Gelderland beëindigt buscontract met EBS in 2029: extra provinciaal geld nodig om vervoer overeind te houden

Algemeen

Het busvervoer in delen van Gelderland krijgt vanaf juli 2029 een andere organisatie. De provincie beëindigt samen met Overijssel en Flevoland de concessie met vervoerder EBS zes jaar eerder dan oorspronkelijk afgesproken. De aanleiding is dat het bedrijf het regionale busvervoer niet langer rendabel kan uitvoeren binnen de financiële afspraken uit 2022. De provincies willen voorkomen dat de financiële problemen de continuïteit van het openbaar vervoer in gevaar brengen en leveren daarvoor tijdelijk een extra financiële bijdrage.

Financiële problemen zetten regionale busverbindingen onder druk

EBS verzorgt sinds december 2022 het busvervoer in de concessie IJssel-Vecht onder de merknaam RRReis. Het gebied omvat grote delen van Flevoland en delen van Gelderland en Overijssel. In Gelderland gaat het onder meer om busverbindingen in de regio’s Apeldoorn, de Noord-Veluwe en delen van de Stedendriehoek.

De financiële problemen kwamen in juli 2026 naar buiten. EBS meldde toen dat de uitvoering van de concessie financieel onder druk stond en dat maatregelen nodig waren om het vervoer op langere termijn verantwoord te kunnen blijven uitvoeren. In het eigen persbericht van EBS van 9 juli beschreef de vervoerder de gesprekken met de provincies als noodzakelijk om de kwaliteit en continuïteit van het vervoer te waarborgen.

Volgens de provincies is de concessie uit balans geraakt door een combinatie van operationele tegenvallers, gestegen kosten en externe omstandigheden, waaronder problemen met de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet. Bij de aanbesteding in 2022 was het aanbod van EBS, na vergelijking van drie inschrijvingen, als ambitieus maar realistisch beoordeeld. De huidige situatie maakt volgens de provincies duidelijk dat de oorspronkelijke financiële uitgangspunten niet langer houdbaar zijn.

Provincies betalen mee, maar bedragen zijn nog niet bekend

De drie provincies hebben afgesproken financieel extra bij te dragen om het busvervoer tot juli 2029 in stand te houden. Het grootste deel van de verliezen blijft volgens de provincies voor rekening van EBS. Hoe hoog de aanvullende bijdrage van Gelderland, Overijssel en Flevoland afzonderlijk wordt, is nog niet bekendgemaakt. De afspraken zijn op hoofdlijnen vastgesteld, maar moeten nog definitief worden uitgewerkt.

De provincies geven aan dat de extra bijdrage binnen de huidige middelen voor het openbaar vervoer moet passen. Dat betekent niet dat er geen financiële gevolgen zijn voor andere ov-uitgaven. Zolang de bedragen en de uiteindelijke verdeling niet openbaar zijn, is niet vast te stellen welke ruimte binnen de bestaande budgetten beschikbaar blijft voor andere verbeteringen of vervoersprojecten.

In de toelichting van provincie Gelderland staat dat de provincies de komende maanden werken aan de verdere uitwerking van de afspraken en aan een nieuwe aanbesteding. Voor Gelderland is daarbij ook de vraag aan de orde of het eigen deel van de concessie voortaan afzonderlijk wordt aanbesteed.

Waarom kiezen de provincies niet voor onmiddellijke beëindiging?

Het contract direct beëindigen zou betekenen dat de provincies op korte termijn een andere vervoerder moeten organiseren. Dat kan gevolgen hebben voor de dienstregeling, de beschikbaarheid van bussen en de inzet van personeel. De provincies hebben daarom gekozen voor een overgangsperiode waarin EBS het vervoer blijft uitvoeren en de financiële afspraken worden aangepast.

Die keuze geeft de overheden tijd om een nieuwe aanbesteding voor te bereiden. Tegelijkertijd blijven zij afhankelijk van de uitvoering door een vervoerder waarvan de concessie financieel onder druk staat. De afspraken moeten daarom niet alleen de continuïteit van de dienstverlening waarborgen, maar ook duidelijk maken welke verplichtingen EBS gedurende de resterende looptijd behoudt.

De provincies hebben aangekondigd dat de vervoerder verantwoordelijk blijft voor het grootste deel van de verliezen. De precieze voorwaarden en financiële verdeling moeten nog blijken uit de definitieve afspraken.

Gelderland overweegt een eigen ov-concessie

Voor de periode na juli 2029 willen de provincies een nieuwe vervoerder selecteren via een aanbesteding. Gelderland is van plan om het eigen deel van het vervoer, waaronder de regio Apeldoorn en Noord-Veluwe, als afzonderlijke concessie in de markt te zetten. Daarvoor is nog een besluit van Provinciale Staten nodig.

Een afzonderlijke aanbesteding kan de provincie meer ruimte geven om de eigen vervoersbehoefte en regionale prioriteiten vast te leggen. Daar staat tegenover dat de uitwerking van de nieuwe concessie nog moet plaatsvinden. Het is daarom te vroeg om vast te stellen welke gevolgen de keuze heeft voor de frequentie van busritten, aansluitingen op treinverbindingen of de kosten van het vervoer.

De drie provincies willen onder de merknaam RRReis blijven samenwerken. Daarmee kan de herkenbaarheid van het regionale openbaar vervoer behouden blijven, ook als de contracten en de uitvoering per provincie anders worden georganiseerd.

Wat betekent dit voor reizigers en personeel?

Volgens de provincies verandert er op korte termijn niets aan het busvervoer. EBS blijft tot juli 2029 verantwoordelijk voor de uitvoering van de huidige concessie. De nieuwe afspraken zijn bedoeld om te voorkomen dat de financiële problemen leiden tot een onderbreking van de dienstverlening.

Voor reizigers is vooral van belang dat busverbindingen beschikbaar blijven en dat dienstregelingen betrouwbaar worden uitgevoerd. Voor medewerkers van EBS is de overgang eveneens relevant, omdat een nieuwe aanbesteding gevolgen kan hebben voor de organisatie van het werk en de toekomstige vervoerder. De provincies hebben aangegeven dat de gekozen oplossing de gevolgen voor het personeel beperkt moet houden.

De komende periode moet duidelijk worden hoe de financiële afspraken precies worden vastgelegd, welke voorwaarden aan EBS worden gesteld en hoe de aanbesteding voor de periode vanaf 2029 wordt ingericht. Daarmee worden de financiële verantwoordelijkheid van de vervoerder, de inzet van provinciale middelen en de toekomstige organisatie van het Gelderse busvervoer met elkaar verbonden.

De afspraken zijn op 8 oktober 2026 bekendgemaakt in een gezamenlijk bericht van de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland. De toelichting op de regionale gevolgen en de voorgenomen nieuwe concessie is opgesteld door de betrokken provinciale overheden.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 2