Op 12 mei 2026 beantwoordden Gedeputeerde Staten mijn Statenvragen over de onderbouwing van het stikstofbeleid. De antwoorden bevatten drie belangrijke erkenningen: het rekenmodel AERIUS is niet gevalideerd op het niveau van individuele percelen, de onzekerheid neemt toe naarmate je op een kleiner schaalniveau rekent en er worden geen berekeningen gemaakt op bedrijfsniveau.
Vijf weken later, op 17 juni, ondertekenden Gedeputeerde Staten samen met de minister, 21 gemeenten en twee waterschappen de Samenwerkingsovereenkomst Aanpak Veluwe. Kijk goed wie daar tekenden: bestuurders. En kijk vooral wie er niet bij waren: de volksvertegenwoordigers.
Provinciale Staten kregen op dezelfde dag een informerende brief. Ik kon daar als Statenlid niet over stemmen. Ook de gemeenteraadsleden in de 21 gemeenten konden niet over deze overeenkomst stemmen. Daarmee ontstaat voor mij een fundamentele vraag: wie bepaalt eigenlijk de koers van Gelderland?
U mag meedenken over de weg, niet over de bestemming
Sinds het Huis van Thorbecke uit 1848 is de gedachte eenvoudig: de volksvertegenwoordiging bepaalt de hoofdlijnen en het dagelijks bestuur voert die besluiten uit. In de Aanpak Veluwe wordt dit omgekeerd.
In de samenwerkingsovereenkomst staat een doelstelling van 3,0 kiloton ammoniakreductie in 2035. Dat is ongeveer 60 procent minder dan in 2019 (Bron: Provincie Gelderland). De verdere uitwerking wordt vervolgens in bestuurlijk overleg gemaakt. Gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen volgens de gekozen werkwijze vooral meedenken over de manier waarop het doel wordt bereikt. Maar over het doel zelf hebben zij niet besloten.
Natuurlijk zijn er inspraakavonden, participatietrajecten en mogelijkheden om zienswijzen in te dienen. Maar meedenken is iets anders dan beslissen. Een zienswijze is geen stem. Een participatieavond is geen raadsvergadering. En geïnformeerd worden is niet hetzelfde als politieke zeggenschap hebben.
Een wethouder kan namens het college een overeenkomst ondertekenen. Maar wanneer de gemeenteraad daar vooraf geen besluit over heeft genomen, heeft de volksvertegenwoordiging daarmee niet zelf de koers bepaald.
Zo ervaar ik het
Voor mij hoort beleid van onderaf naar boven te worden opgebouwd. De boer, bakker, slager, inwoner en huisarts weten wat er in hun dorp en omgeving speelt. Zij kiezen een gemeenteraad. De gemeenteraad bepaalt vervolgens samen met het college de lokale koers. Op provinciaal niveau hoort hetzelfde te gebeuren: inwoners kiezen Provinciale Staten, en Provinciale Staten bepalen de hoofdlijnen van het provinciale beleid en controleren Gedeputeerde Staten.
In de praktijk zie ik steeds vaker een andere beweging: van boven naar beneden. Eerst worden op nationaal of bestuurlijk niveau doelen vastgelegd. Vervolgens wordt aan inwoners en volksvertegenwoordigers gevraagd hoe die doelen het beste kunnen worden uitgevoerd.
Dat is voor mij niet hetzelfde als democratische zeggenschap.
Het Natuurpact uit 2013 is daar een goed voorbeeld van. Het Rijk en de provincies maakten afspraken over de uitvoering van het natuurbeleid. Vervolgens kwam de uitvoering grotendeels bij Gedeputeerde Staten te liggen, terwijl Provinciale Staten op afstand kwamen te staan van de keuzes die zij als volksvertegenwoordiging zouden moeten kaderen en controleren.
Provinciale Staten hebben wel degelijk bevoegdheden. Maar om die kaderstellende en controlerende taak uit te kunnen voeren, zijn zij afhankelijk van tijdige en volledige informatie van Gedeputeerde Staten en de ambtelijke organisatie. Als die informatie niet proactief wordt verstrekt, kunnen Provinciale Staten pas na vaststelling reageren in plaats van vooraf de koers te bepalen.
Het erf in Winterswijk
Neem Willinks Weust bij Winterswijk. Rond dit natuurgebied is een stikstofzone van 500 meter aangewezen. In de onderliggende stukken wordt duidelijk dat de begrenzing mede gebaseerd is op modelberekeningen. Tegelijkertijd geven Gedeputeerde Staten aan dat droogte, verzuring en vermesting eveneens een rol spelen bij de toestand van het gebied.
In de pilot bij Liefstinghsbroek is door Wageningen University & Research, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, TNO, de Universiteit van Amsterdam en OnePlanet onderzocht hoe emissies van individuele bedrijven zich verhouden tot depositie en natuureffecten. De conclusie die voor mij zwaar weegt, is dat de relatie tussen de uitstoot van één bedrijf en de daadwerkelijke depositie in een Natura 2000-gebied, met de huidige meetmethoden niet aantoonbaar zijn.
Toch gaat het beleid door. In de milieueffectrapportage wordt gesproken over ongeveer 400 bedrijven die met dergelijke maatregelen te maken kunnen krijgen.
Juist daarom vind ik het zo belangrijk dat de volksvertegenwoordiging niet pas aan het einde van het proces wordt geïnformeerd, maar aan het begin daadwerkelijk over de koers kan beslissen.
Putten zet nog geen tweede handtekening
Een interessant voorbeeld komt uit Putten, een van de 21 gemeenten die de Aanpak Veluwe ondertekenden. Wethouder Ewoud ’t Jong zette op 17 juni namens het college zijn handtekening, ondanks weerstand vanuit de agrarische sector.
Begin oktober nam de gemeenteraad van Putten een motie aan waarin het college werd opgedragen zich aan de gemaakte afspraken te houden en niet akkoord te gaan met scherpere nationale voorwaarden. Aanleiding daarvoor was onder meer de Kamerbrief van 26 juni, slechts negen dagen na de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst. Volgens de wethouder staat die brief op onderdelen op gespannen voet met de eerder gemaakte afspraken.
Putten zet daarom voorlopig geen tweede handtekening.
Dat is interessant, want volgens de planning zouden de betrokken overheden na de zomer opnieuw tekenen. Tegelijkertijd schrijft het kabinet dat de besluitvorming over de Veluwe doorgaat.
Daarom zou ik de andere twintig gemeenteraden willen vragen: wacht niet af. Vraag uw college welk besluit van uw gemeenteraad ten grondslag ligt aan de eerste handtekening. Vraag wat een tweede handtekening precies betekent. En neem daar als gemeenteraad een eigen besluit over voordat opnieuw wordt getekend.
Een plan dat Provinciale Staten of een gemeenteraad niet heeft vastgesteld, hoeft niet klakkeloos door die volksvertegenwoordiging te worden uitgevoerd.
23 september: eindelijk lag er een besluit voor
Juist daarom was 23 september voor mij een belangrijk moment. Toen lag er wél een besluit voor aan Provinciale Staten: het aanwijzen van een stikstofreductiegebied in de provinciale Omgevingsverordening. Dit keer konden Statenleden niet volstaan met controleren of geïnformeerd worden. We moesten zelf een besluit nemen.
Ik heb tegen gestemd. Mijn stemverklaring was helder. De pilot bij Liefstinghsbroek laat volgens mij zien dat de causale keten tussen emissie, depositie en natuureffect niet aantoonbaar is. Daarmee is de wetenschappelijke basis voor dit beleid onvoldoende.
Maar ik was die avond ook teleurgesteld. De coalitiepartijen VVD, CDA, ChristenUnie en SGP stemden vóór het stikstofreductiegebied, samen met vier van de elf aanwezige Statenleden van BBB. Dat gebeurde bij een hoofdelijke stemming, waarbij van ieder Statenlid afzonderlijk zichtbaar werd hoe hij of zij stemde. Daarmee werd een gebied aangewezen waar ongeveer 400 gezinnen rechtstreeks mee te maken krijgen. Voor mij had daar meer oog moeten zijn voor de menselijke gevolgen van zo’n besluit.
Een overheid die diep ingrijpt in het dagelijks leven en toekomstperspectief van gezinnen, moet niet alleen kunnen uitleggen dát zij een doel wil bereiken, maar ook waarom deze mensen die gevolgen moeten dragen en waarom die gevolgen evenredig zijn. Juist daar raken voor mij het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel aan de politieke verantwoordelijkheid van Provinciale Staten. Is voldoende gemotiveerd waarom juist deze maatregel noodzakelijk is? Is er voldoende gekeken naar de gevolgen voor de betrokken gezinnen en naar minder ingrijpende alternatieven? En hoe ga je om met onzekerheid wanneer de wetenschappelijke onderbouwing zelf nog vragen oproept?
Ik heb daarom tegen gestemd. Niet alleen vanwege de wetenschappelijke onzekerheid, maar ook omdat ik vind dat de belangen van de ongeveer 400 gezinnen onvoldoende gewicht hebben gekregen.
Ondanks de teleurstellende stemming was dit wel het moment waarop Provinciale Staten daadwerkelijk aan zet waren. We konden niet alleen controleren of geïnformeerd worden; we konden zelf een besluit nemen. En dat is precies waarvoor een volksvertegenwoordiging er is. Dat moment moeten we koesteren. Want als Provinciale Staten alleen nog maar worden geïnformeerd over grote bestuurlijke afspraken en vervolgens mogen meedenken over de uitvoering, wat blijft er dan over van onze controlerende en kaderstellende taak?
En straks?
In januari 2027 wil het kabinet instructieregels vaststellen voor zones rond Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuw Natuurpact. Provincies zijn daarbij een belangrijke schakel, omdat veel van deze keuzes uiteindelijk in provinciaal beleid en regelgeving moeten worden vertaald.
Daarom is voor mij de kernvraag eenvoudig: welk besluit van de volksvertegenwoordiging ligt hieraan ten grondslag?
Die vraag moeten gemeenteraadsleden aan hun wethouders stellen en Statenleden aan Gedeputeerde Staten. Want wie afspraken maakt die grote gevolgen hebben voor inwoners, moet kunnen uitleggen op welk democratisch besluit die afspraken berusten.
Uiteindelijk gaat het om de vraag wie in Gelderland werkelijk de touwtjes in handen heeft: de bestuurders die onderling afspraken maken, of de inwoners die via verkiezingen hun volksvertegenwoordigers aanwijzen?
Daarom roep ik u op om op 17 maart 2027 te gaan stemmen. Bij de Provinciale Statenverkiezingen gaat het over de koers van Gelderland: over natuur, landbouw, ruimte, wonen, mobiliteit en de toekomst van het platteland. Met uw stem bepaalt u wie u vertegenwoordigt en welke keuzes de komende jaren worden gemaakt.
Want wie niet stemt, laat anderen bepalen welke koers Gelderland vaart.
Marcel Roerdink
Onafhankelijk Statenlid, Groep Roerdink
Auteur van De Stille Staatsgreep in het Huis van Thorbecke, de tweede editie uit de reeks De Modellencrisis.
Nu te reserveren via modellencrisis.nl, als u écht op de hoogte wilt zijn!
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 145




