Gelderland staat voor een dubbele energieopgave. De provincie wil de overstap naar duurzame energie mogelijk maken, maar heeft tegelijkertijd te maken met een overbelast elektriciteitsnet. Dat raakt niet alleen bedrijven die willen uitbreiden of verduurzamen, maar kan ook gevolgen hebben voor woningbouw en de verdere elektrificatie van vervoer en verwarming. Daar komt een tweede vraag bij: hoe voorkomt Nederland dat de afhankelijkheid van olie wordt ingeruild voor nieuwe afhankelijkheden van buitenlandse grondstoffen en technologie?
De spanning tussen verduurzaming en leveringszekerheid speelt ook landelijk. De discussie over het behoud van olieraffinaderijen, die de NOS op 11 oktober 2026 beschreef, laat zien dat overheden rekening houden met de beschikbaarheid van brandstoffen en de positie van de Europese industrie. Voor Gelderland ligt de uitdaging daarnaast op het elektriciteitsnet en bij de bedrijven die hun energiegebruik willen veranderen.
Een vol stroomnet zet de Gelderse energietransitie onder druk
In Gelderland is netcongestie al een concreet probleem. In februari 2026 waarschuwde netbeheerder TenneT voor een mogelijke aansluitstop in Gelderland, Utrecht en Flevoland. In april werd een algemene aansluitstop in Gelderland voorlopig voorkomen door het gebied op te delen in vijf congestiegebieden. Dat betekent niet dat de problemen zijn opgelost: volgens de provincie blijft de situatie kwetsbaar en wordt de beschikbare netruimte periodiek opnieuw beoordeeld.
De provincie werkt met netbeheerders, gemeenten en het Rijk aan maatregelen om de bestaande capaciteit beter te benutten en het elektriciteitsnet uit te breiden. De actuele stand en de maatregelen zijn beschreven op de provinciale pagina over de aanpak van netcongestie in Gelderland.
Voor bedrijven betekent een beperkt elektriciteitsnet dat verduurzaming niet uitsluitend een kwestie is van willen investeren. Ook de beschikbaarheid van transportcapaciteit speelt mee. Elektrische machines, laadvoorzieningen en andere nieuwe toepassingen kunnen extra vermogen vragen, terwijl uitbreiding van het net tijd kost. Daarmee raakt de energievoorziening direct aan de ruimte voor economische ontwikkeling in Gelderland.
Minder olie vraagt om meer dan alleen elektriciteit
De landelijke discussie over raffinaderijen laat een andere kant van hetzelfde vraagstuk zien. Raffinaderijen leveren brandstoffen die nog worden gebruikt in onder meer transport en luchtvaart. Het kabinet wees in april 2026 op verstoringen in de aanvoer van kerosine en, in mindere mate, diesel. Op dat moment voorzag het kabinet geen acuut tekort aan olie of olieproducten, maar waarschuwde het dat langdurige verstoringen gevolgen konden hebben voor prijzen en beschikbaarheid.
De overheid houdt strategische olievoorraden aan om verstoringen op te vangen. De Nederlandse olievoorziening blijft echter verbonden met internationale markten. De COVA, die de Nederlandse strategische olievoorraden beheert, volgt daarom voortdurend de ontwikkelingen op de oliemarkt.
Voor Gelderland roept dit de vraag op hoe snel bedrijven en vervoerders hun fossiele energiegebruik kunnen verminderen en welke alternatieven daarvoor beschikbaar zijn. De overstap naar elektriciteit kan een deel van het oliegebruik terugdringen, maar vraagt wel om voldoende netcapaciteit. Juist daar komen de landelijke discussie over brandstofvoorziening en de Gelderse problemen met het elektriciteitsnet bij elkaar.
Nieuwe afhankelijkheden door kritieke grondstoffen
Ook duurzame energietechnologie is afhankelijk van internationale productieketens. Batterijen, elektriciteitsnetten en andere toepassingen vragen om metalen en mineralen waarvan de winning en verwerking vaak in een beperkt aantal landen zijn geconcentreerd.
Het Internationaal Energieagentschap beschrijft in zijn Global Critical Minerals Outlook 2026 dat de concentratie van raffinage bij belangrijke energiemineralen in 2025 verder is toegenomen. Buitenlandse handelsbeperkingen en veranderingen in het beleid van grote producenten kunnen daardoor gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van grondstoffen.
De Europese Unie probeert die kwetsbaarheid te beperken met de Critical Raw Materials Act. De Europese aanpak richt zich onder meer op meer eigen capaciteit, recycling en spreiding van leveranciers. Dat betekent niet dat Europa volledig onafhankelijk wordt van buitenlandse grondstoffen, maar wel dat het de risico’s van eenzijdige afhankelijkheid wil verkleinen.
Voor Gelderland is de vraag hoe deze ontwikkelingen samenkomen met de regionale energietransitie. De provincie heeft te maken met beperkingen op het elektriciteitsnet, terwijl bedrijven en huishoudens tegelijkertijd andere energiebronnen en technologieën nodig hebben om minder fossiele brandstoffen te gebruiken.
Hoe blijft de energievoorziening betrouwbaar?
De Gelderse situatie maakt duidelijk dat de energietransitie uit meer bestaat dan het vervangen van olie en gas door elektriciteit. Ook de capaciteit van het net, de beschikbaarheid van technologie en de aanvoer van grondstoffen bepalen welke veranderingen mogelijk zijn en hoe kwetsbaar het energiesysteem blijft.
De aanleiding voor dit achtergrondverhaal is het NOS-artikel 'Overheden koesteren olieraffinaderijen vanwege hoge brandstofprijzen', opgesteld door NOS-economieverslaggever Rob Koster. Voor de regionale analyse zijn daarnaast publicaties van de provincie Gelderland, het kabinet, COVA en het Internationaal Energieagentschap gebruikt.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 2





