Een AI-bedrijf uit Harderwijk wil meebouwen aan Europa’s digitale toekomst

Ondernemen

Wie aan kunstmatige intelligentie denkt, komt al snel uit bij Silicon Valley, Nvidia of OpenAI. Toch bevindt zich ook in Gelderland een onderneming die probeert een plek te veroveren in de snel groeiende markt voor AI-infrastructuur. Vanuit Harderwijk werkt Planck Network aan een platform waarmee ontwikkelaars en bedrijven toegang moeten krijgen tot krachtige computerinfrastructuur voor kunstmatige intelligentie, zonder volledig afhankelijk te zijn van de grote Amerikaanse cloudbedrijven.

Volgens een publicatie van DutchStartup.ai werd het bedrijf in 2023 opgericht en maakte het in 2025 bekend te werken aan een gedecentraliseerd netwerk van GPU’s, de gespecialiseerde computerchips die onmisbaar zijn voor moderne AI-toepassingen. De ontwikkeling van het platform loopt anno 2026 nog altijd door.

Op het eerste gezicht lijkt dit een technisch verhaal dat vooral softwareontwikkelaars zal aanspreken. Maar achter de plannen van het Harderwijkse bedrijf gaat een veel grotere ontwikkeling schuil. Niet de chatbots of slimme assistenten staan tegenwoordig centraal, maar de vraag wie straks beschikt over de rekenkracht waarop al die toepassingen draaien.

Waarom GPU’s het nieuwe goud zijn

Vrijwel iedere moderne AI-toepassing draait op zogenaamde GPU’s (Graphics Processing Units). Oorspronkelijk werden deze chips ontwikkeld voor videogames, maar tegenwoordig vormen zij het kloppend hart van systemen als ChatGPT, beeldgeneratie, medische AI en geavanceerde data-analyse.

De vraag naar deze rekenkracht groeit explosief. Grote technologiebedrijven reserveren complete datacenters vol GPU’s, terwijl universiteiten, start-ups en mkb-bedrijven vaak moeite hebben om voldoende capaciteit te vinden. Daarmee is rekenkracht uitgegroeid tot een strategische grondstof voor de digitale economie.

Planck Network wil daarop inspelen door ongebruikte GPU-capaciteit van verschillende partijen samen te brengen in één netwerk. Volgens het bedrijf kunnen ontwikkelaars daardoor AI-toepassingen draaien zonder volledig afhankelijk te zijn van één centrale cloudleverancier. Of deze aanpak uiteindelijk op grote schaal succesvol zal blijken, moet de komende jaren uitwijzen. De concurrentie van gevestigde cloudbedrijven is groot en de markt ontwikkelt zich razendsnel.

Van Silicon Valley naar Europese onafhankelijkheid

De discussie over AI gaat inmiddels veel verder dan technologie alleen. Vrijwel alle grote AI-platformen draaien op infrastructuur van Amerikaanse bedrijven als Microsoft, Amazon en Google. Daarnaast investeert China miljarden in eigen AI-technologie.

Europa wil die afhankelijkheid verkleinen. In het actieplan AI Continent zet de Europese Commissie daarom in op een netwerk van AI-fabrieken, supercomputers en hoogwaardige rekeninfrastructuur. Het doel is Europese bedrijven, onderzoekers en overheden toegang te geven tot eigen AI-capaciteit en daarmee de digitale autonomie van Europa te versterken.

Dat laat zien dat de discussie over AI allang niet meer alleen draait om slimme software. De strijd verschuift steeds meer naar de infrastructuur waarop die software wordt ontwikkeld.

Nederland investeert in een AI-fabriek

Ook Nederland kiest nadrukkelijk voor die strategie. Op 27 juni 2025 maakte de Rijksoverheid bekend dat Nederland inzet op een investering van € 200 miljoen voor een AI-fabriek in Groningen. Deze faciliteit moet bedrijven, kennisinstellingen en overheden toegang geven tot hoogwaardige AI-rekenkracht en uitgroeien tot een innovatiecentrum voor toepassingen op het gebied van onder meer landbouw, gezondheidszorg, defensie en energie.

Volgens het kabinet is deze investering noodzakelijk om de digitale onafhankelijkheid van Nederland en Europa te versterken. De AI-fabriek wordt ontwikkeld in samenwerking met onder andere SURF, TNO, AIC4NL, regionale overheden en Europese partners. Als de planning wordt gehaald, start de AI-fabriek in 2026 en komt de supercomputer daarna gefaseerd in gebruik.

Daarmee krijgt ook het verhaal van Planck Network een bredere betekenis. Het Harderwijkse bedrijf opereert weliswaar zelfstandig, maar begeeft zich in hetzelfde speelveld als overheden en kennisinstellingen: de zoektocht naar voldoende Europese AI-rekenkracht.

Meer dan een Gelders ondernemersverhaal

Juist daarin schuilt de relevantie van Planck Network. Het bedrijf bouwt geen nieuwe chatbot of taalmodel, maar richt zich op de digitale infrastructuur waarop dergelijke toepassingen kunnen draaien. Dat is een markt die de komende jaren alleen maar belangrijker lijkt te worden.

Tegelijkertijd is voorzichtigheid geboden. De grote financieringsaankondigingen die Planck Network in 2025 naar buiten bracht, zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op communicatie van het bedrijf zelf. Onafhankelijke bevestiging van alle genoemde bedragen is beperkt beschikbaar. Dat verandert niets aan het feit dat de onderneming actief is en werkt aan de verdere ontwikkeling van haar technologie, maar het onderstreept wel dat de uiteindelijke impact nog moet blijken.

Voor Gelderland is dat misschien wel het meest interessante aspect van dit verhaal. Terwijl veel aandacht uitgaat naar grote technologiebedrijven in Californië of Shenzhen, probeert ook een onderneming uit Harderwijk een positie te verwerven in een markt die volgens overheden en experts bepalend kan worden voor de economie van de komende decennia. Of Planck Network daarin daadwerkelijk een blijvende rol gaat spelen, zal de toekomst moeten uitwijzen. De wereldwijde strijd om AI draait inmiddels niet alleen meer om de slimste algoritmen, maar vooral om de infrastructuur waarop die algoritmen kunnen draaien.

Nederland kiest voor een eigen AI-infrastructuur

De ontwikkeling van Planck Network staat niet op zichzelf. Waar het Harderwijkse bedrijf werkt aan een gedecentraliseerd netwerk voor AI-rekenkracht, zet ook de Nederlandse overheid in op een eigen digitale infrastructuur. Daarmee verschuift de aandacht van alleen slimme software naar de computers en datacenters waarop kunstmatige intelligentie draait.

Dat werd duidelijk toen de Rijksoverheid bekendmaakte dat Nederland inzet op een investering van € 200 miljoen voor een AI-fabriek in Groningen. De beoogde AI-fabriek moet uitgroeien tot een nationaal innovatiecentrum waar bedrijven, onderzoekers en overheden toegang krijgen tot hoogwaardige rekenkracht, datafaciliteiten en een krachtige AI-supercomputer. De totale investering bestaat uit € 70 miljoen van het kabinet, € 60 miljoen vanuit de regionale Economische Agenda ‘Nij Begun’ en een Europese cofinancieringsaanvraag van € 70 miljoen.

Volgens het kabinet is die investering geen luxe, maar een strategische noodzaak. Kunstmatige intelligentie zal de komende jaren een steeds grotere rol spelen in sectoren als gezondheidszorg, landbouw, energie, defensie en de maakindustrie. Wie zelf niet beschikt over de benodigde infrastructuur, wordt afhankelijk van buitenlandse technologiebedrijven.

Een andere manier van kijken naar AI

Dat maakt ook duidelijk waarom bedrijven als Planck Network interessant zijn. De meeste aandacht gaat uit naar toepassingen zoals ChatGPT, beeldgeneratoren of AI-assistenten. Veel minder zichtbaar is de infrastructuur waarop al die toepassingen draaien.

Juist daar probeert Planck Network een positie te veroveren. Volgens het bedrijf moet een netwerk van gedeelde GPU-capaciteit ontwikkelaars en bedrijven toegang geven tot krachtige AI-hardware zonder volledig afhankelijk te zijn van de grote internationale cloudplatforms. Daarmee begeeft het bedrijf zich in hetzelfde strategische speelveld als publieke initiatieven die inzetten op meer Europese AI-onafhankelijkheid.

De verschillen zijn uiteraard groot. De AI-fabriek in Groningen wordt ontwikkeld door een consortium van publieke organisaties en kennisinstellingen, terwijl Planck Network een private onderneming is. Toch beantwoorden beide initiatieven dezelfde vraag: hoe zorgen we ervoor dat Europa voldoende eigen rekenkracht behoudt om concurrerend te blijven in het AI-tijdperk?

Wat betekent dit voor Gelderland?

Voor Gelderland lijkt de discussie op het eerste gezicht misschien ver weg. Toch kan juist deze provincie profiteren van de groeiende vraag naar AI-technologie. Wageningen University & Research behoort internationaal tot de top op het gebied van landbouwinnovatie en werkt al jaren met kunstmatige intelligentie voor precisielandbouw, voedselveiligheid en klimaatonderzoek. Daarnaast beschikken Arnhem, Nijmegen, Ede en Apeldoorn over een groeiend ecosysteem van technologiebedrijven, softwareontwikkelaars en innovatieve maakindustrie.

Een betere beschikbaarheid van AI-rekenkracht kan deze bedrijven helpen om sneller nieuwe toepassingen te ontwikkelen zonder volledig afhankelijk te zijn van buitenlandse aanbieders. Dat geldt niet alleen voor start-ups, maar ook voor gevestigde bedrijven die AI willen inzetten voor productieprocessen, logistiek, cybersecurity of data-analyse.

Daarmee raakt de discussie over AI uiteindelijk ook de regionale economie. Net zoals glasvezel en mobiele netwerken ooit basisvoorzieningen werden voor het bedrijfsleven, kan hoogwaardige AI-infrastructuur uitgroeien tot een nieuwe economische randvoorwaarde.

Waarom viel de keuze niet op Gelderland?

Dat roept ook een logische vraag op: waarom komt de Nederlandse AI-fabriek in Groningen en niet in Gelderland? Hoewel de provincie met Wageningen University & Research, de regio Arnhem-Nijmegen en een groeiend aantal technologiebedrijven over een sterk innovatie-ecosysteem beschikt, speelden bij de locatiekeuze meerdere praktische en strategische factoren een rol. Zo stelde de regio Groningen vanuit de Economische Agenda Nij Begun € 60 miljoen beschikbaar, was er voldoende ruimte en elektriciteitscapaciteit voor een energie-intensieve AI-supercomputer en sloot de investering aan bij de nationale ambitie om de noordelijke economie na de beëindiging van de gaswinning een nieuwe impuls te geven. Volgens de Rijksoverheid vormde juist die combinatie van financiering, bestaande kennisinstellingen en beschikbare infrastructuur een belangrijke basis voor de keuze voor Groningen.

Dat neemt niet weg dat Gelderland op inhoudelijk vlak eveneens een sterke uitgangspositie heeft. Met Wageningen University & Research, de energie- en gezondheidscampus rond Arnhem en Nijmegen en innovatieve bedrijven zoals Planck Network beschikt de provincie over veel kennis en ondernemerschap op het gebied van kunstmatige intelligentie. De keuze voor Groningen betekent dan ook niet dat Gelderland buiten beeld staat, maar laat vooral zien dat de vestigingsplaats van nationale digitale infrastructuur wordt bepaald door een combinatie van economische, politieke en praktische afwegingen.

Tussen ambitie en werkelijkheid

Tegelijkertijd is enige voorzichtigheid op zijn plaats. Planck Network presenteerde in 2025 ambitieuze plannen voor de verdere ontwikkeling van het platform en communiceerde daarbij ook over een omvangrijke financiering. Die informatie is grotendeels afkomstig uit communicatie van het bedrijf zelf en uit publicaties binnen de Web3-sector. Onafhankelijke bevestiging van alle genoemde bedragen is beperkt beschikbaar.

Dat betekent niet dat het initiatief geen potentie heeft. Wel onderstreept het dat journalistieke terughoudendheid op zijn plaats is zolang bepaalde claims niet onafhankelijk zijn bevestigd. De komende jaren zal moeten blijken of Planck Network erin slaagt om zijn technologie op grote schaal uit te rollen en een blijvende positie te verwerven binnen de Europese AI-markt.

De strijd om rekenkracht is begonnen

De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie wordt vaak voorgesteld als een wedstrijd om de slimste algoritmen. In werkelijkheid verschuift de concurrentie steeds meer naar de vraag wie beschikt over de beste infrastructuur. Zonder krachtige chips, datacenters en supercomputers blijft zelfs de meest geavanceerde AI slechts een theoretisch model.

Juist daarom zijn initiatieven als de AI-fabriek in Groningen en bedrijven als Planck Network interessant om te volgen. Ze laten zien dat Nederland en Europa niet alleen willen meedoen aan de AI-revolutie, maar ook proberen de digitale snelwegen aan te leggen waarover die revolutie zich zal voltrekken.

Of een onderneming uit Harderwijk daarin uiteindelijk een blijvende rol speelt, zal de toekomst moeten uitwijzen. Vast staat wel dat de strijd om kunstmatige intelligentie allang niet meer uitsluitend wordt gevoerd in Silicon Valley. Ook in Nederland – en zelfs in Gelderland – worden de eerste bouwstenen gelegd voor de infrastructuur van de digitale economie van morgen.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.