. In de brief stond dat bezwaar kon worden gemaakt, terwijl tegen het besluit beroep bij de rechtbank openstond. De rechtbank noemt de berichtgeving daarom onjuist en onvolledig.

Die procedurele fouten zijn volgens de voorzieningenrechter echter niet voldoende om de openbaarmaking te blokkeren. De betrokken agrariërs hebben hun belangen alsnog in de beroepsprocedure naar voren kunnen brengen. Bovendien ging het volgens de rechtbank grotendeels om gegevens die de agrariërs zelf hadden verstrekt.

Openbaarmaking kan nu doorgaan

Omdat de rechtbank de verzoeken om een voorlopige voorziening heeft afgewezen, staat niets de minister meer in de weg om de Excelbestanden die nog niet openbaar zijn te publiceren. De voorzieningenrechter benadrukt dat zijn oordeel voorlopig is en de rechtbank in een eventuele bodemprocedure niet bindt.

Tegen deze uitspraak van 2 oktober 2026 staat volgens de rechtbank geen hoger beroep of verzet open. De rechtbank heeft daarmee niet definitief vastgesteld dat de openbaarmaking in een bodemprocedure rechtmatig is, maar heeft geoordeeld dat de aangevoerde bezwaren geen redelijke kans van slagen hebben en dat er onvoldoende reden is om de openbaarmaking voorlopig op te schorten.

De uitspraak past binnen een langer lopend juridisch traject rond de openbaarmaking van agrarische gegevens. RVO publiceerde eerder al informatie over het Woo-verzoek en de daaropvolgende procedures. Voor een afzonderlijk Woo-verzoek over gegevens uit 2023, 2024 en 2025 heeft RVO in augustus 2026 eveneens besloten tot openbaarmaking van dieraantallen, stalsystemen en landgebruik. Dat traject heeft een ander kenmerk, Woo/2026/001, en staat juridisch los van de uitspraak van 2 oktober.

LTO Nederland reageerde op 2 oktober op de uitspraak met zorgen over de gevolgen voor agrarische ondernemers en hun gezinnen. De organisatie stelt dat openbaarmaking van historische gegevens kan leiden tot onzekerheid bij agrariërs en zegt verdere juridische en politieke mogelijkheden te onderzoeken. Dit artikel is gebaseerd op het bericht van LTO Nederland van 2 oktober 2026, aangevuld met de uitspraak van de voorzieningenrechter en de onderliggende overheidsdocumenten.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 210