Kindje zit in de natuur

Vaccinatiegraad in Gelderland blijft onder landelijke beschermingsdoelen

Zorg

De vaccinatiegraad onder kinderen staat in Gelderland onder druk. De drie Gelderse GGD-regio’s laten in de nieuwste cijfers verschillen zien. Vooral bij BMR, de vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond, blijven de percentages onder het niveau dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie nodig is om mazelen effectief te bestrijden. Tegelijkertijd verschillen de cijfers per leeftijdsgroep en per vaccinatie.

Het RIVM publiceerde op 30 juni 2026 het rapport Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland, verslagjaar 2026. De cijfers hebben betrekking op vaccinaties die in 2025 zijn geregistreerd.

Verschillen tussen Gelderse regio’s

Gelderland is voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg verdeeld over GGD Noord- en Oost-Gelderland, GGD Gelderland-Midden en GGD Gelderland-Zuid. Bij tweejarige kinderen lag de geregistreerde BMR-basisimmuniteit in Noord- en Oost-Gelderland op 89,2 procent. Gelderland-Midden kwam uit op 82,7 procent en Gelderland-Zuid op 86,7 procent. Landelijk bedroeg het percentage 87,9 procent.

Ook bij DKTP, de vaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio, zijn regionale verschillen zichtbaar. De geregistreerde basisimmuniteit onder tweejarige kinderen bedroeg 89,4 procent in Noord- en Oost-Gelderland, 83,3 procent in Gelderland-Midden en 86,5 procent in Gelderland-Zuid. Landelijk kwam dit uit op 87,4 procent.

De cijfers geven daarmee geen uniform beeld voor de provincie. De geregistreerde vaccinatiegraad verschilt per GGD-regio en per vaccinatie.

BMR-vaccinatie blijft onder 95 procent

Voor mazelen is vooral de BMR-vaccinatie relevant. Bij tienjarige kinderen had 79,5 procent in Noord- en Oost-Gelderland een volledig afgeronde BMR-vaccinatieserie. Gelderland-Midden kwam uit op 77,6 procent en Gelderland-Zuid op 78,0 procent. Landelijk was dat 81,3 procent.

De percentages liggen onder de 95 procent die als internationale doelstelling wordt gehanteerd voor vaccinatie tegen mazelen. Volgens het RIVM is een vaccinatiegraad van ten minste 95 procent nodig om de Nederlandse bevolking voldoende tegen uitbraken van mazelen te beschermen. In 2025 werden in Nederland ruim 500 gevallen van mazelen gemeld. Het RIVM schrijft dat de ziekte vooral voorkwam onder kinderen op basisscholen met een lage vaccinatiegraad.

Het RIVM beschrijft in zijn rapport dat vaccinatie niet alleen individuele bescherming biedt, maar bij een hoge vaccinatiegraad tevens de verspreiding van infectieziekten beperkt. Dat is relevant voor mensen die niet gevaccineerd kunnen worden of nog te jong zijn voor een bepaalde vaccinatie.

Afbeelding gegenereerd met ChatGPT. Bron: RIVM, Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland, verslagjaar 2026; regionale cijfers en methodologische toelichting via VZinfo.

DKTP-cijfers verschillen eveneens per regio

Bij vijfjarige kinderen lag de geregistreerde DKTP-vaccinatiegraad in Gelderland-Midden op 79,9 procent. Noord- en Oost-Gelderland kwam uit op 85,8 procent en Gelderland-Zuid op 81,9 procent. Het landelijke percentage bedroeg 81,0 procent.

Bij tienjarige kinderen bedroeg de volledig afgeronde D(K)TP-vaccinatiegraad 78,7 procent in Noord- en Oost-Gelderland, 75,6 procent in Gelderland-Midden en 77,8 procent in Gelderland-Zuid. Landelijk kwam het percentage uit op 79,9 procent.

Het RIVM heeft het vaccinatieschema vanaf 2026 aangepast. Zo wordt de DKT-herhalingsvaccinatie voortaan op vijfjarige leeftijd aangeboden en de DTP-vaccinatie op veertienjarige leeftijd. Voor BMR wordt de tweede vaccinatie sinds 2025 op driejarige leeftijd aangeboden in plaats van op negenjarige leeftijd.

HPV laat stijging zien

Niet alle vaccinaties laten een dalende ontwikkeling zien. Het RIVM meldt dat de HPV-vaccinatiegraad in 2025 voor het tweede achtereenvolgende jaar is gestegen bij zowel jongens als meisjes.

Voor het geboortecohort 2014 bedroeg het percentage volledig tegen HPV gevaccineerde meisjes op elfjarige leeftijd 51,6 procent in Noord- en Oost-Gelderland, 59,1 procent in Gelderland-Midden en 61,4 procent in Gelderland-Zuid. Bij jongens waren de percentages respectievelijk 45,7, 56,6 en 58,0 procent. Landelijk lag de vaccinatiegraad op 64,5 procent bij meisjes en 60,9 procent bij jongens.

De leeftijd waarop de HPV-vaccinatiegraad wordt vastgesteld is veranderd. Sinds verslagjaar 2024 wordt gekeken naar de volledig afgeronde serie op elfjarige leeftijd in plaats van veertienjarige leeftijd. Jongeren kunnen vaccinaties binnen het Rijksvaccinatieprogramma tot hun achttiende verjaardag inhalen. Deze methodologische verandering is relevant bij het vergelijken van cijfers over verschillende jaren. VZinfo legt uit hoe de vaccinatiegraad wordt berekend en welke leeftijdsgrenzen daarbij worden gebruikt.

Registratie beïnvloedt de cijfers

Bij het beoordelen van de percentages is een belangrijke kanttekening nodig. Sinds 2022 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinatiegegevens anoniem. Wanneer ouders of jongeren geen toestemming geven om persoonsgegevens met het RIVM te delen, kan de vaccinatie niet aan bijvoorbeeld een geboortejaar worden gekoppeld.

Deze anonieme vaccinaties kunnen daarom niet op dezelfde manier in de geregistreerde vaccinatiegraad worden verwerkt. Het RIVM stelt dat de geregistreerde vaccinatiegraad hierdoor lager is dan de werkelijke vaccinatiegraad. De cijfers moeten daarom worden gezien als de best mogelijke registratie, niet als een exacte telling van ieder gevaccineerd kind.

Dat speelt vooral bij regionale vergelijkingen. VZinfo waarschuwt dat de vaccinatiegraad op regionaal niveau voorzichtig moet worden geïnterpreteerd. Het percentage is gebaseerd op geregistreerde gegevens en kan onder meer worden beïnvloed door het aantal kinderen in een regio en de manier waarop vaccinaties worden geregistreerd.

Gemeenten geven een gedetailleerder beeld

De provinciale cijfers verbergen verschillen tussen gemeenten. Het RIVM maakt daarom vaccinatiegegevens beschikbaar op gemeentelijk niveau. Daarmee kan per gemeente worden bekeken hoe de geregistreerde vaccinatiegraad zich ontwikkelt voor verschillende vaccinaties en leeftijdsgroepen.

Een gemeentelijk percentage moet eveneens voorzichtig worden geïnterpreteerd wanneer het om kleine aantallen kinderen gaat. Een beperkt aantal kinderen kan dan relatief veel invloed hebben op het uiteindelijke percentage.

Voor Gelderland is daardoor geen enkel percentage aan te wijzen als dé vaccinatiegraad van de provincie. De nieuwste cijfers laten verschillen zien tussen de drie GGD-regio’s en tussen vaccinaties. Bij BMR liggen de percentages onder de internationale doelstelling van 95 procent, terwijl de HPV-vaccinatiegraad bij tienjarigen landelijk voor het tweede jaar op rij is gestegen.

De cijfers in dit artikel zijn gebaseerd op het RIVM-rapport Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland, verslagjaar 2026. De berekeningswijze en beperkingen van de cijfers zijn gecontroleerd aan de hand van de toelichting van VZinfo.

Uitgebreide bronvermelding

De cijfers over de vaccinatiegraad in Gelderland zijn gebaseerd op het RIVM-rapport ‘Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland, verslagjaar 2026’, RIVM-rapport 2026-0001, gepubliceerd op 30 juni 2026. Het rapport bevat de landelijke en regionale vaccinatiecijfers over verslagjaar 2026 en heeft betrekking op de geregistreerde vaccinaties en ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma.
De regionale gegevens voor Gelderland zijn afkomstig uit de VZinfo-overzichten van de vaccinatiegraad per regio. Deze gegevens zijn gebaseerd op het landelijke vaccinatieregister Praeventis van het RIVM. VZinfo vermeldt dat de regionale percentages uitsluitend geregistreerde vaccinaties omvatten en dat anoniem geregistreerde vaccinaties sinds 2022 niet in de berekening kunnen worden meegenomen.
Voor de interpretatie van de cijfers is gebruikgemaakt van de methodologische toelichting van VZinfo over de berekening van de vaccinatiegraad. Hierin wordt onder meer uitgelegd hoe de vaccinatiegraad wordt berekend, welke geboortecohorten en leeftijdsgrenzen worden gebruikt en waarom geregistreerde vaccinatiepercentages lager kunnen uitvallen dan de werkelijke vaccinatiegraad.
De vergelijking met de internationale vaccinatiegraad wordt gemaakt aan de hand van de VZinfo-indicatoren voor vaccinatiegraad en de WHO-normen. Voor BMR geldt een WHO-doelstelling van 95 procent; voor D(K)TP en HPV geldt een norm van 90 procent.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 156