medische hulpmiddelen

NZa: hulpmiddelen zijn niet altijd op tijd beschikbaar in spoedsituaties

Zorg

De toegang tot medische hulpmiddelen voor mensen die thuis zorg nodig hebben, verloopt in acute situaties niet altijd zoals bedoeld. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft vier van de grootste zorgverzekeraars onderzocht en concludeert dat twee van hen slechts gedeeltelijk voldoen aan hun wettelijke zorgplicht. Alle vier de onderzochte verzekeraars hebben verbeterpunten gekregen.

Het onderzoek richt zich op extramurale hulpmiddelen voor mensen met diabetes en voor mensen die hulpmiddelen nodig hebben vanwege incontinentie-, stoma- of wondzorg. Volgens de NZa zijn er vooral knelpunten wanneer een hulpmiddel met spoed nodig is.

Signalen uit de zorgpraktijk

Aanleiding voor het onderzoek waren signalen van huisartsen, wijkverpleegkundigen en apothekers. Zij meldden dat het in spoedsituaties lastig kan zijn voor patiënten en zorgverleners om tijdig over de juiste hulpmiddelen te beschikken.

Volgens de toezichthouder moeten zorgverleners daardoor in de praktijk regelmatig met tijdelijke oplossingen werken om patiënten toch snel van noodzakelijke hulpmiddelen te voorzien. De NZa stelt dat hulpmiddelen van belang zijn om zorg thuis veilig en verantwoord te kunnen leveren.

De problemen staan volgens de toezichthouder niet los van de manier waarop de hulpmiddelenzorg is georganiseerd. Zorgverzekeraars kopen extramurale hulpmiddelen sinds enkele jaren landelijk in. Patiënten bestellen de hulpmiddelen vervolgens bij een leverancier, waarna deze thuis worden afgeleverd.

Zorgverzekeraars zeggen dat acute zorg goed is georganiseerd

De onderzochte zorgverzekeraars hebben volgens de NZa aangegeven dat de zorg in acute situaties goed is georganiseerd. De signalen uit de dagelijkse zorgpraktijk geven volgens de toezichthouder echter aanleiding om naar de daadwerkelijke werking van die organisatie te kijken.

De NZa constateert dat de huidige organisatie van de levering niet altijd voldoende aansluit bij de behoeften van verzekerden en eerstelijnszorgverleners. De toezichthouder verwacht daarom dat zorgverzekeraars actiever signalen uit de praktijk ophalen en beter inzicht krijgen in de prestaties van leveranciers.

Daarbij moeten verzekeraars volgens de NZa nadrukkelijker kijken naar de gevolgen van hun beleid voor patiënten en zorgverleners. Het gaat daarmee niet alleen om de afspraken tussen verzekeraar en leverancier, maar volgens de toezichthouder om de vraag of die afspraken in de praktijk leiden tot tijdige toegang tot passende hulpmiddelen.

Twee van de vier verzekeraars voldoen gedeeltelijk aan zorgplicht

Het onderzoek betrof vier van de grootste zorgverzekeraars. Bij twee verzekeraars komt de NZa tot de conclusie dat zij slechts gedeeltelijk voldoen aan hun wettelijke zorgplicht. De toezichthouder maakt in het openbare nieuwsbericht niet bekend om welke verzekeraars het gaat.

Alle vier de onderzochte verzekeraars hebben een individuele brief met verbeterpunten ontvangen. Daarmee maakt de NZa onderscheid tussen de twee verzekeraars waarvoor zij een gedeeltelijke naleving van de zorgplicht vaststelt en de andere twee verzekeraars, die eveneens verbeterpunten hebben gekregen.

De NZa gaat de komende maanden gesprekken voeren met de twee verzekeraars die volgens het onderzoek gedeeltelijk aan hun zorgplicht voldoen. Zij moeten aantoonbare verbeteringen doorvoeren. Als de verbeteringen onvoldoende worden opgepakt, kan de toezichthouder volgens de NZa overgaan tot handhaving in de vorm van een aanwijzing of verscherpt toezicht.

NZa spreekt van een logistiek probleem

De NZa maakt in haar bericht een duidelijk onderscheid tussen de beschikbaarheid van hulpmiddelen en de organisatie van de levering. Directeur Toezicht Anouk Mateijsen zegt dat patiënten juist in onverwachte situaties tijdig over een passend hulpmiddel moeten kunnen beschikken.

Volgens Mateijsen ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de zorgverzekeraars. Zij kwalificeert het probleem als een logistiek probleem en niet als een tekort aan middelen of personeel. Die kwalificatie is de beoordeling van de NZa op basis van haar onderzoek en betekent niet dat iedere afzonderlijke levering of leverancier met hetzelfde probleem te maken heeft.

De toezichthouder verwacht dat zorgverzekeraars hun organisatie zo inrichten dat verzekerden en zorgverleners in acute situaties daadwerkelijk toegang hebben tot de benodigde hulpmiddelen.

Alle zorgverzekeraars moeten beleid evalueren

De verantwoordelijkheid ligt volgens de NZa niet uitsluitend bij de twee verzekeraars waarbij de wettelijke zorgplicht gedeeltelijk wordt nageleefd. Alle zorgverzekeraars hebben van de toezichthouder een brief met aandachtspunten ontvangen.

De NZa verwacht dat verzekeraars hun beleid aan de hand van deze aandachtspunten aantoonbaar evalueren en waar nodig aanpassen. Daarnaast moeten zij volgens de toezichthouder verbeterpunten voortvarend en aantoonbaar oppakken.

De komende maanden moet uit het toezicht blijken welke verbeteringen de twee betrokken zorgverzekeraars daadwerkelijk doorvoeren. Het onderzoek van de NZa heeft specifiek betrekking op de beschikbaarheid van extramurale hulpmiddelen in spoedsituaties. Het onderzoek vormt daarmee geen algemene vaststelling dat medische hulpmiddelen in Nederland niet beschikbaar zijn.

Het bericht waarop dit artikel is gebaseerd, is op 28 september 2026 opgesteld en gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De bevindingen en conclusies over de vier onderzochte zorgverzekeraars zijn afkomstig van de NZa.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 2