Het college van burgemeester en wethouders van Ede stopt met de voorbereiding van de zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s in het centrum. De gemeenteraad krijgt bij de behandeling van de Programmabegroting 2027–2030 het voorstel om de zone niet in te voeren. Daarmee verandert de lokale koers voor ondernemers die eerder rekening hielden met een geplande invoering per 1 januari 2030.
Jarenlang stond 2030 als einddatum in beeld
Ede bereidde de zero-emissiezone al jaren voor. Nadat de oorspronkelijke invoeringsdatum was verschoven, werd 1 januari 2030 de nieuwe planning. Op het gemeentelijke ondernemersplatform stond tot voor kort uitgebreid beschreven welke voertuigen vanaf die datum toegang zouden hebben en welke voorbereidingen ondernemers konden treffen. De informatie van Ede Ondernemers over de geplande zero-emissiezone beschreef onder meer de zonegrenzen, de toegangseisen, subsidies en ondersteuning via het ZES-loket.
De gemeente bood ondernemers bovendien een praktische voorbereiding aan. Via het ZES-loket konden zij informatie krijgen over subsidies, voertuigen en laadpalen en laten beoordelen hoe hun onderneming zich op de overstap naar uitstootvrij vervoer kon voorbereiden. In maart 2026 werd ondernemers via het Ede Bedrijfscontact nog gevraagd mee te werken aan onderzoek naar hun ervaringen, behoeften en uitdagingen rond elektrisch rijden en de aangekondigde zone.
Dat onderzoek vond plaats op een moment waarop de gemeente nog uitging van invoering in 2030. Een half jaar later is de beleidsrichting veranderd.
Het college stopt, de gemeenteraad moet nog besluiten
Het collegebesluit van 6 oktober 2026 betekent niet dat de gemeentelijke besluitvorming al volledig is afgerond. Het college stelt de gemeenteraad voor de zero-emissiezone niet in te voeren bij de behandeling van de Programmabegroting 2027–2030. De gemeente beëindigt wel al de lopende projectactiviteiten en externe onderzoeken. Dat staat in het officiële collegebericht over het stoppen van de voorbereiding.
De reden die het college geeft, is gebaseerd op onderzoeken uit 2025 en 2026. Volgens het gemeentebestuur zou de zone in het relatief kleine centrumgebied slechts een beperkte verbetering van luchtkwaliteit en geluid opleveren. De verwachte effecten zouden volgens het college niet opwegen tegen de investeringen die van ondernemers en de gemeente worden gevraagd. Ook noemt de gemeente zorgen van ondernemers over kosten en praktische onzekerheden rond een verplichte zero-emissiezone.
Die formulering moet worden toegeschreven aan het college. De openbare informatie laat zien wat het gemeentebestuur aan de raad voorlegt, maar daarmee staat nog niet vast hoe iedere ondernemer de gewijzigde koers beoordeelt.
Ede presenteerde al ondernemers die klaar waren voor ZES
De gemeentelijke informatie uit de voorbereidingsperiode laat zien dat bedrijven in Ede zich al met uitstootvrij vervoer bezighielden. Een voorbeeld is Snoopies, een onderneming aan de Grotestraat. De gemeente beschreef het bedrijf als een van de ondernemers die al elektrisch reden en daarmee voorbereid waren op de geplande zone. In het ondernemersprofiel van Snoopies staat dat het bedrijf ruim twee jaar elektrisch reed.
Ook Bouwbedrijf Kreeft werd door de gemeente als voorbeeld gebruikt. Het bedrijf nam volgens het ondernemersprofiel van Bouwbedrijf Kreeft in het voorjaar van 2023 een eerste elektrische bestelbus in gebruik. Die bus werd onder meer ingezet voor onderhoudswerkzaamheden in het centrum. Het bedrijf beschreef daarbij ook een praktisch probleem: de elektrische bestelbus kon geen aanhanger trekken, waardoor voor werkzaamheden met afval een andere oplossing nodig was.
Deze voorbeelden bewijzen niet dat de bedrijven hun elektrische voertuigen vanwege de Edese zero-emissiezone hebben aangeschaft. Daarvoor geven de openbare documenten geen grond. Ze laten wel zien dat de gemeente ondernemers actief stimuleerde om zich op uitstootvrij vervoer voor te bereiden en daarvoor concrete praktijkvoorbeelden gebruikte.
De investering in laadinfra blijft staan
Opvallend is dat het stoppen met de zero-emissiezone niet betekent dat Ede alle plannen rond elektrisch goederenvervoer beëindigt. De gemeente blijft investeren in laadmogelijkheden voor zwaar elektrisch vervoer.
In juli 2026 maakte Ede bekend dat Van Kessel een logistiek laadplein gaat bouwen op bedrijventerrein BT A12. Het laadplein komt op kavel 41b, nabij de A30 en het knooppunt Maanderbroek. Volgens de gemeente kunnen daar elektrische vrachtwagens en in de toekomst bijvoorbeeld elektrische kranen en andere bouwmachines laden. De gemeentelijke bekendmaking over het logistieke laadplein vermeldt dat het laadplein ondernemers in Ede en omgeving meer zekerheid en praktisch gemak moet geven bij de overstap naar elektrisch vervoer.
Het project was eerder mede gekoppeld aan de geplande zero-emissiezone. In de aanbestedingsinformatie van februari 2026 werd stadslogistiek expliciet genoemd als een van de doelgroepen van het laadplein. Daarnaast werd de locatie bedoeld voor doorgaand vrachtverkeer en elektrisch bouwmaterieel. De oorspronkelijke aanbestedingsaankondiging van de gemeente laat daarmee zien dat de investering breder was opgezet dan alleen de bevoorrading van het Edese centrum.
Voor ondernemers verandert vooral de aanleiding
De koerswijziging verandert daarmee niet alles aan de verduurzaming van het goederenvervoer in Ede. Een elektrisch voertuig kan nog steeds voordelen hebben voor een onderneming, een laadplein blijft bruikbaar en landelijke regels voor andere zero-emissiezones blijven bestaan. Ede maakt alleen de lokale verplichting die voor 2030 was voorbereid niet langer onderdeel van het voorgestelde beleid.
Dat onderscheid is relevant voor ondernemers die in meerdere gemeenten rijden. De landelijke website Op weg naar ZES vermeldt dat verschillende Nederlandse gemeenten een zero-emissiezone hebben of voorbereiden. De regels en invoeringsdata verschillen per gemeente.
Voor Ede verschuift daarmee het uitgangspunt. Ondernemers hoeven voor het centrum, als de gemeenteraad het collegevoorstel overneemt, niet langer rekening te houden met een lokale verplichting die per 1 januari 2030 zou ingaan. Tegelijkertijd blijven investeringen in elektrisch vervoer, laadinfra en schonere logistiek onderdeel van het gemeentelijke beleid. De gemeenteraad moet de voorgestelde koerswijziging nog verwerken in de Programmabegroting 2027–2030.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 5





