Wie aan dakloosheid denkt, denkt al snel aan mensen die buiten slapen of in een opvang verblijven. In Gelderland is de werkelijkheid breder. Er zijn ook gezinnen die noodgedwongen bij familie wonen, jongeren die na het verlaten van een instelling geen eigen woonruimte vinden en mensen met werk die nergens een betaalbare woning kunnen huren. Deze groepen hebben niet allemaal dezelfde achtergrond, maar delen het probleem dat een stabiele woonplek ontbreekt.
Hoe groot die groep in Gelderland is, valt niet uit één provinciaal cijfer af te leiden. De beschikbare onderzoeken gebruiken regionale tellingen en brengen verschillende woonsituaties in kaart. Daardoor zijn de resultaten niet zonder meer onderling vergelijkbaar.
Gelderland-Zuid telde 1.357 dak- en thuisloze mensen
Bij een telling op 8 april 2024 registreerden 84 organisaties in Gelderland-Zuid in totaal 1.357 dak- en thuisloze personen. Het ging om 1.197 volwassenen en 160 kinderen. De onderzoekers van Hogeschool Utrecht beschreven de uitkomsten in het rapport Iedereen telt mee: ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid in regio Gelderland-Zuid.
De telling volgde de ETHOS-Light-classificatie, die verder kijkt dan mensen die op straat of in de maatschappelijke opvang verblijven. Ook mensen zonder eigen woonruimte die tijdelijk bij anderen slapen, kunnen in beeld komen. De onderzoekers waarschuwden dat de telling geen volledig overzicht opleverde. Onder meer mensen die buiten het bereik van deelnemende organisaties blijven, zijn moeilijker te registreren.
Voor Centraal Gelderland is een afzonderlijk onderzoek beschikbaar. De gemeente Arnhem publiceerde in december 2024 de raadsbrief over het ETHOS-telonderzoek Centraal Gelderland, met een onderzoeksrapport en aanvullende gegevens. De regionale resultaten moeten eerst worden vergeleken op telmethode, periode en deelnemende gemeenten voordat een provinciaal totaal kan worden berekend.
Economische dakloosheid: wel inkomen, geen woning
Een afzonderlijke groep bestaat uit mensen die economisch dakloos zijn. Zij hebben bijvoorbeeld werk of een inkomen, maar kunnen geen woning vinden die zij kunnen betalen. Een relatiebreuk, het beëindigen van een tijdelijk huurcontract of het verlies van huisvesting via een werkgever kan ertoe leiden dat iemand zonder zelfstandige woonruimte komt te zitten.
De resultaten van de ETHOS-tellingen van Kansfonds en Hogeschool Utrecht laten zien dat dak- en thuisloosheid zich op uiteenlopende manieren voordoet. Mensen verblijven noodgedwongen bij familie of vrienden, slapen in een auto of wonen tijdelijk in een stacaravan. Een deel van deze groep is niet vanzelfsprekend zichtbaar in registraties van de maatschappelijke opvang.
Voor Gelderland ontbreekt in de hier aangehaalde cijfers een afzonderlijke, provinciaal vergelijkbare telling van mensen die uitsluitend door het ontbreken van betaalbare woonruimte dakloos zijn geworden. Het is daarom niet verantwoord om het volledige aantal getelde dak- en thuislozen aan het woningtekort toe te schrijven.
Kinderen, jongeren en mensen op vakantieparken
Dakloosheid raakt niet alleen alleenstaande volwassenen. In de Gelderse telling zijn ook kinderen meegenomen. Hun woonsituatie kan sterk verschillen: van tijdelijk verblijf bij bekenden tot verblijf in een opvangvoorziening. Voor jongeren kan het verlaten van jeugdzorg of een andere instelling een kwetsbaar moment zijn wanneer geen passende woonruimte beschikbaar is.
Ook vakantieparken verdienen aandacht. De provincie Gelderland houdt zich bezig met de aanpak van vakantieparken en de vraag hoe deze parken worden gebruikt. Het provinciale dossier over de aanpak van vakantieparken biedt een aanknopingspunt om te onderzoeken waar mensen permanent verblijven en welke alternatieven zij hebben. Niet iedere bewoner van een recreatiewoning is dakloos; de feitelijke woonsituatie en de beschikbare gegevens zijn bepalend.
Welke Gelderse cijfers ontbreken?
Een provinciaal overzicht vraagt om vergelijkbare gegevens uit alle Gelderse regio’s. Daarbij moet duidelijk worden hoeveel mensen in de opvang verblijven, hoeveel mensen buiten de opvang geen vaste woonplek hebben en hoeveel huishoudens na een scheiding, huisuitzetting of vertrek uit een instelling geen woning vinden.
Ook moet worden onderzocht welke rol betaalbaarheid speelt. De regionale tellingen brengen woonsituaties in beeld, maar geven niet voor ieder individu de oorzaak van dakloosheid aan. Aanvullende gegevens van gemeenten, woningcorporaties en hulpverleningsorganisaties zijn nodig om dat onderscheid te maken.
De vraag die daarmee openblijft, is hoeveel inwoners van Gelderland geen zelfstandig thuis hebben doordat zij geen passende woning kunnen vinden, en in hoeverre zij terechtkomen bij organisaties die hen daadwerkelijk kunnen helpen.
Een grondwettelijke verantwoordelijkheid
De Nederlandse Grondwet bevat een bepaling over wonen, maar die wordt geregeld ruimer uitgelegd dan de juridische tekst toelaat. Artikel 22, tweede lid, bepaalt dat de ‘bevordering van voldoende woongelegenheid een verantwoordelijkheid van de overheid is’. De officiële tekst staat in de Grondwet, artikel 22.
Deze bepaling geeft niet iedere woningzoekende automatisch een individueel afdwingbaar recht op een woning. Ze vormt wel een constitutioneel kader voor het overheidsbeleid rond volkshuisvesting. Voor mensen die geen passende woonruimte kunnen vinden, is daarom relevant hoe die verantwoordelijkheid wordt vertaald naar woningbouw, betaalbaarheid en het voorkomen van dakloosheid.
Gelderland wil ruim 136.000 woningen toevoegen
De provincie Gelderland heeft met gemeenten, regio’s, woningcorporaties en het Rijk afspraken gemaakt over de bouw van ruim 136.000 woningen in de periode 2025 tot en met 2034. De afspraken zijn opgenomen in de Gelderse Woondeals.
De provincie noemt verschillende voorwaarden voor het realiseren van deze bouwopgave. Daaronder vallen voldoende financiële middelen, uitvoeringscapaciteit bij gemeenten en woningcorporaties, vergunningverlening en ruimte op het elektriciteitsnet. In de provinciale rapportage over de voortgang van de regionale woondeals zijn gegevens opgenomen over gerealiseerde woningen en betaalbaarheid.
De bouwopgave geeft echter niet rechtstreeks aan hoeveel woningen beschikbaar komen voor mensen die dakloos zijn. Daarvoor moet worden gekeken naar het soort woningen, de huurprijzen, de voorwaarden voor toewijzing en de daadwerkelijke beschikbaarheid. Een woning die wordt gebouwd, is niet automatisch bereikbaar voor iemand zonder vast inkomen of met een acute woonbehoefte.
Welke keuzes maakt het kabinet-Jetten?
Het kabinet-Jetten trad aan op 23 februari 2026. In het coalitieakkoord Aan de slag 2026–2030 wordt de aanpak van het woningtekort als prioriteit beschreven. Het akkoord zet in op meer woningbouw, het vereenvoudigen van procedures en het beter benutten van bestaande gebouwen.
De regering heeft deze lijn verder uitgewerkt in de beleidsbrief van 24 april 2026 over plannen voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Het kabinet streeft naar 100.000 nieuwe woningen per jaar en wil belemmeringen voor woningbouw verminderen.
Voor Gelderland is van belang hoe deze plannen uitwerken in de zes woondealregio’s. De landelijke ambitie moet worden vertaald naar concrete projecten, betaalbare woningen en gerealiseerde aantallen. De effecten op economisch daklozen zijn niet uitsluitend uit de beleidsvoornemens af te leiden; daarvoor zijn gegevens nodig over de woningen die daadwerkelijk beschikbaar komen en de mensen die ermee worden geholpen.
Dakloosheid voorkomen of achteraf opvangen
De overheid heeft naast woningbouwbeleid een aanpak voor dak- en thuisloosheid. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis richt zich op preventie, huisvesting en ondersteuning op maat. De Rijksoverheid beschrijft de aanpak van dakloosheid als een beweging waarbij een stabiele woonplek centraal staat.
Daarbij zijn gemeenten, woningcorporaties, opvangorganisaties en zorgpartijen betrokken. Voor Gelderland moet worden nagegaan hoe deze aanpak per regio wordt uitgevoerd, hoeveel mensen een woning krijgen en in hoeverre zij die woning behouden. Ook de beschikbare financiering en de verdeling van verantwoordelijkheden verdienen aandacht.
Preventie kan verschillende vormen aannemen. Vroeg ingrijpen bij huurachterstanden, ondersteuning na een scheiding en afspraken over huisvesting na het verlaten van een instelling kunnen voorkomen dat mensen zonder woning raken. Welke maatregelen in Gelderse gemeenten aantoonbaar effect hebben, moet blijken uit uitvoeringsgegevens en evaluaties.
De afstand tussen plannen en beschikbare woningen
De combinatie van woningbouwafspraken en beleid tegen dakloosheid roept een concrete onderzoeksvraag op: sluiten de woningen die in Gelderland worden gebouwd aan bij de woonbehoefte van mensen zonder thuis? Om die vraag te beantwoorden, zijn regionale gegevens nodig over betaalbare huurwoningen, wachttijden, toewijzingen en de uitkomsten van de daklozenaanpak.
Ook moet de juridische verantwoordelijkheid van iedere bestuurslaag helder blijven. De provincie coördineert onder meer woningbouwafspraken en ruimtelijke opgaven. Gemeenten voeren belangrijke taken uit rond maatschappelijke opvang en ondersteuning. Het Rijk stelt landelijke kaders en beleid vast. De uitvoering en de resultaten moeten per onderwerp worden beoordeeld aan de hand van de geldende regels en beschikbare documenten.
De cijfers over dak- en thuisloosheid, de provinciale woningbouwopgave en de kabinetsplannen beschrijven verschillende delen van hetzelfde maatschappelijke vraagstuk. Hoe die onderdelen in Gelderland op elkaar aansluiten, vraagt om vergelijking van de gerealiseerde woningen, de regionale dakloosheidscijfers en de concrete resultaten van het gevoerde beleid.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 10





